Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2017-10-18
ECLI:NL:RBMNE:2017:5279
vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/425237 / HA ZA 16-791 Vonnis van 18 oktober 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. R.J. Vriezen te Amersfoort, tegen MR. [gedaagde] in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Drukkerij Atlas B.V. , kantoorhoudend te Amersfoort, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. A. Romein te Utrecht. Partijen zullen hierna [eiser] en de curator genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 3 mei 2017 het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2017 het B-16 formulier van de curator van 26 juli 2017, met productie 14 de akte uitlating productie van [eiser] van 23 augustus 2017. 1.2. Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2 De feiten 2.1. Atlas Holding II B.V. (hierna: Atlas Holding II) hield op 11 maart 2008 alle aandelen in Drukkerij Atlas B.V., Beheers- en Beleggingsmaatschappij Atlas B.V. en Wings Biervilten B.V.. 2.2. Op 11 maart 2008 heeft Stichting Administratiekantoor Atlasgroep (hierna: STAK Atlasgroep) haar aandelen in Atlas Holding II overgedragen aan Practicum Holding B.V. (hierna: Practicum Holding). Practicum Holding is op 11 maart 2008 bestuurder geworden van Atlas Holding II. 2.3. De bestuurders van STAK Atlasgroep waren op 11 maart 2008 de heer [A] (hierna: [A] ) en de heer [B] (hierna: [B] ). 2.4. De aandelen in Practicum Holding worden in eigendom gehouden door Big Nose Holding B.V. en [bedrijf] B.V. (Indirect) bestuurders van Practicum Holding zijn de broers [C] (sinds 1 januari 2008) en [D] (sinds 15 februari 2008). Hun vader was [vader] , die op [2016] is overleden. [vader] was van 26 maart 2004 tot 1 augustus 2008 (mede-)bestuurder van Practicum Holding. Daarnaast was [vader] bestuurder van [eiser] . Met ingang van 21 december 2015 is mevrouw [mevrouw] bestuurder van [eiser] . 2.5. In de notariële akte van 11 maart 2008, met als kenmerk 18237PD, waarbij STAK Atlasgroep haar aandelen in Atlas Holding II heeft geleverd aan Practicum Holding (hierna: de notariële akte van 11 maart 2008), staat het volgende: Koopprijs en gedeeltelijke kwitantie De koopprijs bedraagt, met inachtneming van het hierna bepaalde […] (€ 1.200.000). Een gedeelte van deze koopprijs groot […] (€ 800.000) is door koper voldaan door storting op een derdengeldenrekening van notarispraktijk [notaris] te [vestigingsplaats] ; verkoper verleent koper daarvoor bij deze akte kwitantie. De over dit gedeelte van de koopprijs overeengekomen rentebetaling ad vijf procent (%) te rekenen vanaf één januari tweeduizend acht uiterlijk tot negen en twintig februari tweeduizend acht ofwel ten bedrage van (afgerond) […] (€ 6.448) is eveneens door koper voldaan door storting op een derdengeldenrekening van notarispraktijk [notaris] te [vestigingsplaats] ; verkoper verleent koper ook daarvoor bij deze akte kwitantie. Het restantbedrag van de koopprijs met de daarover verschuldigde rente zal worden voldaan zoals omschreven in vermelde koopovereenkomst. De koopprijs kan nog worden aangepast op de wijze zoals in vermelde koopovereenkomst is omschreven. De vaststelling van de definitieve koopprijs, op de wijze zoals omschreven in vermelde koopovereenkomst, en de restantbetaling van de definitieve koopprijs zal bij afzonderlijke notariële akte worden vastgelegd […]. […] Geldlening Verkoper dan wel de sub 1.A en 1.B genoemde comparanten [toevoeging rechtbank: [B] respectievelijk [A] ] verklaarden nog dat een bedrag totaal groot […] (€ 450.000) wordt geleend conform het daarover in de vermelde overeenkomst van verkoper en koper bepaalde; van dit bedrag geldt een bedrag van […] (€ 250.000) als geldlening van genoemde heer [B] en een bedrag van […] (€ 200.000) als geldlening van genoemde heer [A] .’ 