Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-22
ECLI:NL:RBMNE:2023:6451
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,954 tokens
Dictum
op de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in de zaak tegen:
[veroordeelde]
Geboren op [geboortedatum 1] 1979 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek),
Thans vertrokken onbekend waarheen.
(hierna: veroordeelde).
1
Procesverloop
Bij onherroepelijk geworden arrest van het hof van beroep te Antwerpen, België, van 19 december 2013 is de veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5110 dagen. Daarnaast is de veroordeelde bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem van 21 maart 2011 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
Op grond van het besluit van het Openbaar Ministerie van 6 oktober 2022 is veroordeelde op 18 november 2022 voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 1404 dagen. Gelet op artikel 6:2:11 vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering (OUD) gelden daarbij de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit ende volgende bijzondere voorwaarden
– verkort weergegeven –:
Meldplicht bij de reclassering;
drugs- en alcoholverbod en onderzoeksplicht;
behandeling door een deskundige of zorginstelling – ambulante behandeling;
meewerken en inspannen voor het verkrijgen en het behouden van woonruimte en structurele en zinvolle dagbesteding;
tonen van een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de bijzondere voorwaarden.
Op 8 november 2022 zijn, gelet op artikel 6:2:11 zevende lid van het Wetboek van Strafvordering (OUD), de voorwaarden gewijzigd in die zin dat de bijzondere voorwaarde, bestaande uit een contactverbod met [A] (geboren op [geboortedatum 2] -1986) en [B] (geboren op [geboortedatum 2] -1986), is toegevoegd.
De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 13 oktober 2023 strekt ertoe dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde herroept voor de volledige periode van 1404 dagen, omdat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd niet heeft gehouden aan de voorwaarden die aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn verbonden. Veroordeelde heeft zich volgens de vordering schuldig gemaakt aan de overtreding van de bijzondere voorwaarden. Hij heeft zich sinds begin augustus 2023 onttrokken aan het reclasseringstoezicht. Vanaf 7 augustus 2023 is veroordeelde niet meer fysiek bij de reclassering geweest, waardoor ook geen urinecontroles (UC’s) konden worden afgenomen. Veroordeelde heeft zich in augustus tweemaal ziek gemeld voor een meldplichtafspraak en verscheen vanaf half september helemaal niet meer op meldplichtafspraken. Vanaf dat moment was hij ook niet meer bereikbaar voor de reclassering. Begin oktober heeft veroordeelde via WhatsApp aan de reclassering laten weten dat hij in Spanje verblijft en dat hij niet meer zal meewerken aan het v.i.-toezicht. Daarnaast heeft betrokkene in februari 2023 zijn alcoholverbod overtreden. Hiervoor heeft hij een officiële waarschuwing ontvangen.
Op 13 oktober 2023 heeft de officier van justitie de aanhouding van veroordeelde bevolen. Veroordeelde is echter niet aangehouden, maar staat gesignaleerd.
Het strafrestant bedraagt ten tijde van het geven van deze beslissing 1404 dagen gevangenisstraf.
Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in zijn vordering, nu de vordering op 13 oktober 2023 is ontvangen op de griffie van de rechtbank en de grond bevat waarop zij berust.
2Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 8 november 2023. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. A.M.V.C. Fellinger;
- de raadsman van veroordeelde, mr. A.S. Sewgobind, advocaat te Eindhoven;
- mevrouw M. Heuten, reclasseringswerker.
De rechtbank stelt vast dat de oproeping van veroordeelde voor de genoemde terechtzitting op de bij wet voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden, maar dat veroordeelde niet ter terechtzitting is verschenen.
