ECLI:NL:RBMNE:2023:6693
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
afdeling Toezicht
locatie Lelystad
zaaknummer: 10629156 MT VERZ 23-4236
BM nummer: [BM nummer]
Beschikking d.d. 30 november 2023
Op verzoek van:
[verzoeker] , vennoot van [onderneming] V.O.F,
correspondentieadres: Postbus [nummeraanduiding 1] ,
[postcode 1] [vestigingsplaats 1] ,
hierna te noemen: [verzoeker] .
Inzake de onderbewindstelling van:
[A] ,
wonende te [postcode 2] [woonplaats] , [adres] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
hierna te noemen: rechthebbende,
tegen
Bewindvoering ’t Gooi B.V.,
correspondentieadres: Postbus 14 ,
1270 AA Huizen ,
hierna te noemen: ’t Gooi .
1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
het verzoekschrift met bijlagen, ingediend door [verzoeker] , ter griffie ingekomen op 25 juli 2023;
het verweerschrift met bijlagen, ingediend door ’t Gooi , ter griffie ingekomen op 18 augustus 2023.
1.2. Op 30 oktober 2023 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling is de heer [verzoeker] verschenen. Namens ’t Gooi is de heer [B] verschenen. Rechthebbende is niet verschenen.
2.1. Bij beschikking van de kantonrechter te Almere d.d. 31 mei 2022 is het vermogen van rechthebbende onder bewind gesteld met benoeming van ’t Gooi als bewindvoerder.
2.2. Bij diverse beschikkingen van de kantonrechter in de maanden maart en april 2023 is ’t Gooi met onmiddellijke ingang ambtshalve ontslagen in alle dossiers waarin de B.V. op dat moment als bewindvoerder was benoemd. ’t Gooi is in dat kader bij beschikking van 22 maart 2023, ook als bewindvoerder van rechthebbende ontslagen, met gelijktijdige benoeming van [verzoeker] als opvolgend bewindvoerder.
3 Het verzoek
3.1. In het door [verzoeker] ingediende verzoek stelt hij dat rechthebbende schade heeft geleden doordat ’t Gooi in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten. Rechthebbende heeft hierdoor schade geleden. De schade bedraagt in totaal € 16.028,24. Deze schade bestaat uit verschillende onderdelen. Volgens [verzoeker] komt de schade onder meer voort uit het ambtshalve ontslag van ’t Gooi . De kantonrechter heeft ’t Gooi bij beschikking d.d. 22 maart 2023 ambtshalve ontslagen wegens fraude in meerdere cliëntendossiers. Rechthebbende werd door het ambtshalve ontslag van zijn bewindvoerder geconfronteerd met de kosten voor de aanvangswerkzaamheden van de opvolgende bewindvoerder. Rechthebbende mocht erop vertrouwen dat zijn bewindvoerder zou voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en de kwaliteitseisen. Tevens mocht rechthebbende erop vertrouwen dat zijn bewindvoerder op een integere wijze zijn beroep zou uitoefenen. ’t Gooi heeft hier niet aan voldaan en daarom is er sprake van een toerekenbare tekortkoming van ’t Gooi . De aanvangskosten dienen voor rekening van ’t Gooi te komen.
3.2. Voorts stelt [verzoeker] dat rechthebbende schade heeft geleden omdat ’t Gooi te veel beloning bij rechthebbende in rekening zou hebben gebracht. Bij beschikking van de kantonrechter te Lelystad van 4 augustus 2022 heeft de kantonrechter een afwijkende jaarbeloning vastgesteld vanwege de omvang van de werkzaamheden die door de bewindvoerder moesten worden uitgevoerd. [verzoeker] stelt niet te kunnen vaststellen welke werkzaamheden ’t Gooi heeft uitgevoerd, waardoor ’t Gooi enkel gerechtigd was het forfaitaire bedrag in rekening te mogen brengen. De overige in rekening gebrachte beloning is derhalve aan te merken als door rechthebbende geleden schade, aldus [verzoeker] .
