Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-12-15
ECLI:NL:RBMNE:2023:6727
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
963 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5883
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 december 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] (verzoeker) en [verzoekster] (verzoekster), zonder vaste woon- of verblijfplaats, verzoekers
(gemachtigde: mr. G.A.S. Maduro),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeente] .
Inleiding
Verzoekers willen maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de gemeente Almere krijgen. Zij hebben zich daarom op 13 november 2023 bij het college gemeld. Verzoekers verbleven daarvoor in de gemeente Rotterdam, maar de gemeente Rotterdam kon verzoekers niet meer met de opvang helpen. Verder hebben verzoekers in de winteropvang van de gemeente [plaats] verbleven.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter zonder behandeling op zitting uitspraak doen, onder meer als het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
Beoordeling
3. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
4. In de wet staat dat de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening alleen in behandeling kan nemen als er ook een bezwaar- of beroepsprocedure loopt tegen een besluit van een bestuursorgaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
5. Verzoekers hebben bij hun verzoek om een voorlopige voorziening een e-mail van hun begeleidster mevrouw [A] van 29 november 2023 overgelegd, waarin mevrouw [A] het college verzoekt de ‘weigering beschikking’ naar haar toe te sturen. In het verzoekschrift geven verzoekers aan dat deze e-mail het besluit is waarop hun verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft. De voorzieningenrechter oordeelt dat de e-mail van mevrouw [A] geen besluit is. Dit is immers geen schriftelijke op rechtsgevolg gerichte beslissing afkomstig van een bestuursorgaan.
6. De voorzieningenrechter heeft verzoekers op 1 december 2023 een brief gestuurd en verzocht om alsnog het besluit waarop het verzoek betrekking heeft toe te sturen. De gemachtigde van verzoekers heeft met de brief van 8 december 2023 aangegeven dat hij geen besluit kan verstrekken. Omdat er (nog) geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is, stond het rechtsmiddel van bezwaar nog niet open en kunnen verzoekers geen (connex) verzoek om een voorlopige voorziening doen. Dit betekent dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. De voorzieningenrechter kan het verzoek daarom niet inhoudelijk behandelen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb
Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb