Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2017-11-01
ECLI:NL:RBMNE:2017:5548
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,685 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 5917796 AC EXPL 17-1678 - 1111
Vonnis van 1 november 2017
inzake
de besloten vennootschap
Imko Opleidingen B.V., h.o.d.n Imko Hsc Opleidingen,
gevestigd te Zwolle,
verder ook te noemen Imko Opleidingen ,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Gerechtsdeurwaarders Utrecht,
tegen:
[gedaagde ]
,
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde ] ,
[gedaagde ] partij,
gemachtigde: mr. S. Yücel.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 28 juni 2017;
de akte houdende producties van Imko d.d. 24 augustus 2017;
het proces-verbaal van comparitie van 27 september 2017;
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
Tussen partijen staat vast dat zij met elkaar een overeenkomst hebben gesloten waarbij [gedaagde ] zich bij Imko Opleidingen heeft ingeschreven voor het volgen van lessen.
3De vordering en het verweer
3.1
Imko Opleidingen vordert dat [gedaagde ] wordt veroordeeld, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om aan Imko Opleidingen te betalen € 3.971,94 vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.197,-, te berekenen vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en vordert voorts veroordeling in de proceskosten waaronder een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van Imko Opleidingen .
3.2
Aan de vordering wordt ten grondslag gelegd dat [gedaagde ] zich bij Imko Opleidingen heeft ingeschreven om lessen te volgen en dat zij een restantbedrag verschuldigd is van € 3.197,- ter zake van mbo-allround schoonheid, niveau 3/4, 2 jaar.
4. [gedaagde ] voert verweer waarop de kantonrechter, indien nodig, hieronder terugkomt.
Beoordeling
5.1
Het meest verstrekkende verweer is dat Imko Opleidingen geen beroep kan doen op de algemene voorwaarden ter zake de annulering (en de daaraan voor [gedaagde ] verbonden kosten) omdat het dwingendrechtelijke systeem van de overeenkomst van opdracht [gedaagde ] altijd de gelegenheid biedt op te zeggen. [gedaagde ] heeft daarbij een beroep gedaan op art. 7:413 lid 2 BW waarin is geregeld dat van de bepaling in artikel 7:408 lid 1 BW niet ten nadele van een opdrachtgever als bedoeld in artikel 7:408 lid 3 BW (een natuurlijk persoon die een opdracht heeft verstrekt anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf) kan worden afgeweken.
5.2
Om dit verweer te kunnen beoordelen zal het nodig zijn eerst te bepalen of de tussen partijen gesloten overeenkomst een overeenkomst van opdracht is. Ingevolge artikel 7:400 BW is een overeenkomst van opdracht een overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. De door Imko Opleidingen met [gedaagde ] gesloten overeenkomst voldoet naar het oordeel van de kantonrechter aan deze omschrijving. Daartoe diene het volgende.
5.3
Uit de door [gedaagde ] partij overgelegde overeenkomst die op 24 augustus 2013 gesloten is tussen de vestigingmanager en [gedaagde ] haar (en haar moeder) kan worden opgemaakt dat wordt gesproken van een onderwijsovereenkomst. Een door [gedaagde ] in het geding gebrachte brochure vermeldt dat het gaat om een voltijdopleiding waarin wordt opgeleid tot een ware specialist op het gebied van schoonheid. Gedurende de opleiding leert de leerling alles over huidanalyse, huidtypen en kenmerken, producten en hun samenstelling en werking, lichaam- en gelaatbehandeling, massages, ontharingstechnieken, cosmetische hand-nagel- en voetverzorging. De inhoud van de opleiding wordt aangepast wanneer branche-ontwikkelingen of voorschriften van het Ministerie van onderwijs daartoe aanleiding geven. Het regulier onderwijs is volgens de brochure niet voor iedere student de meest optimale plek om een diploma te behalen en daarom is Imko Opleidingen een particuliere school voor beroepsonderwijs met kleinschalige overzichtelijke locaties wat bijdraagt aan persoonlijke aandacht. Tenminste 20% van de opleidingsduur wordt stage gelopen bij een erkend leerbedrijf.
5.5
IMKO heeft verwezen naar jurisprudentie (Gerechtshof ‘s-Gravenhage ECLI:NL:GHDHA 2016:486 en ECLI:NL:GHDHA:2015:2303). Dit gerechtshof heeft een specifieke benadering, die weliswaar een kwalificatie van de overeenkomst laat zien, maar die beredeneerd is vanuit de toepasselijkheid van de regeling van de algemene voorwaarden, waarbij het hof de term ‘cursusovereenkomst’ hanteert. De discussie tussen partijen gaat evenwel juist over de vraag of de onderwijs- (of cursus-) overeenkomst een overeenkomst van opdracht is, zodat het Haagse hof dit onderwerp minder principieel lijkt te benaderen. Dat blijkt uit de volgende rechtsoverwegingen van het Haagse hof: ‘’Het hof kan in het midden laten of de overeenkomst tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht. Ook als dit niet het geval zou zijn, vertoont de overeenkomst, waarbij [geïntimeerde] als hoofdverplichting op zich neemt geregeld lessen te verzorgen, die [appellante] mag bijwonen, in elk geval zodanig nauwe verwantschap met de overeenkomst van opdracht dat de genoemde artikelen overeenkomstige toepassing behoren te vinden’’. En verder ook : ‘’Ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tussen partijen werden bedingen in overeenkomsten tot het geregeld doen van verrichtingen die een duur bepalen van meer dan een jaar, vermoed onredelijk bezwarend te zijn, tenzij de consument de bevoegdheid heeft de overeenkomst telkens na een jaar op te zeggen (artikel 6:236, aanhef en onder j, BW en artikel 7:237, aanhef en onder k, BW). Uit de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepalingen volgt dat ook cursus- en lesgeldovereenkomsten tot de hier bedoelde overeenkomsten gerekend moeten worden (Parl. Gesch. BW Boek 6 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1706). De overeenkomst tussen partijen is door [geïntimeerde] – terecht – gekwalificeerd als een cursusovereenkomst (memorie van antwoord, nr. 2.9). De artikelen 3 en 4 AV worden derhalve vermoed onredelijk bezwarend te zijn.’
Het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden heeft in zijn arrest van 6 november 2012 (ECLI:NL:GHARN:2012:3347 (en ECLI:NL:GHARL:2014:326, eindarrest) geoordeeld: ‘De cursusovereenkomst voorziet erin dat de Stichting zich jegens [A] verbindt tot het verrichten van werkzaamheden bestaande uit het geven van onderricht. Geen der partijen stelt zich op het standpunt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarmee voldoet de cursusovereenkomst aan de wettelijke omschrijving van de overeenkomst van opdracht.”
5.6
Naar het oordeel van de kantonrechter valt (het geven van onderricht en) onderwijs onder werkzaamheden in de zin van artikel 7:400 BW. Niet gezegd kan worden dat deze vorm van onderwijs alleen bestaat in het uitgeven van werken of een van de andere uitzonderingen zoals vermeld in de definitie van art. 7:400 BW. Geen sprake is van aanneming van werk. Een overeenkomst van onderwijs zoals de onderhavige vormt verder niet een zodanige onbenoemde overeenkomst dat zij niet onder de lijst van benoemde overeenkomsten (en derhalve in dit geval de overeenkomst van opdracht) zou mogen worden geschaard. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een onderwijsovereenkomst als de onderhavige geheel in de wet zou zijn omschreven en daarop een regime van toepassing zou zijn dat door de wet is voorgeschreven. De kantonrechter wijst op de in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) genoemde voorbeelden van beroepsopleiding en opleidingenindicatie (artikel 7.1.2 leden 1, 2 en 3). De benoemdheid blijkt uit de omschrijvingen: een beroepsopleiding is een onderwijstraject dat voor een deelnemer is ingericht overeenkomstig de eisen van hoofdstuk 7, titel 2, onverminderd artikel 1.4.1, lid 1a WEB , en dat is gericht op het behalen van een kwalificatie in het beroepsonderwijs alsmede een of meer daarbij behorende keuzedelen, ten bewijze waarvan een diploma wordt uitgereikt. Een opleiding educatie is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen of het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van een dergelijk diploma. Beroepsopleidingen worden afgesloten met een examen. Opleidingen educatie kunnen worden afgesloten met een examen. Aan de inschrijving ligt een overeenkomst tussen het bevoegd gezag en de deelnemer ten grondslag. Deze overeenkomst wordt, overeenkomstig een door het bevoegd gezag vastgesteld model, schriftelijk aangegaan. De overeenkomst wordt gesloten voor de duur van de beroepsopleiding of een deel daarvan (dan wel de opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of een deel daarvan waarop de inschrijving betrekking heeft). De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen, daaronder begrepen die, welke voortvloeien uit de wet, en omvat ten minste bepalingen over:
a. de inhoud en inrichting van een opleiding, waaronder voor een beroepsopleiding begrepen de leerweg, de examenvoorzieningen en de kwalificatie, of, bij inschrijving voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier, dat opleidingsdomein of dat kwalificatiedossier, het beoogde niveau van de te behalen kwalificatie en het keuzedeel, de keuzedelen en het onderdeel of de onderdelen, bedoeld in artikel 6.1.2a, tweede lid, die deel uitmaken van de beroepsopleiding,
b. de tijdvakken waarbinnen en, voor zover mogelijk, de lokaties waarop het onderwijs verzorgd wordt,
c.
Dictum
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Imko Opleidingen B.V. in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van [gedaagde ] begroot op € 400,- aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde ] ;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.J.M. de Laat en is in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.