Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2017-11-17
ECLI:NL:RBMNE:2017:5846
vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/449825 / KG ZA 17-837 Vonnis in kort geding van 17 november 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BUIG CENTRALE STEENBERGEN B.V. , gevestigd te Hoogeveen, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: BCS, advocaat mr. B.J. Bloemendal, tegen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FEDERATIE NEDERLANDSE VAKVERENIGING , statutair gevestigd te Utrecht, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,hierna te noemen: FNV, advocaat mr. J.P. Boot. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, de producties 1 tot en met 31 van BCS, waarbij de producties 29 tot en met 31 met instemming van FNV tijdens de mondelinge behandeling zijn overgelegd,- de producties 1 tot en met 14 van FNV, de aankondiging van de advocaat dat en welke eis in reconventie zal worden ingesteld, de mondelinge behandeling van 17 november 2017, de pleitnota van BCS, de pleitnota en eis in reconventie van FNV. 1.2. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 17 november 2017 verkort vonnis gewezen. Dit is de uitwerking van dit vonnis. 2. Het geschil en de beoordeling daarvan Het geschil in conventie 2.1. FNV heeft stakingen georganiseerd bij BCS. Er is gestaakt op 9, 10 en 14 november (drie volle dagen) en vandaag (17 november 2017) wordt er voor de vierde dag gestaakt. 2.2. BCS stelt zich op het standpunt dat dit niet mag, onder andere, omdat in de Collectieve Arbeidsovereenkomst in de Metalektro 2015/2018 (hierna: de cao) een stakingsverbod is opgenomen (artikel 10.3. lid 1 van de cao), welk verbod nog van kracht is. BCS vordert daarom dat FNV wordt veroordeeld zich te onthouden van alle collectieve acties, stakingen inbegrepen, gedurende het stakingsverbod genoemd in artikel 10.3. lid 1 cao, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom. 2.3. FNV voert als verweer dat zij wel mag staken en dat het stakingsverbod op grond van artikel 10.3. lid 3 van de cao is vervallen. De beoordeling in conventie 2.4. Mag er op dit moment gestaakt worden? Daar gaat het in deze zaak om. 2.5. Vaststaat dat de door BCS aangehaalde cao, die is gesloten tussen FME als werkgeversvereniging en FNV als één van de werknemersverenigingen, van toepassing is. 2.6. In artikel 10.3. lid 1 van de cao is een stakingsverbod opgenomen dat erop neerkomt dat tot 1 juni 2018, om welke reden dan ook, niet mag worden gestaakt. In het derde lid van dit artikel is echter bepaald dat dit stakingsverbod vervalt: - indien het onderwerp van de voorgenomen werkstaking of andere acties een onderwerp betreft dat in of krachtens de cao is geregeld: vier weken na de datum waarop aan de Bemiddelingsinstantie een verzoek om bemiddeling en/of beoordeling is gedaan,- indien het onderwerp van de voorgenomen werkstaking of andere acties niet een onderwerp betreft dat in of krachtens deze cao is geregeld: 4 weken na de in lid 2 bedoelde kennisgeving. - zodra de Bemiddelingsinstantie binnen de hierboven genoemde termijnen schriftelijk haar oordeel heeft gegeven of schriftelijk heeft kennis gegeven geen oordeel te kunnen geven. 2.7. Ter discussie staat of het stakingsverbod op grond van dit derde lid is vervallen.Hierover wordt het volgende overwogen. 2.8. FNV heeft op 31 oktober 2017 een ultimatum aan BCS gesteld en is na het verstrijken van dit ultimatum (dat verliep op 2 november 2017 om 15.00 uur) tot vierentwintig uurs stakingen overgegaan. Partijen zijn het erover eens dat het onderwerp waarvoor dit ultimatum is gesteld en waarvoor de stakingen zijn uitgeroepen betrekking heeft op de invoering en inrichting van een nieuw salarissysteem bij BCS. FNV stelt in haar ultimatum onder andere eisen met betrekking tot de bedrijfsloontabel. Deze moet volgens haar onder andere worden ingericht op basis van haar eigen loononderzoek, voor zowel productie- als kantoorpersoneel, met een minimum en maximum per sala