Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-09-27
ECLI:NL:RBMNE:2023:5070
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
962 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/094667-20 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 27 september 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte]
,
geboren op [2000] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte.
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is ex artikel 279 Wetboek van Strafvordering (Sv) op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 september 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M.M. Rademaker en van hetgeen de raadsvrouw van verdachte, mr. F. Tosun, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt erop neer dat verdachte:
in de periode van 1 juli 2019 tot en met 2 augustus 2019 in Almere met een of meer anderen opzettelijk bankbiljetten van € 50,-, €20,- en €10,- heeft nagemaakt en/of vervalst.
3VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4VRIJSPRAAK
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
4.3
Beoordeling
Uit dactyloscopisch onderzoek blijkt dat er vingerafdrukken van onder meer verdachte zijn aangetroffen op valse bankbiljetten die bij medeverdachte [medeverdachte 1] zijn aangetroffen. Voorts wordt het paspoort van verdachte aangetroffen bij een doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] , de persoon die door medeverdachte [medeverdachte 1] wordt aangewezen als de eigenaar van de valse bankbiljetten. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze omstandigheden echter niet zonder meer leiden tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervalsen of namaken van bankbiljetten in de ten laste gelegde periode. Gelet hierop acht de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij verdachte hiervan vrijspreken.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, voorzitter, mrs. M.C. Danel en G.T. Fahner, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R.V. Joerawan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 september 2023.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 2 augustus 2019 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer bankbiljetten van vijftig Euro en/of twintig Euro en/of tien Euro heeft nagemaakt en/of heeft vervalst, (telkens) met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven.