Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-09-15
ECLI:NL:RBMNE:2023:4714
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
14,747 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.030342.23 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 15 september 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte]
,
geboren op [2003] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: verdachte.
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 september 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F.E. Leeman en van hetgeen mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder , namens verdachte, alsmede mr. E.P.H. van Esser, advocaat te Amsterdam, namens de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt erop neer dat verdachte:
Feit 1: op 31 oktober te Almere, samen met een ander, een vuurwapen (pistool) en een geluiddemper voorhanden heeft gehad.
Feit 2: op 31 oktober te [vestigingsplaats] , samen met een ander, [slachtoffer] en/of de huurders/gebruikers van een bedrijfspand aan de [adres] , heeft bedreigd.
Feit 3: op 31 oktober te [vestigingsplaats] , samen met een ander, een ruit van een bedrijfspand aan de [adres] heeft vernield.
3VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. De raadsman is van oordeel dat het signalement van de andere betrokken persoon zoals dat door medeverdachte [medeverdachte] is gegeven onvoldoende specifiek is om te kunnen stellen dat dit op verdachte ziet. Verder heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de verklaring van verdachte, niet geconcludeerd kan worden dat verdachte op 31 oktober 2022 de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] is geweest. Het feit dat op de aangetroffen handschoenen DNA-sporen van verdachte zijn aangetroffen is eveneens onvoldoende voor een bewezenverklaring.
4.3
Beoordeling
Bewijsmiddelen
Uit de aangifte van [slachtoffer] van 31 oktober 2023 volgt, zakelijk weergegeven:
Ik doe namens Alliantie […] , alwaar ik gerechtigd toe ben, onder meer aangifte van vernieling van de ruit van het pand [adres] te [vestigingsplaats] wat ik van hen huur. In dit pand is gevestigd een kapperszaak genaamd [kapperszaak] waarvan ik de eigenaar ben. Op maandag 31 oktober 2022 omstreeks 03.10 uur werd ik gebeld door de politie welke mij meedeelde dat er zojuist meerdere malen op een ruit van mijn kapperszaak was geschoten waardoor deze beschadigd raakte.
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Op maandag 31 oktober 2022 omstreeks 02:22 uur kregen wij de melding om te gaan naar de [adres] te [vestigingsplaats] . Daar zou een pand beschoten zijn. Er zouden twee jongens zijn weggereden. Wij zagen dat er in het raam acht gaten zaten. Wij zagen dat dit gaten waren van ongeveer 1 centimeter per gat. Wij zagen dat het raam rondom elk gat gebarsten was.
In een proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict ( [adres] [vestigingsplaats] ) is door verbalisant [verbalisant 3] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
In het raam met de folie telde ik acht doorschotopeningen. Bij meting bleek dat de diameter van de doorschotopeningen negen tot tien millimeter betrof. Bij onderzoek op en naast de rijbaan van de [straat] [de rechtbank begrijpt: [straat] ], werd door mij op de rijbaan aan de zijde van de groenstrook een huls aangetroffen. Met gecertificeerde politiespeurhonden werd de rijbaan van de [straat] [de rechtbank begrijpt: [straat] ], en de daarnaast gelegen groenstrook afgezocht. Daarbij werden nog zeven hulzen aangetroffen.
De volgende sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:
Goednummer: PL0900-2022322916-3069427
SIN: AAMT5164NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
Goednummer: PL0900-2022322916-3069429
SIN: AAMT5161NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
Goednummer: PL0900-2022322916-3069431
SIN: AAMT5158NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
Goednummer: PL0900-2022322916-3069433
SIN: AAMT5159NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
Goednummer: PL0900-2022322916-3069434
SIN: AAMT5163NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
Goednummer: PL0900-2022322916-3069435
SIN: AAMT5162NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
Goednummer: PL0900-2022322916-3069436
SIN: AAMT5160NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
Goednummer: PL0900-2022322916-3069438
SIN: AAMT5157NL
Object: Munitie (Mund Huls)
Merk/type: Geco 9 Mm K
In een proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict ( Noorderdreef Almere ) is door verbalisant [verbalisant 4] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
[verbalisant 3] , forensisch onderzoeker politie Midden-Nederland, onderzocht de plaats delict op de [adres] te [vestigingsplaats] . Aldaar was geschoten op een kapsalon. Hij vertelde mij dat er een vuurwapen was aangetroffen nabij tankstation BP de Paal in Almere. Hij verzocht mij het vuurwapen te gaan veiligstellen. Van de hondengeleider kreeg ik de volgende informatie dat:
-in de nabije omgeving op de Paal eerder vannacht een verdachte is aangehouden;
-er op de grond een vuurwapen met demper lag.
