Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-09-14
ECLI:NL:RBMNE:2023:5117
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
917 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4472
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 september 2023 in de zaak tussen
Velpro B.V., uit [vestigingsplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M.A.E. Ceelen),
en
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(gemachtigde: mr. J.P. Stokkers).
Inleiding
1. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 7 september 2023 (zaaknummer 23/2768) beslist dat de minister mag bevelen dat de werkzaamheden van verzoekster voor een maand worden stilgelegd. Deze uitspraak is dezelfde dag aan partijen verzonden.
2. De inspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft op 13 september 2023 mondeling aan verzoekster laten weten dat haar bedrijf op vrijdag 15 september 2023 om 7.00 uur wordt stilgelegd.
3. Verzoekster heeft vervolgens op 13 september 2023 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen door aan haar nog een redelijke termijn te gunnen om twee lopende projecten te kunnen overdragen voordat haar bedrijf wordt stilgelegd. Zij stelt dat de twee projecten op vrijdagmiddag en uiterlijk volgende week woensdag zijn afgerond.
3.1.
De minister heeft in reactie op het verzoek op 14 september 2023 bericht dat het bevel tot stillegging ingaat binnen één week na de uitspraakdatum, dat deze datum duidelijk naar verzoekster is gecommuniceerd en dat hij geen aanleiding ziet om die datum verder op te schorten. Hij stelt ook dat in die procedure al is aangegeven dat het bevel tot stillegging één week na de uitspaak zou worden geëffectueerd, als de uitkomst voor verzoekster negatief zou zijn.
Beoordeling
4. Gelet op de aanwezige spoed doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder het houden van een zitting.
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
6. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster de twee projecten al eerder dit jaar had aangenomen en dat zij de werkzaamheden feitelijk is gestart op 11 september j.l. en op 12 september j.l en dus pas na de uitspraak op de voorlopige voorziening. Dit betekent dat verzoekster al bij de start van de werkzaamheden wist dat haar bedrijf op 15 september 2023 zou worden stilgelegd. Onder deze omstandigheden bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan verzoekster nog een nadere termijn te gunnen om de werkzaamheden over te dragen. Verzoekster heeft hiermee bewust een risico genomen en de gevolgen hiervan dienen voor haar rekening te blijven.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de minister aan verzoekster mag bevelen dat zij op vrijdag 15 september 2023 om 7.00 uur haar werkzaamheden stillegt. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.