Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-10-17
ECLI:NL:RBMNE:2023:6499
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
1,335 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/3828 en UTR 23/3829
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 oktober 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
de burgemeester van Amersfoort
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter over het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep van verzoeker tegen brief van 21 augustus 2023 waarbij aan verzoeker een gebouw- en contactverbod is opgelegd tot 21 augustus 2024.
2. Verzoeker heeft bij brief van 22 augustus 2023 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling
3. Op grond van artikel 8:83 , derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze situatie zich voordoet.
5. Verzoeker is bij de brief van 21 augustus 2023 de toegang tot het gebouw aan [adres] in [woonplaats] ontzegd, en ook tot alle andere gebouwen van de gemeente Amersfoort voor de duur van een jaar. Ook krijgt verzoeker voor de periode van een jaar een direct contactverbod. Dit betekent dat verzoeker de gemeente niet mag bellen. Hij mag wel mailen naar [e-mailadres] . De burgemeester bekijkt vervolgens op welke wijze hij op deze mail reageren. Verzoeker mag wel mailen naar het hem bekende adres van zijn klantmanager. Over lopende procedures wordt verzoeker zo nodig separaat geïnformeerd.
6. Verzoeker is het hier niet eens en heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de bestuursrechter. Ook heeft hij een beroepschrift ingediend. Verzoeker wil opheffing van het gebouw- en gebiedsverbod gedurende de beroepsprocedure.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de brief van 21 augustus 2023 geen bestuursrechtelijk besluit is waartegen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter open staat. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar de uitspraak van 10 juni 2014 van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) waarin in een vergelijkbare zaak het volgende is overwogen:
“Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of het college bij schrijven van 9 februari 2012 in het kader van een publiekrechtelijke bevoegdheid appellant de toegang tot [locatie] heeft ontzegd.…. Het college is naar aanleiding van het als onacceptabel aangemerkte gedrag van appellant in [locatie] tot de conclusie gekomen dat voldoende grond bestaat om hem…voorlopig niet toe te laten tot dit pand. … Het beheren door het college van een aan hem behorend of toevertrouwd pand kan niet worden aangemerkt als een aan het college als bestuursorgaan opgedragen publiekrechtelijke taak.”.
8. Ook in de zaak van verzoeker is voor de weigering om verzoeker toe laten tot [locatie] en de overige gebouwen van de gemeente geen publiekrechtelijke grondslag aan te wijzen. Dat geldt hetzelfde voor het opgelegde contactverbod. Dit maakt dat er geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb en dat het dus ook niet mogelijk is om bezwaar te maken en beroep in te dienen bij de bestuursrechter.
9. Omdat de brief van 21 augustus 2023 niet berust op de uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid en als gevolg daarvan geen bestuursrechtelijk rechtsgevolg kan hebben, is de bestuursrechter niet bevoegd en de bestuursrechtelijke voorzieningenrechter ook niet. Indien verzoeker van mening is dat verweerder onzorgvuldig dan wel onrechtmatig handelt jegens hem door de toegang tot de gemeentelijke gebouwen te ontzeggen en het beperken van zijn contactmogelijkheid met de gemeente door het toewijzen van een emailadres dan kan hij zich tot de Nationale Ombudsman of tot de civiele rechter wenden.
Conclusie
10. De voorzieningenrechter komt niet tot een inhoudelijke beslissing omdat hij in de connex ingediende beroepszaak onbevoegd is van het geschil kennis te nemen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter
verklaart zich onbevoegd om van het ingediende beroep en verzoek kennis te nemen en hierop te beslissen;
indien verzoeker dit wenst, kan hij een vordering tegen de brief bij de burgerlijke rechter instellen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
ECLI:NL:CRVB:2014:1967
vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State van 21 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:975)