Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-12-23
ECLI:NL:RBMNE:2023:7755
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,009 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1316
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats 1] , eiseres, en[eiser] , uit [woonplaats 2] , eiser,samen: eisers
(gemachtigde: mr. M.E. Beukers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren
(gemachtigde: S. Boogaarts).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van een aanvraag van eiseres om een urgentieverklaring voor een woning.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 21 september 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 januari 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij deze afwijzing gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2023 door middel van een beeldverbinding op zitting behandeld en het onderzoek kort na aanvang geschorst vanwege het ontbreken van een tolk. Op 13 november 2023 heeft de rechtbank het onderzoek hervat in de rechtbank te Utrecht. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eiseres vergezeld door mr. W.A.L. Fonteijn, de tolk A.E. Abdelrahman en de gemachtigde van verweerder. Aan het eind van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Beoordeling
2. Eiseres woont samen met haar twee kinderen, een dochter van 5 jaar en een zoontje van 1 jaar op het adres [adres] in [woonplaats 1] . Eiser is de partner van eiseres en vader van het zoontje. Hij woont niet op dit adres.
3. Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor woningurgentie omdat de woning in [woonplaats 1] te klein is voor het gezin. Hierdoor kan eiser niet bij het gezin wonen. De woning heeft maar één slaapkamer (op zolder) en één woonkamer. Eiseres en haar dochter hebben volgens eiseres astma gekregen door de woning. Eiser heeft een kleine huurwoning die ook niet geschikt is voor het gezin. Is eiser aan te merken als belanghebbende?
4. De rechtbank moet eerst ambtshalve de vraag beantwoorden of eiser kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het beroep tegen de afwijzing van de urgentieaanvraag. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiseres en haar partner de wens hebben om samen te wonen als gezin, moet zij ook vaststellen dat eiseres degene is die de aanvraag heeft gedaan. Daarbij heeft zij vermeld dat zij géén partner had. Eiseres stond ook niet samen met haar partner ingeschreven in Woningnet. Dit was ook zo ten tijde van het bestreden besluit. De aanvraag van eiseres – en het besluit op die aanvraag – had dus betrekking op haarzelf en haar twee kinderen. Eiser wordt door dat besluit niet rechtstreeks en persoonlijk in zijn belangen geraakt en heeft in beroep daarom slechts een afgeleid belang. Dat eisers samen een relatie hebben en graag samen willen wonen maakt dat niet anders.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover dit is ingesteld door eiser. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan bespreking van de medische stukken van eiser in het kader van de hardheidsclausule.
Heeft verweerder de urgentieaanvraag van eiseres mogen afwijzen?
6. Verweerder heeft de urgentieaanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij niet voldoet aan twee randvoorwaarden die gelden om voor urgentie in aanmerking te komen. Eiseres heeft namelijk: a) niet in voldoende mate gereageerd op passende woningaanbiedingen in alle gemeenten van de regio Gooi en Vechtstreek (de regio); en b) niet aangetoond dat er geen (tijdelijke) alternatieve oplossing is voor haar woonprobleem. Ook was er volgens verweerder geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule.
7. Eiseres voert allereerst aan dat zij wel heeft gereageerd op woningen via Woningnet. Zij was daarvóór al actief op Woningnet Amsterdam en bij woningcorporatie Mooiland. Verweerder heeft ook niet duidelijk gemaakt wat precies wordt bedoeld met ‘in voldoende mate reageren’. Dat is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Eiseres is voormalig vluchteling en spreekt niet goed Nederlands. Door de slechte ventilatie in huis is eiseres vaak ziek voor de taallessen. Een Engelstalige versie van Woningnet is moeilijk te vinden en door de correspondentie in het Nederlands weet eiseres niet voor welke woningen zij zich moet inschrijven. Eiseres meent dat zij er alles aan heeft gedaan om een nieuwe woning te vinden en contacten te leggen met de betreffende instanties. Ook haar partner, eiser, heeft dagelijks geregeerd op woningen via Woningnet (55 keer), wat ten onrechte niet is meegenomen. Volgens eiseres is het besluit daarom niet zorgvuldig genomen.
7.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het dossier blijkt dat eiseres in er periode vanaf 1 januari 2021 in de maanden februari, augustus en september 2021 niet heeft gereageerd op het woningaanbod. In de periode vanaf oktober 2021 tot aan de datum van de aanvraag (10 juni 2022) heeft eiseres tien keer gereageerd. In de tien maanden vóór haar aanvraag heeft eiseres dus slechts één keer per maand gereageerd. De rechtbank is het met verweerder eens dat eiseres hiermee onvoldoende heeft gereageerd op voor haar geschikte en passende woningen. Van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is geen sprake. Het gaat niet om een grensgeval, maar om een situatie waarin overduidelijk is dat onvoldoende op het woningaanbod is gereageerd.
7.2.
