Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-10-25
ECLI:NL:RBMNE:2023:7598
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
679 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4858-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2023 op het verzet van
[opposant] , te [woonplaats] , opposant.
Procesverloop
Opposant heeft op 14 oktober 2022 beroep ingediend.
In de uitspraak van 31 juli 2023 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2023. Opposant is niet verschenen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 31 juli 2023 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2023 in stand kan blijven. Zo ja, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo nee, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2023 niet juist omdat het geen civiele zaak is. De problemen met de zorgverzekeringen/ het CAK zijn begonnen tijdens een rechtelijke machtiging. De rechtspraak is volgens opposant verantwoordelijk.
4. De rechtbank is het niet eens met opposant. Opposant geeft aan een vordering te hebben op het CAK vanwege dubbel betaalde zorgverzekeringspremies.
Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een bestuursrechtelijk besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een brief van – in dit geval het CAK – waarin wordt medegedeeld dat men niet over gaat tot een (terug)betaling, is geen besluit in de zin van de Awb. Het is geen publiekrechtelijke rechtshandeling, er verandert namelijk niets aan de rechten of plichten van opposant.
5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2023 in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.