Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-21
ECLI:NL:RBMNE:2023:7610
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
959 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/2869 en UTR 23/3112
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , veronderstellenderwijs handelend namens [handelsnaam] , te [plaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat [eiseres] heeft ingediend tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat zij namens die ander gemachtigd is beroep in te stellen. Als iemand beroep instelt namens een rechtspersoon, moeten er ook uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en – indien nodig – statuten worden overlegd, zodat er aangetoond wordt dat de persoon die de machtiging heeft ondertekend ook bevoegd is om de machtiging namens de rechtspersoon te ondertekenen.
3. Het beroepschrift is ingediend door [eiseres] . Zij vermeldt daarin dat zij de gemachtigde is van [handelsnaam] . [eiseres] heeft bij het beroepschrift alleen een machtiging zonder naam van een persoon overlegd en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zij heeft geen kopie van de statuten overlegd. De rechtbank heeft [eiseres] bij brief van 20 juli 2023 verzocht om binnen vier weken alsnog een machtiging waarop de naam van de ondertekenaar in blokletters vermeld staat en een kopie van de statuten in te dienen. Bij brief van 7 augustus 2023 heeft [eiseres] verzocht haar uitstel te verlenen. Dit uitstel is toegekend. Bij brief van 18 oktober 2023 heeft [eiseres] een machtiging overlegd welke is ondertekend door [A] (penningmeester) en [B] (voorzitter). Er is geen kopie van de statuten overlegd.
4. Volgens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn er vijf bestuurders – waaronder [A] en [B] . Zij zijn allen gezamenlijk bevoegd waarbij verwezen wordt naar de statuten. Omdat de statuten ontbreken kan de rechtbank niet controleren of de machtiging door voldoende bestuurders is ondertekend. Uit de overlegde machtiging en het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt niet dat [eiseres] bevoegd is namens [handelsnaam] beroep in te stellen. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)