Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-09-27
ECLI:NL:RBMNE:2023:5098
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
5,464 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4656
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 september 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. H. Giard)
en
de burgemeester van de gemeente Zeist
(gemachtigden: mr. H.A. Bijkerk en mr. R.E. Helder).
Inleiding
1. Verzoekster en haar twee kinderen van 6 en 9 jaar oud woonden tot 15 september 2023 in een woning aan de [adres] te [woonplaats] (de woning). De Stichting Woongoed […] is eigenaar van de woning.
1.1.
Op 15 september 2023 heeft de politie de woning doorzocht en daarbij in de berging in de hal circa 200 kilo cocaïne aangetroffen. De ex-man van verzoekster, die weliswaar op haar adres in de basisregistratie personen (brp) staat ingeschreven, woont niet meer in de woning. Hij beschikt wel over een sleutel van de woning en over een sleutel van de berging. Hij is naar aanleiding van de vondst in voorlopige hechtenis genomen. De burgemeester heeft de woning vervolgens diezelfde dag om 20:10 uur voor de duur van vier weken gesloten, tot en met 13 oktober 2023 om 21:00 uur.
1.2.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen waarmee zij wil bereiken dat zij in afwachting van de behandeling van haar bezwaar weer met haar kinderen in de woning kan wonen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 september 2023 op de zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester en [A] , adviseur veiligheid bij de gemeente.
Beoordeling
Is er spoedeisend belang?
2. De zaak is spoedeisend. Het zal nog even duren totdat de burgemeester op het bezwaar van verzoekster beslist, terwijl verzoekster de komende weken niet in haar woning mag verblijven en aangewezen is op onderdak bij iemand anders.
Hoe beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek?
3. De voorzieningenrechter bekijkt of het nodig is om het besluit van burgemeester te schorsen in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter geeft daarvoor een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift. Daarnaast weegt hij de belangen van verzoekster en haar kinderen en van de burgemeester bij een schorsing. Daarbij geldt dat hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van het besluit om de woning te sluiten, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen van verzoekster bij het schorsen daarvan. De beoordeling door de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure niet.
Is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
4. De hoeveelheid drugs die in de woning is gevonden, moet worden aangemerkt als een handelshoeveelheid. De burgemeester heeft dan op grond van artikel 13b van de Opiumwet de bevoegdheid om de woning te sluiten. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat de burgemeester in dit geval niet van de mogelijkheid tot sluiting gebruik heeft mogen maken, omdat sluiting niet evenredig is. De sluiting is namelijk niet noodzakelijk en het besluit is ook niet evenwichtig.
Is de sluiting noodzakelijk?
5. Verzoekster vindt sluiting niet noodzakelijk. De drugs zijn in beslag genomen en haar ex-man is in voorlopige hechtenis genomen. Daarmee is de ernstige situatie in de woning beëindigd. Er is geen vrees voor herhaling, want de ex-man van verzoekster is niet meer welkom in de woning. Verzoekster heeft geen signalen ontvangen dat de woning werd gebruikt voor de opslag van of de handel in drugs. De buren hebben ook geen melding gemaakt van enige vorm van overlast. Een directe sluiting van de woning, zonder verzoekster de kans te geven om daarop te reageren, was volgens haar dus helemaal niet nodig. Verzoekster wist van niks en de burgemeester had daar rekening mee moeten houden door een lichtere maatregel te nemen, zoals bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom aan de ex-man van verzoekster om herhaling in de toekomst te voorkomen.
6. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester sluiting van de woning noodzakelijk mocht vinden. De burgemeester heeft aan de sluiting ten grondslag kunnen leggen dat de hoeveelheid aangetroffen drugs aannemelijk maakt dat de woning een centrale rol speelt in de georganiseerde handel in harddrugs. Handel in verdovende middelen is een ernstige aantasting van de openbare orde, waarmee het woon- en leefklimaat ernstig wordt ondermijnd. Het feit dat de woning in een woonwijk staat versterkt de aantasting van de openbare orde. Het is bekend dat een pand waar zoveel drugs worden bewaard, een grote aantrekkingskracht heeft op criminelen en mogelijk doelwit kan zijn van gewelddadige deals. Dit leidt volgens de burgemeester tot onaanvaardbare risico’s voor de directe leefomgeving en maakt dat hij onmiddellijk moest ingrijpen. De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester hiermee in voldoende mate heeft toegelicht waarom hij direct ingrijpen noodzakelijk vindt.
