Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-06-07
ECLI:NL:RBMNE:2023:7687
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,462 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10357762 UC EXPL 23-1343 NA/58602
Vonnis van 7 juni 2023
inzake
de besloten vennootschap
NS Reizigers B.V.,
gevestigd in Utrecht,
verder ook te noemen NS,
eisende partij,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen.
tegen:
[gedaagde]
,
wonende in [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9;
- de conclusie van antwoord met één bijlage;
- de conclusie van repliek.
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
Beoordeling
De kern van de zaak
2.1.
De vraag die centraal staat is of [gedaagde] een bedrag van € 124,81 (het restant van de factuur van 26 december 2021) moet betalen aan NS. Dit is het geval. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Wat er feitelijk gebeurd is
2.2.
Op 25 oktober 2021 hebben partijen een abonnementsovereenkomst (NS Flex) gesloten. [gedaagde] heeft gekozen voor het abonnement NS Flex Traject Vrij, bestaande uit het traject Utrecht Centraal - Amsterdam Bijlmer ArenA, voor € 166,90 per maand. Kosten die [gedaagde] maakt bij een andere vervoersaanbieder dan NS, worden reiskosten genoemd en als zodanig in rekening gebracht door NS bij [gedaagde] . [gedaagde] heeft voor het betalen van de abonnements- en reiskosten een machtiging afgegeven aan NS.
2.3.
NS heeft in haar administratie ontdekt dat bedragen onbetaald zijn gebleven door [gedaagde] , omdat automatisch incasseren niet is gelukt. Het gaat om een bedrag van € 242,32. Dat heeft zij in rekening gebracht met de factuur van 26 december 2021 met nummer 430005403985.
2.4.
NS heeft de overeenkomst met [gedaagde] per 1 februari 2022 ontbonden, omdat hij ook na meerdere aanmaningen niet heeft betaald. Hierna heeft NS de abonnementsgelden voor de toen al in rekening gebrachte periode van 1 februari 2022 tot en met 24 februari 2022 gecrediteerd. Dit blijkt uit de factuur van 2 februari 2022 met nummer 430005670526. NS heeft het creditbedrag van € 117,51 verrekend met de eerdergenoemde openstaande factuur. Na verrekening moet [gedaagde] volgens NS nog € 124,81 (€ 242,32 - € 117,51) betalen.
Vorderingen en verweer
2.5.
NS vordert dat [gedaagde] bij vonnis wordt veroordeeld, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling tegen bewijs van kwijting een bedrag van € 164,81, bestaande uit het restant van de factuur van 26 december 2021 en de buitengerechtelijke kosten van € 40,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 124,81 vanaf 8 februari 2023, tot de dag van algehele voldoening. Ook wil NS dat [gedaagde] haar proceskosten betaalt.
2.6.
De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vorderingen. [gedaagde] voert aan dat er geen openstaande vordering is, omdat hij € 280,60 aan NS betaald heeft.
Hoofdsom van € 124,81
2.7.
[gedaagde] moet een bedrag van € 124,81 aan NS betalen, omdat de kantonrechter ervan uitgaat dat [gedaagde] zijn verplichting die voortvloeit uit de abonnementsovereenkomst (betaling van de kosten die daarmee samenhangen) niet is nagekomen. [gedaagde] heeft namelijk geen betaalbewijs overgelegd of op een andere manier aangetoond dat hij een bedrag van € 280,60 aan NS heeft betaald.
2.8.
NS heeft bovendien toegelicht dat als [gedaagde] een bedrag van € 280,60 zou hebben betaald, die betaling betrekking heeft op de factuur met nummer 44000514307. Deze procedure ziet niet op betaling van die factuur.
Wettelijke rente
2.9.
De door NS gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom wordt toegewezen.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
2.10.
[gedaagde] moet daarnaast de gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 40,- betalen. De hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke kosten is in overeenstemming met de tarieven volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en worden geacht redelijk te zijn. Daarnaast heeft NS aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW.
2.11.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NS worden begroot op:
- dagvaarding € 107,99
- griffierecht € 86,00
- salaris gemachtigde € 160,00 (2 punten x tarief € 80,00)
Totaal € 353,99
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan NS tegen bewijs van kwijting te betalen € 164,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 124,81 vanaf 8 februari 2023 tot de dag van algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van NS, tot de uitspraak van dit vonnis vastgesteld op € 353,99, waarvan € 160,- aan salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2023.