Op het gebladerte op de grond lag een zwartkleurig pistool met een geluiddemper op de loop. Ik heb het pistool en patroonmagazijn forensisch veiliggesteld onder SIN:AA0P8812NL en SIN:AA0P8813NL.
Rapporteur B. Jacobs heeft in het NFI-rapport Wapen- en munitieonderzoek van 13 januari 2023 onder meer het volgende gerapporteerd:
Het vergelijkend onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat de acht hulzen [AAMT5157NL t/m -64NL] zijn verschoten met het vuurwapen [AA0P8812NL], type Makarov van het kaliber 9mm Browning Kort. Voor elk van de acht hulzen, kaliber 9mm Browning Kort, en vuurwapen [AA0P8812NL] zijn de volgende hypothesen beschouwd:
Hypothese 1: De huls is verschoten met het vuurwapen.
Hypothese 2: De huls is verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het vuurwapen.
De resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker
wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisant [verbalisant 5] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van de onder dit proces aangetroffen- en in beslag genomen voorwerpen, is door mij, op donderdag 31 augustus 2023, in het kader van de Wet wapens en munitie, een nader onderzoek aan deze voorwerpen ingesteld, waarbij het onderstaande werd bevonden.
1. Goednummers: PL0900-2022322916-3068551 (pistool) en
PL0900-2022322916-3068552 (Patroonmagazijn)
SIN: AAOP8812NL (pistool) en
AAOP8813NL (patroonmagazijn)
Wapen: vuurwapen, pistool
Categorie: III sub I
Bovengenoemd voorwerp is een vuurwapen, pistool kaliber 9mm K (=9x17mm). Het betreft hier van origine een pistool van het merk/model Makarov.
2. Goednummer: PL0900-2022322916-3068551
SIN: AAOP8812NL
Wapen: geluiddemper voor vuurwapens
Categorie: I sub 3
Bovenvermeld voorwerp is een geluiddemper als bedoeld in artikel 2 onder f van de Regeling wapens en munitie. Zijnde een niet in het vuurwapen geïntegreerd, doorgaans aan de loopmond daarvan bevestigd voorwerp, dat bestemd of geschikt is om te bewerkstelligen dat het geluid van het schot wordt gedempt. Deze geluiddemper was niet voorzien van een merk aanduiding en heeft een lengte van ongeveer 20 centimeter en een doorsnede van ongeveer 4 centimeter.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande is voldoende komen vast te staan dat verdachte de bijrijder van de scooter is geweest, en dat het aldus verdachte is geweest die met het vuurwapen acht kogels op het pand van aangeefster [slachtoffer] heeft afgevuurd. Daarmee staat voorts vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met geluiddemper.
Uit de bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , volgt dat tussen hem en verdachte sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat ook het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde medeplegen kan worden bewezen.
5BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
Feit 1:
op 31 oktober 2022 te Almere, tezamen en in vereniging met een ander, een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Makarov, kaliber 9mm K, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en een wapen van categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;
Feit 2:
op 31 oktober 2022 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] en de gebruikers van een bedrijfspand te weten [kapperszaak] , gelegen aan de [adres] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door meermalen met een vuurwapen op voornoemd bedrijfspand te schieten;
Feit 3:
op 31 oktober 2022 te [vestigingsplaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een bedrijfspand gelegen aan de [adres] , die geheel of ten dele aan Alliantie […] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft vernield.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Feit 2:
medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;
Feit 3:
medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8OPLEGGING VAN STRAF
8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de strafeis van de officier van justitie, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, gelet op de LOVS-oriëntatiepunten en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, passend is.
8.3
Beoordeling
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met een geluiddemper. De rechtbank overweegt dat het ongecontroleerde bezit van (vuur)wapens en munitie in zijn algemeenheid al een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt en bovendien de in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid versterkt. In dit geval is het vuurwapen bovendien daadwerkelijk gebruikt. Verdachte heeft zich namelijk samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een zeer ernstige bedreiging door met dat vuurwapen ‘s nachts op een kapsalon te schieten. De kapsalon bevindt zich aan een openbare weg, middenin een woonwijk. Er is niet één keer geschoten, maar het vuurwapen is volledig leeggeschoten. Maar liefst acht kogels zijn er op het bedrijfspand afgevuurd. Het betreft een zeer intimiderende bedreiging, die in potentie tot een levensbedreigende situatie had kunnen leiden. Er mag dan ook van geluk gesproken worden dat tijdens de beschieting niemand in het pand aanwezig was.