7. Dat er geen overlast door bijvoorbeeld de buren is gemeld, is geen indicatie dat het met de handel in drugs wel meeviel. De aanwezigheid van zo’n grote hoeveelheid drugs vraagt namelijk om een netwerk en er zullen dus mensen binnen het criminele circuit zijn die hier weet van hebben. Zij zouden tot actie kunnen overgaan waarbij de woning het doelwit is, zoals de burgemeester vreest. Een geweldsincident bij de woning kan andere buurtbewoners treffen en de burgemeester heeft dat bij zijn besluit tot sluiting mogen betrekken. Dat de burgemeester de bestuurlijke rapportage van de politie niet heeft afgewacht, maar direct tot ingrijpen is overgegaan, vindt de voorzieningenrechterechter gelet op de ernst van de aangetroffen situatie niet onzorgvuldig.
8. Ook heeft de burgemeester de situatie zo ernstig mogen vinden, dat hij niet heeft gekozen voor een lichter middel. Daarmee zou hij namelijk niet kunnen waarborgen dat er zich geen geweldsincidenten bij de woning zullen voordoen.
Is het besluit evenwichtig?
9. Verzoekster vindt dat de gevolgen van de sluiting niet evenredig zijn ten opzichte van het doel daarvan. Zij heeft gezegd dat zij geen weet had van de aanwezigheid van de drugs in de woning. Haar ex-man, die vroeger in de transportsector werkte, heeft de drugs in kratten in de woning geplaatst. Verzoekster weet niet hoe dat is gebeurd. De ex-man had als enige de sleutel van de deur waarachter de kratten met cocaïne zijn gevonden. Verzoekster had geen enkele aanleiding te vermoeden dat haar ex-man drugs in haar woning verstopte en daarmee haar en haar twee kinderen in gevaar heeft gebracht. Zij heeft geen zienswijze mogen geven op de voorgenomen sluiting en is uit eigen beweging naar haar zus gegaan om daar voor de komende periode te logeren. De situatie daar is echter niet ideaal. Er is met verzoekster niet over de sluiting gesproken en haar belangen zijn ook niet bij de besluitvorming betrokken. Verzoekster wordt geraakt in haar woonrecht als bedoeld in artikel 8 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Zij stelt zich op het standpunt dat het besluit tot sluiting niet beantwoordt aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit en moet worden teruggedraaid.
10. De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester in zijn besluit van 15 september 2023 de belangen van verzoekster niet kenbaar heeft betrokken. Hij heeft alleen vastgesteld dat een directe sluiting van de woning gelet op de ernst van de situatie noodzakelijk was. Hij heeft zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van de sluiting voor de bewoners van de woning.
11. Ook al is een sluiting van een woning noodzakelijk, dan nog moet de burgemeester wel zorgvuldig handelen en alle relevante belangen bij zijn besluit betrekken. Dat is hier niet gedaan. De burgemeester heeft dat ook erkend. Hij heeft op de zitting bevestigd dat er niet is gecontroleerd in de brp wie er op het adres staan ingeschreven en dus de feitelijke gevolgen moeten dragen van de sluiting. Verzoekster is als gevolg daarvan ook niet in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over de sluiting in te dienen. De burgemeester heeft gezegd dat hij de zienswijze van verzoekster niet kon afwachten en direct moest ingrijpen, maar daarin geeft de voorzieningenrechter hem geen gelijk. Uit het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar van 15 september 2023 blijkt dat zij zich omstreeks 16:40 uur bij de woning bevond en dat de woning die avond pas om 20:10 uur is gesloten. De burgemeester had verzoekster in de tussenliggende uren kunnen vragen wat zij van de sluiting vond. Hij had haar daarvoor geen lange termijn hoeven geven, een kort gesprek had ook volstaan. Ook is niet gebleken dat de burgemeester zich ervan heeft vergewist dat verzoekster en haar twee minderjarige kinderen onderdak hadden vanaf het moment van sluiting van de woning. De burgemeester heeft hiermee niet zorgvuldig gehandeld en het primaire besluit is daarmee niet rechtmatig genomen, want in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
12. De vraag is wat hiervan het gevolg moet zijn. Als de burgemeester wél met verzoekster had gesproken over de sluiting, dan had zij hem kunnen vertellen dat zij zelf niets van de drugshandel wist, dat zij tijdelijk onderdak heeft gevonden bij haar zus en dat zij graag met haar kinderen terug wil keren naar de woning. Die omstandigheden had de burgemeester dan bij zijn besluit moeten betrekken.
13.
