Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-07-26
ECLI:NL:RBMNE:2023:7769
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Tussenuitspraak
11,934 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10329710 UC EXPL 23-1013 EAdV/51469
Tussenvonnis van 26 juli 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. L.C. Alkadiri,
tegen:
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R.A. van Huussen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 2 februari 2023 met 20 producties;
de conclusie van antwoord met 2 producties;
de brief van 23 juni 2023 van de gemachtigde van [gedaagde] waarmee productie 3 is ingediend;
de e-mail van 29 juni 2023 van de gemachtigde van [eiseres] waarmee de ‘aanvullende conclusie deskundige [bedrijf 2] ’ en de ‘VEBIDAK VAKRICHTLIJN DEEL E [bedrijf 2] ’ zijn ingediend;
de e-mail van 30 juni 2023 van de gemachtigde van [eiseres] waarmee de ‘aanvullende toelichting deskundige’ is ingediend;
de e-mail van 5 juli 2023 van de gemachtigde van [gedaagde] waarmee de ‘E-mail van [bedrijf 4] aan cl. 04-07-2023 17.06 u’ is ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 6 juli 2023 plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de mondelinge behandeling is besproken. Deze aantekeningen zijn in het dossier gevoegd. Aan het einde van de behandeling is meegedeeld dat de kantonrechter vonnis zal wijzen.
2Waar gaat het over?
2.1.
Partijen hebben op 11 januari 2022 een aannemingsovereenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] voor [eiseres] een mantelzorgwoning heeft gebouwd. De mantelzorgwoning betreft een dubbel chalet (hierna: het chalet) met een oppervlakte van 100 m2. De dakconstructie van het chalet bestaat onder andere uit vurenhouten balken. Op het chalet is EPDM dakbedekking aangebracht. EPDM is een materiaal dat wordt vervaardigd uit ruwe olie. Daarnaast zijn in de hoeken van het dak vier hemelwaterafvoeren aangebracht. [gedaagde] heeft het chalet op 30 maart 2022 in de tuin van de woning aan de [adres] in [woonplaats] geplaatst.
2.2.
Directeur/aandeelhouder van [eiseres] is de heer [A] . Na de oplevering van het chalet is hij er samen met zijn echtgenote in gaan wonen. Het chalet staat in de tuin van de woning van hun zoon.
2.3.
Partijen zijn voor het bouwen en plaatsen van het chalet een aanneemsom van € 169.590,52 (incl. btw) overeengekomen.
2.4.
Op de aannemingsovereenkomst zijn de ‘Algemene Voorwaarden van [gedaagde] B.V.’ (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. In deze algemene voorwaarden is het volgende bepaald:
“Artikel 12: Garanties
1. [gedaagde] voert de overeengekomen leveringen en werkzaamheden naar behoren en conform de in haar branche geldende normen uit, maar geeft nooit een verdergaande garantie dan zoals uitdrukkelijk werd overeengekomen. (…)
Artikel 13: Aansprakelijkheid
(…)
8. [gedaagde] benadrukt dat bij plaatsing van een chalet de ondergrond voldoende sterk en stabiel moet zijn. [gedaagde] plaatst het chalet op bielzen en kan de wederpartij in deze adviseren, maar zij neemt geen verantwoordelijkheid voor – en is niet aansprakelijk voor – de bodemgesteldheid (dichtheid e.d.) of klimatologische omstandigheden ten tijde van de plaatsing en de eventuele daaruit voortvloeiende en of andere schade van de wederpartij. (…)”
2.5.
Op of omstreeks 9 april 2022 heeft [gedaagde] een lekkage aan het dak van het chalet hersteld. Na dit herstel heeft [eiseres] geconstateerd dat regenwater op het dak van het chalet blijft staan. Op 3 mei 2022 heeft [eiseres] aan [gedaagde] bericht dat nog veel water op het dak van het chalet blijft staan. Ook heeft zij bericht dat het dak compleet te laag en hol ligt ten opzichte van de hemelwaterafvoeren waardoor het water niet bij deze afvoeren kan komen. [eiseres] heeft [gedaagde] gevraagd het dak binnen veertien dagen te herstellen. Daarnaast heeft zij [gedaagde] bij voorbaat aansprakelijk gesteld voor eventuele herstelkosten. In reactie daarop heeft [gedaagde] verklaard dat zij geen aansprakelijkheid erkent, zij het dak niet zal herstellen en zij op 17 mei 2022 de zonnepanelen op het dak zal plaatsen. In reactie daarop heeft [eiseres] aan [gedaagde] bericht dat bij herstel van het dak de kosten van het demonteren en terugplaatsen van de zonnepanelen voor haar rekening komen. Op 17 mei 2022 heeft [gedaagde] zonnepanelen op het dak van het chalet geplaatst.
2.6.
[eiseres] heeft ‘ [bedrijf 1] B.V.’ (hierna: [bedrijf 1] ) ingeschakeld om het dak van het chalet te onderzoeken. Dit onderzoek is op 10 mei 2022 verricht. Op 17 mei 2022 heeft [bedrijf 1] de bevindingen van het onderzoek aan [eiseres] gestuurd. Deze luiden als volgt:
“Wij hebben geconstateerd het afschot in de dakvloer onvoldoende is wat zorgt voor wateraccumulatie (ophoping van water). Dit heeft tot gevolg dat er een grote hoeveelheid water blijft staan na afloop van een regenbui. Daarnaast zijn de afvoeren niet verdiept aangebracht en zijn enkele details niet geheel zorgvuldig ingewerkt.
