Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2022-12-06
ECLI:NL:RBMNE:2022:5597
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,912 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3082
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
FMMU Advies B.V. (verweerder)
(gemachtigde: M. Lebon).
Inleiding
Eiseres heeft verschillende medische klachten. Zo heeft zij onder meer last van sensibiliteitsproblemen aan haar voeten en een maag-darmziekte. Hierdoor kan eiseres niet ver lopen en staat zij instabiel op haar voeten. Verder heeft zij last van incontinentie. Al haar klachten bij elkaar maken dat eiseres niet met het openbaar vervoer durft te reizen. Eiseres heeft daarom een aanvraag ingediend voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (hoog pkb), zodat zij onder meer met de Valys-taxi haar zoon in [plaats] kan bezoeken.
Verweerder heeft deze aanvraag in het besluit van 27 mei 2022 (het primaire besluit) afgewezen. In het besluit van 8 juli 2022 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
5. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor een hoog pkb.
Het bestreden besluit
6. Verweerder vindt dat eiseres niet in aanmerking komt voor een hoog pkb. Uit de beoordeling van de door verweerder ingeschakelde arts blijkt dat eiseres strikt medisch gezien in staat is om met begeleiding en/of een hulpmiddel met de trein te reizen. Eiseres voldoet daarom niet aan de voorwaarden om een hoog pkb te krijgen.
Standpunt eiseres
7. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat verweerder ten onrechte de aanvraag voor een hoog pkb heeft afgewezen. Zij durft en kan door haar medische klachten niet met de trein. Het is zo voor eiseres niet mogelijk om haar zoon in [plaats] te bezoeken. Zij voelt zich hierdoor verder sociaal geïsoleerd. Eiseres wijst er verder op dat de aanvraag voor het vervoer met de Valys-taxi in 2021 op grond van dezelfde medische klachten wel is toegekend. Daarnaast wijkt het advies van de arts van het FMMU af van het advies van de huisarts van eiseres. Ook heeft zij niemand die haar in de trein kan begeleiden. Juridisch kader
8. De toekenningscriteria voor een indicatiestelling voor het hoog pkb voor de Valys regeling zijn zijn neergelegd in het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (het protocol). Dit protocol vormt voor verweerder bij de beoordeling van een aanvraag voor een hoog pkb het beoordelingskader. De aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als hij:1. beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en
2. gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
3. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.De aanvrager is volgens het protocol zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van eventuele begeleiding tijdens de reis. Volgens de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, gaan deze criteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten.
Beoordeling
9. In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder op basis van het medisch onderzoek mocht concluderen dat eiseres strikt medisch gezien in staat is om met de trein te reizen en dus niet voldoet aan het derde criterium voor een hoog pkb.
10. De rechtbank begrijpt dat een treinreis voor eiseres een stressvolle en belastende ervaring is en dat zij er daarom de sterke voorkeur aan geeft om ook voor langere afstanden te kunnen reizen met de Valys-taxi. De rechtbank overweegt echter dat verweerder de medische beoordeling van de artsen mocht volgen en zich dus op het standpunt mocht stellen dat niet is gebleken dat eiseres strikt medisch gezien niet in staat is om te reizen met de trein. De klachten van eiseres zijn in het medisch advies bij de beoordeling betrokken. De artsen van verweerder hebben inzichtelijk uitgelegd waarom eiseres strikt medisch gezien desondanks in staat is om te reizen met de trein. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in afwijking van dit medisch advies strikt medisch gezien niet in staat is om met de trein te reizen. De uitleg die eiseres in de brief van 12 september 2022 heeft gegeven is daarvoor onvoldoende. Eiseres heeft haar standpunt niet nader onderbouwd met medische stukken. In de brief van 12 april 2022 benoemt de huisarts de klachten van eiseres en verzoekt hij verweerder het kilometer budget voor de Valys-taxi uit te breiden. Uit deze brief blijkt, anders dan eiseres aanvoert, niet dat eiseres strikt medisch gezien niet in staat is om te reizen met de trein. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. Dat het voor eiseres moeilijk is om begeleiding te vinden maakt ook niet dat verweerder aan eiseres een hoog pkb moet toekennen. Naar vaste rechtspraak ligt het op de weg van eiseres om voor begeleiding tijdens de reis te zorgen.
11. Verweerder hoefde in de door eiseres aangedragen omstandigheden ook geen aanleiding te zien om af te wijken van de in het protocol neergelegde criteria. De omstandigheid dat de zoon van eiseres in [plaats] woont is naar het oordeel van de rechtbank niet zo’n omstandigheid. Tot slot overweegt de rechtbank dat verweerder eiseres in 2021 geen hoog pkb heeft toegekend. Destijds heeft Valys aan eiseres een laag pkb toegekend. Dit is een ander bestuursorgaan en een andere voorziening, waarbij een ander beoordelingskader geldt dan bij de aanvraag voor het hoog pkb. Het is dus niet zo dat verweerder op basis van hetzelfde klachtenbeeld een andere beslissing heeft genomen.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag voor het hoog pkb mocht afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:CRVB:2015:4770
Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2009:BK915
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3082
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
FMMU Advies B.V. (verweerder)
(gemachtigde: M. Lebon).
