Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2022-09-16
ECLI:NL:RBMNE:2022:4240
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,962 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1972
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en
Centrum Indicatiestelling Zorg (verweerder)
(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).
Inleiding en procesverloop
Eiser is geboren op [geboortedatum] en is bekend met een uitgebreide neurocognitieve stoornis door traumatisch hersenletsel zonder gedragsstoornis en ADHD. Hij heeft op 26 mei 2021 aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
In het besluit van 6 augustus 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor zorg op grond van de Wlz afgewezen. Volgens verweerder voldoet eiser niet aan de voorwaarden voor zorg op grond van de Wlz. Daarbij baseert verweerder zich op het medisch advies van [medisch adviseur 1] , medisch adviseur CIZ, van 4 augustus 2021.
Eiser is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt.
In het besluit van 12 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder handhaaft zijn standpunt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor zorg op grond van de Wlz. Daarbij baseert verweerder zich op het aanvullend medisch advies in bezwaar van [medisch adviseur 2] , medisch adviseur bezwaar en beroep CIZ, van 11 maart 2022.
Eiser is het hier niet mee eens en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. In beroep heeft eiser aanvullende medische informatie ingebracht.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 24 augustus 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de ouders van eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
De besluitvorming door verweerder
1. Het bestreden besluit berust op het advies van medisch adviseur [medisch adviseur 2] van 11 maart 2022. Samengevat houdt het advies in dat eiser nog ontwikkelmogelijkheden heeft en daarom nu niet kan worden vastgesteld dat hij zijn hele leven aangewezen zal zijn op 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Dat eiser sinds zijn achttiende een Wajong-uitkering van het Uwv ontvangt is volgens verweerder geen reden om van het medisch advies af te wijken. De bevindingen van het Uwv zijn namelijk in het kader van de arbeidsongeschiktheid en dat is een andere context en wetgeving dan de Wlz.
Wettelijk kader
2. De rechtbank overweegt dat iemand alleen voor een indicatie op grond van de Wlz in aanmerking komt als aan alle voorwaarden is voldaan. Verweerder heeft geen mogelijkheid om van deze regels af te wijken. Kort samengevat komt het erop neer dat iemand alleen in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz als:
er een grondslag is; en
er 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en
deze zorgbehoefte blijvend is.
Beroepsgrond 1: de grondslag verstandelijke handicap
3. Eiser voert aan dat ook de grondslag verstandelijke handicap op hem van toepassing is. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiser naar de brief van 4 november 2020 van kinder- en jeugdpsychiater [A] waarin hij naar aanleiding van een neuropsychologisch onderzoek heeft vastgesteld dat sprake is van een verstandelijke beperking.
Oordeel rechtbank over beroepsgrond 1
4. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de grondslag verstandelijke handicap niet op eiser van toepassing is. Bij eiser zijn verschillende intelligentietesten afgenomen. De medisch adviseurs van het CIZ hebben aangegeven dat er ondanks dat geen betrouwbaar intelligentieverslag beschikbaar is. Zo staat in de rapportage neuropsychologisch onderzoek van 9 april 2018 en 16 april 2018 dat eiser een IQ-score heeft van 60, maar dat de resultaten van het onderzoek zorgvuldig moeten worden geïnterpreteerd. Daarvoor was er in 2014 een IQ-test afgenomen. Over de resultaten daarvan werd ook al gezegd dat de resultaten niet betrouwbaar geïnterpreteerd kunnen worden.
5. Over de gestelde diagnose door kinder- en jeugdpsychiater [A] stelt verweerder terecht dat het niet duidelijk is hoe deze diagnose tot stand is gekomen. In het laatste psychologisch onderzoek door psycholoog [B] wordt nogmaals bevestigd dat er geen betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan over de uitslagen van de intelligentietesten. De psycholoog adviseert dat de slaapproblemen van eiser eerst moeten worden behandeld voordat er meer duidelijkheid kan worden gegeven over het intelligentieniveau van eiser.
Beroepsgrond 2: blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid
6. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij geen blijvende behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in nabijheid. Verweerder stelt dat eiser nog ontwikkelmogelijkheden heeft, maar verweerder legt niet uit voor welke beperkingen dat geldt. Om te onderbouwen dat eiser 24 uur per dag zorg nodig heeft om te kunnen functioneren, verwijst hij naar de volgende stukken:
rapport van de verzekeringsarts van 8 sept 2021 en de arbeidsdeskundige van 9 sept 2021, beide van het Uwv;
rapportage Ontwikkelingsperspectief van VSO van 1 juni 2020;
gezinsplan van [C] van het buurtteam [woonplaats] (afdeling jeugd) van 13 februari 2020;
rapportage psychologisch onderzoek van [B] van 15 en 17 juni 2022.
