Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2017-12-07
ECLI:NL:RBMNE:2017:6307
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 16/876 en 16/5588 uitspraak van de meervoudige kamer van 7 december 2017 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] (UTR 16/876) (gemachtigde: mr. drs. R.S. Wertheim) en [eiser 3] (UTR 16/5588) (gemachtigde: mr. M.J. Smaling) allen te [woonplaats] , eisers en het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder (gemachtigden: mr. [gemachtigde 1] en drs. [gemachtigde 2] ) Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij] B.V. , statutair gevestigd te [vestigingsplaats] (gemachtigde: mr. ir. A. de Wit). Procesverloop Bij besluit van 21 december 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan [derde-partij] B.V. ( [derde-partij] ) een omgevingsvergunning verleend voor de plaatsing van een fakkelinstallatie en het verplaatsen van de locatie van een baggerdepot bij de inrichting aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. [derde-partij] heeft een schriftelijke reactie ingediend. De beroepen UTR 16/876 en UTR 16/5588 zijn ter zitting van 24 januari 2017 gevoegd behandeld, gelijktijdig met het beroep in de zaak UTR 16/1013. [eiser 1] en [eiser 3] zijn verschenen, bijgestaan door hun respectievelijke gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, beiden werkzaam bij de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek . [derde-partij] is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Bij tussenuitspraak van 12 april 2017 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak op 22 mei 2017 een nieuw besluit genomen (bestreden besluit 2). Daarbij heeft hij het bestreden besluit van 21 december 2015 gewijzigd in die zin dat de door [derde-partij] aangevraagde omgevingsvergunning voor de fakkelinstallatie ook voor de activiteit milieu is verleend. Eisers hebben hierop een zienswijze gegeven. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Overwegingen 1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen op zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 augustus 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BR5704) en 15 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX4694). 2. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat voor wat betreft de fakkelinstallatie de activiteit bouwen is vergund, maar dat geen besluit is genomen over het al dan niet verlenen van een vergunning voor de activiteit milieu, zodat de omgevingsvergunning is verleend in strijd is met artikel 2.7 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Herstelbesluit 3. Met het bestreden besluit 2 heeft verweerder het bestreden besluit gewijzigd en voor de fakkelinstallatie alsnog de activiteit milieu als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo vergund. In het bestreden besluit 2 heeft verweerder gemotiveerd uiteengezet waarom de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is verleend. 4. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. 5. De rechtbank merkt het bestreden besluit 2 aan als wijziging van het bestreden besluit als bedo