Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-30
ECLI:NL:RBMNE:2023:6785
Civiel recht
Verschoning
1,203 tokens
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
mr. B.G.W.P. Heijne,
kantonrechter,
(verder: verzoeker).
Procesverloop
1.1.
De meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken (verder:
verschoningskamer) heeft op 30 november 2023 het verzoek tot verschoning van
verzoeker ontvangen in de zaak met zaaknummer 10749143 MC 23-6093.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.
1.2.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 30 november 2023 de beslissing uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere uitwerking en is op 8 december 2023 opgemaakt.
2Het verschoningsverzoek
2.1.
Verzoeker heeft het volgende ten grondslag gelegd aan zijn verschoningsverzoek.
Op 1 december 2023 staat de mondelinge behandeling gepland in de civiele kantonzaak van de heer [A] tegen [B] (10749143 MC 23-6093). De zaak is aan verzoeker toegewezen. Bij de voorbereiding van de zaak heeft verzoeker ontdekt dat [A] bestuurder is geweest van [onderneming] B.V. Voordat verzoeker rechter werd, was hij werkzaam als advocaat en faillissementscurator van onder meer [onderneming] B.V. Verzoeker heeft in die hoedanigheid bij de afwikkeling van het faillissement veel van doen gehad met [A] . Om enige schijn van partijdigheid te voorkomen, acht de rechter het nodig zich te verschonen.
Beoordeling
3.1.
Artikel 40 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden. Rechtzoekenden moeten immers vertrouwen kunnen stellen in het rechterlijk apparaat. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
3.4.
Naar het oordeel van de verschoningskamer kan de door verzoeker aangevoerde redenen voor zijn verzoek niet worden aangemerkt als een uitzonderlijke omstandigheid als bedoeld in overweging 3.2. Evenmin is sprake van een uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid als bedoeld in overweging 3.3. Het enkele feit dat verzoeker (meer dan) vijf jaar geleden (verzoeker is sinds april 2018 rechter) curator is geweest in het faillissement van een onderneming waarin één van partijen in de hoofdzaak bestuurder is geweest, levert geen zwaarwegende aanwijzing op dat er sprake is van (gerechtvaardigde vrees) voor vooringenomenheid.
3.5.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de verschoningskamer het verzoek tot verschoning ongegrond verklaren.
Dictum
De verschoningskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot verschoning ongegrond;
4.2.
draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de betrokken partijen in de hoofdzaak, aan de teamvoorzitter van het team, waarin verzoeker werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mrs. D. Wachter en C.P. Lunter als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. C.N. Aalders, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023.
de griffier de voorzitter
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.