Het beschieten van het pand was kennelijk enkel en alleen bedoeld om anderen te intimideren en te bedreigen. Een feit als dit komt vaak voort uit georganiseerde criminaliteit. Het feit dat de medeverdachte heeft verklaard dat hij het schieten vermoedelijk als bewijs moest filmen, doet vermoeden dat dit ook hier het geval is geweest. Verdachte heeft over mogelijke opdrachtgevers niets willen verklaren en heeft dit vermoeden dus niet kunnen weerleggen. Er bestaat geen twijfel dat ook het slachtoffer [slachtoffer] zich door het handelen van verdachte en zijn medeverdachte ernstig bedreigd heeft gevoeld en dat het schietincident een enorme impact heeft gehad op haar leven, zoals zij ook op zitting duidelijk heeft gemaakt. Naast emotionele gevolgen heeft de beschieting ook voor financiële gevolgen gezorgd voor het slachtoffer, zo blijkt uit haar verklaring ter terechtzitting. Zowel werknemers als klanten voelen zich na het schietincident namelijk niet meer veilig in de kapsalon. Daar komt bij dat de beschieting voor omwonenden eveneens een bijzonder nare en bedreigende ervaring moet zijn geweest. Het behoeft geen toelichting dat een beschieting van een pand, middenin een woonwijk, de nodige schrik en gevoelens van angst en onveiligheid in de buurt teweeg heeft gebracht. Dit alles wordt verdachte zwaar aangerekend.
De maatschappij wordt tegenwoordig steeds vaker opgeschrikt door explosies en beschietingen bij woningen en panden. Er moet een einde worden gemaakt aan het gemak waarmee dit soort feiten, gericht op intimidatie, vandaag de dag lijken te worden gepleegd. De rechtbank wil met deze strafoplegging dan ook een duidelijk signaal afgeven aan verdachte en aan de maatschappij dat dit soort vuurwapengeweld streng wordt bestraft.
Het feit dat verdachte in het geheel geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en tot en met het onderzoek ter terechtzitting heeft volgehouden de ten laste gelegde feiten niet te hebben gepleegd, is extra kwalijk.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte kennisgenomen van:
een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 4 juli 2023;
een rapportage van Reclassering Nederland van 14 juli 2023, opgesteld door S. Boiten, reclasseringsmedewerker;
een rapportage van Reclassering Nederland van 14 februari 2023, opgesteld door S.T. van den Berg, reclasseringsmedewerker.
Justitiële documentatie
Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Rapportages van de reclassering
Uit het meest recente reclasseringsrapport blijkt dat het risico op recidive niet kan worden vastgesteld, gelet op de ontkennende houding van verdachte. De reclassering heeft zorgen geuit over het sociaal netwerk waar verdachte zich in begeeft. Er worden verder geen problemen gezien op het gebied van middelengebruik of financiën. De reclassering acht het niet noodzakelijk dat aan verdachte bijzondere voorwaarden worden opgelegd, nu zij vanwege de houding van verdachte geen mogelijkheden zien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zodra hij vrijkomt graag de MBO-opleiding waarmee hij is begonnen wil afmaken. Verdachte heeft ook verklaard dat hij nog thuis woont, en over voldoende financiële middelen beschikt. Verdachte herkent niet wat de reclassering opschrijft over zijn netwerk.
De op te leggen straf
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op straffen die voor soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank overweegt dat er voor bedreiging, vernieling en het voorhanden hebben van een vuurwapen met geluiddemper oriëntatiepunten voor strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) zijn, maar zal deze in dit geval - gelet op de aard en ernst van dit specifieke geval - niet als uitgangspunt nemen. Het zwaartepunt voor de strafoplegging ligt voor de rechtbank bij de bedreiging en het voorhanden hebben van het vuurwapen met geluiddemper in de openbare ruimte.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op wat hiervoor is overwogen over de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, mede vanuit een oogpunt van normbevestiging en generale preventie, het nodig is een gevangenisstraf op te leggen. Met een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak zouden de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde miskend worden. Mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, neemt de rechtbank als uitgangspunt voor de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.
De rechtbank overweegt dat, gelet op de proceshouding van verdachte en de inhoud van het reclasseringsrapport, er geen aanleiding is een deel van die straf voorwaardelijk op te leggen. Bijzondere voorwaarden zijn niet aan de orde en ook overigens is niet gebleken dat met een voorwaardelijk strafdeel enig strafdoel is gediend. De rechtbank legt dan ook aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
9BESLAG
Blijkens een ‘Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen’ van 30 augustus 2023 is beslag gelegd op:
1.
