Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-06-12
ECLI:NL:RBMNE:2023:4347
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,601 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5534
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.H.F. de Jong),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. B. Arabaci).
Procesverloop
Aan eiseres is op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) een pgb toegekend voor hulp in het huishouden voor vier uur per week over de periode van 13 augustus 2021 tot en met 12 augustus 2023. Deze vier uur is opgebouwd uit:
105 uren per jaar (= 2 uur per week) aan basisuren;
1 uur per week extra hulp bij de lichte en zware was;
30 minuten per week extra bewassing vanwege hevige transpiratie;
30 minuten per week extra schoonmaken vanwege een longaandoening.
Op 23 maart 2022 heeft eiseres verweerder verzocht om extra uren hulp in het huishouden.
Bij besluit van 4 april 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen.
Eiseres is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 19 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft partijen aanvankelijk uitgenodigd om het beroep op 20 april 2023 ter zitting te behandelen. Bij brief van 13 april 2023 heeft de rechtbank partijen verzocht om toestemming om de zaak zonder zitting af te doen.
Op 17 april 2023 heeft eiseres de rechtbank bericht niet aanwezig te zijn op de zitting, maar niet expliciet toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen. Verweerder heeft de rechtbank op 18 april 2023 toestemming gegeven om de zaak buiten zitting af te doen. Op de zitting van 20 april 2023 zijn partijen niet verschenen.
Overwegingen
1. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder haar ten onrechte geen extra uren voor hulp in het huishouden heeft toegekend. Eiseres heeft toegenomen gezondheidsklachten waardoor haar zoon meer taken in het huishouden van haar moet overnemen. Als gevolg daarvan kan haar zoon de hulp in het huishouden niet meer in de verleende vier uur per week leveren. Om die reden heeft eiseres extra uren aangevraagd. Hier wordt in de regelgeving van verweerder geen rekening mee gehouden.
2. Volgens verweerder bestaan er geen gronden om eiseres extra uren hulp in het huishouden toe te kennen. De eerder toegekende vier uur per week acht verweerder toereikend.
3. De rechtbank verwerpt het betoog van eiseres. De rechtbank overweegt en oordeelt daartoe als volgt.
4. De rechtbank oordeelt dat verweerder zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de ondersteuningsbehoefte van eiseres. Verweerder heeft in dat kader op 30 maart 2022 bij eiseres thuis een gesprek gevoerd en hiervan een gespreksverslag gemaakt. Ook heeft verweerder de in bezwaar overgelegde medische gegevens in de heroverweging betrokken. Uit het onderzoek volgt dat eiseres bekend is met fysieke klachten en aandoeningen. Als gevolg van haar klachten en aandoeningen heeft verweerder eiseres niet in staat geacht om de lichte en zware huishoudelijke taken te verrichten. Ook is er vanwege de hevige transpiratie extra bewassing nodig en door de longaandoening dient er extra schoongemaakt te worden. De partner van eiseres kan deze taken in het huishouden niet overnemen. De zoon van eiseres levert de huishoudelijke hulp middels het pgb.
Verweerder ziet op basis van het onderzoek geen gronden om de reeds toegekende uren op te hogen. Verweerder heeft aan eiseres voor de overname van de lichte en zware huishoudelijke taken de basisnorm van twee uur per week toegekend. Voor de extra bewassing en extra schoonmaak is in totaal twee uur per week extra toegekend. Daarbij is rekening gehouden met alle klachten en aandoeningen van eiseres en wordt een volledige overname van de huishoudelijke taken bewerkstelligd.
5. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder ten onrechte niet tot ophoging van de toegekende uren is overgegaan. Verweerder heeft de gestelde verslechterde gezondheidssituatie in ogenschouw genomen en geconcludeerd dat het reeds toegekende urenaantal toereikend is. Eiseres krijgt het maximaal aantal uren dat in haar geval, met haar klachten en beperkingen, kan worden toegekend. De bedoeling daarvan is dat het huishouden van eiseres volledig wordt overgenomen: eiseres zou zelf dus niets hoeven te doen in het huishouden. Dat eiseres qua gezondheid achteruit zou zijn gegaan, leidt dus niet automatisch tot meer uren hulp in het huishouden. Dat eiseres haar huis met de huidige hulp kennelijk niet schoon genoeg vindt, is geen reden om extra uren toe te kennen. Dat eiseres haar zoon om die reden eerder altijd geholpen heeft, en dat nu niet meer kan, betekent ook niet dat zij extra uren hulp in het huishouden toegekend moet krijgen. Met het aantal uren dat al is toegekend, wordt reeds voorzien in de benodigde (volledige) ondersteuning.
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2023.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Artikel 2.3.2., vierde lid, van de Wmo
Artikel 6.1.2. van de Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022 (hierna: Beleidsregel)
Artikel 6.1.3. van de Beleidsregel