Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-09-15
ECLI:NL:RBMNE:2023:4708
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
824 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3864
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 september 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] op Malta, verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, verweerder.
Inleiding
1. Verweerder heeft een vergunning verleend voor het evenement ‘Wheels at the Palace’ dat aanving op 1 september 2023 in de tuin van Paleis Soestdijk. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om, in afwachting van de beslissing op bezwaar, een voorlopige voorziening te treffen en het besluit waarmee de vergunning is verleend te schorsen. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op dat verzoek.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overleggen. Dit heeft verzoeker niet gedaan. De voorzieningenrechter heeft verzoeker daarom met een brief van 24 augustus 2023 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen drie dagen te herstellen. Met een brief van 29 augustus 2023 heeft verzoeker aangegeven dat hij wegens de bij zijn detentie behorende beperkingen het verzuim niet kan herstellen. Deze bief heeft de rechtbank pas op 12 september 2023 ontvangen.
3. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. De voorzieningenrechter moet dus eerst beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang.
3.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het evenement ‘Wheels at the Palace’ inmiddels heeft plaatsgevonden. Zij is daarom van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie
4. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat spoedeisend belang ontbreekt. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Dit staat in artikel 8:81, vierde lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, van de Awb.
Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.