Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-08-23
ECLI:NL:RBMNE:2023:4352
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,136 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10410058 \ AC EXPL 23-673
Vonnis van 23 augustus 2023
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , MEDE HANDELENDE ONDER DE NAAM CENTRAAL BEHEER,
gevestigd in Apeldoorn ,
eisende partij,
hierna te noemen: Achmea ,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Achmea heeft een dagvaarding met producties ingediend.
1.2.
[gedaagde] heeft op de civiele rolzitting van 29 maart 2023 mondeling verweer gevoerd tegen de vordering van Achmea . Dit verweer is vastgelegd in een proces-verbaal en wordt aangemerkt als een conclusie van antwoord.
1.3.
Achmea heeft op 9 juni 2023 schriftelijk de grondslag van haar vordering gewijzigd.
1.4.
Op 19 juni 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waar namens Achmea de heer [A] , werkzaam bij Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, is verschenen. [gedaagde] is ook verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en hebben op elkaars standpunten kunnen reageren. Zij hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat in deze zaak uitspraak wordt gedaan.
Overwegingen
voorgeschiedenis
2.1.
[gedaagde] is eigenaar van een Ford Focus . Hij is voor de Wet aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (Wam) verzekerd bij Achmea .
2.2.
[gedaagde] heeft op 28 juli 2018 met zijn auto schade veroorzaakt aan drie auto’s, waaronder een Peugeot en een Suzuki . Toen de politie bij de plek van de aanrijding was aangekomen, heeft zij bij [gedaagde] een speekseltest afgenomen. Die test was positief. De politie heeft [gedaagde] daarna meegenomen naar het bureau om een bloedproef bij hem af te nemen, maar dat is toen niet gebeurd.
2.3.
De eigenaar van de Suzuki en de verzekeraar van de Peugeot hebben Achmea voor de schade aan deze auto’s aansprakelijk gesteld. Het gaat om een bedrag van in totaal € 4.518,14. Achmea heeft dit bedrag aan de eigenaar/verzekeraar van de auto’s vergoed.
2.4.
Achmea heeft [gedaagde] op 16 oktober 2018 geschreven dat de schade die op 28 juli 2018 is ontstaan niet verzekerd is omdat hij een bloedproef heeft geweigerd. Het schadebedrag bedraagt voor twee van de drie aangereden auto’s in totaal € 4.518,14. [gedaagde] moet dit bedrag vóór 16 november 2018 terugbetalen.
2.5.
[gedaagde] heeft het bedrag van € 4.518,14 niet aan Achmea betaald, ook niet nadat Achmea verschillende betalingsherinneringen had gestuurd.
de vordering en de onderbouwing daarvan
2.6.
Achmea vordert veroordeling van [gedaagde] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 5.515,82, vermeerderd met rente en kosten. Het bedrag van € 5.515,82 bestaat uit € 4.461,26 aan hoofdsom, € 363,49 aan wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vanaf 14 januari 2019 tot de dag van de dagvaarding (27 februari 2023) en € 691,07 aan buitengerechtelijke incassokosten. Daarop wordt een bedrag van € 56,88 in mindering gebracht. De reden hiervoor is dat [gedaagde] over de maand november 2022 twee keer premie heeft betaald.
2.7.
Achmea noemt in haar dagvaarding als grondslag voor haar vordering dat zij de verzekeraar is van de auto’s die [gedaagde] heeft beschadigd, dat zij de schade die [gedaagde] heeft veroorzaakt aan haar verzekerden heeft vergoed en dat [gedaagde] op zijn beurt de schade aan haar moet vergoeden. Als reden hiervoor wordt genoemd: “Drank/drugs EV”.
2.8.
Achmea heeft daarna de grondslag van haar vordering gewijzigd. Zij legt nu aan haar vordering ten grondslag dat zij de Wam-verzekeraar is van [gedaagde] en dat [gedaagde] schade heeft veroorzaakt aan auto’s. Achmea heeft als Wam-verzekeraar de schade aan de Peugeot en de Suzuki moeten vergoeden. De schade was echter niet gedekt, omdat [gedaagde] een bloedproef had geweigerd. Hij is daarvoor ook strafrechtelijk veroordeeld. Op grond van artikel 14 van de algemene voorwaarden van Achmea zijn drugsgebruik en het weigeren van een bloedproef omstandigheden die leiden tot uitsluiting van de dekking/verzekering. Achmea stelt dat zij de schade die zij aan de verzekeraar van de Peugeot en eigenaar van de Suzuki heeft vergoed op grond van artikel 15 lid 1 van de Wam op [gedaagde] kan verhalen.