Beoordeling
De rechtbank zal zich onthouden van een beslissing met betrekking tot de onder 1 tot en met 14 omschreven inbeslaggenomen voorwerpen zoals vermeld op de ‘Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen’ van 30 augustus 2023 en het blijkens de kennisgeving van inbeslagname inbeslaggenomen vuurwapen met geluiddemper, aangezien deze voorwerpen onder de medeverdachte in beslag zijn genomen, en over die voorwerpen is beslist in het vonnis dat in de zaak van de medeverdachte wordt gewezen.
10BENADEELDE PARTIJ
[slachtoffer] , bijgestaan door haar advocaat mr. E.P.H. van Esser, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.486,63. Dit bedrag bestaat uit € 4.486,63 materiële schade en € 2.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit. De materiële schade bestaat uit de volgende schadeposten:
• raamsticker: € 319,00;
• nieuwe vloer: € 2.066,12;
• spiegels: € 495,62;
• verf- en schilderbenodigdheden: € 42,35;
• stuc pasta: € 12,55;
• (overige) materialen verbouwing: € 80,99;
• arbeidskosten: € 1.470,00.
De benadeelde partij heeft verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan. Ook heeft de benadeelde partij verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
10.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen en het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
10.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van een noodzaak om de kapsalon te verbouwen. Het is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er beschadigingen zijn opgetreden door het incident, die zouden maken dat een verbouwing noodzakelijk is. Dat blijkt niet uit de aangifte en ook niet uit overige processen-verbaal van bevindingen ter plaatse. De raadsman heeft om die reden verzocht de benadeelde partij ten aanzien van alle materiële schadeposten niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman gesteld dat de onderbouwing van de vordering op dit punt bijzonder summier is. Gelet hierop dient de vordering voor wat betreft de immateriële schade te worden beperkt tot een bedrag van €1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
10.3
Beoordeling
Materiële schade
De rechtbank is met betrekking tot de schadeposten nieuwe vloer, spiegels, verf- en schildersbenodigdheden, stuc pasta, (overige) materialen verbouwing en arbeidskosten van oordeel dat uit het procesdossier en de onderbouwing bij het verzoek tot schadevergoeding onvoldoende is gebleken van een rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen het forensisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden, en de bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] over het pand. Hij heeft gerelateerd dat de kogels niet door het gordijn zijn gegaan dat zich bevindt tussen het raam dat is beschoten en de geplaatste wand in de kapperszaak. De projectielen zijn aldus aangetroffen in de ruimte tussen het raam en het gordijn, zodat ook gelet op die bevindingen niet is gebleken van beschadigingen aan die wand en de spiegels in de kapperszaak die een verbouwing noodzakelijk zouden maken. De rechtbank zal de benadeelde partij voor wat betreft de materiële schadeposten nieuwe vloer, spiegels, verf- en schildersbenodigdheden, stuc pasta, (overige) materialen verbouwing en arbeidskosten dan ook niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan deze materiële schadeposten bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank is van oordeel dat wel voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 2 bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden aan het raam. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag van € 319,00 voor een dergelijke raamsticker redelijk en billijk is. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de materiële schadepost raamsticker dan ook toewijzen.
De rechtbank waardeert de totale materiële schade op € 319,00.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106 sub b BW komt een benadeelde partij onder meer een vergoeding toe voor immateriële schade als sprake is van lichamelijk letsel en als het slachtoffer op andere wijze in de persoon is aangetast. De rechtbank stelt op basis van de door de benadeelde partij gegeven onderbouwing vast dat zij, als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit, op andere wijze in de persoon is aangetast door het psychische leed dat haar is aangedaan. Dit ligt gelet op de hiervoor beschreven aard en ernst van de normschending voor de hand, en is ook door de benadeelde partij uitgebreid nader toegelicht en onderbouwd. Een bedreiging als deze is immers juist gericht op het veroorzaken van psychische schade, te weten angstgevoelens, bij een slachtoffer. Gelet op de motivering en onderbouwing van de immateriële schadepost en wat in vergelijkbare gevallen aan immateriële schadevergoeding wordt toegewezen, is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van € 2.000,- billijk is.
Totale schade
De rechtbank zal de vordering tot het bedrag van € 2.319,00 hoofdelijk toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag van volledige betaling.
Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.