Conclusie
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning tot en met 13 oktober 2023 om 21:00 uur gesloten blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 september 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4656
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 september 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. H. Giard)
en
de burgemeester van de gemeente Zeist
(gemachtigden: mr. H.A. Bijkerk en mr. R.E. Helder).
Inleiding
1. Verzoekster en haar twee kinderen van 6 en 9 jaar oud woonden tot 15 september 2023 in een woning aan de [adres] te [woonplaats] (de woning). De Stichting Woongoed […] is eigenaar van de woning.
1.1.
Op 15 september 2023 heeft de politie de woning doorzocht en daarbij in de berging in de hal circa 200 kilo cocaïne aangetroffen. De ex-man van verzoekster, die weliswaar op haar adres in de basisregistratie personen (brp) staat ingeschreven, woont niet meer in de woning. Hij beschikt wel over een sleutel van de woning en over een sleutel van de berging. Hij is naar aanleiding van de vondst in voorlopige hechtenis genomen. De burgemeester heeft de woning vervolgens diezelfde dag om 20:10 uur voor de duur van vier weken gesloten, tot en met 13 oktober 2023 om 21:00 uur.
1.2.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen waarmee zij wil bereiken dat zij in afwachting van de behandeling van haar bezwaar weer met haar kinderen in de woning kan wonen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 september 2023 op de zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester en [A] , adviseur veiligheid bij de gemeente.
Beoordeling
Is er spoedeisend belang?
2. De zaak is spoedeisend. Het zal nog even duren totdat de burgemeester op het bezwaar van verzoekster beslist, terwijl verzoekster de komende weken niet in haar woning mag verblijven en aangewezen is op onderdak bij iemand anders.
Hoe beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek?
3. De voorzieningenrechter bekijkt of het nodig is om het besluit van burgemeester te schorsen in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter geeft daarvoor een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift. Daarnaast weegt hij de belangen van verzoekster en haar kinderen en van de burgemeester bij een schorsing. Daarbij geldt dat hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van het besluit om de woning te sluiten, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen van verzoekster bij het schorsen daarvan. De beoordeling door de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure niet.
Is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
4. De hoeveelheid drugs die in de woning is gevonden, moet worden aangemerkt als een handelshoeveelheid. De burgemeester heeft dan op grond van artikel 13b van de Opiumwet de bevoegdheid om de woning te sluiten. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat de burgemeester in dit geval niet van de mogelijkheid tot sluiting gebruik heeft mogen maken, omdat sluiting niet evenredig is. De sluiting is namelijk niet noodzakelijk en het besluit is ook niet evenwichtig.
Is de sluiting noodzakelijk?
5. Verzoekster vindt sluiting niet noodzakelijk. De drugs zijn in beslag genomen en haar ex-man is in voorlopige hechtenis genomen. Daarmee is de ernstige situatie in de woning beëindigd. Er is geen vrees voor herhaling, want de ex-man van verzoekster is niet meer welkom in de woning. Verzoekster heeft geen signalen ontvangen dat de woning werd gebruikt voor de opslag van of de handel in drugs. De buren hebben ook geen melding gemaakt van enige vorm van overlast. Een directe sluiting van de woning, zonder verzoekster de kans te geven om daarop te reageren, was volgens haar dus helemaal niet nodig. Verzoekster wist van niks en de burgemeester had daar rekening mee moeten houden door een lichtere maatregel te nemen, zoals bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom aan de ex-man van verzoekster om herhaling in de toekomst te voorkomen.
6. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester sluiting van de woning noodzakelijk mocht vinden. De burgemeester heeft aan de sluiting ten grondslag kunnen leggen dat de hoeveelheid aangetroffen drugs aannemelijk maakt dat de woning een centrale rol speelt in de georganiseerde handel in harddrugs. Handel in verdovende middelen is een ernstige aantasting van de openbare orde, waarmee het woon- en leefklimaat ernstig wordt ondermijnd. Het feit dat de woning in een woonwijk staat versterkt de aantasting van de openbare orde. Het is bekend dat een pand waar zoveel drugs worden bewaard, een grote aantrekkingskracht heeft op criminelen en mogelijk doelwit kan zijn van gewelddadige deals. Dit leidt volgens de burgemeester tot onaanvaardbare risico’s voor de directe leefomgeving en maakt dat hij onmiddellijk moest ingrijpen. De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester hiermee in voldoende mate heeft toegelicht waarom hij direct ingrijpen noodzakelijk vindt.