Het betreft hier een mantelzorg woning die dient te voldoen aan het bouwbesluit, zoals te lezen op onderstaande link. (…) Conform NEN6702 dient er afschot in het dak aanwezig te zijn, rekening houdend met de doorbuiging van de dakconstructie. Dit kan gerealiseerd worden in de onderconstructie of door middel van een afschot isolatie. In dit geval is er gekozen voor een geïsoleerde dakvloer met daarop EPDM dakbedekking, welke in praktijk volledig vlak ligt. Hierdoor wordt het water niet afgevoerd richting de afvoeren en zorgt dit voor een zorgelijke situatie.
Naast de waterhuishouding is ook het gewicht dat op het dak aanwezig blijft na een regenbui zorgelijk. Zoals wij hebben bekeken blijft er op enkele plekken 3 a 4 cm water staan, dit geeft al snel een gewicht van 30 tot 40 kg / m2. Wij zijn niet op de hoogte van de constructieve berekeningen echter adviseren wij altijd om het water zo snel mogelijk af te voeren van een dak. Ook dit sluit aan bij de regelgeving die is bepaald in NEN6702.
Ons advies hierin is om in gesprek te gaan met de desbetreffende partij die de chalet heeft gebouwd. Zij zullen dit ons inziens onder garantie dienen te herstellen tot een aanwezig afschot van ten minste 16mm/m1. (…)”
2.7.
Op 8 juni 2022 heeft [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld en haar gesommeerd het dak uiterlijk op 23 juni 2022 te herstellen. [gedaagde] heeft de bevindingen van [bedrijf 1] betwist. Ook heeft [gedaagde] zich, na meerdere verzoeken van [eiseres] daartoe, niet bereid verklaard het dak te herstellen.
2.8.
[eiseres] heeft vervolgens ‘ [bedrijf 2] B.V.’ (hierna: [bedrijf 2] ) ingeschakeld. [bedrijf 2] heeft op 16 september 2022 een bouwkundig onderzoek verricht naar het chalet. In het ‘Bouwkundig Opname Rapport’ van dit onderzoek staat het volgende:
“Diversen
Afschot
De vuistregel geeft aan dat een afschot van 16 mm de strekkende meter het meest ideale is en zorgt voor een droog dak na een regenbui. In sommige gevallen is dit niet helemaal haalbaar en wordt er gerekend met een effectief afschot van 10 mm de meter. Wat wij hebben kunnen waarnemen is dat er geen afschot aanwezig is maar eerder een tegenschot van 3,5 cm. Dit leid tot een grote hoeveelheid water op het dak met een niet berekend gewicht welke continue het dak belast. Op het dak zijn zonnepanelen aanwezig die ook een belasting uitvoeren op de constructie.
Het bouwbesluit heeft geen harde eis met betrekking op het afschot. (…)
Diversen
(…)
In de woning meten wij geen afwijkingen, de afstand vloer en plafond is gelijk. Geen doorzakken zichtbaar aan het plafond.”
2.9.
Op 26 oktober 2022 heeft [eiseres] de onderzoeksresultaten van [bedrijf 2] met [gedaagde] gedeeld.
Beoordeling
3.1.
De vraag die de kantonrechter moet beantwoorden is of het chalet een gebrek heeft waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is zodat zij de herstelkosten aan [eiseres] moet betalen. De kantonrechter concludeert dat hij nog niet over voldoende informatie beschikt om deze vraag te kunnen beantwoorden. Daarom is hij van plan om een deskundige te benoemen. Ter toelichting geldt het volgende.
3.2.
Van een gebrek in de zin van artikel 7:759 BW is sprake als het werk niet beantwoordt aan de aannemingsovereenkomst. Voor de verdere inkleuring van dit begrip wordt aangesloten bij het non-conformiteitsvereiste zoals dat is vastgelegd in artikel 7:17 lid 2 BW. Dit artikellid luidt als volgt: “een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. (…)”
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat het chalet weliswaar een gebrek heeft in de zin van 7:759 BW, maar dat een deskundigenonderzoek nodig is om te kunnen vaststellen of [gedaagde] voor dat gebrek aansprakelijk is. Dit wordt hieronder toegelicht.
3.4.
[eiseres] en [gedaagde] zijn overeengekomen dat het chalet een plat dak moet hebben. Volgens [eiseres] moet onder een plat dak worden verstaan een dak met een ‘afschot’ van ten minste 10 mm, zodat regenwater zo snel mogelijk via de hemelwaterafvoeren van het dak wegloopt. [gedaagde] verstaat onder een plat dak een dak dat vlak is, dat wil zeggen volledig horizontaal. Ook als de uitleg die [gedaagde] geeft aan een plat dak juist is, voldoet het dak van het chalet niet aan de overeenkomst, want het is niet vlak maar hol. Dit wordt een tegenschot genoemd. Dit tegenschot is ongeveer 3,5 cm: op het diepste punt ligt er namelijk na regenval een laag water op het dak van ongeveer 3,5 cm. Daarbij komt een groot deel van het regenwater niet bij de hemelwaterafvoeren en blijft er vaak en langdurig regenwater op een groot deel van het dak liggen. [bedrijf 2] heeft dit tegenschot gemeten en de kantonrechter heeft geen reden om aan de juistheid van die meting te twijfelen. Ook [gedaagde] gaat ervan uit dat er een tegenschot is. Kortom, het dak is gebrekkig.
3.5.