De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Schadevergoedingsmaatregel
Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2.319,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling. Als verdachte niet betaalt, zal deze verplichting worden aangevuld met 33 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
De verdachte is van zijn verplichting tot het vergoeden van schade bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij [slachtoffer] dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Proceskosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
Dictum
36f, 47, 57, 285, 350 van het Wetboek van Strafrecht en
13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Benadeelde partij
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.319,00;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.319,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 33 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mrs. R.P.P. Hoekstra en I. Helmich, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.E. Heins, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 september 2023.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat hij:
Feit 1:
op of omstreeks 31 oktober 2022 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, pistool, van het merk Makarov, kaliber 9mm K, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of een bijbehorende demper en/of een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een geluiddemper voor een vuurwapen, voorhanden heeft gehad;
Feit 2:
op of omstreeks 31 oktober 2022 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,
- [slachtoffer] en/of de huurder(s)/gebruiker(s) van een (bedrijfs)pand (te weten: [kapperszaak] ), gelegen aan de [adres] en/of
- de bewoners en/of eigenaren/gebruikers van omliggende (bedrijfs)panden en/of woningen,
heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op voornoemd (bedrijfs)pand te schieten;
Feit 3:
op of omstreeks 31 oktober 2022 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk één of meer ruit(en) van een (bedrijfs)pand gelegen aan de [adres] , in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] en/of Alliantie […] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s die zijn opgenomen als bijlagen in: - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbalen van 2 november 2022 en 28 april 2023 met documentcode 2022322916, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 327 (hierna: Procesdossier); - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 27 juni 2023, genummerd PL0900-2022322916, opgemaakt door politie Midden-Nederland Forensische Opsporing, doorgenummerde 1 tot en met 183 (hierna: Forensisch dossier).Tenzij anders vermeld zijn dit processen-verbaal opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Procesdossier, p. 41.
Procesdossier, p. 45.
Forensisch dossier, p. 7
Forensisch dossier, p. 8 en 9.
Forensisch dossier, p. 17 en 18.
Forensisch dossier, p. 112 tot en met 114.
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 31 augustus 2023, genummerd PL0900-2022322916-57, opgemaakt door politie Midden-Nederland, p. 1 en 2.
Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] bij de rechter-commissaris van 3 november 2022, pagina 1 tot en met 3.
Procesdossier, p. 110 tot en met 115.
Een kennisgeving van inbeslagneming van 31 oktober 2022, genummerd PL0900-2022322916-10, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen als bijlage bij het procesdossier.
Procesdossier, p. 308 en 309.
Procesdossier, p. 188 en 189.
Procesdossier, p. 169, 171, 172, 174 en 177.
Procesdossier, p. 142.
Procesdossier, p. 278 en 279.
Procesdossier, p. 51.
Een kennisgeving van inbeslagneming van 31 oktober 2022, genummerd PL0900-2022322916-12, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen als bijlage bij het procesdossier.
Procesdossier, p. 64.
Een kennisgeving van inbeslagneming van 31 oktober 2022, genummerd PL0900-2022322916-17, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, opgenomen als bijlage bij het procesdossier.
Forensisch dossier, pag. 133 en 134.
Forensisch dossier, pag. 145 tot en met 147.
Beoordeling
Deze geluiddemper kon worden gemonteerd op het onder 1 omschreven vuurwapen.
Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris van 3 november 2022 volgt, zakelijk weergegeven:
Ik ben in de avond door een kennis gevraagd om mee te doen aan waarvan ik verdacht word. De opdracht was om met een vuurwapen te gaan schieten op het pand. Ik kreeg een berichtje van hem op snapchat: ‘jo [medeverdachte] , hoe gaat het?’ zo begon het. Toen zei hij: ‘wil je snel geld verdienen’? Ik vroeg: ‘waarmee’? Toen kwam hij direct met dit verhaal. Hij zei: ‘heel simpel we rijden langs een huis, het enige wat je hoeft te doen, is te stoppen voor het huis. Ik schiet op het huis en we rijden weg’. Ik ben later in de avond opgehaald door die kennis. Hierna zijn wij naar een locatie gegaan om de scooter op te halen. Daarna zijn wij, na overleg, naar een locatie gegaan waar die kennis van mij het wapen heeft opgehaald, bij een kennis van hem, die ik niet ken. Toen die kennis van mij dat vuurwapen heeft ontvangen, zijn wij richting de locatie gegaan.
Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] bij de politie van 18 november 2022 volgt, zakelijk weergegeven:
V: Hoe is het vervolgens gegaan toen jullie bij het pand aankwamen?
A: Ik reed langs het pand. Toen zijn we een paar seconden stilgestaan, toen heeft die jongen geschoten en toen zijn we weggereden.
V: Waar richtte hij op?
A: Volgens mij op het raam van het pand.
V:Dus als we jouw belgegevens bekijken heb jij niet gebeld met die kennis?
A: Oh met die kennis. Jawel maar niet met andere personen.
Blijkens een kennisgeving van inbeslagneming is onder medeverdachte [medeverdachte] onder meer in beslag genomen:
Goednummer: PL0900-2022322916-3068205
Merk/type: Apple Iphone
Kleur: Zwart
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisant [verbalisant 6] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Vervolgens heb ik onderzoek gedaan naar de veiliggestelde gegevens van iPhone 14.