3De rapportage en toelichting daarop
Uit het advies van mevrouw M. Heuten, reclasseringswerker van Reclassering Nederland van 12 oktober 2023 is gebleken dat veroordeelde zijn voorwaarden heeft overtreden. Naast een positieve UC, periodes waarin veroordeelde niet bereikbaar was en twee gemiste meldplichtafspraken, heeft veroordeelde op 5 oktober 2023 laten weten dat hij in Spanje is en zich heeft uitgeschreven in Nederland. De reclassering kan de risico’s momenteel niet inschatten, maar vindt het zorgelijk dat de houding en het gedrag van veroordeelde ten opzichte van het toezicht zijn veranderd. Het vertrek naar Spanje roept, in combinatie met zijn delictverleden, vragen op bij de reclassering. Nieuw delictgedrag kan door de reclassering niet worden uitgesloten. De reclassering ziet door de huidige houding van veroordeelde ten aanzien van de bijzondere voorwaarden geen mogelijkheden meer voor gedragsverandering en risicobeperking. Om die reden adviseert de reclassering om de aanhouding van betrokkene te bevelen en schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling te vorderen.
Mevrouw M. Heuten is ter terechtzitting als deskundige gehoord en blijft bij het advies dat zij heeft gegeven in de rapportage van 12 oktober 2023.
4De standpunten
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de voorwaarden te belastend zijn, gelet op de positieve ontwikkelingen die veroordeelde doormaakt. Naast de meldplicht heeft veroordeelde geen bijzondere voorwaarden overtreden.
Beoordeling
De rechtbank overweegt dat de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel of gedeeltelijk kan worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd.
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat veroordeelde zich nu al een paar maanden heeft onttrokken aan het reclasseringstoezicht en dat er sindsdien geen urinecontroles konden worden afgenomen bij veroordeelde. Daarmee heeft veroordeelde de bijzondere voorwaarden die zijn gesteld aan de voorwaardelijke invrijheidstelling overtreden. Bovendien ziet de reclassering geen mogelijkheden voor gedragsverandering en risicobeperking, waardoor momenteel geen kader bestaat voor een voorwaardelijke invrijheidstelling.
De rechtbank is van oordeel dat er – gelet op het voorgaande – reden is om de vordering toe te wijzen.
De vordering wordt daarom toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe;
- gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten voor de duur van 1404 dagen.
Deze beslissing is genomen door mr. A.J. Reitsma, voorzitter, mrs. O. Böhmer en H.C. Piet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E.J. van de Mortel als griffier en uitgesproken ter openbaar terechtzitting van deze rechtbank van 22 november 2023.
Dictum
op de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in de zaak tegen:
[veroordeelde]
Geboren op [geboortedatum 1] 1979 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek),
Thans vertrokken onbekend waarheen.
(hierna: veroordeelde).
1
Procesverloop
Bij onherroepelijk geworden arrest van het hof van beroep te Antwerpen, België, van 19 december 2013 is de veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5110 dagen. Daarnaast is de veroordeelde bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem van 21 maart 2011 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
Op grond van het besluit van het Openbaar Ministerie van 6 oktober 2022 is veroordeelde op 18 november 2022 voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 1404 dagen. Gelet op artikel 6:2:11 vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering (OUD) gelden daarbij de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit ende volgende bijzondere voorwaarden
– verkort weergegeven –:
Meldplicht bij de reclassering;
drugs- en alcoholverbod en onderzoeksplicht;
behandeling door een deskundige of zorginstelling – ambulante behandeling;
meewerken en inspannen voor het verkrijgen en het behouden van woonruimte en structurele en zinvolle dagbesteding;
tonen van een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de bijzondere voorwaarden.
Op 8 november 2022 zijn, gelet op artikel 6:2:11 zevende lid van het Wetboek van Strafvordering (OUD), de voorwaarden gewijzigd in die zin dat de bijzondere voorwaarde, bestaande uit een contactverbod met [A] (geboren op [geboortedatum 2] -1986) en [B] (geboren op [geboortedatum 2] -1986), is toegevoegd.
De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 13 oktober 2023 strekt ertoe dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde herroept voor de volledige periode van 1404 dagen, omdat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd niet heeft gehouden aan de voorwaarden die aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn verbonden. Veroordeelde heeft zich volgens de vordering schuldig gemaakt aan de overtreding van de bijzondere voorwaarden. Hij heeft zich sinds begin augustus 2023 onttrokken aan het reclasseringstoezicht. Vanaf 7 augustus 2023 is veroordeelde niet meer fysiek bij de reclassering geweest, waardoor ook geen urinecontroles (UC’s) konden worden afgenomen. Veroordeelde heeft zich in augustus tweemaal ziek gemeld voor een meldplichtafspraak en verscheen vanaf half september helemaal niet meer op meldplichtafspraken. Vanaf dat moment was hij ook niet meer bereikbaar voor de reclassering. Begin oktober heeft veroordeelde via WhatsApp aan de reclassering laten weten dat hij in Spanje verblijft en dat hij niet meer zal meewerken aan het v.i.-toezicht. Daarnaast heeft betrokkene in februari 2023 zijn alcoholverbod overtreden. Hiervoor heeft hij een officiële waarschuwing ontvangen.
Op 13 oktober 2023 heeft de officier van justitie de aanhouding van veroordeelde bevolen. Veroordeelde is echter niet aangehouden, maar staat gesignaleerd.
Het strafrestant bedraagt ten tijde van het geven van deze beslissing 1404 dagen gevangenisstraf.
Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in zijn vordering, nu de vordering op 13 oktober 2023 is ontvangen op de griffie van de rechtbank en de grond bevat waarop zij berust.
2Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 8 november 2023. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. A.M.V.C. Fellinger;
- de raadsman van veroordeelde, mr. A.S. Sewgobind, advocaat te Eindhoven;
- mevrouw M. Heuten, reclasseringswerker.
De rechtbank stelt vast dat de oproeping van veroordeelde voor de genoemde terechtzitting op de bij wet voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden, maar dat veroordeelde niet ter terechtzitting is verschenen.
3De rapportage en toelichting daarop
Uit het advies van mevrouw M. Heuten, reclasseringswerker van Reclassering Nederland van 12 oktober 2023 is gebleken dat veroordeelde zijn voorwaarden heeft overtreden. Naast een positieve UC, periodes waarin veroordeelde niet bereikbaar was en twee gemiste meldplichtafspraken, heeft veroordeelde op 5 oktober 2023 laten weten dat hij in Spanje is en zich heeft uitgeschreven in Nederland. De reclassering kan de risico’s momenteel niet inschatten, maar vindt het zorgelijk dat de houding en het gedrag van veroordeelde ten opzichte van het toezicht zijn veranderd. Het vertrek naar Spanje roept, in combinatie met zijn delictverleden, vragen op bij de reclassering. Nieuw delictgedrag kan door de reclassering niet worden uitgesloten. De reclassering ziet door de huidige houding van veroordeelde ten aanzien van de bijzondere voorwaarden geen mogelijkheden meer voor gedragsverandering en risicobeperking. Om die reden adviseert de reclassering om de aanhouding van betrokkene te bevelen en schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling te vorderen.
Mevrouw M. Heuten is ter terechtzitting als deskundige gehoord en blijft bij het advies dat zij heeft gegeven in de rapportage van 12 oktober 2023.
4De standpunten
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de voorwaarden te belastend zijn, gelet op de positieve ontwikkelingen die veroordeelde doormaakt. Naast de meldplicht heeft veroordeelde geen bijzondere voorwaarden overtreden.
Beoordeling
De rechtbank overweegt dat de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel of gedeeltelijk kan worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd.
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat veroordeelde zich nu al een paar maanden heeft onttrokken aan het reclasseringstoezicht en dat er sindsdien geen urinecontroles konden worden afgenomen bij veroordeelde. Daarmee heeft veroordeelde de bijzondere voorwaarden die zijn gesteld aan de voorwaardelijke invrijheidstelling overtreden. Bovendien ziet de reclassering geen mogelijkheden voor gedragsverandering en risicobeperking, waardoor momenteel geen kader bestaat voor een voorwaardelijke invrijheidstelling.
De rechtbank is van oordeel dat er – gelet op het voorgaande – reden is om de vordering toe te wijzen.
De vordering wordt daarom toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe;
- gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten voor de duur van 1404 dagen.
Deze beslissing is genomen door mr. A.J. Reitsma, voorzitter, mrs. O. Böhmer en H.C. Piet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E.J. van de Mortel als griffier en uitgesproken ter openbaar terechtzitting van deze rechtbank van 22 november 2023.