Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2023-05-03
ECLI:NL:RBMNE:2023:3077
Bestuursrecht
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/3711 1a uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2023 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. J. Sprakel), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder. De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2023. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (art. 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. 2. Eiser heeft bij de bestuursrechter beroep ingesteld tegen een beslissing van verweerder over de aanvraag voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. 3. Het besluit waartegen eiser in beroep komt, is genomen op grond van artikel 26 (eerste lid) van de Invorderingswet 1990 (IW). Op grond van artikel 8:5 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (bijlage 2 van de Awb), kan er geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a. 4. Omdat geen beroep kan worden ingesteld tegen dit besluit verklaart de bestuursrechter zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. 5. Omdat de bestuursrechter zich onbevoegd verklaart, zal worden afgezien van het heffen van het griffierecht. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.