de grondslagwijziging wordt toegelaten
2.9.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij op grond van wat er in de dagvaarding stond al begreep dat Achmea zijn eigen verzekeraar is en niet de verzekeraar van de auto’s die hij heeft aangereden. De kantonrechter trekt hieruit de conclusie dat [gedaagde] niet door de wijziging van de grondslag van de vordering is benadeeld. De grondslagwijziging wordt daarom toegelaten.
het verweer van [gedaagde]
2.10.
heeft tijdens de rolzitting van 29 maart 2023 erkend dat hij op 28 juli 2022 op het politiebureau een bloedproef heeft geweigerd. Hij heeft als reden hiervoor gegeven dat hij het niet aan kan als hij geprikt wordt. Over de positieve speekseltest heeft hij gezegd dat hij geen drugs had gebruikt, maar misschien wel had aangeraakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij verklaard dat de agent die hem die dag de speekseltest afnam heel lang en hard met een stokje in zijn wangen had geschraapt. Dat deed zoveel pijn dat hij op het politiebureau heeft gezegd dat hij een advocaat en een dokter wilde en dat hij naar het ziekenhuis wilde. Dat mocht niet. Hij is toen in een cel gegooid en is na 20 minuten weggestuurd omdat de politie zei dat hij toch niets wilde verklaren. [gedaagde] heeft gesteld dat hij bij nader inzien die dag eigenlijk niet eens de kans heeft gekregen om een bloedproef te laten afnemen en dat hij dus geen bloedproef heeft geweigerd.
[gedaagde] heeft een bloedproef geweigerd
2.11.
De kantonrechter overweegt dat deze laatste stelling van [gedaagde] haaks staat op zijn eerdere erkenning dat hij op 28 juli 2018 op het politiebureau een bloedproef heeft geweigerd. [gedaagde] is ook strafrechtelijk veroordeeld voor het weigeren van een bloedproef. Hij heeft in die strafprocedure het verweer dat hij op het politiebureau niet in de gelegenheid is gesteld een bloedproef te laten afnemen niet gevoerd. [gedaagde] is van dit strafvonnis ook niet in hoger beroep gegaan. De kantonrechter vindt de stelling van [gedaagde] dat hij geen bloedproef heeft geweigerd daarom niet geloofwaardig en dus onvoldoende onderbouwd tegenover de stellingen van Achmea . Hij heeft bovendien niet gesteld dat hij de bloedproef op het politiebureau had laten afnemen als hij daartoe de gelegenheid wel had gekregen. Naar het oordeel van de kantonrechter staat daarom voldoende vast dat [gedaagde] op het politiebureau heeft geweigerd een bloedproef te laten afnemen. ij Hij
de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept zijn van toepassing
2.12.
Achmea doet een beroep op artikel 14 van haar algemene voorwaarden bij de Wam-verzekering. In dit artikel is bepaald dat schade door de auto niet is verzekerd als de bestuurder niet meewerkt aan een blaastest of bloedtest.
2.13.
[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept niet van toepassing waren toen hij zo’n 5 jaar geleden de verzekering afsloot en ten tijde van de aanrijding. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept dateren van maart 2017. De verzekeringspolis die [gedaagde] ten tijde van de aanrijding had, dateert van 1 maart 2018. Daarbij geldt dat de verzekering jaarlijks wordt verlengd en dat daarbij ook de algemene voorwaarden kunnen worden aangepast. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, gaat de kantonrechter ervan uit dat de algemene voorwaarden die Achmea in het geding heeft gebracht de algemene voorwaarden zijn die ten tijde van de aanrijding op de verzekeringsovereenkomst tussen [gedaagde] en Achmea van toepassing waren.
de veroorzaakte schade wordt niet door de verzekering gedekt
2.14.
Zoals hierboven al is overwogen, staat vast dat [gedaagde] op 28 juli 2018 een bloedproef heeft geweigerd.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Achmea een bedrag van € 5.515,82 te betalen (bestaande uit € 4.461,26 aan hoofdsom, € 363,49 aan wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 januari 2019 tot 27 februari 2023 en € 691,07 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom vanaf 27 februari 2023 tot de dag van betaling,
3.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Slootweg en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10410058 \ AC EXPL 23-673
Vonnis van 23 augustus 2023
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , MEDE HANDELENDE ONDER DE NAAM CENTRAAL BEHEER,
gevestigd in Apeldoorn ,
eisende partij,
hierna te noemen: Achmea ,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Achmea heeft een dagvaarding met producties ingediend.