Goednummer: 3068205
SIN nummer: AAPF1152NL
Merk: Apple
Model: iPhone 14
Device Name: iPhone van [medeverdachte]
Bij het bekijken van de oproepen is te zien dat de gebruiker van de telefoon tussen 30 oktober 2022 21:52 uur en 31 oktober 00:48 uur verschillende malen telefonisch contact had met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Deze gebruiker staat in de telefoon als contact met de naam [verdachte] . Ik zag dat dit contact ook in de applicaties Whatsapp en Telegram als contact [verdachte] vermeld stond.
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisant [verbalisant 6] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Opname vertrouwelijke communicatie van bezoek op 18 november 2022
tussen 15:35 en 16:55 uur in de [verblijfplaats] bij verdachte [medeverdachte] .
Gesprek tussen:
- [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] , aangeduid
als [medeverdachte] en twee bezoekers aangeduid als NNM 1 en NNM 2.
[medeverdachte] : Ja en mijn verhoor was gewoon uh vragen over wat er gebeurd was
enzo. Ze willen nog steeds dat ik die andere guy snitch want hij is nog niet gepakt.
[…]
[medeverdachte] : Ze kunnen die zaak uitstellen totdat die andere kill gepakt is. Maar ik weet niet of ze die andere kill gaan pakken man. lk denk het wel eigenlijk want ze gaan in mijn telefoon toch. Ze gaan mijn telefoon hacken.
NNM1: Echt?
[medeverdachte] : Ze gaan het sowieso zien. Ik had vandaag verhoor toen gingen ze al zeggen van ja we zagen dat je om tien voor twaalf dit nummer belde dus je weet toch ze gaan hem sowieso pakken. En hij gaat niet praten man.
NNM2: Nee?
[medeverdachte] : Hij is kanker mongooltje hij gaat alleen maar zwijgrecht doen.
NNM1: Mocro, nigger?
[medeverdachte] : Nigger.
[medeverdachte] : Oké als ik iets heets zou doen. Met wie zou ik dat doen?
NNM1: Met dingen gewoon.
[medeverdachte] : Met die lange.
NNM1: Ja gewoon met spits.
[medeverdachte] : Ja.
Uit de verklaring van verdachte bij de politie van 2 februari 2023 volgt, zakelijk weergegeven:
V: Wat is jouw positie?
A: Dat is spits.
0: Zoals eerder aangegeven denken wij dat jij de gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
V: Wat kan jij hierover verklaren?
A: Ik was de gebruiker van dat nummer.
V: Wie is de persoon op de foto?
A: Ja die ken ik wel.
V: Wie is dat?
A: Dat is een vage kennis van mij. Ik speelde met hem voetbal.
V: Je speelde met hem voetbal, waar speelde je samen?
A: Bij [voetbalclub] .
V: Hoe heet hij?
A: Ik weet alleen [medeverdachte] .
V: Hoelang is het ongeveer geleden, dat laatste contact?
A: Ik heb hem in oktober [de rechtbank begrijpt: 2022] nog gesproken.
Beoordeling
Ik had gevraagd of hij bij mij op het pleintje wilde voetballen.
V: Hoe had je contact met [medeverdachte] ?
A: Gewoon via de telefoon.
V: Wat is jouw lengte?
A: Op mijn paspoort staat volgens mij 1.89 meter.
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisant [verbalisant 6] gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat:
Resume
- de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] op 30 oktober 2022, omstreeks 21.52 uur, uitgaand contact heeft met het telefoonnummer [telefoonnummer] van verdachte [medeverdachte] ;
- de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] op 30 oktober 2022, omstreeks 22.06 uur, gebruik maakte van een Cell-ID op de [adres] te [woonplaats] , in de omgeving van de woning van verdachte [medeverdachte] ;
- de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] op 30 oktober 2022 vanaf 23.13 uur tot en met 31 oktober 2022 00:12 uur een Cell-ID gebruikt nabij de wijk [wijk] in [woonplaats] ;
- de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] op 31 oktober 2022 vanaf 00:42 tot 00:48 uur Cell-ID's gebruikte in de wijk [wijk] in [woonplaats] ;
- de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] op 31 oktober 2022, omstreeks 02.43 uur, een Cell-ID gebruikt op [adres] in [woonplaats] en dat deze Cell-ID hemelsbreed op ongeveer 1.07 kilometer ligt van de aanhoudingslocatie van verdachte [medeverdachte] .
