Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-06-13
ECLI:NL:RBMNE:2023:3049
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
658 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/168
1a
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
Openbaar Ministerie Parket-Generaal Bestuurlijk en Juridische Zaken, verweerder.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet nemen van een beslissing op zijn bezwaar van 15 oktober 2022. Eiser heeft bij het Openbaar Ministerie bezwaar ingediend, omdat de politie zijn aangiften niet wil onderzoeken.
3. De rechtbank wijst eiser erop dat de wetgever in artikel 1:6, aanhef en onder a, van de Awb heeft bepaald dat hoofdstukken 2 tot en met 8 van deze wet niet van toepassing zijn op de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Omdat het hier gaat om een besluit op het bezwaar dat betrekking heeft op (het niet in behandeling nemen van) aangiften van strafbare feiten en dus op opsporing en vervolging van strafbare feiten, kan eiser niet bij de bestuursrechter in beroep gaan. Ook niet tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het Openbaar Ministerie.
4. De bestuursrechter is onbevoegd om kennis te nemen van het ingestelde beroep.
5. Omdat de bestuursrechter van de rechtbank onbevoegd is, zal het door eiser betaalde griffierecht worden terugbetaald.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023.
De griffier is verhinderd deze rechter
uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.