1.2.
[gedaagde] heeft op de civiele rolzitting van 29 maart 2023 mondeling verweer gevoerd tegen de vordering van Achmea . Dit verweer is vastgelegd in een proces-verbaal en wordt aangemerkt als een conclusie van antwoord.
1.3.
Achmea heeft op 9 juni 2023 schriftelijk de grondslag van haar vordering gewijzigd.
1.4.
Op 19 juni 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waar namens Achmea de heer [A] , werkzaam bij Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, is verschenen. [gedaagde] is ook verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en hebben op elkaars standpunten kunnen reageren. Zij hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat in deze zaak uitspraak wordt gedaan.
Overwegingen
voorgeschiedenis
2.1.
[gedaagde] is eigenaar van een Ford Focus . Hij is voor de Wet aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (Wam) verzekerd bij Achmea .
2.2.
[gedaagde] heeft op 28 juli 2018 met zijn auto schade veroorzaakt aan drie auto’s, waaronder een Peugeot en een Suzuki . Toen de politie bij de plek van de aanrijding was aangekomen, heeft zij bij [gedaagde] een speekseltest afgenomen. Die test was positief. De politie heeft [gedaagde] daarna meegenomen naar het bureau om een bloedproef bij hem af te nemen, maar dat is toen niet gebeurd.
2.3.
De eigenaar van de Suzuki en de verzekeraar van de Peugeot hebben Achmea voor de schade aan deze auto’s aansprakelijk gesteld. Het gaat om een bedrag van in totaal € 4.518,14. Achmea heeft dit bedrag aan de eigenaar/verzekeraar van de auto’s vergoed.
2.4.
Achmea heeft [gedaagde] op 16 oktober 2018 geschreven dat de schade die op 28 juli 2018 is ontstaan niet verzekerd is omdat hij een bloedproef heeft geweigerd. Het schadebedrag bedraagt voor twee van de drie aangereden auto’s in totaal € 4.518,14. [gedaagde] moet dit bedrag vóór 16 november 2018 terugbetalen.
2.5.
[gedaagde] heeft het bedrag van € 4.518,14 niet aan Achmea betaald, ook niet nadat Achmea verschillende betalingsherinneringen had gestuurd.
de vordering en de onderbouwing daarvan
2.6.
Achmea vordert veroordeling van [gedaagde] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 5.515,82, vermeerderd met rente en kosten. Het bedrag van € 5.515,82 bestaat uit € 4.461,26 aan hoofdsom, € 363,49 aan wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vanaf 14 januari 2019 tot de dag van de dagvaarding (27 februari 2023) en € 691,07 aan buitengerechtelijke incassokosten. Daarop wordt een bedrag van € 56,88 in mindering gebracht. De reden hiervoor is dat [gedaagde] over de maand november 2022 twee keer premie heeft betaald.
2.7.
Achmea noemt in haar dagvaarding als grondslag voor haar vordering dat zij de verzekeraar is van de auto’s die [gedaagde] heeft beschadigd, dat zij de schade die [gedaagde] heeft veroorzaakt aan haar verzekerden heeft vergoed en dat [gedaagde] op zijn beurt de schade aan haar moet vergoeden. Als reden hiervoor wordt genoemd: “Drank/drugs EV”.
2.8.
Achmea heeft daarna de grondslag van haar vordering gewijzigd. Zij legt nu aan haar vordering ten grondslag dat zij de Wam-verzekeraar is van [gedaagde] en dat [gedaagde] schade heeft veroorzaakt aan auto’s. Achmea heeft als Wam-verzekeraar de schade aan de Peugeot en de Suzuki moeten vergoeden. De schade was echter niet gedekt, omdat [gedaagde] een bloedproef had geweigerd. Hij is daarvoor ook strafrechtelijk veroordeeld. Op grond van artikel 14 van de algemene voorwaarden van Achmea zijn drugsgebruik en het weigeren van een bloedproef omstandigheden die leiden tot uitsluiting van de dekking/verzekering. Achmea stelt dat zij de schade die zij aan de verzekeraar van de Peugeot en eigenaar van de Suzuki heeft vergoed op grond van artikel 15 lid 1 van de Wam op [gedaagde] kan verhalen.