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisant [verbalisant 6] gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat:
Resume
- de meest gebruikte Cell-ID zowel in de eerste helft van oktober als in de tweede helft van oktober 2022 een Cell-ID betrof op de [adres] te [woonplaats] ;
- de woning van de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] zich gelet op de frequentie en tijdstippen van gebruik, zowel in de eerste helft van oktober als in de tweede helft van oktober in de directe omgeving van de Cell-ID aan de [adres] te [woonplaats] lijkt te bevinden. Deze Cell-ID bevindt zich in de directe omgeving van de woning van verdachte [verdachte] ;
- er bij drie van de vier meest voorkomende tegennummers zowel in de eerste helft van oktober 2022 als in de tweede helft van oktober inkomende/uitgaande contacten te zien zijn met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ;
- de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] na midden oktober 2022, te weten op 18 en 28 oktober 2022 nog uitgaand contact had met het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij de moeder van verdachte [verdachte] .
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Wij hoorden middels de portofoon dat de dienstdoende centralist van het operationeel centrum van de politie Midden-Nederland de volgende melding uitgaf: Schietpartij op de [adres] te [woonplaats] . Aldaar is er zeven keer op het pand geschoten door twee jongens op een scooter. Wij keerden ons dienstvoertuig en reden achter de scooter aan. Ter hoogte van de Paal 7-7 dwongen wij de bestuurder van de scooter tot stoppen. Wij zagen dat beiden de scooter achter lieten.
Ik zag bij de scooter een witte handschoen liggen. Ik heb deze handschoen veiliggesteld en inbeslaggenomen.
Blijkens een kennisgeving van inbeslagneming is onder medeverdachte [medeverdachte] onder meer in beslag genomen:
Goednummer: PL0900-2022322916-3068208
Object: Handschoen
Kleur: Wit
Spoor identificatienr: AAPW0869NL
Bijzonderheden: Handschoen aangetroffen bij de snorfiets.
In een proces-verbaal van bevindingen is door verbalisant [verbalisant 9] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Ik trof aan de achterzijde van de bosschages, aan de rand van de groenstrook een witte handschoen aan. Ik zag dat deze sterke gelijkenis had met die ik bij de scooter had zien liggen.
Blijkens een kennisgeving van inbeslagneming is onder meer in beslag genomen:
Plaats: Noorderdreef , 1309 Almere (thy tankstation bp in de berm)
Goednummer: PL0900-2022322916-3068224
Object: Handschoen
Kleur: Wit
Bijzonderheden: Werkhandschoen met groen randje
In een proces-verbaal vooronderzoek lab is door verbalisant [verbalisant 10] het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Goednummer: PL0900-2022322916-3068208
SIN: AAPW0869NL
Object: Handschoen
Kleur: Wit
Land: Nederland
Bijzonderheden: Handschoen aangetroffen bij de snorfiets.
Goednummer: PL0900-2022322916-3068224
SIN: AAPW0870NL
Object: Handschoen
Kleur: Wit
Land: Nederland
Bijzonderheden: Werkhandschoen met groen randje
Onderzoek handschoen met SIN AAPW0869NL
Ik zag dat het een rechterhandschoen betrof. Ik zag dat de buitenzijde bij aanleveren de oorspronkelijke binnenzijde betrof. Hierna zag ik op de handrugzijde van de oorspronkelijke buitenzijde meerdere logo's en teksten, onder andere SPECTRUM", "SIZE: L/9" en "batch no: 22C28". Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAPU7379NL, verpakt en verzegeld.
Onderzoek handschoen met SIN AAPW0870NL
Ik zag dat het een linkerhandschoen betrof. Ik zag dat de buitenzijde bij aanleveren de oorspronkelijke binnenzijde betrof. Hierna zag ik op de handrugzijde van de oorspronkelijke buitenzijde meerdere logo's en teksten, onder andere SPECTRUM", "SIZE: L/9" en "batch no: 22C28". Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAPU7380NL, verpakt en verzegeld.
Rapporteur J.L.W.
Beoordeling
Dieltjes heeft in een deskundigenrapportage DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut van 8 mei 2023 onder meer het volgende gerapporteerd:
AAPU7379NL#01 handschoen AAPW0869NL: manchet/aanzet vingers
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal vier personen:
een relatief grote hoeveelheid DNA (een afgeleid DNA-hoofdprofiel):
- verdachte [verdachte]
een relatief kleine hoeveelheid DNA:
- minimaal drie onbekende personen
Bewijskracht:
- meer dan 1 miljard
- niet van toepassing
AAPU7380NL#01 handschoen AAPW0870N : manchet/aanzet vingers hpz oorsp bLz
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- verdachte [verdachte]
- minimaal één onbekende persoon
Bewijskracht:
- meer dan 1 miljard
- niet van toepassing
AAPU7379NL#01 (handschoen AAPW0869NL)
Dit betreft een afgeleid DNA-profiel van één persoon. Voor dergelijke DNA-profielen is vastgesteld dat wanneer het DNA-profiel van een persoon ermee overeenkomt de bewijskracht meer dan één miljard is. Daarom geldt voor de overeenkomsten met het DNA-profiel van verdachte [verdachte] , dat het afgeleide DNA-hoofdprofiel AAPU7379NL#01 meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] , dan wanneer de relatief grote hoeveelheid DNA afkomstig is van een willekeurige (niet aan verdachte [verdachte] verwante) persoon.
