Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-12-22
ECLI:NL:RBMNE:2023:6874
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Proceskostenveroordeling
1,293 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2203 en 23/2204
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. J.R. Staarthof).
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak op dit verzoek van eiser.
2. Eiser heeft bij de rechtbank beroepen ingesteld tegen de beslissingen op bezwaar van 9 maart 2023. In de eerste beslissing op bezwaar heeft het Uwv het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit van 13 december 2022 ongegrond verklaard. In het primaire besluit van 13 december 2022 heeft het Uwv medegedeeld dat eiseres per 1 juli 2022 niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Deze zaak is geregistreerd onder zaaknummer UTR 23/2203.
3. In de tweede beslissing op bezwaar heeft het Uwv het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit van 28 februari 2022 ongegrond verklaard. In het primaire besluit van 28 februari 2022 heeft het Uwv medegedeeld dat eiser per 24 november 2021 niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Deze zaak is geregistreerd onder zaaknummer UTR 23/2204.
4. Met het besluit van 11 september 2023 heeft het Uwv de beslissingen op bezwaar van 9 maart 2023 gewijzigd en alsnog met ingang van 24 november 2021 aan eiser een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) toegekend.
5. Eiser heeft hierna de beroepen ingetrokken en de rechtbank verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en voor de ingeschakelde deskundige. Met de brieven van 20 september 2023 en 27 november 2023 heeft het Uwv de rechtbank laten weten dat hij zich kan vinden in vergoeding van de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) ten aanzien van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verder heeft het Uwv laten weten niet akkoord te gaan met het verzoek om vergoeding van de kosten voor een deskundige, omdat het expertiserapport niet in de procedure is ingebracht en omdat de WIAuitkering is toegekend op arbeidskundige gronden.
Overwegingen
6. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
7. Naar het oordeel van de rechtbank is het Uwv met het besluit van 11 september 2023 volledig tegemoet gekomen aan het beroep van eiser. Met dit besluit heeft het Uwv immers alsnog per 24 november 2021 een WIA-uitkering aan eiser toegekend. Dit betekent dat het verzoek van eiser om vergoeding van het Uwv in de proceskosten wordt toegewezen.
8. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (2 punten voor het indienen van twee beroepschriften, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). De kosten voor een deskundigenrapport komen niet voor vergoeding in aanmerking. Van een door eiser in beroep ingebracht rapport van een deskundige is namelijk geen sprake geweest.
9. Voor het door eiser betaalde griffierecht geldt dat deze kosten op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb in beide zaken door het Uwv moeten worden vergoed. Eiser moet zich voor de vergoeding van deze kosten daarom rechtstreeks tot het Uwv wenden.
Dictum
De rechtbank
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht € 50,- in beide zaken aan eiser te vergoeden, aldus in totaal een bedrag van € 100,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C.G. van Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.