3.3. Tot slot stelt [verzoeker] dat hij extra werkzaamheden heeft moeten uitvoeren als gevolg van het ontslag van ’t Gooi en de overname van het dossier. Deze werkzaamheden waren niet nodig geweest als ’t Gooi zich als een goed bewindvoerder had gedragen. De extra werkzaamheden bestonden onder meer uit het doen van aangifte tegen de heer [B] en/of ’t Gooi .
4 Het verweer
4.1. 't Gooi heeft verweer gevoerd tegen de stellingen van [verzoeker] . ’t Gooi stelt niet onrechtmatig te hebben gehandeld jegens rechthebbende. ’t Gooi stelt dat zij, omdat de kantonrechter haar ambtshalve als bewindvoerder heeft ontslagen, niet in de gelegenheid is gesteld om schadebeperkend te handelen. ’t Gooi kan niet op voorhand aansprakelijk worden gesteld voor schade waar zij geen invloed op had.
4.2. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft ’t Gooi in haar verweerschrift uit een gezet welke werkzaamheden zij als bewindvoerder heeft verricht. Tevens heeft ’t Gooi een afschrift van haar urenregistratie overgelegd. ’t Gooi concludeert hieruit dat er een grondslag bestond voor het in rekening brengen van de afwijkende jaarbeloning. ’t Gooi betwist dan ook dat rechthebbende schade heeft geleden.
5.1. In artikel 1:444 van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) is bepaald dat een bewindvoerder jegens de rechthebbende aansprakelijk is, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekort schiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Op grond van artikel 1:362 BW, dat ingevolge artikel 1:445 lid 5 BW van overeenkomstige toepassing is bij bewind, kan de kantonrechter op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve de schade vaststellen, die de rechthebbende door slecht bewind van de ontslagen bewindvoerder heeft geleden, en hem tot vergoeding daarvan veroordelen.
5.2. De rechtbank moet derhalve beoordelen of ’t Gooi als voormalige bewindvoerder van rechthebbende in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten en of die tekortkoming aan ’t Gooi kan worden toegerekend. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of rechthebbende hierdoor schade heeft geleden.
5.3. Vast staat dat de kantonrechter ’t Gooi op 22 maart 2023 met onmiddellijke ingang ambtshalve heeft ontslagen als bewindvoerder van rechthebbende. De rechtbank heeft in haar hoedanigheid van toezichthouder in enkele dossiers van ’t Gooi onregelmatigheden aangetroffen, die dermate ernstig van aard waren dat de kantonrechter tot onmiddellijk ontslag van ’t Gooi in al haar zaken is overgegaan.
Aanvangswerkzaamheden
5.4. [verzoeker] stelt dat rechthebbende schade heeft geleden omdat rechthebbende een bedrag van € 1.275,34 aan aanvangskosten heeft moeten voldoen die niet nodig waren geweest als ’t Gooi niet was ontslagen. ’t Gooi stelt op haar beurt dat zij, door het onmiddellijke ontslag in al haar zaken, de aanvangskosten niet heeft kunnen voorkomen. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.
5.5. Eén van de belangrijkste kernwaarden waaraan een bewindvoerder dient te voldoen is betrouwbaarheid. Het is immers de bewindvoerder die het beheer voert over het vermogen van rechthebbende, omdat rechthebbende hier niet meer toe in staat moet worden geacht. Rechthebbende moet er daarom op kunnen vertrouwen dat de bewindvoerder bij al zijn handelingen de wettelijke norm van artikel 1:444 Burgerlijk Wetboek in acht neemt. Nu ’t Gooi is ontslagen omdat er onregelmatigheden zijn aangetroffen in diverse andere dossiers die bij haar in behandeling waren, staat vast dat ‘t Gooi de wettelijke norm van artikel 1:444 Burgerlijk Wetboek heeft geschonden. Het is aan het handelen van ’t Gooi te wijten dat zij is ontslagen in alle dossiers waarin zij op dat moment als bewindvoerder was benoemd. De aanvangskosten van de nieuwe bewindvoerder, die voortvloeien uit dit ontslag, kunnen niet bij rechthebbende in rekening worden gebracht. Het is aan ’t Gooi om de gevolgen van haar ontslag te dragen en de aanvangskosten van € 1.275,34 aan rechthebbende te vergoeden. De stelling van ’t Gooi dat zij niet schadebeperkend heeft kunnen optreden, volgt de rechtbank niet nu het ontslag van ’t Gooi een direct gevolg is van haar handelen, danwel het handelen van haar bestuurder.
