Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2021-12-27
ECLI:NL:RBMNE:2021:6293
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
784 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4355
1a
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2021 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats] , eisers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, verweerder.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eisers hebben op 29 juli 2021 bezwaar gemaakt tegen een brief van verweerder van 20 november 2020. Volgens verweerder was deze brief geen besluit waar bezwaar tegen kon worden gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
3. Volgens de wet is er sprake van een ‘besluit’ als er een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit betekent dat er door het besluit iets moet veranderen in iemands rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Dit staat in artikel 1:3 van de Awb.
4. De rechtbank oordeelt dat de brief van 20 november 2020 geen besluit is waar eisers bezwaar tegen konden maken. Zoals verweerder in de beslissing op bezwaar ook aangeeft, is het aangaan van een overeenkomst tot verkoop van grond een privaatrechtelijke aangelegenheid. Het gaat hier niet om een publiekrechtelijke rechtshandeling, zoals bedoeld is in artikel 1:3 van de Awb. Het standpunt van verweerder dat er geen sprake is van een besluit waar eisers bezwaar tegen konden maken is dus juist. Verweerder heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Wat eisers hebben geschreven aan de rechtbank is geen reden om hier anders over te denken.
5. Het besluit van verweerder is juist en het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Eisers krijgen ongelijk en daarom ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is op 27 december 2021 gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E. Mulder, griffier. De beslissing zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (ABRvS) van 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1334.