de grondslagwijziging wordt toegelaten
2.9.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij op grond van wat er in de dagvaarding stond al begreep dat Achmea zijn eigen verzekeraar is en niet de verzekeraar van de auto’s die hij heeft aangereden. De kantonrechter trekt hieruit de conclusie dat [gedaagde] niet door de wijziging van de grondslag van de vordering is benadeeld. De grondslagwijziging wordt daarom toegelaten.
het verweer van [gedaagde]
2.10.
heeft tijdens de rolzitting van 29 maart 2023 erkend dat hij op 28 juli 2022 op het politiebureau een bloedproef heeft geweigerd. Hij heeft als reden hiervoor gegeven dat hij het niet aan kan als hij geprikt wordt. Over de positieve speekseltest heeft hij gezegd dat hij geen drugs had gebruikt, maar misschien wel had aangeraakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij verklaard dat de agent die hem die dag de speekseltest afnam heel lang en hard met een stokje in zijn wangen had geschraapt. Dat deed zoveel pijn dat hij op het politiebureau heeft gezegd dat hij een advocaat en een dokter wilde en dat hij naar het ziekenhuis wilde. Dat mocht niet. Hij is toen in een cel gegooid en is na 20 minuten weggestuurd omdat de politie zei dat hij toch niets wilde verklaren. [gedaagde] heeft gesteld dat hij bij nader inzien die dag eigenlijk niet eens de kans heeft gekregen om een bloedproef te laten afnemen en dat hij dus geen bloedproef heeft geweigerd.
[gedaagde] heeft een bloedproef geweigerd
2.11.
De kantonrechter overweegt dat deze laatste stelling van [gedaagde] haaks staat op zijn eerdere erkenning dat hij op 28 juli 2018 op het politiebureau een bloedproef heeft geweigerd. [gedaagde] is ook strafrechtelijk veroordeeld voor het weigeren van een bloedproef. Hij heeft in die strafprocedure het verweer dat hij op het politiebureau niet in de gelegenheid is gesteld een bloedproef te laten afnemen niet gevoerd. [gedaagde] is van dit strafvonnis ook niet in hoger beroep gegaan. De kantonrechter vindt de stelling van [gedaagde] dat hij geen bloedproef heeft geweigerd daarom niet geloofwaardig en dus onvoldoende onderbouwd tegenover de stellingen van Achmea . Hij heeft bovendien niet gesteld dat hij de bloedproef op het politiebureau had laten afnemen als hij daartoe de gelegenheid wel had gekregen. Naar het oordeel van de kantonrechter staat daarom voldoende vast dat [gedaagde] op het politiebureau heeft geweigerd een bloedproef te laten afnemen. ij Hij
de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept zijn van toepassing
2.12.
Achmea doet een beroep op artikel 14 van haar algemene voorwaarden bij de Wam-verzekering. In dit artikel is bepaald dat schade door de auto niet is verzekerd als de bestuurder niet meewerkt aan een blaastest of bloedtest.
2.13.
[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept niet van toepassing waren toen hij zo’n 5 jaar geleden de verzekering afsloot en ten tijde van de aanrijding. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept dateren van maart 2017. De verzekeringspolis die [gedaagde] ten tijde van de aanrijding had, dateert van 1 maart 2018. Daarbij geldt dat de verzekering jaarlijks wordt verlengd en dat daarbij ook de algemene voorwaarden kunnen worden aangepast. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, gaat de kantonrechter ervan uit dat de algemene voorwaarden die Achmea in het geding heeft gebracht de algemene voorwaarden zijn die ten tijde van de aanrijding op de verzekeringsovereenkomst tussen [gedaagde] en Achmea van toepassing waren.
de veroorzaakte schade wordt niet door de verzekering gedekt
2.14.
Zoals hierboven al is overwogen, staat vast dat [gedaagde] op 28 juli 2018 een bloedproef heeft geweigerd.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Achmea een bedrag van € 5.515,82 te betalen (bestaande uit € 4.461,26 aan hoofdsom, € 363,49 aan wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 januari 2019 tot 27 februari 2023 en € 691,07 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom vanaf 27 februari 2023 tot de dag van betaling,
3.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Slootweg en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.