Beloning
5.6. [verzoeker] stelt dat ’t Gooi te veel beloning bij rechthebbende in rekening heeft gebracht. ’t Gooi betwist deze stelling en heeft de door haar verrichte werkzaamheden in het verweerschrift en middels een tijdsregistratie onderbouwd.
5.7. Naar aanleiding van de (alsnog) door ’t Gooi in het geding gebrachte tijdsregistratie heeft [verzoeker] zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de extra uren daarmee voldoende zijn verantwoord door ’t Gooi . Partijen zijn het erover eens dat slechts 10/12 deel van de extra beloning in rekening kon worden gebracht. Volgens [verzoeker] heeft ’t Gooi dan € 2.405,-- te veel aan beloning bij rechthebbende in rekening gebracht. Nu ’t Gooi dat niet heeft betwist zal de rechtbank dit schadebedrag van € 2.405,-- toewijzen.
Extra werkzaamheden
5.8. [verzoeker] stelt voorts dat rechthebbende schade heeft geleden, omdat hij na het ontslag van ’t Gooi extra werkzaamheden heeft moeten verrichten. Deze werkzaamheden bestonden onder meer uit het doen van aangifte tegen ’t Gooi wegens het onder zich houden van een contant bedrag van € 5.000,-- toebehorend aan rechthebbende en opvallende pinopnames die van een tweede leefgeldrekening werden gepind waar rechthebbende geen toegang toe had. Daarnaast stelt [verzoeker] extra werkzaamheden te hebben verricht wegens het onderzoeken van het dossier op mogelijke litigieuze transacties en het voorbereiden en opstellen van de aansprakelijkheidsstelling.
5.9. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ’t Gooi niet betwist dat [verzoeker] als opvolgend bewindvoerder extra werkzaamheden heeft verricht. Desgevraagd heeft ’t Gooi verklaard bereid te zijn de door [verzoeker] verzochte 10 uren ten behoeve van de extra verrichte werkzaamheden ad € 883,30 aan rechthebbende te vergoeden. Nu ’t Gooi zich bereid heeft verklaard dit bedrag aan rechthebbende te vergoeden, zal de rechtbank het voormelde bedrag als door rechthebbende geleden schade toewijzen.
5.10. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat ’t Gooi in de zorg van een goed bewindvoerder te kort is geschoten, welke tekortkoming aan ’t Gooi kan worden toegerekend. Door de toerekenbare tekortkoming van ’t Gooi heeft rechthebbende schade geleden ten bedrage van € 1.275,34 aan aanvangskosten, € 2.405,-- aan te veel in rekening gebrachte beloning en € 883,30 aan extra werkzaamheden door de opvolgende bewindvoerder. ’t Gooi dient derhalve een bedrag van € 4.563,64 aan rechthebbende te vergoeden.
De rechtbank:
- stelt vast dat Bewindvoering ’t Gooi B.V. is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder in het bewind van [A] ;
- stelt vast dat [A] schade heeft geleden voor een bedrag van € 4.563,64;
- veroordeelt Bewindvoering ’t Gooi B.V. om aan [A] te betalen voormeld bedrag van € 4.563,64 binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.G. van de Streek, mr. A.M. Crouwel, mr. P.J. Elferink kantonrechters, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.