2.6. Op een aan STAK Atlasgroep De pandakte van 1 april 2008 is bij de belastingdienst geregistreerd op 25 juni 2015. 2.14. In de periode van 23 februari 2009 tot en met 17 oktober 2009 heeft [eiser] bedragen overgemaakt naar de bankrekening van Drukkerij Atlas B.V., tot in totaal € 300.000. Dit gebeurde steeds onder vermelding van ‘Aanvulling lening’. 2.15. In een notariële akte van 24 juni 2009, waarin de koopprijs voor de aandelen in Atlas Holding II definitief is vastgesteld tussen STAK Atlasgroep en Practicum Holding (hierna: de notariële akte van 24 juni 2009), staat het volgende: ‘[…] Op grond van het bepaalde in vermelde overeenkomst van verkoop en koop is de koopprijs van vermelde aandelen tussen partijen definitief vastgesteld op […] (€ 924.882,00), […] Het thans nog niet betaalde gedeelte van slotgedeelte van deze koopprijs ad […] (€ 177.908,00), […] is door koper voldaan door storting op vermelde derdengeldenrekening; verkoper verleent koper daarvoor bij deze akte kwitantie; […]’ 2.16. Op 30 september 2010 zijn Drukkerij Atlas B.V., Beheers- en Beleggingsmaatschappij Atlas en Wings Biervilten als gevolg van juridische fusie opgegaan in Atlas Holding II. 2.17. Op 8 oktober 2010 is de naam van Atlas Holding II gewijzigd in Drukkerij Atlas B.V. (hierna: Drukkerij Atlas). 2.18. In 2012 is de schuld van Drukkerij Atlas aan [eiser] boekhoudkundig afgeboekt met een bedrag van € 1.250.000. Daarnaast is toen de schuld van Atupack B.V. (hierna: Atupack), een kleindochter van Drukkerij Atlas, aan [eiser] in de rekening-courant tussen [eiser] en Atupack verhoogd met € 1.250.000. 2.19. In de jaarstukken 2012 van Drukkerij Atlas staat op bladzijde 20 dat de lening van [A] na een aflossing met € 30.000 per 1 januari 2012 € 170.000 bedroeg. Ook staat daar: ‘[…] De lening is in 2013 geheel overgenomen door [eiser] […]’ 2.20. In een op 25 februari 2013 gesloten overeenkomst tussen [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas (hierna de leningsovereenkomst van 25 februari 2013) staat het volgende: ‘[…] Nemen het volgende in aanmerking: a. [eiser] heeft heden aan Practicum en Atlas een lening verstrekt van € 450.000 in verband met de lopende exploitatie en het aflossen van een lening van één oud-aandeelhouder; […] Komen overeen als volgt: […] 2. Leningnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst. […] 12. Tot zekerheid van al hetgeen [eiser] in verband met deze overeenkomst op enig moment van de leningnemers te vorderen heeft of mocht hebben, zullen zij ten behoeve van [eiser] pandrechten vestigen op hun debiteuren en de bedrijfsinventaris. Deze pandrechten zullen worden gevestigd zowel op de debiteuren die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door de leningnemers van hun bedrijf, alsook op alle vorderingen van de leningnemers die in de uitvoering van hun bedrijf nog zullen ontstaan. […]’ 2.21. Op 1 april 2013 hebben [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas een akte van verpanding ondertekend (hierna: de pandakte van 1 april 2013). Hierin staat het volgende: ‘[…] Nemen het volgende in aanmerking: [eiser] heeft op 11 maart 2008 een lening verstrekt aan Atlas van € 1.300.000; [eiser] heeft heden een lening verstrekt aan Atlas en Practicum van € 450.000,00; Tot zekerheid voor deze leningen, voor de lening sub a indien en voor zover zulks nog niet eerder mocht zijn geschied, wordt ten behoeve van [eiser] pandrecht gevestigd op de vorderingen op debiteuren en bedrijfsinventaris van Atlas en