Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-08-10
ECLI:NL:RBMNE:2023:7596
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,058 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/5094
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 20 december 2021, waarmee zijn bezwaar tegen de naheffingsaanslag parkeerbelastingen ongegrond is verklaard.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De naheffingsaanslag parkeerbelastingen is aan eiser opgelegd in verband met het parkeren van zijn voertuig met kenteken [kenteken] op een parkeerplaats aan de Wagenstraat in de gemeente Woerden op 17 december 2021.
3. Op grond van artikel 231, tweede lid, onder b, van de Gemeentewet is de heffingsambtenaar bevoegd om gemeentelijke belastingen, zoals parkeerbelasting, te heffen. Het college van burgemeester en wethouders wijst de heffingsambtenaar aan.
4. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak op bezwaar is gedaan namens de heffingsambtenaar van Coöperatie ParkeerService U.A., door een medewerker team Parkeerrechten van Coöperatie ParkeerService U.A. en dat er geen naam van de medewerker of handtekening onder de uitspraak op bezwaar staat. Verweerder heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat de heffingsambtenaar de directeur van de Coöperatie ParkeerService U.A. mandaat heeft verleend voor de afhandeling van het beroepschrift en de vertegenwoordiging tijdens de beroepsprocedure in het kader van naheffingsaanslagen parkeerbelasting.
5. De rechtbank is van oordeel dat ook deze uitspraak op bezwaar onbevoegd is genomen.
Het besluit is genomen namens de heffingsambtenaar van de Coöperatie ParkeerService U.A. door een onbekende medewerker. Uit het overlegde mandaatregister blijkt niet dat een functionaris van Coöperatie ParkeerService U.A. is aangewezen als heffingsambtenaar. De rechtbank is ook niet ambtshalve bekend met een ten tijde van het doen van de uitspraak op bezwaar geldend aanwijzingsbesluit waaruit dat blijkt.
6. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb) en de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd.
7. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. Het nieuw te nemen besluit is in ieder geval bevoegd genomen als het door een door het college van burgemeester en wethouders als heffingsambtenaar voor parkeerbelastingen aangewezen persoon is genomen. De rechtbank geeft verweerder een termijn van zes weken om opnieuw op het bezwaar te beslissen.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser betalen.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2023.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.