Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2022-03-23
ECLI:NL:RBMNE:2022:1097
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,460 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 9510703 UC EXPL 21-7565 IL/18374
Vonnis van 23 maart 2022
inzake
de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging
Vereniging van Eigenaars [eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen de VVE,
eisende partij,
gemachtigde: B. Klein Bleumink,
tegen:
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de akte verhoging kosten exploot van 27 oktober 2021
- de conclusie van antwoord van 24 november 2021
- de conclusie van repliek van 5 januari 2022, tevens akte vermeerdering van eis.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[gedaagde] is eigenaar van het appartementsrecht aan de [adres] te [plaatsnaam] en daarmee van rechtswege lid van de VVE.
2.2.
Per 1 augustus 2019 is de aan de VVE te betalen bijdrage verhoogd van € 138,97 naar € 161,88. Hierover is [gedaagde] geïnformeerd per e-mailbericht van 10 januari 2020. [gedaagde] heeft de hierdoor ontstane betalingsachterstand niet betaald en heeft het bedrag dat elke maand per periodieke overschrijving wordt betaald niet aangepast. De betalingsachterstand bedroeg op 26 april 2021 (datum dagvaarding) € 631,43.
Geschil
3.1.
De VVE vordert (na vermeerdering van eis) bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan de VVE te voldoen € 763,83 (bestaande uit € 814,71 aan hoofdsom, € 5,42 aan rente tot 22 december 2021, € 114,60 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 580,58 akte verhoging kosten exploot, waarop na dagvaarding € 751,45 in mindering is betaald), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 22 december 2021 tot de voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Ter onderbouwing van die vordering stelt de VVE dat [gedaagde] naast de hoofdsom ook de incassokosten en de kosten van de procedure moet betalen. Het is aan [gedaagde] te wijten dat de achterstand is ontstaan en hij heeft niet gereageerd op herinneringen en sommaties. [gedaagde] heeft na de dagvaarding alleen een deel van de hoofdsom betaald. [gedaagde] heeft in december 2021 het bedrag van de periodieke overschrijving nog steeds niet aangepast, waardoor nieuwe achterstanden zijn ontstaan.
3.3.
[gedaagde] heeft het in de dagvaarding gevorderde bedrag betaald, maar hij vindt het niet terecht dat hij de naast de hoofdsom ook kosten moet betalen. Hij stelt dat in de brieven van het incassobureau de hoofdsom verkeerd was vermeld. Ook is hij door het incassobureau niet op de hoogte gesteld van de dagvaarding en heeft hij die niet ontvangen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
[gedaagde] heeft aan de griffier van de rechtbank verzocht om processtukken niet per post, maar per (beveiligde) mail naar hem toe te zenden aangezien hij geen postadres in Nederland heeft. De griffier heeft de brief van 28 oktober 2021 waarin uitstel voor antwoord is verleend op 15 november 2021 per e-mail aan [gedaagde] verstuurd. De conclusie van repliek is op 23 december 2021 per gewone post naar [gedaagde] verzonden. Op 4 januari 2022 en 28 februari 2022 heeft [gedaagde] de griffier laten weten dat hij die conclusie niet heeft ontvangen en vraagt hij om die conclusie per e-mail naar hem te sturen. Op die berichten is niet gereageerd, anders dan met het (per post verzonden) bericht van 20 januari 2022 dat uitstel is verleend voor dupliek.
4.2.
Op grond van artikel 84 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden processtukken in niet-advocaatzaken door de griffier naar de wederpartij gezonden. Daarbij is niet bepaald op welke manier dat moet gebeuren. Op de algemene informatiepagina Rechtspraak.nl worden justitiabelen gewezen op de mogelijkheid om via beveiligde e-mail met de rechtbanken te communiceren. De kantonrechter is van oordeel dat als een partij uitdrukkelijk verzoekt om een processtuk per mail naar hem toe te zenden, de griffier geen grond heeft om dit te weigeren of te negeren.
4.3.
[gedaagde] is nu niet in de gelegenheid geweest om te reageren op wat in repliek is aangevoerd en op de vermeerdering van eis, omdat hij die conclusie niet heeft ontvangen. Daarnaast is de akte verhoging kosten exploot helemaal niet naar gedaagde gestuurd. De kantonrechter zal de griffier opdragen die akte, de conclusie van repliek en dit vonnis per beveiligde e-mail naar [gedaagde] te verzenden, waarna hij nog vier weken de gelegenheid zal krijgen om daarop te reageren.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
draagt de griffier op om
de akte verhoging kosten exploot,
de conclusie van repliek/akte vermeerdering van eis en
dit vonnisper beveiligde e-mail aan [gedaagde] te zenden;
5.2.
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 20 april 2022 te 9.30 uur, voor conclusie van dupliek;
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2022.