Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-08-01
ECLI:NL:RBMNE:2023:7593
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
896 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/567-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2023 op het verzet van
[opposante] , te [woonplaats] , opposante,
(gemachtigde: mr. A. Yüksel).
Procesverloop
Opposante heeft beroep ingediend tegen het niet op tijd nemen van beslissing met betrekking tot de integrale beoordeling door de Belastingdienst/Toeslagen.
In de uitspraak van 10 mei 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om opposante op een zitting te horen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 10 mei 2023 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van de rechtbank van 10 mei 2023 in stand kan blijven. Zo ja, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo nee, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 10 mei 2023 niet juist omdat zij nooit een nota voor het griffierecht heeft ontvangen. Op de Track & Trace van PostNL staat dat zij de nota op 13 februari 2023 zou hebben ontvangen, maar toen was er helemaal niemand op kantoor op het tijdstip waarop er getekend zou zijn voor de ontvangst. De handtekening die op de Track & Trace staat is ook niet van een medewerker van het kantoor van gemachtigde van opposante. Daarnaast heeft gemachtigde van opposante meerdere beroepszaken tegen het niet tijdig beslissen bij de rechtbank ingediend en heeft zij nooit problemen ondervonden met betrekking tot het griffierecht. De foutieve werkwijze door PostNL kan en mag niet voor rekening van opposante komen.
4. De rechtbank is het eens met opposante. De recente problemen omtrent de bezorging van aangetekende post door PostNL in combinatie met de door opposante verstrekte onderbouwing zorgen ervoor dat de rechtbank er niet zeker van kan zijn dat de nota daadwerkelijk bezorgd is zoals vermeld op de Track & Trace van PostNL.
5. Dit betekent dat het verzet gegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 10 mei 2023 vervalt. Het vervallen van de eerdere uitspraak betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal voortzetten. Opposante krijgt over de verdere behandeling nog bericht.
6. De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen in de door opposante gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50.
Dictum
De rechtbank
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen in de proceskosten van opposante van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.