Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-08-24
ECLI:NL:RBMNE:2023:4479
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,420 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bewindsbureau
Zittingsplaats Lelystad
zaaknummer : 10608424 LT VERZ 23-2475
dossiernummer : BM [BM nummer]
beschikking op een verzoek tot machtiging d.d. 24 augustus 2023
op verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
Het verzoek strekt tot machtiging betreffende het vermogen van:
[rechthebbende]
,
geboren te [geboorteplaats] op [1978] ,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
hierna te noemen: rechthebbende.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van rechthebbende.
Procesverloop
1.1.
Op 17 februari 2023 heeft verzoeker machtiging gevraagd om namens rechthebbende de nalatenschap van haar moeder te verwerpen. Dit verzoek heeft verzoeker weer ingetrokken op 14 april 2023.
1.2.
Op 17 april 2023 heeft verzoeker een bericht gestuurd over diezelfde nalatenschap.
1.3.
Dit bericht is mondeling behandeld op 24 augustus 2023.
1.4.
De beschikking is bepaald op heden.
Feiten
2.1.
Op [2023] is overleden mevrouw [erflaatster] , geboren te [geboorteplaats] op [1953] (hierna te noemen: erflaatster). Erflaatster was de moeder van verzoeker en rechthebbende.
2.2.
Erflaatster heeft voor het laatst bij testament over haar nalatenschap beschikt op 16 juni 2014. Hierin is, voor zover nu van belang, het volgende bepaald. Erflaatster benoemt verzoeker tot enig erfgenaam van haar nalatenschap en sluit aldus rechthebbende uit van erfopvolging. Aan verzoeker legt zij vervolgens een last op, die inhoudt dat een bedrag ter grootte van de legitieme portie van rechthebbende moet worden ondergebracht in een fonds. Uit dit fonds moeten de kosten van verzorging voor rechthebbende worden betaald. Rechthebbende krijgt het levenslange recht van vruchtgebruik op dit fonds gelegateerd. Voorts wordt het vermogen dat in het fonds zit onder bewind gesteld en wordt verzoeker tot testamentair bewindvoerder benoemd. Deze bepalingen in het testament worden hierna aangeduid als het ‘testamentair fonds’.
Beoordeling
3.1.
Verzoeker heeft in zijn bericht van 17 april 2023 uiteengezet waarom het testamentair fonds niet in het belang is van rechthebbende. Verzoeker wenst daarom de bepalingen uit het testament van erflaatster niet na te leven. Daarnaast acht verzoeker het óók niet in het belang van rechthebbende om een beroep te doen op haar legitieme portie in de nalatenschap van erflaatster. Dit is het deel van de nalatenschap van erflaatster waar rechthebbende op grond van de wet recht op heeft. Verzoeker geeft aan dat hij zich realiseert dat het bedrag waarvan rechthebbende afstand doet, aan hem toekomt. Daarom is hij bereid om dat bedrag bijvoorbeeld te besteden aan de studie van zijn kind of te schenken aan een goed doel.
De kantonrechter heeft het voorgaande opgevat als een machtigingsverzoek om namens rechthebbende afstand te doen van haar erfrechtelijke aanspraken in de nalatenschap van erflaatster.
3.2.
Verzoeker is van mening dat het testamentair fonds niet in het belang is van rechthebbende om een tweetal redenen. Allereerst heeft rechthebbende het vermogen niet nodig. Met de uitkeringen die zij ontvangt kan zij gemakkelijk in haar levensonderhoud en verzorging voorzien. Zij houdt zelfs wat over, waardoor zij inmiddels een behoorlijk bedrag op haar spaarrekening heeft staan (ongeveer €35.000,-). Er zijn ook geen grote uitgaven te verwachten in de toekomst. Ten tweede pakt het testament financieel ongunstig uit voor rechthebbende. Als gevolg van het vruchtgebruik neemt haar (fiscale) vermogen toe, hetgeen van invloed is op de hoogte van onder meer de eigen bijdrage die zij moet betalen op grond van de Wet langdurige Zorg. Deze hogere bijdrage kan niet worden gecompenseerd met de vruchten van het fondsvermogen, omdat dit onvoldoende rendeert. Een en ander heeft tot gevolg dat rechthebbende inteert op haar vermogen. Dit is niet in het belang van rechthebbende, aldus verzoeker.