Practicum; Komen overeen als volgt: Atlas en Practicum vestigen hierbij, voor zover nodig bij voorbaat, pandrechten ten behoeve van [eiser] op alle vorderingen op debiteuren die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door Atlas en Practicum van hun bedrijf, alsook op alle vorderingen van Atlas en Practicum die in de uitvoering van hun respectieve bedrijven nog zullen onts In de inventarispandakte van 29 juni 2015 staat dat Drukkerij Atlas en Practicum Holding aan [eiser] verpanden al hun bestaande activa, waaronder de activa die zijn vermeld op de activalijst van 16 juni 2016, en al hun activa die zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding, ‘voor zover al niet eerder verpand’. 2.28. De inventarispandakte van 29 juni 2015 is op diezelfde datum bij de belastingdienst geregistreerd. 2.29. Op 29 juni 2015 hebben [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas nog een document ondertekend met de titel ‘VERPANDING’ (hierna: de vorderingenpandakte van 29 juni 2015). Bij dit document hoort als bijlage een lijst met vorderingen van Drukkerij Atlas per 29 juni 2015, met een totaal bedrag van € 842.423,94 (hierna: de vorderingenlijst van 29 juni 2015). In de vorderingenpandakte van 29 juni 2015 staat het volgende: ‘[…] komen het volgende overeen: 1. In aansluiting op de tussen partijen aangegane akte van verpanding d.d. 1 april 2013, verpanden Atlas en Practicum bij deze aan [eiser] , gelijk [eiser] bij deze als pand aanvaardt van Atlas en Practicum, voor zover al niet eerder verpand: alle vorderingen (waaronder begrepen eventuele andere rechten) van Atlas en Practicum die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door Atlas en Practicum van hun bedrijf, waartoe onder meer behoren de vorderingen die vermeld zijn op een uit 55 genummerde bladzijden bestaande (computeruitdraai)lijst van vorderingen d.d. 29/06/2015 […]. Naast deze vordering is er nog een rekening courant vordering op Practicum Holding welke ook onder de vorderingen en daarmee onder de verpanding valt. […]’ 2.30. De vorderingenpandakte van 29 juni 2015 is diezelfde dag bij de belastingdienst geregistreerd. 2.31. Op 29 juni 2015 heeft Drukkerij Atlas haar eigen faillissement aangevraagd en op 30 juni 2015 is Drukkerij Atlas failliet verklaard. 2.32. Door middel van brieven die zijn gedateerd 1 juli 2015 (hierna: de openbaarmakingsbrief) heeft [eiser] haar pandrecht op vorderingen openbaar gemaakt aan debiteuren van Drukkerij Atlas. 2.33. In een brief van 1 juli 2015, die door de curator is ontvangen op 1 juli 2015 om 21.50 uur, heeft [eiser] haar leningen aan Drukkerij Atlas wegens het faillissement met onmiddellijke ingang opgezegd en in verband daarmee een bedrag van € 1.000.000 opgeëist. Ook heeft [eiser] in deze brief aan de curator meegedeeld dat voor deze vordering pandrechten zijn gevestigd ten gunste van [eiser] . De hierboven genoemde leningsovereenkomsten en pandaktes heeft [eiser] als bijlagen bij deze brief aan de curator verstrekt. 2.34. In de periode vanaf het versturen van de openbaarmakingsbrief tot de datum van de dagvaarding (31 augustus 2016) hebben debiteuren van Drukkerij Atlas in totaal € 596.867,89 betaald op de bankrekening van [eiser] . 2.35. Tot en met 2 juli 2015 zijn op de bankrekening van Drukkerij Atlas debiteurenbetalingen van in totaal € 93.620,33 ontvangen. Daarvan is een bedrag van € 8.169,86 bijgeschreven op 2 juli 2015. 2.36. Sinds 3 juli 2015 heeft de curator € 43.724,43 ontvangen van debiteuren van Drukkerij Atlas. Daarvan is € 35.048,40 ontvangen op de boedelrekening en het restant van € 8.676,03 op de bankrekening van Drukkerij Atlas. 