Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-06-08
ECLI:NL:RBMNE:2023:5069
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,397 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/557246 / JL RK 23-372
Datum uitspraak: 8 juni 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
locatie Utrecht, hierna te noemen de Raad,
betreffende
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
locatie Almere, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI).
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de Raad van 24 mei 2023, ingekomen bij de griffie op 24 mei 2023.
Op 6 juni 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn: - [minderjarige] , die apart is gehoord; - mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de Raad; - mevrouw [C] en de heer [D] namens de GI.
De moeder en de vader zijn niet ter zitting verschenen.
Feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij [verblijfplaats] in [plaats] .
Het verzoek
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden.
Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van twaalf maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
Tijdens de zitting blijkt dat er onduidelijkheid is ontstaan over het intrekken van de zaak door de Raad. In aanloop naar de zitting heeft de GI de zaak in het kader van een Proeftuin van de gemeente [woonplaats 2] voorbereid en geconcludeerd dat de zorgen over [minderjarige] mogelijk nog in het vrijwillig kader binnen de Proeftuin zouden kunnen worden opgepakt. Dit is besproken met alle partijen en er is geconcludeerd tot intrekking van het verzoek door de Raad. De Raad heeft dit telefonisch aan de rechtbank doorgegeven, maar is hier dezelfde dag op terug gekomen. Het verzoek is niet meer schriftelijk ingetrokken en op de zitting handhaaft de Raad het verzoek.
De kinderrechter betreurt de gang van zaken en de onduidelijkheid die is ontstaan over een zo ingrijpend verzoek. De ouders en [minderjarige] hebben te horen gekregen dat het verzoek zou zijn ingetrokken. Niet duidelijk is of zij voorafgaand aan de zitting zijn geïnformeerd over het toch doorzetten van het verzoek door de Raad. De kinderrechter zal het verzoek aanhouden, zodat de Raad zich kan beraden of zij het verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] handhaaft. De Raad kan dan ook de ouders en [minderjarige] uitleggen wat er is gebeurd, vooral nu ouders achter het traject bij de Proeftuin staan. De Raad moet de rechtbank binnen 14 dagen laten weten wat het besluit over het verzoek is. Als de Raad vasthoudt aan het verzoek, zal er een nieuwe zitting moeten worden gepland om de ouders te horen en ook [minderjarige] opnieuw, als ze dat wil.
Dictum
De rechtbank:
houdt het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] aan;
bepaalt dat de Raad de rechtbank binnen veertien dagen informeert of zij haar verzoek handhaaft;
bepaalt dat, indien de Raad haar verzoek handhaaft, er opnieuw een zitting wordt bepaald, tegen welke zitting de Raad, de GI, de ouders en [minderjarige] dienen te worden opgeroepen.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2023 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van S. Splinter als griffier, en op schrift gesteld op 13 juni 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.