Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-20
ECLI:NL:RBMNE:2023:6286
Bestuursrecht
Wraking
1,000 tokens
Dictum
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 565862 / HA RK 23-224 – RECTIFICATIE
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).
Procesverloop
1.1.
Verzoeker heeft op 17 november 2023 per e-mail een verzoek tot wraking ingediend van de rechter in de procedure met zaaknummer UTR 23/1897 (hierna: de hoofdzaak). Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. O. Veldman als behandelend rechter (hierna: de rechter).
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter vooringenomen is omdat de uitspraak in de hoofdzaak buitensporig lang op zich laat wachten en dat de rechter de zaak willens en wetens frustreert door geen uitspraak te doen. Ook schrijft verzoeker dat hij zijn gronden verder zal aandragen zodra hij een zaaknummer heeft. Vervolgens heeft verzoeker op 19 november 2023 aanvullende gronden ingediend.
Beoordeling
3.1.
Artikel 8:15 Awb bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het tweede lid van artikel 8:16 Awb bepaalt dat het verzoek schriftelijk geschiedt en gemotiveerd is. In het derde lid van artikel 8:16 Awb is bepaald dat alle feiten of omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen.
3.2.
De wrakingskamer overweegt als volgt. De enkele omstandigheid dat verzoeker in zijn visie (te) lang moet wachten totdat de rechter uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, levert geen grond voor wraking op. Hieruit volgt namelijk niet zonder meer dat sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoeker heeft zijn stelling, dat de rechter de zaak willens en wetens frustreert, niet nader onderbouwd. Het voorgaande betekent dat het verzoek tot wraking niet is gemotiveerd. Dat verzoeker heeft aangekondigd dat hij zijn gronden later verder zal aandragen en dit ook heeft gedaan op 19 november 2023, maakt het voorgaande niet anders. Verzoeker moest namelijk alle feiten en omstandigheden tegelijk voordragen.
3.4.
Het wrakingsverzoek is niet gemotiveerd. Op grond hiervan kan, overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 4.2 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
Dictum
De wrakingskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer UTR 23/1897 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter en mr. J.P. Killian en mr. R.C. Stijnen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.