AAPU7380NL#01 (handschoen AAPW0870NL)
Voor deze berekening is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee niet-verwante personen. DNA-mengprofiel AAPU7380NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat er op 31 oktober 2022 acht keer op de kapperszaak [kapperszaak] van aangeefster [slachtoffer] is geschoten door twee personen op een scooter. Hierdoor is de ruit van het bedrijfspand [kapperszaak] beschadigd. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of verdachte één van de daders van deze strafbare feiten is geweest. Verdachte heeft verklaard dat hij niets met het schietincident te maken heeft. De rechtbank vindt deze verklaring niet aannemelijk. Hieronder licht de rechtbank dat toe.
De verklaring van medeverdachte [medeverdachte]
In de eerste plaats is de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris en de politie van belang. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 30 oktober 2022 in de avond door een kennis via Snapchat is benaderd om voor een geldbedrag een pand te beschieten. Hij is die avond door die kennis gebeld en bij zijn woning opgehaald. Hierna is [medeverdachte] met die kennis naar [wijk] gegaan om een scooter op te halen. Vervolgens zijn ze naar [wijk] gereden om een vuurwapen met geluiddemper op te halen. [medeverdachte] is hierna met de scooter met de kennis achterop naar de [adres] gereden, waarna de kennis op het pand heeft geschoten. [medeverdachte] heeft niet willen verklaren wie de betreffende kennis is.
Het telefoonnummer [telefoonnummer]
De politie heeft de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] onderzocht en daaruit is onder meer gebleken dat hij voorafgaand aan de beschieting telefonisch contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit nader onderzoek naar het telefoonnummer [telefoonnummer] is gebleken dat dit telefoonnummer op 30 oktober 2022 omstreeks 21:52 uur uitgaand contact heeft met het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte] . Vervolgens straalt het telefoonnummer [telefoonnummer] op diezelfde dag omstreeks 22:06 uur een zendmast aan op de [adres] te [woonplaats] , die zich in de nabije omgeving van de woning van medeverdachte [medeverdachte] bevindt. Ongeveer een uur later, omstreeks 23:13 uur, straalt het telefoonnummer [telefoonnummer] een zendmast aan nabij de wijk [wijk] in [woonplaats] . Onderzoek heeft uitgewezen dat het telefoonnummer [telefoonnummer] vervolgens op 31 oktober 2022 vanaf 00:42 tot 00:48 uur een zendmast aanstraalt in de wijk [wijk] in [woonplaats] . Op 31 oktober 2022 omstreeks 02:43 uur straalt het telefoonnummer [telefoonnummer] tot slot een zendmast aan op het [adres] in [woonplaats] , wat hemelsbreed op ongeveer 1,07 kilometer van de aanhoudingslocatie van medeverdachte [medeverdachte] ligt.
Gelet op voornoemde mastgegevens stelt de rechtbank vast dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] voorafgaand aan de beschieting van het pand van aangeefster [slachtoffer] contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte] en dat de gebruiker van voornoemd telefoonnummer die bewuste avond/nacht dezelfde route heeft afgelegd als medeverdachte [medeverdachte] . Gelet op deze mastgegevens en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , concludeert de rechtbank daarom dat de gebruiker van dit telefoonnummer de persoon is met wie medeverdachte [medeverdachte] op 31 oktober 2022 het pand van aangeefster [slachtoffer] heeft beschoten.
Wie is de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ?
De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] staat in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] als “ [verdachte] ”. Uit de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer] blijkt dat het telefoonabonnement tot en met november 2022 werd betaald door [A] , woonachtig aan de [adres] te [woonplaats] . Dit is de moeder van verdachte. Verdachte verklaart bij de politie dat hij de gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] , maar dat hij de telefoon half oktober 2022 aan iemand anders heeft gegeven die de telefoon bij hem kwam ophalen. Dit laatste acht de rechtbank ongeloofwaardig en onaannemelijk. In de eerste plaats heeft verdachte niet willen verklaren aan wie, onder welke omstandigheden en om welke reden hij zijn telefoon zou hebben afgegeven; zijn verklaring is daarom oncontroleerbaar.