Dat brengt nog niet mee dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de herstelkosten. Volgens [gedaagde] zijn er twee mogelijke oorzaken voor het tegenschot: 1) doorbuigende houten balken in de dakconstructie of 2) grondverzakking. [gedaagde] heeft de aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van grondverzakking uitgesloten in artikel 13 lid 8 van haar toepasselijke algemene voorwaarden. Die uitsluiting is geen onredelijk bezwarend beding en het is ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [gedaagde] een beroep op die uitsluiting doet. Voor dat laatste is met name relevant dat [gedaagde] voorafgaand aan de bouw van het chalet het grondwerk zelf heeft gedaan, hoewel [gedaagde] had aangeboden om het grondwerk te doen.
3.6.
Vanwege die uitsluiting van aansprakelijkheid is het noodzakelijk dat er duidelijkheid komt over de oorzaak van het tegenschot, en daarom is de kantonrechter van plan om een deskundige te benoemen. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat als uit het deskundigenonderzoek blijkt dat de oorzaak van het tegenschot een andere is dan grondverzakking, [gedaagde] aansprakelijk is voor de herstelkosten. Om te weten welk herstel noodzakelijk is en hoeveel dat gaat kosten zullen ook vragen aan de deskundige worden gesteld.
Benoemen deskundige
3.7.
Namens de kantonrechter is vrijblijvend geïnformeerd bij twee bouwkundig deskundigen. Beide deskundigen hebben verklaard onderzoek te kunnen doen naar de mogelijke oorzaak van het gebrek en naar de noodzakelijke herstelwerkzaamheden. Zij hebben de kosten voor het deskundigenonderzoek geraamd op € 4.500,- tot € 5.500,-.
3.8.
Voordat de kantonrechter overgaat tot het benoemen van een deskundige, zal zij [eiseres] en [gedaagde] in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Als zij zich willen uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), moeten zij daarbij aangeven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben.
3.9.
De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, namelijk een bouwkundige die deskundig is op het gebied van de constructie van bouwwerken, waaronder chalets. De kantonrechter is van plan om aan deze deskundige de volgende vragen te stellen:
Wat is volgens u de meest waarschijnlijke oorzaak van het tegenschot, en waarom vindt u dat?
Welke herstelwerkzaamheden zijn volgens u noodzakelijk, en wat kost dat ongeveer? Wilt u daarbij ingaan op de onderliggende vraag of het dak volgens u na herstel volledig horizontaal mag zijn (dus waterpas), of dat het dak dan een afschot moet hebben? En als er verschillende methodes voor herstel mogelijk zijn: kunt u die methodes kort beschrijven en toelichten welke methode uw voorkeur heeft en waarom?
Is er nog iets wat u belangrijk vindt om op te merken?
3.10.
[eiseres] zal in haar akte moeten reageren op de inhoud van randnummer 3.8 en op de vragen in randnummer 3.9. [gedaagde] zal dat moeten doen in haar antwoordakte.
3.11.
De bewijslast van de stelling dat het chalet een gebrek heeft waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is, rust op [eiseres] . De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door [eiseres] moet worden betaald.
3.12.
De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 augustus 2023 voor het indienen van een akte door [eiseres] over wat is vermeld onder de randnummers 3.8 en 3.9, waarna [gedaagde] op de rol van twee weken daarna een antwoordakte moet indienen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10329710 UC EXPL 23-1013 EAdV/51469
Tussenvonnis van 26 juli 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. L.C. Alkadiri,
tegen:
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R.A. van Huussen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 2 februari 2023 met 20 producties;
de conclusie van antwoord met 2 producties;
de brief van 23 juni 2023 van de gemachtigde van [gedaagde] waarmee productie 3 is ingediend;
de e-mail van 29 juni 2023 van de gemachtigde van [eiseres] waarmee de ‘aanvullende conclusie deskundige [bedrijf 2] ’ en de ‘VEBIDAK VAKRICHTLIJN DEEL E [bedrijf 2] ’ zijn ingediend;
de e-mail van 30 juni 2023 van de gemachtigde van [eiseres] waarmee de ‘aanvullende toelichting deskundige’ is ingediend;
de e-mail van 5 juli 2023 van de gemachtigde van [gedaagde] waarmee de ‘E-mail van [bedrijf 4] aan cl. 04-07-2023 17.06 u’ is ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 6 juli 2023 plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de mondelinge behandeling is besproken. Deze aantekeningen zijn in het dossier gevoegd. Aan het einde van de behandeling is meegedeeld dat de kantonrechter vonnis zal wijzen.
2Waar gaat het over?
2.1.
Partijen hebben op 11 januari 2022 een aannemingsovereenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] voor [eiseres] een mantelzorgwoning heeft gebouwd. De mantelzorgwoning betreft een dubbel chalet (hierna: het chalet) met een oppervlakte van 100 m2. De dakconstructie van het chalet bestaat onder andere uit vurenhouten balken. Op het chalet is EPDM dakbedekking aangebracht. EPDM is een materiaal dat wordt vervaardigd uit ruwe olie. Daarnaast zijn in de hoeken van het dak vier hemelwaterafvoeren aangebracht. [gedaagde] heeft het chalet op 30 maart 2022 in de tuin van de woning aan de [adres] in [woonplaats] geplaatst.
2.2.
Directeur/aandeelhouder van [eiseres] is de heer [A] . Na de oplevering van het chalet is hij er samen met zijn echtgenote in gaan wonen. Het chalet staat in de tuin van de woning van hun zoon.
2.3.
Partijen zijn voor het bouwen en plaatsen van het chalet een aanneemsom van € 169.590,52 (incl. btw) overeengekomen.
2.4.