Oordeel rechtbank over beroepsgrond 2
7. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is een advies van een medisch adviseur van een bestuursorgaan als verweerder een deskundigenadvies. Als dat advies op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld, mag het bestuursorgaan bij de besluitvorming in beginsel van het advies uitgaan, tenzij er concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies. Het ligt op de weg van eiser om met medische informatie te komen (bijvoorbeeld een contra-expertise) die aan het advies doet twijfelen.
8. De rechtbank overweegt dat in het medisch advies van 4 augustus 2021 wordt beschreven dat eiser nog ontwikkelmogelijkheden heeft. Het medisch advies sluit af met de volgende conclusie: ‘Er kan nu nog niet worden vastgesteld dat u levenslang en levensbreed aangewezen al zijn op 24 uur per dag zorg in de nabijheid.’
9. Ter zitting heeft verweerder verduidelijkt wat er met deze conclusie wordt bedoeld. Het medisch advies moet volgens verweerder zo worden gelezen dat op basis van objectieve informatie niet kan worden vastgesteld dat eiser tijdens de periode in geding 24 uur per dag zorg nodig had. Dit is de tweede voorwaarde om in aanmerking te kunnen komen voor zorg op grond van de Wlz. Pas als aan die voorwaarde is voldaan, wordt toegekomen aan de derde voorwaarde, namelijk of de noodzaak tot 24 uur per dag zorg ook blijvend is. In dat kader spelen de ontwikkelmogelijkheden een rol. Volgens verweerder is het dus niet relevant of eiser wel of geen ontwikkelmogelijkheden heeft, omdat hij tijdens de periode in geding geen 24 uur per dag zorg nodig had.
10. Uit de beroepsgronden blijkt dat de gemachtigde van eiser het standpunt van verweerder ook zo heeft begrepen. Eiser heeft in de gronden namelijk aangevoerd dat hij op dit moment wel 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser ter zitting aangegeven dat zij niet is overvallen door de verduidelijking van verweerder op de zitting van de twee medische adviezen.
10. Eiser heeft geen medische stukken overgelegd die over deze medische adviezen twijfel zaaien. Over de rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige van het Uwv heeft verweerder gezegd dat zij alleen als doel hadden om te beoordelen of eiser arbeidsvermogen heeft. Dit is volgens verweerder een heel ander kader dan een medisch onderzoek in het kader van de Wlz. De rechtbank kan deze redenering volgen. De rechtbank ziet in deze twee rapporten dan ook geen aanleiding om aan de juistheid van de medische adviezen van verweerder te twijfelen.
12. Dit geldt ook voor de andere stukken waar eiseres een beroep op heeft gedaan. Uit deze stukken blijkt namelijk niet dat eiser op dit moment 24 uur per dag zorg nodig heeft. In de rapportage van VSO wordt wel gesproken over het feit dat eiser één op één begeleiding moet krijgen, maar dat gaat over school. Verder blijkt uit het gezinsplan van het buurtteam [woonplaats] weliswaar dat de ouders van eiser hem bij veel dingen moeten helpen, maar ook dat eiser nog wel bepaalde dingen zelfstandig kan. Zo kan eiser bijvoorbeeld zelf bedenken dat hij moet gaan douchen.
13. Tot slot ziet de rechtbank in de laatste rapportage van psycholoog [B] ook geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de conclusie in de medische adviezen dat eiser op dit moment geen 24 uur per dag zorg nodig heeft.
14. De conclusie is dat verweerder op basis van de medische adviezen heeft mogen oordelen dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de Wlz en dus geen recht heeft op zorg op grond van de Wlz.
15. De rechtbank merkt op dat met het voorgaande niet is gezegd dat eiser geen behoefte heeft aan zorg en ondersteuning. Verweerder heeft in dit verband toegelicht dat eiser mogelijk in aanmerking kan komen voor zorg vanuit een andere wet, bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Conclusie
16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2022.
De griffier is verhinderd
de uitspraak mede te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 3.2.1. van de Wlz.
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Zie artikel 3.2.1., eerste lid, van de Wlz.
Als bedoeld in artikel 3.2.1., eerste lid, van de Wlz.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 16 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3266.