7. Dat er geen overlast door bijvoorbeeld de buren is gemeld, is geen indicatie dat het met de handel in drugs wel meeviel. De aanwezigheid van zo’n grote hoeveelheid drugs vraagt namelijk om een netwerk en er zullen dus mensen binnen het criminele circuit zijn die hier weet van hebben. Zij zouden tot actie kunnen overgaan waarbij de woning het doelwit is, zoals de burgemeester vreest. Een geweldsincident bij de woning kan andere buurtbewoners treffen en de burgemeester heeft dat bij zijn besluit tot sluiting mogen betrekken. Dat de burgemeester de bestuurlijke rapportage van de politie niet heeft afgewacht, maar direct tot ingrijpen is overgegaan, vindt de voorzieningenrechterechter gelet op de ernst van de aangetroffen situatie niet onzorgvuldig.
8. Ook heeft de burgemeester de situatie zo ernstig mogen vinden, dat hij niet heeft gekozen voor een lichter middel. Daarmee zou hij namelijk niet kunnen waarborgen dat er zich geen geweldsincidenten bij de woning zullen voordoen.
Is het besluit evenwichtig?
9. Verzoekster vindt dat de gevolgen van de sluiting niet evenredig zijn ten opzichte van het doel daarvan. Zij heeft gezegd dat zij geen weet had van de aanwezigheid van de drugs in de woning. Haar ex-man, die vroeger in de transportsector werkte, heeft de drugs in kratten in de woning geplaatst. Verzoekster weet niet hoe dat is gebeurd. De ex-man had als enige de sleutel van de deur waarachter de kratten met cocaïne zijn gevonden. Verzoekster had geen enkele aanleiding te vermoeden dat haar ex-man drugs in haar woning verstopte en daarmee haar en haar twee kinderen in gevaar heeft gebracht. Zij heeft geen zienswijze mogen geven op de voorgenomen sluiting en is uit eigen beweging naar haar zus gegaan om daar voor de komende periode te logeren. De situatie daar is echter niet ideaal. Er is met verzoekster niet over de sluiting gesproken en haar belangen zijn ook niet bij de besluitvorming betrokken. Verzoekster wordt geraakt in haar woonrecht als bedoeld in artikel 8 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Zij stelt zich op het standpunt dat het besluit tot sluiting niet beantwoordt aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit en moet worden teruggedraaid.
10. De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester in zijn besluit van 15 september 2023 de belangen van verzoekster niet kenbaar heeft betrokken. Hij heeft alleen vastgesteld dat een directe sluiting van de woning gelet op de ernst van de situatie noodzakelijk was. Hij heeft zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van de sluiting voor de bewoners van de woning.
11. Ook al is een sluiting van een woning noodzakelijk, dan nog moet de burgemeester wel zorgvuldig handelen en alle relevante belangen bij zijn besluit betrekken. Dat is hier niet gedaan. De burgemeester heeft dat ook erkend. Hij heeft op de zitting bevestigd dat er niet is gecontroleerd in de brp wie er op het adres staan ingeschreven en dus de feitelijke gevolgen moeten dragen van de sluiting. Verzoekster is als gevolg daarvan ook niet in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over de sluiting in te dienen. De burgemeester heeft gezegd dat hij de zienswijze van verzoekster niet kon afwachten en direct moest ingrijpen, maar daarin geeft de voorzieningenrechter hem geen gelijk. Uit het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar van 15 september 2023 blijkt dat zij zich omstreeks 16:40 uur bij de woning bevond en dat de woning die avond pas om 20:10 uur is gesloten. De burgemeester had verzoekster in de tussenliggende uren kunnen vragen wat zij van de sluiting vond. Hij had haar daarvoor geen lange termijn hoeven geven, een kort gesprek had ook volstaan. Ook is niet gebleken dat de burgemeester zich ervan heeft vergewist dat verzoekster en haar twee minderjarige kinderen onderdak hadden vanaf het moment van sluiting van de woning. De burgemeester heeft hiermee niet zorgvuldig gehandeld en het primaire besluit is daarmee niet rechtmatig genomen, want in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
12. De vraag is wat hiervan het gevolg moet zijn. Als de burgemeester wél met verzoekster had gesproken over de sluiting, dan had zij hem kunnen vertellen dat zij zelf niets van de drugshandel wist, dat zij tijdelijk onderdak heeft gevonden bij haar zus en dat zij graag met haar kinderen terug wil keren naar de woning. Die omstandigheden had de burgemeester dan bij zijn besluit moeten betrekken.
13.
Conclusie
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning tot en met 13 oktober 2023 om 21:00 uur gesloten blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 september 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.