Op de aannemingsovereenkomst zijn de ‘Algemene Voorwaarden van [gedaagde] B.V.’ (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. In deze algemene voorwaarden is het volgende bepaald:
“Artikel 12: Garanties
1. [gedaagde] voert de overeengekomen leveringen en werkzaamheden naar behoren en conform de in haar branche geldende normen uit, maar geeft nooit een verdergaande garantie dan zoals uitdrukkelijk werd overeengekomen. (…)
Artikel 13: Aansprakelijkheid
(…)
8. [gedaagde] benadrukt dat bij plaatsing van een chalet de ondergrond voldoende sterk en stabiel moet zijn. [gedaagde] plaatst het chalet op bielzen en kan de wederpartij in deze adviseren, maar zij neemt geen verantwoordelijkheid voor – en is niet aansprakelijk voor – de bodemgesteldheid (dichtheid e.d.) of klimatologische omstandigheden ten tijde van de plaatsing en de eventuele daaruit voortvloeiende en of andere schade van de wederpartij. (…)”
2.5.
Op of omstreeks 9 april 2022 heeft [gedaagde] een lekkage aan het dak van het chalet hersteld. Na dit herstel heeft [eiseres] geconstateerd dat regenwater op het dak van het chalet blijft staan. Op 3 mei 2022 heeft [eiseres] aan [gedaagde] bericht dat nog veel water op het dak van het chalet blijft staan. Ook heeft zij bericht dat het dak compleet te laag en hol ligt ten opzichte van de hemelwaterafvoeren waardoor het water niet bij deze afvoeren kan komen. [eiseres] heeft [gedaagde] gevraagd het dak binnen veertien dagen te herstellen. Daarnaast heeft zij [gedaagde] bij voorbaat aansprakelijk gesteld voor eventuele herstelkosten. In reactie daarop heeft [gedaagde] verklaard dat zij geen aansprakelijkheid erkent, zij het dak niet zal herstellen en zij op 17 mei 2022 de zonnepanelen op het dak zal plaatsen. In reactie daarop heeft [eiseres] aan [gedaagde] bericht dat bij herstel van het dak de kosten van het demonteren en terugplaatsen van de zonnepanelen voor haar rekening komen. Op 17 mei 2022 heeft [gedaagde] zonnepanelen op het dak van het chalet geplaatst.
2.6.
[eiseres] heeft ‘ [bedrijf 1] B.V.’ (hierna: [bedrijf 1] ) ingeschakeld om het dak van het chalet te onderzoeken. Dit onderzoek is op 10 mei 2022 verricht. Op 17 mei 2022 heeft [bedrijf 1] de bevindingen van het onderzoek aan [eiseres] gestuurd. Deze luiden als volgt:
“Wij hebben geconstateerd het afschot in de dakvloer onvoldoende is wat zorgt voor wateraccumulatie (ophoping van water). Dit heeft tot gevolg dat er een grote hoeveelheid water blijft staan na afloop van een regenbui. Daarnaast zijn de afvoeren niet verdiept aangebracht en zijn enkele details niet geheel zorgvuldig ingewerkt.
Het betreft hier een mantelzorg woning die dient te voldoen aan het bouwbesluit, zoals te lezen op onderstaande link. (…) Conform NEN6702 dient er afschot in het dak aanwezig te zijn, rekening houdend met de doorbuiging van de dakconstructie. Dit kan gerealiseerd worden in de onderconstructie of door middel van een afschot isolatie. In dit geval is er gekozen voor een geïsoleerde dakvloer met daarop EPDM dakbedekking, welke in praktijk volledig vlak ligt. Hierdoor wordt het water niet afgevoerd richting de afvoeren en zorgt dit voor een zorgelijke situatie.
Naast de waterhuishouding is ook het gewicht dat op het dak aanwezig blijft na een regenbui zorgelijk. Zoals wij hebben bekeken blijft er op enkele plekken 3 a 4 cm water staan, dit geeft al snel een gewicht van 30 tot 40 kg / m2. Wij zijn niet op de hoogte van de constructieve berekeningen echter adviseren wij altijd om het water zo snel mogelijk af te voeren van een dak. Ook dit sluit aan bij de regelgeving die is bepaald in NEN6702.
Ons advies hierin is om in gesprek te gaan met de desbetreffende partij die de chalet heeft gebouwd. Zij zullen dit ons inziens onder garantie dienen te herstellen tot een aanwezig afschot van ten minste 16mm/m1. (…)”
2.7.
Op 8 juni 2022 heeft [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld en haar gesommeerd het dak uiterlijk op 23 juni 2022 te herstellen. [gedaagde] heeft de bevindingen van [bedrijf 1] betwist. Ook heeft [gedaagde] zich, na meerdere verzoeken van [eiseres] daartoe, niet bereid verklaard het dak te herstellen.
2.8.
[eiseres] heeft vervolgens ‘ [bedrijf 2] B.V.’ (hierna: [bedrijf 2] ) ingeschakeld. [bedrijf 2] heeft op 16 september 2022 een bouwkundig onderzoek verricht naar het chalet. In het ‘Bouwkundig Opname Rapport’ van dit onderzoek staat het volgende:
“Diversen
Afschot
De vuistregel geeft aan dat een afschot van 16 mm de strekkende meter het meest ideale is en zorgt voor een droog dak na een regenbui. In sommige gevallen is dit niet helemaal haalbaar en wordt er gerekend met een effectief afschot van 10 mm de meter. Wat wij hebben kunnen waarnemen is dat er geen afschot aanwezig is maar eerder een tegenschot van 3,5 cm. Dit leid tot een grote hoeveelheid water op het dak met een niet berekend gewicht welke continue het dak belast. Op het dak zijn zonnepanelen aanwezig die ook een belasting uitvoeren op de constructie.