Inleiding
Eiseres heeft verschillende medische klachten. Zo heeft zij onder meer last van sensibiliteitsproblemen aan haar voeten en een maag-darmziekte. Hierdoor kan eiseres niet ver lopen en staat zij instabiel op haar voeten. Verder heeft zij last van incontinentie. Al haar klachten bij elkaar maken dat eiseres niet met het openbaar vervoer durft te reizen. Eiseres heeft daarom een aanvraag ingediend voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (hoog pkb), zodat zij onder meer met de Valys-taxi haar zoon in [plaats] kan bezoeken.
Verweerder heeft deze aanvraag in het besluit van 27 mei 2022 (het primaire besluit) afgewezen. In het besluit van 8 juli 2022 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
5. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor een hoog pkb.
Het bestreden besluit
6. Verweerder vindt dat eiseres niet in aanmerking komt voor een hoog pkb. Uit de beoordeling van de door verweerder ingeschakelde arts blijkt dat eiseres strikt medisch gezien in staat is om met begeleiding en/of een hulpmiddel met de trein te reizen. Eiseres voldoet daarom niet aan de voorwaarden om een hoog pkb te krijgen.
Standpunt eiseres
7. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat verweerder ten onrechte de aanvraag voor een hoog pkb heeft afgewezen. Zij durft en kan door haar medische klachten niet met de trein. Het is zo voor eiseres niet mogelijk om haar zoon in [plaats] te bezoeken. Zij voelt zich hierdoor verder sociaal geïsoleerd. Eiseres wijst er verder op dat de aanvraag voor het vervoer met de Valys-taxi in 2021 op grond van dezelfde medische klachten wel is toegekend. Daarnaast wijkt het advies van de arts van het FMMU af van het advies van de huisarts van eiseres. Ook heeft zij niemand die haar in de trein kan begeleiden. Juridisch kader
8. De toekenningscriteria voor een indicatiestelling voor het hoog pkb voor de Valys regeling zijn zijn neergelegd in het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (het protocol). Dit protocol vormt voor verweerder bij de beoordeling van een aanvraag voor een hoog pkb het beoordelingskader. De aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als hij:1. beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en
2. gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
3. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.De aanvrager is volgens het protocol zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van eventuele begeleiding tijdens de reis. Volgens de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, gaan deze criteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten.
Beoordeling
9. In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder op basis van het medisch onderzoek mocht concluderen dat eiseres strikt medisch gezien in staat is om met de trein te reizen en dus niet voldoet aan het derde criterium voor een hoog pkb.
10. De rechtbank begrijpt dat een treinreis voor eiseres een stressvolle en belastende ervaring is en dat zij er daarom de sterke voorkeur aan geeft om ook voor langere afstanden te kunnen reizen met de Valys-taxi. De rechtbank overweegt echter dat verweerder de medische beoordeling van de artsen mocht volgen en zich dus op het standpunt mocht stellen dat niet is gebleken dat eiseres strikt medisch gezien niet in staat is om te reizen met de trein. De klachten van eiseres zijn in het medisch advies bij de beoordeling betrokken. De artsen van verweerder hebben inzichtelijk uitgelegd waarom eiseres strikt medisch gezien desondanks in staat is om te reizen met de trein. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in afwijking van dit medisch advies strikt medisch gezien niet in staat is om met de trein te reizen. De uitleg die eiseres in de brief van 12 september 2022 heeft gegeven is daarvoor onvoldoende. Eiseres heeft haar standpunt niet nader onderbouwd met medische stukken. In de brief van 12 april 2022 benoemt de huisarts de klachten van eiseres en verzoekt hij verweerder het kilometer budget voor de Valys-taxi uit te breiden. Uit deze brief blijkt, anders dan eiseres aanvoert, niet dat eiseres strikt medisch gezien niet in staat is om te reizen met de trein. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. Dat het voor eiseres moeilijk is om begeleiding te vinden maakt ook niet dat verweerder aan eiseres een hoog pkb moet toekennen. Naar vaste rechtspraak ligt het op de weg van eiseres om voor begeleiding tijdens de reis te zorgen.
11. Verweerder hoefde in de door eiseres aangedragen omstandigheden ook geen aanleiding te zien om af te wijken van de in het protocol neergelegde criteria. De omstandigheid dat de zoon van eiseres in [plaats] woont is naar het oordeel van de rechtbank niet zo’n omstandigheid. Tot slot overweegt de rechtbank dat verweerder eiseres in 2021 geen hoog pkb heeft toegekend. Destijds heeft Valys aan eiseres een laag pkb toegekend. Dit is een ander bestuursorgaan en een andere voorziening, waarbij een ander beoordelingskader geldt dan bij de aanvraag voor het hoog pkb. Het is dus niet zo dat verweerder op basis van hetzelfde klachtenbeeld een andere beslissing heeft genomen.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag voor het hoog pkb mocht afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:CRVB:2015:4770
Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2009:BK915