3.3.
Het voorgaande geldt óók in het geval verzoeker namens rechthebbende een beroep doet op haar legitieme portie in de nalatenschap van erflaatster. Dat is volgens verzoeker financieel gezien nog ongunstiger voor rechthebbende, omdat de eigen bijdrage van de Wet langdurige Zorg dan nog hoger is. Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt dan immers gerekend met het gehele bedrag ter grootte van de legitieme portie, in plaats van met de lagere waarde van het vruchtgebruik op dat bedrag.
3.4.
De kantonrechter acht het niet in het belang van rechthebbende om afstand te doen van haar erfrechtelijke afspraken in de nalatenschap van erflaatster. Het feit dat rechthebbende het geld uit de nalatenschap van erflaatster op dit moment niet nodig heeft om in haar levensonderhoud en verzorging te voorzien, betekent niet dat dat in de toekomst ook zo is. Dit geldt des te meer nu het niet ondenkbaar is dat de financiering van de gehandicaptenzorg in de toekomst wordt uitgekleed. Daarnaast doet een verhoging van de eigen bijdrage van rechthebbende op grond van de Wet langdurige Zorg voor de kantonrechter niet ter zake. Aan een verhoging van de eigen bijdrage bij een groter vermogen, ligt immers de solidariteitsgedachte ten grondslag waarop ons sociale voorzieningenstelsel nu eenmaal is gebaseerd.
3.5.
Tenslotte heeft de kantonechter in haar overwegingen meegenomen dat een testament in beginsel uitgevoerd dient te worden zoals een erflater dat heeft opgesteld. Voor wat betreft het naleven van de bepalingen omtrent het testamentair fonds, vindt de kantonrechter het daarom van belang dat erflaatster haar testament kennelijk zo heeft willen
inrichten ten behoeve van rechthebbende, ongeacht de door verzoeker genoemde consequenties.
Alles samengenomen zal de kantonrechter het machtigingsverzoek afwijzen.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2023.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem,
Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bewindsbureau
Zittingsplaats Lelystad
zaaknummer : 10608424 LT VERZ 23-2475
dossiernummer : BM [BM nummer]
beschikking op een verzoek tot machtiging d.d. 24 augustus 2023
op verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
Het verzoek strekt tot machtiging betreffende het vermogen van:
[rechthebbende]
,
geboren te [geboorteplaats] op [1978] ,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
hierna te noemen: rechthebbende.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van rechthebbende.
Procesverloop
1.1.
Op 17 februari 2023 heeft verzoeker machtiging gevraagd om namens rechthebbende de nalatenschap van haar moeder te verwerpen. Dit verzoek heeft verzoeker weer ingetrokken op 14 april 2023.
1.2.
Op 17 april 2023 heeft verzoeker een bericht gestuurd over diezelfde nalatenschap.
1.3.
Dit bericht is mondeling behandeld op 24 augustus 2023.
1.4.
De beschikking is bepaald op heden.
Feiten
2.1.
Op [2023] is overleden mevrouw [erflaatster] , geboren te [geboorteplaats] op [1953] (hierna te noemen: erflaatster). Erflaatster was de moeder van verzoeker en rechthebbende.
2.2.
Erflaatster heeft voor het laatst bij testament over haar nalatenschap beschikt op 16 juni 2014. Hierin is, voor zover nu van belang, het volgende bepaald. Erflaatster benoemt verzoeker tot enig erfgenaam van haar nalatenschap en sluit aldus rechthebbende uit van erfopvolging. Aan verzoeker legt zij vervolgens een last op, die inhoudt dat een bedrag ter grootte van de legitieme portie van rechthebbende moet worden ondergebracht in een fonds. Uit dit fonds moeten de kosten van verzorging voor rechthebbende worden betaald. Rechthebbende krijgt het levenslange recht van vruchtgebruik op dit fonds gelegateerd. Voorts wordt het vermogen dat in het fonds zit onder bewind gesteld en wordt verzoeker tot testamentair bewindvoerder benoemd. Deze bepalingen in het testament worden hierna aangeduid als het ‘testamentair fonds’.