2.37. In totaal heeft de curator de in 2.34 en 2.35 genoemde betalingen van debiteuren van Drukkerij Atlas van in totaal € 137.344,76 (€ 93.620,33 + € 43.724,43) toegevoegd aan het boedelactief. 2.38. De curator heeft de inventariszaken van Drukkerij Atlas op een veiling verkocht. De totale bruto-opbrengst daarvan is € 280.134,06. 2.39. In augustus 2015 was mr. Vriezen, de advocaat van [eiser] , op vakantie. Zijn praktijk werd toen waargenomen door een kantoorgenoot. In een brief van deze kantoorgenoot van 12 augustus 2015 aan de curator staat het volgende: ‘[…] De registratie van de verpanding door [eiser] heeft plaatsgevonden op enig moment op 29 juni 2015. Na dit moment zij Op 2 juli 2015 hebben debiteuren van Drukkerij Atlas € 8.169,86 betaald op de bankrekening van Drukkerij Atlas. Met ingang van 3 juli 2015 heeft de curator € 43.724,43 ontvangen van debiteuren van Drukkerij Atlas, waarvan € 35.048,40 is ontvangen op de boedelrekening en het restant van € 8.676,03 op de bankrekening van Drukkerij Atlas. De crediteuren in het faillissement zijn ongerechtvaardigd verrijkt doordat de curator deze (spontane) debiteurenbetalingen heeft toegevoegd aan het boedelactief, terwijl deze daar niet thuishoren. Daardoor heeft de curator onrechtmatig gehandeld. Wat betreft de uitzondering voor de facturen vanaf factuurnummer 151494 geldt dat deze facturen niet onder het pandrecht van [eiser] vallen. De onderliggende vorderingen zijn namelijk pas na het faillissement ontstaan doordat de curator nog werkzaamheden heeft verricht na de datum van faillietverklaring. 3.3. De curator voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan. Subsidiair vraagt de curator de vorderingen toe te wijzen zonder dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.4. De curator betoogt het volgende. Zij erkent de drie pandaktes van 24 juni 2015 respectievelijk 29 juni 2015 niet, voor zover daardoor de op dat moment reeds bestaande pandrechten zijn verruimd. Volgens de curator valt te begrijpen dat er in die fase recente pandlijsten zijn geregistreerd, maar was Drukkerij Atlas niet verplicht om pandrechten te vestigen voor toekomstige inventaris en ook niet op alle soorten vorderingen, zoals intercompanyvorderingen. De verpandingen in juni 2015 van (toekomstige) inventaris en van de rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding van € 82.193,32 zijn dus onverplichte rechtshandelingen en zijn daarom terecht vernietigd op grond van artikel 42 Fw. Voor zover wel sprake is van verplichte rechtshandelingen houden de vernietigingen stand op grond van artikel 47 Fw. Het gesecureerde deel van de vordering van [eiser] bedraagt maximaal € 500.000. Dit bedrag bestaat uit het totaal van de bedragen die [eiser] in de periode van 25 februari 2013 tot en met 23 mei 2013 aan Drukkerij Atlas heeft overgemaakt. In verband hiermee voert de curator het volgende aan. De pandrechten van [eiser] zijn in de leningsovereenkomsten beperkt tot zekerheid voor al hetgeen [eiser] ‘uit hoofde van deze overeenkomst’ te vorderen heeft of mocht hebben. De leningen die [eiser] in de loop van 2009 aan Drukkerij Atlas (voorheen genaamd Atlas Holding II) heeft verstrekt ter hoogte van in totaal € 300.000, zijn niet gedekt door zekerheden. Deze leningen zijn namelijk niet vastgelegd in een schriftelijke leningsovereenkomsten en nergens blijkt uit dat is overeengekomen dat Drukkerij Atlas voor die leningen pandrechten moest verstrekken. De lening van € 1,3 miljoen is in 2008 niet door [eiser] verstrekt aan Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II), maar aan Practicum Holding. Van het bedrag van € 450.000 dat in 2013 naar de bankrekening van Drukkerij Atlas is overgemaakt, is