Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-12-18
ECLI:NL:RBMNE:2023:7207
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,962 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] .
ingeschreven in de Basisregistratie op het adres:
[adres] , [plaats 1] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het vonnis van deze rechtbank van 22 december 2015 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 6 januari 2016;
Dictum
het Pro Justitia-rapport van 20 september 2023, opgemaakt door I. Maksimović, psychiater;
het Pro Justitia-rapport van 20 september 2023, opgemaakt door dr. W.F. van Kordelaar, klinisch psycholoog;
het verlengingsadvies van de [instelling] van 6 november 2023, opgemaakt door [A] , psychiater, directeur patiëntenzorg en [B] , behandelcoördinator en GZ-psycholoog, om de tbs te verlengen met één jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene, over de periode 1 juli 2021 tot en met 13 november 2023;
de vordering van de officier van justitie van 30 november 2023, die strekt tot verlenging van de tbs met één jaar.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 18 december 2023 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer;
- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. A. Sprey, advocaat te Amsterdam;
- de aan de [inrichting] (hierna: de inrichting) verbonden deskundige, [B] .
3Het standpunt van de inrichting
Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als matig tot hoog.
Het advies luidt de tbs met dwangverpleging te verlengen met één jaar.
4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen
De deskundigen concluderen dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis.
Zij achten het recidiverisico matig.
Het advies luidt de tbs met dwangverpleging te verlengen met één jaar.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting zijn vordering strekkende tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met één jaar gehandhaafd.
6Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Maximering – kan de tbs worden verlengd?
Betrokkene is bij vonnis van 22 december 2015 veroordeeld voor doodslag. De rechtbank heeft bij het opleggen van de tbs overwogen dat de maatregel niet is gemaximeerd. Omdat de tbs ongemaximeerd is opgelegd, kan die worden verlengd als daarvoor gronden bestaan.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportages blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene.
De inrichting concludeert dat verdachte lijdt aan een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening.
De psycholoog geeft aan dat de aangetroffen stoornissen wat verschillend kunnen worden geclassificeerd, maar sluit zich aan bij de door de inrichting gediagnosticeerde stoornis met toevoeging van ‘waarschijnlijk op basis van niet aangeboren hersenletsel op 6-jarige leeftijd’.
De psychiater komt tot de vaststelling van niet aangeboren hersenletsel wat gevolg heeft op het cognitief functioneren, de persoonlijkheid en draagkracht van betrokkene. Bij betrokkene is daarnaast sprake van psychotische kwetsbaarheid, waarschijnlijk verbonden aan niet aangeboren hersenletsel.
De rechtbank stelt vast dat overeenstemming bestaat over de hoofddiagnose en dat de verschillende classificaties niet van doorslaggevende betekenis zijn voor de vraag of sprake is van een stoornis op grond waarvan de tbs kan worden verlengd.
Het recidivegevaar wordt door zowel de inrichting als de niet aan de inrichting verbonden deskundigen bij beëindiging van de maatregel als matig-hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de adviezen en de rapportages van de deskundigen te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het advies van de inrichting en de niet aan de inrichting verbonden deskundigen en hetgeen verder ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs eist. De rechtbank is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Betrokkene is in januari 2023 overgegaan van de [instelling] naar de [inrichting] in [plaats 2] . Deze overgang is goed verlopen. Betrokkene functioneert zelfstandig, neemt verantwoordelijkheid voor het nakomen van de afspraken en is medicatietrouw. De kwetsbaarheid van betrokkene is echter permanent en betrokkene zou die kwetsbaarheid, zonder het kader van de maatregel, kunnen onderschatten. Betrokkene heeft een hoge mate van zelfcontrole, heeft de neiging tot vermijding en is moeilijk te lezen. Er is tijd nodig om betrokkene goed te leren kennen. Daarom is het van belang om geleidelijk toe te werken naar het einde van de tbs.
In de komende periode zal betrokkene de overstap maken naar een regionale instelling voor beschermd wonen (RIBW). De aanvraag voor transmuraal verlof is inmiddels gedaan. Een RIBW lijkt een passende woonvoorziening, omdat betrokkene daarbinnen veel zelfstandigheid kan krijgen, terwijl er ook een hoge mate aan hulpverlening beschikbaar is, indien nodig. Betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat hij hiervoor op intake is geweest en dat er waarschijnlijk over 4 maanden een plek voor hem beschikbaar zal zijn. Er zal proefverlof worden aangevraagd zodra betrokkene bij een RIBW is geplaatst, hij zich daar op zijn plek voelt en het contact met de reclassering goed verloopt. De deskundigen achten het niet ondenkbaar dat over een jaar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wordt geadviseerd.
De rechtbank is, op grond van hetgeen hiervoor is weergegeven, van oordeel dat de maatregel één jaar verlengd dient te worden
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mrs. G.A. Bos en H.J. van Woudenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2023.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.