Het bouwbesluit heeft geen harde eis met betrekking op het afschot. (…)
Diversen
(…)
In de woning meten wij geen afwijkingen, de afstand vloer en plafond is gelijk. Geen doorzakken zichtbaar aan het plafond.”
2.9.
Op 26 oktober 2022 heeft [eiseres] de onderzoeksresultaten van [bedrijf 2] met [gedaagde] gedeeld.
Beoordeling
3.1.
De vraag die de kantonrechter moet beantwoorden is of het chalet een gebrek heeft waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is zodat zij de herstelkosten aan [eiseres] moet betalen. De kantonrechter concludeert dat hij nog niet over voldoende informatie beschikt om deze vraag te kunnen beantwoorden. Daarom is hij van plan om een deskundige te benoemen. Ter toelichting geldt het volgende.
3.2.
Van een gebrek in de zin van artikel 7:759 BW is sprake als het werk niet beantwoordt aan de aannemingsovereenkomst. Voor de verdere inkleuring van dit begrip wordt aangesloten bij het non-conformiteitsvereiste zoals dat is vastgelegd in artikel 7:17 lid 2 BW. Dit artikellid luidt als volgt: “een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. (…)”
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat het chalet weliswaar een gebrek heeft in de zin van 7:759 BW, maar dat een deskundigenonderzoek nodig is om te kunnen vaststellen of [gedaagde] voor dat gebrek aansprakelijk is. Dit wordt hieronder toegelicht.
3.4.
[eiseres] en [gedaagde] zijn overeengekomen dat het chalet een plat dak moet hebben. Volgens [eiseres] moet onder een plat dak worden verstaan een dak met een ‘afschot’ van ten minste 10 mm, zodat regenwater zo snel mogelijk via de hemelwaterafvoeren van het dak wegloopt. [gedaagde] verstaat onder een plat dak een dak dat vlak is, dat wil zeggen volledig horizontaal. Ook als de uitleg die [gedaagde] geeft aan een plat dak juist is, voldoet het dak van het chalet niet aan de overeenkomst, want het is niet vlak maar hol. Dit wordt een tegenschot genoemd. Dit tegenschot is ongeveer 3,5 cm: op het diepste punt ligt er namelijk na regenval een laag water op het dak van ongeveer 3,5 cm. Daarbij komt een groot deel van het regenwater niet bij de hemelwaterafvoeren en blijft er vaak en langdurig regenwater op een groot deel van het dak liggen. [bedrijf 2] heeft dit tegenschot gemeten en de kantonrechter heeft geen reden om aan de juistheid van die meting te twijfelen. Ook [gedaagde] gaat ervan uit dat er een tegenschot is. Kortom, het dak is gebrekkig.
3.5.
Dat brengt nog niet mee dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de herstelkosten. Volgens [gedaagde] zijn er twee mogelijke oorzaken voor het tegenschot: 1) doorbuigende houten balken in de dakconstructie of 2) grondverzakking. [gedaagde] heeft de aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van grondverzakking uitgesloten in artikel 13 lid 8 van haar toepasselijke algemene voorwaarden. Die uitsluiting is geen onredelijk bezwarend beding en het is ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [gedaagde] een beroep op die uitsluiting doet. Voor dat laatste is met name relevant dat [gedaagde] voorafgaand aan de bouw van het chalet het grondwerk zelf heeft gedaan, hoewel [gedaagde] had aangeboden om het grondwerk te doen.
3.6.
Vanwege die uitsluiting van aansprakelijkheid is het noodzakelijk dat er duidelijkheid komt over de oorzaak van het tegenschot, en daarom is de kantonrechter van plan om een deskundige te benoemen. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat als uit het deskundigenonderzoek blijkt dat de oorzaak van het tegenschot een andere is dan grondverzakking, [gedaagde] aansprakelijk is voor de herstelkosten. Om te weten welk herstel noodzakelijk is en hoeveel dat gaat kosten zullen ook vragen aan de deskundige worden gesteld.
Benoemen deskundige
3.7.
Namens de kantonrechter is vrijblijvend geïnformeerd bij twee bouwkundig deskundigen. Beide deskundigen hebben verklaard onderzoek te kunnen doen naar de mogelijke oorzaak van het gebrek en naar de noodzakelijke herstelwerkzaamheden. Zij hebben de kosten voor het deskundigenonderzoek geraamd op € 4.500,- tot € 5.500,-.
3.8.
Voordat de kantonrechter overgaat tot het benoemen van een deskundige, zal zij [eiseres] en [gedaagde] in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Als zij zich willen uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), moeten zij daarbij aangeven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben.
3.9.
De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, namelijk een bouwkundige die deskundig is op het gebied van de constructie van bouwwerken, waaronder chalets. De kantonrechter is van plan om aan deze deskundige de volgende vragen te stellen:
Wat is volgens u de meest waarschijnlijke oorzaak van het tegenschot, en waarom vindt u dat?
Welke herstelwerkzaamheden zijn volgens u noodzakelijk, en wat kost dat ongeveer? Wilt u daarbij ingaan op de onderliggende vraag of het dak volgens u na herstel volledig horizontaal mag zijn (dus waterpas), of dat het dak dan een afschot moet hebben? En als er verschillende methodes voor herstel mogelijk zijn: kunt u die methodes kort beschrijven en toelichten welke methode uw voorkeur heeft en waarom?
Is er nog iets wat u belangrijk vindt om op te merken?
3.10.