Daarnaast heeft eiseres de zogenoemde spoedzoekregeling op Woningnet niet (telkens) aangezet. Daardoor doet zij niet mee met het wekelijkse lotingsysteem, waarbij iemand ongeacht de inschrijfduur voor een woning in aanmerking kan komen. De rechtbank begrijpt dat het lastig is voor iemand die de Nederlandse taal nog niet goed spreekt en leest. Toch is dat geen reden om te oordelen dat zij minder vaak hoefde te reageren op Woningnet. Eiseres had zelf hulp kunnen en moeten vragen, bijvoorbeeld aan haar partner die wel Nederlands spreekt. Bovendien heeft verweerder eiseres hulp aangeboden, maar daar is zij niet op ingegaan.
7.3.
Wat betreft het standpunt van eiseres in beroep dat zij ‘historisch’ 87 keer heeft gereageerd overweegt de rechtbank dat dit het voorgaande niet anders maakt. Dat eiseres na de datum van het bestreden besluit (wel) vaker heeft gereageerd heeft geen betekenis gelet op de zogenaamde ex tunc toetsing; de rechtbank moet kijken naar het moment van het bestreden besluit. Op dát moment had eiseres nog onvoldoende gereageerd. Ook de omstandigheid dat eiseres heeft gereageerd op het aanbod buiten de regio Gooi en Vechtstreek en bij de woningcorporatie Mooiland, maakt dat niet anders. Verweerder mocht concluderen dat eiseres ten tijde van het bestreden besluit niet voldeed aan de randvoorwaarde als bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de Huisvestingsverordening.
8. Eiseres voert vervolgens aan dat zij voldoende heeft aangetoond dat er geen al dan niet tijdelijke, alternatieven zijn voor haar woonprobleem. Eiseres heeft contact gehad met haar contactpersoon bij woningcorporatie Ymere, maar die heeft het probleem met de woning, als gevolg waarvan zij medische klachten zeggen te hebben, niet kunnen verhelpen. De contactpersoon is ook bij de woning langs geweest. De woning is echter overgenomen door woningcorporatie Gooi en Omstreken, waardoor voor eiseres nu niet duidelijk is bij wie zij haar problemen moet aankaarten. Eiseres is in feite de dupe van een gebrekkige overdracht van de woning tussen de woningcorporaties.
8.1.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij haar probleem met de huidige woning daadwerkelijk bij de woningcorporatie heeft gemeld of dat de woningcorporatie heeft meegedeeld niets te kunnen doen aan het probleem. Volgens verweerder is de woningcorporatie niet bekend met de gezondheidsgerelateerde klachten over de woning. Tegenover deze stelling van verweerder staat geen enkel bewijsmiddel waaruit iets anders blijkt. Dit betekent dat verweerder heeft kunnen concluderen dat eiseres ook niet voldeed aan de randvoorwaarde als bedoeld in artikel 3.2, vierde lid, van de Huisvestingsverordening. De beroepsgrond slaagt niet.
9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiseres ten tijde van het bestreden besluit niet aan de randvoorwaarden voldeed om voor urgentie in aanmerking te komen.Hardheidsclausule
10. Het is vervolgens de vraag of verweerder eiseres op grond van de hardheidsclausule alsnog een urgentieverklaring moest verstrekken. Eiseres vindt dat zij daarvoor in aanmerking komt, gelet op de gezondheidsproblemen die door de woning zijn ontstaan. Dit is ook onderkend door de huisarts volgens eiseres. Haar dochter heeft regelmatig hoestklachten. Daarnaast heeft haar partner medische problemen (complexe stressstoornis als oorlogsveteraan in Syrië) die ook bedreigend zijn voor eiseres en haar kinderen. Eiseres verwijst hiervoor naar de medische stukken.
11. De rechtbank stelt voorop dat zij begrip heeft voor de situatie van eiseres en haar gezin. Toch vindt de rechtbank dat verweerder haar niet op grond van de hardheidsclausule alsnog urgentie had moeten verlenen.
11.1.
Met urgentie krijgt iemand voorrang op andere personen die ook hard op zoek zijn naar een woning. Urgentie is dus de uitzondering op de regel.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
12. De rechtbank doet een dringend beroep op de advocaat van eisers om eiseres aan te melden bij het Sociaal Buurteam om eiseres en haar gezin verder te helpen bij hun woningprobleem. Uit wat eisers hebben verteld komt naar voren dat het hen nog niet altijd lukt om de juiste hulp te vinden en te aanvaarden. De rechtbank hoopt dat eisers gebruik zullen maken van de hulp die hen geboden wordt.
Dictum
De rechtbank
verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voor zover dit is ingesteld door eiser;
verklaart het beroep ongegrond, voor zover dit is ingesteld door eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb bepaalt wie als belanghebbende bij een bestuursrechtelijk besluit kan worden aangemerkt.
Artikel 3.2, tweede en vierde lid, van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2019 (de Huisvestingsverordening).
Artikel 5.2, tweede lid, van de Huisvestingsverordening.