in werkelijkheid een bedrag van € 200.000 geleend door Practicum Holding van [eiser] als koopsom voor de aandelen in Drukkerij Atlas (voorheen genaamd Atlas Holding II). Per saldo heeft Drukkerij Atlas van het bedrag van € 450.000 slechts € 250.000 geleend van [eiser] . Als ervan moet worden uitgegaan dat [eiser] in maart 2013 wel € 450.000 heeft geleend aan Drukkerij Atlas, leidt voldoening van deze schuld door Drukkerij Atlas (door middel van uitwinning van zekerheden van Drukkerij Atlas door [eiser] ) hoe dan ook tot een regresvordering van Drukkerij Atlas (lees: de curator) op Practicum Holding van € 200.000, omdat dit gedeelte van de schuld uitsluitend Practicum Holding aan gaat. Ook stelt de curator dat [eiser] afstand heeft gedaan (op grond van artikel 3:258 lid 2 BW) van haar pandrechten op de vorderingen van Drukkerij Atlas vanaf factuurnummer 151447. Tot slot neemt de curator het standpunt in Weliswaar zijn de verkoper van de aandelen, STAK Atlasgroep, en Practicum Holding aanvankelijk een koopprijs voor de aandelen van € 1,2 miljoen overeengekomen, maar Practicum Holding heeft op 11 maart 2008 slechts € 800.000 aan STAK Atlasgroep betaald. Dit blijkt uit de notariële akte van 11 maart 2008 (zie 2.5) en de aan STAK Atlasgroep en Practicum Holding gerichte nota’s van afrekening van het notariskantoor van diezelfde datum (zie 2.6 en 2.7). Daarnaast geldt het volgende. 4.4. In haar conclusie van antwoord in reconventie betoogt [eiser] over deze lening het volgende. Van het bedrag van € 1,3 miljoen is € 927.000 door Atlas Holding II gebruikt om een schuld van Atlas Holding II aan Fortis van € 927.000 in te lossen. De schuld aan Fortis had betrekking op een liquiditeitsfinanciering van de groep, waarvoor Atupack (slechts) zekerheid had gesteld. Het andere deel van de lening, € 373.000, is door Atlas Holding II doorgeleend aan Practicum Holding, om een deel van de toen te betalen koopprijs van € 800.000 voor de aandelen in Atlas Holding II te betalen. Het andere deel van de koopprijs voor die aandelen, ter hoogte van € 427.000, is door Practicum Holding betaald door middel van het bedrag van € 433.448 dat Practicum Holding heeft geleend van Practicum Grafimedia. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiser] verwezen naar de grootboekadministratie van Practicum Holding, waarin is verwerkt dat zij € 373.000 heeft geleend van Atlas Holding II (zie 2.9), en naar het stortingsbewijs van betaling van Practicum Grafimedia op de derdengeldenrekening van de notaris (zie 2.10). Ook heeft [eiser] gewezen op de eindafrekening die de notaris op 11 maart 2008 heeft voorgelegd aan Practicum Holding (zie 2.7), waaruit blijkt dat Practicum Holding in totaal € 1.733.448 naar de derdengeldenrekening heeft overgemaakt: € 800.000 als te betalen gedeelte van de koopprijs, vermeerderd met € 6.448 rente, en vermeerderd met € 927.000 voor de aflossing van een hypotheek van Fortis. 4.5. Op de zitting heeft de curator deze stellingen van [eiser] niet weersproken. Dat had echter wel op haar weg gelegen. Daarom neemt de rechtbank aan dat de in 4.4 weergegeven stellingen van [eiser] juist zijn. De conclusie van het voorgaande is dat [eiser] op 11 maart 2008 € 1,3 miljoen heeft geleend aan Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II). 