[eiseres] zal in haar akte moeten reageren op de inhoud van randnummer 3.8 en op de vragen in randnummer 3.9. [gedaagde] zal dat moeten doen in haar antwoordakte.
3.11.
De bewijslast van de stelling dat het chalet een gebrek heeft waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is, rust op [eiseres] . De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door [eiseres] moet worden betaald.
3.12.
De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 augustus 2023 voor het indienen van een akte door [eiseres] over wat is vermeld onder de randnummers 3.8 en 3.9, waarna [gedaagde] op de rol van twee weken daarna een antwoordakte moet indienen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.
Procesverloop
Ook heeft zij haar gevraagd het dak te herstellen en haar te compenseren voor de kosten voor het demonteren en terugplaatsen van de zonnepanelen.
2.10.
Op 4 november 2022 heeft [gedaagde] geconstateerd dat in het rapport van [bedrijf 2] de onderbouwing ontbreekt voor de vaststelling van het tegenschot. [eiseres] heeft [bedrijf 2] gevraagd hoe de bouwkundige tot deze conclusie is gekomen. In reactie daarop heeft [bedrijf 2] het volgende aan [eiseres] bericht: “Ik heb zojuist de inspecteur gesproken.
Op de foto’s is te zien dat het water op het dak eindigt bij de afvoeren, daar is het rondom droog. In het midden van het dak stond er op dat moment 3,5 cm. water. Dan is de berekening eenvoudig.”
[eiseres] heeft deze reactie doorgestuurd aan [gedaagde] , die als volgt heeft gereageerd:
“[bedrijf 2] baseert haar oordeel op het enkele feit dat er water op het dak staat en dat het rondom de afvoeren droog is. Dat is onvoldoende voor de conclusie dat geen goed en deugdelijk werk is opgeleverd. het is een manco in de rapportage dat onduidelijk is van welk nulpunt is gemeten en wat de uitkomst van de meting is. (…)”
2.11.
Naar aanleiding van haar dakinspectie op 10 mei 2022 heeft [bedrijf 1] op 13 januari 2023 een offerte uitgebracht voor de herstelwerkzaamheden. Deze offerte bedraagt € 14.760,- (incl. btw). Bij het opstellen van deze offerte is ervan uitgegaan dat de geplaatste zonnepanelen door een derde partij worden gedemonteerd en teruggeplaatst. Deze werkzaamheden zijn dus niet door [bedrijf 1] geoffreerd. [eiseres] heeft bij ‘Installatiebedrijf [bedrijf 3] B.V.’ (hierna: [bedrijf 3] ) een offerte opgevraagd voor het demonteren en terugplaatsen van de zonnepanelen. Op 16 januari 2023 heeft [bedrijf 3] voor deze werkzaamheden een offerte uitgebracht van € 1.925,- (excl. btw).
2.12.
In opdracht van [gedaagde] heeft ‘ [bedrijf 4] B.V.’ (hierna: [bedrijf 4] ) op 22 juni 2023 een rapport met een statische berekening van het chalet gemaakt. [bedrijf 4] heeft op 4 juli 2023 desgevraagd toegelicht dat op basis van het rapport kan worden geconcludeerd dat de balken van de dakconstructie bij een waterstand van hoogstens 4 cm voldoende sterk zijn en dat de doorbuiging van de balken binnen de perken blijft.
2.13.
In voorbereiding op de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter door [eiseres] twee keer vragen aan [bedrijf 2] laten stellen. Op 30 juni 2023 heeft [bedrijf 2] alle vragen beantwoord. De vragen en antwoorden luiden als volgt:
“1. Vindt [bedrijf 2] dat er onvoldoende afschot is?
Antwoord [bedrijf 2] : Ja, wij vinden en hebben geconstateerd dat er onvoldoende afschot is. Er is zelfs sprake van tegenschot. Er is vastgesteld dat op een groot deel van het dak water blijft staan tot 35 mm. hoogte. Daarnaast zijn enkele afvoeren in het dak te hoog aangebracht. Deze behoren minimaal ‘vlak’ aangebracht te zijn t.o.v. de dakbedekking. Dit is een technische tekortkoming. Algemeen geldt de regel dat op een plat dak direct na een regenbui er op een aantal plaatsen sprake mag zijn van enige plasvorming met een maximale diepte van 5 mm. Hoewel deze marge voortkomt uit veiligheid m.b.t. het doorbuigen van een dak is het ook ten aanzien van mosgroei, vervuiling en ongedierte wenselijk dat er geen water op het dak blijft staan. De genoemde regel is dan ook algemeen geaccepteerd maar ligt niet vast in het bouwbesluit. Wel geeft het bouwbesluit het volgende aan in Afd. 6.4 Artikel 6.17 Afvoer van hemelwater Lid 1: Een dak van een te bouwen bouwwerk heeft een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater met een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens die norm bepaalde belasting van die voorziening. Doordat er tegenschot is en de afvoeren zijn te hoog aangelegd is er geen volledig afvoer aanwezig.
2. En vindt [bedrijf 2] dat herstel van het dak nodig is, zodanig dat er een afschot komt van (bijvoorbeeld) minstens 10 mm in plaats van het door hem geconstateerde tegenschot?
Antwoord [bedrijf 2] : Ja, wij vinden het niet wenselijk dat er een laag water tot 35 mm. op het dak blijft staan en wij vinden dat het dak tenminste een minimale afschot richting de afvoeren moet hebben van 10 mm. Daarnaast dat de afvoeren verdiept moeten worden aangebracht zoals ook de Vakrichtlijn dit voorschrijft (…).