Beoordeling
3.1.
Verzoeker heeft in zijn bericht van 17 april 2023 uiteengezet waarom het testamentair fonds niet in het belang is van rechthebbende. Verzoeker wenst daarom de bepalingen uit het testament van erflaatster niet na te leven. Daarnaast acht verzoeker het óók niet in het belang van rechthebbende om een beroep te doen op haar legitieme portie in de nalatenschap van erflaatster. Dit is het deel van de nalatenschap van erflaatster waar rechthebbende op grond van de wet recht op heeft. Verzoeker geeft aan dat hij zich realiseert dat het bedrag waarvan rechthebbende afstand doet, aan hem toekomt. Daarom is hij bereid om dat bedrag bijvoorbeeld te besteden aan de studie van zijn kind of te schenken aan een goed doel.
De kantonrechter heeft het voorgaande opgevat als een machtigingsverzoek om namens rechthebbende afstand te doen van haar erfrechtelijke aanspraken in de nalatenschap van erflaatster.
3.2.
Verzoeker is van mening dat het testamentair fonds niet in het belang is van rechthebbende om een tweetal redenen. Allereerst heeft rechthebbende het vermogen niet nodig. Met de uitkeringen die zij ontvangt kan zij gemakkelijk in haar levensonderhoud en verzorging voorzien. Zij houdt zelfs wat over, waardoor zij inmiddels een behoorlijk bedrag op haar spaarrekening heeft staan (ongeveer €35.000,-). Er zijn ook geen grote uitgaven te verwachten in de toekomst. Ten tweede pakt het testament financieel ongunstig uit voor rechthebbende. Als gevolg van het vruchtgebruik neemt haar (fiscale) vermogen toe, hetgeen van invloed is op de hoogte van onder meer de eigen bijdrage die zij moet betalen op grond van de Wet langdurige Zorg. Deze hogere bijdrage kan niet worden gecompenseerd met de vruchten van het fondsvermogen, omdat dit onvoldoende rendeert. Een en ander heeft tot gevolg dat rechthebbende inteert op haar vermogen. Dit is niet in het belang van rechthebbende, aldus verzoeker.
3.3.
Het voorgaande geldt óók in het geval verzoeker namens rechthebbende een beroep doet op haar legitieme portie in de nalatenschap van erflaatster. Dat is volgens verzoeker financieel gezien nog ongunstiger voor rechthebbende, omdat de eigen bijdrage van de Wet langdurige Zorg dan nog hoger is. Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt dan immers gerekend met het gehele bedrag ter grootte van de legitieme portie, in plaats van met de lagere waarde van het vruchtgebruik op dat bedrag.
3.4.
De kantonrechter acht het niet in het belang van rechthebbende om afstand te doen van haar erfrechtelijke afspraken in de nalatenschap van erflaatster. Het feit dat rechthebbende het geld uit de nalatenschap van erflaatster op dit moment niet nodig heeft om in haar levensonderhoud en verzorging te voorzien, betekent niet dat dat in de toekomst ook zo is. Dit geldt des te meer nu het niet ondenkbaar is dat de financiering van de gehandicaptenzorg in de toekomst wordt uitgekleed. Daarnaast doet een verhoging van de eigen bijdrage van rechthebbende op grond van de Wet langdurige Zorg voor de kantonrechter niet ter zake. Aan een verhoging van de eigen bijdrage bij een groter vermogen, ligt immers de solidariteitsgedachte ten grondslag waarop ons sociale voorzieningenstelsel nu eenmaal is gebaseerd.
3.5.
Tenslotte heeft de kantonechter in haar overwegingen meegenomen dat een testament in beginsel uitgevoerd dient te worden zoals een erflater dat heeft opgesteld. Voor wat betreft het naleven van de bepalingen omtrent het testamentair fonds, vindt de kantonrechter het daarom van belang dat erflaatster haar testament kennelijk zo heeft willen
inrichten ten behoeve van rechthebbende, ongeacht de door verzoeker genoemde consequenties.
Alles samengenomen zal de kantonrechter het machtigingsverzoek afwijzen.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2023.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem,
Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.