4.6. De curator heeft ook nog aangevoerd dat, als juist is dat Drukkerij Atlas € 373.000 heeft doorgeleend aan Practicum Holding voor het betalen van de koopprijs door Practicum Holding voor de aandelen in Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II), dat in strijd was met het destijds geldende dwingendrechtelijke verbod op financiële steunverlening van artikel 2:207c BW (oud). De curator verbindt daar in deze procedure echter - terecht - geen rechtsgevolgen aan. De vraag of Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II) € 373.000 heeft door geleend aan Practicum Holding is immers niet van belang voor het antwoord op de vraag of [eiser] dat bedrag van € 373.000 als onderdeel van het bedrag van € 1,3 miljoen heeft geleend aan Atlas Holding II. Ten overvloede wordt in dit verband ook nog opgemerkt dat niet vaststaat dat de doorlening nietig is, gelet op de tekst van artikel 2:207c lid 2 BW (oud) en artikel 81 lid 1 en lid 3 van de Overgangswet Nieuw BW. Lening van € 450.000 4.7. In de leningsovereenkomst van 25 februari 2013 staat dat [eiser] op die datum aan Practicum Holding en Drukkerij Atlas een lening heeft verstrekt van € 450.000 in verband met de lopende exploitatie en het aflossen van een lening van één oud-aandeelhouder. Volgens de curator is uit het bedrag van € 450.000 een bedrag van € 200.000 gebruikt voor betaling van de door Practicum Holding aan [A] (de zojuist genoemde oud-aandeelhouder) verschuldigde koopprijs voor de aandelen in Drukkerij Atlas (voorheen genaamd Atlas Holding II). Per saldo heeft Drukkerij Atlas dus niet € 450.000 geleend, maar slechts € 250.000, aldus de curator. De rechtbank volgt de cu Onder de considerans staat dat [eiser] , Drukkerij Atlas en Practicum Holding overeenkomen dat a) Drukkerij Atlas en Practicum Holding ten behoeve van [eiser] ‘hierbij’ pandrechten vestigen op (samengevat) al hun vorderingen op debiteuren (bestaande vorderingen en toekomstige vorderingen, voor zover voortvloeiend uit een bestaande rechtsverhouding) en hun bedrijfsinventarissen, en b) dat dit pandrecht is gevestigd tot zekerheid van al hetgeen [eiser] te eniger tijd te vorderen heeft of mocht hebben van Drukkerij Atlas en Practicum Holding, inclusief, maar niet beperkt tot de vorderingen van [eiser] uit hoofde van voormelde geldleningen. 4.13. [eiser] , Drukkerij Atlas en Practicum Holding hebben hierbij niet precies de juiste juridische terminologie gebruikt. Voor het vestigen van een stil pandrecht op vorderingen en van een bezitloos pandrecht op roerende zaken is immers, behalve een titel en een akte, ook registratie van die akte bij de belastingdienst nodig. Dat zij het woord ‘vestigen’ hebben gebruikt valt hen echter niet kwalijk te nemen. Wat zij bedoeld hebben is af te spreken dat Drukkerij Atlas en Practicum Holding hun vorderingen en inventarissen verpanden, tot zekerheid van al hetgeen [eiser] op enig moment te vorderen heeft van Drukkerij Atlas en Practicum Holding, inclusief, maar niet beperkt tot de vorderingen van [eiser] uit hoofde van de leningen van € 1,3 miljoen en € 450.000, en dat die verpanding ‘hierbij’ plaatsvindt. Onder die vorderingen van [eiser] vallen daarom ook de leningen tot in totaal € 300.000. En door het gebruik van de woorden ‘Komen overeen als volgt:’ is sprake van een geldige titel voor die verpandingen. 4.14. In de pandakte van 1 april 2013 is overeengekomen dat Drukkerij Atlas en Practicum Holding ten minste eenmaal per kwartaal een bijgewerkt debiteurenoverzicht aan [eiser] toezenden. [eiser] heeft gesteld dat zij vanaf 1 april 2013 eenmaal per kwartaal, behalve debiteurenlijsten, ook inventarislijsten van Drukkerij Atlas bij de belastingdienst heeft laten registreren. De curator heeft deze stelling niet weersproken, zodat deze vaststaat. Hieruit blijkt dat [eiser] en Drukkerij Atlas op 1 april 2013 niet alleen hebben beoogd om toekomstige vorderingen van Drukkerij Atlas op debiteuren te verpanden, maar ook toekomstige inventaris van Drukkerij Atlas. 