2a. Is de levensduur van het dak korter is als er op grote delen van dit (type) dak vaak en/of langdurig een laag water staat van een paar centimeter.
Antwoord [bedrijf 2] : Ja de levensduur van de dakbedekking wordt verkort doordat er plasvorming op het dak ontstaat. Plasvorming leidt tot vervuiling en daardoor wordt de dakbedekking aangetast.
2b. Is de kans op lekkage groter wordt als er op grote delen van dit (type) dak vaak en/of langdurig een laag water staat van een paar centimeter.
Ja, een laag water op het dak in combinatie met windbelasting geeft een negatief effect doordat het water op plekken kan komen in de constructie waardoor wateroverlast veroorzaakt kan worden (lekkages). Met name bij dakopstanden is dit het geval.
3. Het zou mooi zijn als [bedrijf 2] bij dat antwoord ook betrekt de stelling van [gedaagde] aan de hand van het rapport van [bedrijf 4] van 22 juni 2023 (productie 3 [gedaagde] ), dat uit die berekening blijkt dat de dakconstructie een waterstand van circa 4 cm én de zonnepanelen kan dragen.
Antwoord [bedrijf 2] : Wij willen benadrukken dat wij geen constructeurs zijn en daarom inhoudelijk hier weinig aan toe kunnen voegen. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat de berekening niet klopt, echter vragen wij ons af wat het effect is op langere termijn qua doorbuiging omdat de extra belasting vrij permanent is. (…)”
2.14.
Onder verwijzing naar de onderzoeksresultaten van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] stelt [eiseres] dat [gedaagde] een gebrekkig chalet heeft opgeleverd waardoor zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting uit de aannemingsovereenkomst. Omdat [eiseres] meent dat [gedaagde] met betrekking tot haar herstelverplichting in verzuim is geraakt, vordert zij in een (uitvoerbaar bij voorraad verklaard) vonnis, [gedaagde] te veroordelen:
tot betaling aan [eiseres] van € 16.685,- (incl. btw) aan vervangende schadevergoeding in de zin van artikel 6:87 BW althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 juni 2022, althans vanaf de dag van dagvaarden althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag van de volledige betaling;
tot betaling aan [eiseres] van € 941,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarden tot aan de dag van de volledige betaling;
in de proceskosten, waaronder de nakosten.
2.15.
[gedaagde] concludeert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten overeenkomstig het liquidatietarief en de wettelijke rente.
Primair betwist [gedaagde] dat het chalet gebrekkig is. Zij meent dat het chalet beantwoordt aan de aannemingsovereenkomst. Volgens [gedaagde] kan op de onderzoeksresultaten van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] worden afgedongen omdat [bedrijf 1] uitgaat van de onjuiste veronderstelling dat het dak van een chalet afschot moet hebben. [gedaagde] meent dat deze harde eis niet volgt uit het Bouwbesluit 2012 of de NEN-norm 6702. [gedaagde] heeft verklaard dat het in de branche van chaletbouw niet gebruikelijk is afschot in het dak aan te brengen en zij het werk uitvoert conform de branchegebruiken (artikel 12.1 algemene voorwaarden).
Procesverloop
Ook heeft zij haar gevraagd het dak te herstellen en haar te compenseren voor de kosten voor het demonteren en terugplaatsen van de zonnepanelen.
2.10.
Op 4 november 2022 heeft [gedaagde] geconstateerd dat in het rapport van [bedrijf 2] de onderbouwing ontbreekt voor de vaststelling van het tegenschot. [eiseres] heeft [bedrijf 2] gevraagd hoe de bouwkundige tot deze conclusie is gekomen. In reactie daarop heeft [bedrijf 2] het volgende aan [eiseres] bericht: “Ik heb zojuist de inspecteur gesproken.
Op de foto’s is te zien dat het water op het dak eindigt bij de afvoeren, daar is het rondom droog. In het midden van het dak stond er op dat moment 3,5 cm. water. Dan is de berekening eenvoudig.”
[eiseres] heeft deze reactie doorgestuurd aan [gedaagde] , die als volgt heeft gereageerd:
“[bedrijf 2] baseert haar oordeel op het enkele feit dat er water op het dak staat en dat het rondom de afvoeren droog is. Dat is onvoldoende voor de conclusie dat geen goed en deugdelijk werk is opgeleverd. het is een manco in de rapportage dat onduidelijk is van welk nulpunt is gemeten en wat de uitkomst van de meting is. (…)”
2.11.
Naar aanleiding van haar dakinspectie op 10 mei 2022 heeft [bedrijf 1] op 13 januari 2023 een offerte uitgebracht voor de herstelwerkzaamheden. Deze offerte bedraagt € 14.760,- (incl. btw). Bij het opstellen van deze offerte is ervan uitgegaan dat de geplaatste zonnepanelen door een derde partij worden gedemonteerd en teruggeplaatst. Deze werkzaamheden zijn dus niet door [bedrijf 1] geoffreerd. [eiseres] heeft bij ‘Installatiebedrijf [bedrijf 3] B.V.’ (hierna: [bedrijf 3] ) een offerte opgevraagd voor het demonteren en terugplaatsen van de zonnepanelen. Op 16 januari 2023 heeft [bedrijf 3] voor deze werkzaamheden een offerte uitgebracht van € 1.925,- (excl. btw).
2.12.
In opdracht van [gedaagde] heeft ‘ [bedrijf 4] B.V.’ (hierna: [bedrijf 4] ) op 22 juni 2023 een rapport met een statische berekening van het chalet gemaakt. [bedrijf 4] heeft op 4 juli 2023 desgevraagd toegelicht dat op basis van het rapport kan worden geconcludeerd dat de balken van de dakconstructie bij een waterstand van hoogstens 4 cm voldoende sterk zijn en dat de doorbuiging van de balken binnen de perken blijft.