4.15. [eiser] heeft de pandakte van 1 april 2013 in juni 2015 bij de belastingdienst ingediend ter registratie. Registratie heeft plaatsgevonden op 25 juni 2015, dus voordat het faillissement van Drukkerij Atlas is uitgesproken. Deze registratie, die - terecht - niet door de curator is bestreden heeft tot gevolg dat op laatstgenoemde datum stil pandrecht is gevestigd op de vorderingen op debiteuren van Drukkerij Atlas en Practicum Holding die op 25 juni 2015 bestonden, op de toekomstige vorderingen op debiteuren van Drukkerij Atlas, voor zover zij voortvloeiden uit op 25 juni 2015 bestaande rechtsverhoudingen, en dat bezitloos pandrecht is gevestigd op de inventaris die op 25 juni 2015 aan Drukkerij Atlas in eigendom toebehoorde. Verpanding rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding 4.16. De rechtbank begrijpt uit het betoog van de curator dat de door haar beoogde vernietiging zich niet uitstrekt tot de verpanding door Drukkerij Atlas op 29 juni 2015 van haar op dat moment bestaande en toekomstige vorderingen op debiteuren. De door de curator beoogde vernietiging ziet wel op de verpanding van de rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding en op de verpanding van toekomstige inventaris, voor zover deze verpandingen hebben plaatsgevonden op 24 juni 2015 of 29 juni 2015. 4.17. De curator betoogt over de beoogde verpanding van de rekening-courantvordering het volgende. Voor deze verpanding ontbreekt een titel. Het gaat hier namelijk om een vordering op een aandeelhouder en het is dus geen vordering die in de uitvoering van het bedrijf van Drukkerij Atlas is ontstaan. Daarom is sprake van een onverplic Drukkerij Atlas was dus verplicht tot verpanding van eventuele intercompanyvorderingen. En aangezien de pandakte van 1 april 2013 op 25 juni 2015 bij de belastingdienst is geregistreerd, is op die datum (ook) een stil pandrecht gevestigd op de rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding. 4.20. Omdat de verpanding van de eventuele intercompanyvorderingen een verplichte rechtshandeling is, is vernietiging daarvan op grond van artikel 42 Fw niet mogelijk. En omdat op 25 juni 2015 een stil pandrecht is gevestigd op de rekening-courantvordering, heeft een eventuele vernietiging op grond van artikel 47 Fw van de verpanding van de rekening-courantvordering op 24 juni 2015 (dus een dag eerder) geen rechtsgevolgen. Daarnaast geldt dat de (herhaalde) verpanding van de rekening-courantvordering op 29 juni 2015 overbodig was. In die pandakte staat ook uitdrukkelijk dat wordt verpand ‘voor zover al niet eerder verpand’. Die ‘verpanding’ kan daarom niet worden beschouwd als een rechtshandeling. Van vernietiging door de curator van een verpanding van de rekening-courantvordering op 29 juni 2015 kan daarom geen sprake zijn. Verpanding van (toekomstige) inventaris in juni 2015 4.21. De rechtbank herhaalt dat Drukkerij Atlas op 1 april 2013 haar inventaris aan [eiser] heeft verpand door middel van de pandakte van die datum (zie 4.12 en 4.13). Zoals gezegd is als gevolg van de registratie van die pandakte op 25 juni 2015 een bezitloos pandrecht gevestigd op de (op dat moment) bestaande inventaris van Drukkerij Atlas. Het is aannemelijk dat Drukkerij Atlas in de periode die is gelegen tussen het moment van de vestiging van dit stil pandrecht op haar inventaris en het moment van registratie van de inventarispandakte van 29 juni 2015 geen nieuwe inventaris heeft aangeschaft. Daarvan uitgaande was de verpanding van inventaris op 29 juni 2015 overbodig. Daarnaast geldt ook hier dat die verpanding alleen werd beoogd ‘voor zover al niet eerder verpand’. Van een rechtshandeling van Drukkerij Atlas ten aanzien van haar bestaande (maar ten