2.13.
In voorbereiding op de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter door [eiseres] twee keer vragen aan [bedrijf 2] laten stellen. Op 30 juni 2023 heeft [bedrijf 2] alle vragen beantwoord. De vragen en antwoorden luiden als volgt:
“1. Vindt [bedrijf 2] dat er onvoldoende afschot is?
Antwoord [bedrijf 2] : Ja, wij vinden en hebben geconstateerd dat er onvoldoende afschot is. Er is zelfs sprake van tegenschot. Er is vastgesteld dat op een groot deel van het dak water blijft staan tot 35 mm. hoogte. Daarnaast zijn enkele afvoeren in het dak te hoog aangebracht. Deze behoren minimaal ‘vlak’ aangebracht te zijn t.o.v. de dakbedekking. Dit is een technische tekortkoming. Algemeen geldt de regel dat op een plat dak direct na een regenbui er op een aantal plaatsen sprake mag zijn van enige plasvorming met een maximale diepte van 5 mm. Hoewel deze marge voortkomt uit veiligheid m.b.t. het doorbuigen van een dak is het ook ten aanzien van mosgroei, vervuiling en ongedierte wenselijk dat er geen water op het dak blijft staan. De genoemde regel is dan ook algemeen geaccepteerd maar ligt niet vast in het bouwbesluit. Wel geeft het bouwbesluit het volgende aan in Afd. 6.4 Artikel 6.17 Afvoer van hemelwater Lid 1: Een dak van een te bouwen bouwwerk heeft een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater met een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens die norm bepaalde belasting van die voorziening. Doordat er tegenschot is en de afvoeren zijn te hoog aangelegd is er geen volledig afvoer aanwezig.
2. En vindt [bedrijf 2] dat herstel van het dak nodig is, zodanig dat er een afschot komt van (bijvoorbeeld) minstens 10 mm in plaats van het door hem geconstateerde tegenschot?
Antwoord [bedrijf 2] : Ja, wij vinden het niet wenselijk dat er een laag water tot 35 mm. op het dak blijft staan en wij vinden dat het dak tenminste een minimale afschot richting de afvoeren moet hebben van 10 mm. Daarnaast dat de afvoeren verdiept moeten worden aangebracht zoals ook de Vakrichtlijn dit voorschrijft (…).
2a. Is de levensduur van het dak korter is als er op grote delen van dit (type) dak vaak en/of langdurig een laag water staat van een paar centimeter.
Antwoord [bedrijf 2] : Ja de levensduur van de dakbedekking wordt verkort doordat er plasvorming op het dak ontstaat. Plasvorming leidt tot vervuiling en daardoor wordt de dakbedekking aangetast.
2b. Is de kans op lekkage groter wordt als er op grote delen van dit (type) dak vaak en/of langdurig een laag water staat van een paar centimeter.
Ja, een laag water op het dak in combinatie met windbelasting geeft een negatief effect doordat het water op plekken kan komen in de constructie waardoor wateroverlast veroorzaakt kan worden (lekkages). Met name bij dakopstanden is dit het geval.
3. Het zou mooi zijn als [bedrijf 2] bij dat antwoord ook betrekt de stelling van [gedaagde] aan de hand van het rapport van [bedrijf 4] van 22 juni 2023 (productie 3 [gedaagde] ), dat uit die berekening blijkt dat de dakconstructie een waterstand van circa 4 cm én de zonnepanelen kan dragen.
Antwoord [bedrijf 2] : Wij willen benadrukken dat wij geen constructeurs zijn en daarom inhoudelijk hier weinig aan toe kunnen voegen. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat de berekening niet klopt, echter vragen wij ons af wat het effect is op langere termijn qua doorbuiging omdat de extra belasting vrij permanent is. (…)”
2.14.
Onder verwijzing naar de onderzoeksresultaten van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] stelt [eiseres] dat [gedaagde] een gebrekkig chalet heeft opgeleverd waardoor zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting uit de aannemingsovereenkomst. Omdat [eiseres] meent dat [gedaagde] met betrekking tot haar herstelverplichting in verzuim is geraakt, vordert zij in een (uitvoerbaar bij voorraad verklaard) vonnis, [gedaagde] te veroordelen:
tot betaling aan [eiseres] van € 16.685,- (incl. btw) aan vervangende schadevergoeding in de zin van artikel 6:87 BW althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 juni 2022, althans vanaf de dag van dagvaarden althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag van de volledige betaling;
tot betaling aan [eiseres] van € 941,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarden tot aan de dag van de volledige betaling;
in de proceskosten, waaronder de nakosten.
2.15.
[gedaagde] concludeert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten overeenkomstig het liquidatietarief en de wettelijke rente.
Primair betwist [gedaagde] dat het chalet gebrekkig is. Zij meent dat het chalet beantwoordt aan de aannemingsovereenkomst. Volgens [gedaagde] kan op de onderzoeksresultaten van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] worden afgedongen omdat [bedrijf 1] uitgaat van de onjuiste veronderstelling dat het dak van een chalet afschot moet hebben. [gedaagde] meent dat deze harde eis niet volgt uit het Bouwbesluit 2012 of de NEN-norm 6702. [gedaagde] heeft verklaard dat het in de branche van chaletbouw niet gebruikelijk is afschot in het dak aan te brengen en zij het werk uitvoert conform de branchegebruiken (artikel 12.1 algemene voorwaarden).