opzichte van de pandakte van 1 april 2013 toekomstige) inventaris was op 29 juni 2015 dus geen sprake, omdat dit pandrecht al gevestigd was. Daarom kan van vernietiging daarvan door de curator ook geen sprake zijn. 4.22. Drukkerij Atlas heeft op 24 juni 2015 haar (op dat moment) toekomstige inventaris verpand. Zes dagen later, op 30 juni 2015, is zij failliet verklaard. Op 29 juni 2015 heeft zij haar (op dat moment) toekomstige inventaris ook verpand. Omdat op 25 juni 2015 een bezitloos pandrecht is gevestigd op de (op dat moment bestaande) inventaris van Drukkerij Atlas, en omdat aannemelijk is dat Drukkerij Atlas in de periode van 25 juni 2015 tot en met 29 juni 2015 geen nieuwe inventariszaken heeft verworven, kan een geslaagd beroep van de curator op vernietiging van de verpandingen op 24 juni 2015 en 29 juni 2015 door Drukkerij Atlas van haar toekomstige inventaris dus geen rechtsgevolgen hebben. Daarom beoordeelt de rechtbank verder niet of aan de overige eisen voor vernietiging (op grond van artikel 47 Fw) is voldaan. Tussenconclusie 4.23. De vernietiging door de curator van de pandaktes van 24 juni 2015 en 29 juni 2015 heeft geen rechtsgevolgen. De rechtbank zal de onder 1 (zie 3.1) gevorderde verklaring voor recht als zodanig toewijzen. De hiervoor besproken pandrechten strekken tot zekerheid van de hoofdsom van de vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas van € 1 miljoen, die als gevolg van het faillissement opeisbaar is geworden en op 1 juli 2015 bij de curator is opgeëist (zie 2.33). Geen onrechtmatige daad van de curator 4.24. [eiser] betoogt dat de curator onrechtmatig ten opzichte van haar heeft gehandeld door betalingen van debiteuren van Drukkerij Atlas die op en na 2 juli 2015 zijn binnengekomen op de bankrekening van Drukkerij Atlas en op de boedelrekening, toe te voegen aan het boedelactief. De curator moet daarom volgens [eiser] worden veroordeeld tot betaling aan haar van € 51 De curator heeft namelijk correspondentie overgelegd van twee debiteuren van Drukkerij Atlas waaruit blijkt dat zij de openbaarmakingsbrief op respectievelijk na 3 juli 2015 hebben ontvangen. Niet valt uit te sluiten dat dit voor meer debiteuren geldt, zodat de rechtbank er - anders dan [eiser] betoogt - niet vanuit kan gaan dat alle betalingen die met ingang van 3 juli 2015 zijn ontvangen op de bankrekening van Drukkerij Atlas, zijn gedaan na ontvangst van de openbaarmakingsbrief (in welk geval zij niet bevrijdend zijn). De rechtbank geeft [eiser] en de curator in overweging om deze kwestie in goed overleg op te lossen. Afstand van pandrechten op de facturen vanaf factuurnummer 151447? 4.29. Onder verwijzing naar artikel 3:258 lid 2 BW neemt de curator het standpunt in dat [eiser] expliciet afstand heeft gedaan van haar pandrecht op de vorderingen van Drukkerij Atlas vanaf factuurnummer 151447. De curator beroept zich hierbij op de brieven van de kantoorgenoot van mr. Vriezen van 12 augustus 2015 en 20 augustus 2015 (zie 2.39 en 2.40). [eiser] neemt het standpunt in dat van afstand van pandrecht geen sprake is, omdat de wil daartoe ontbrak. In verband hiermee beroept Meijer zich op de brief van mr. Vriezen van 18 september 2015 (zie 2.41). De curator heeft op dit punt gelijk. In de brief van de kantoorgenoot van mr. Vriezen van 12 augustus 2015 staat dat deze facturen niet vallen onder het pandrecht van [eiser] en toekomen aan de boedel. Dit is bevestigd in de brief van 20 augustus 2015. De curator heeft deze brieven mogen beschouwen als te zijn verstuurd namens mr. Vriezen en dus namens [eiser] . Enig voorbehoud is in die brieven niet gemaakt. Daarnaast eist artikel 3:258 lid 2 BW een overeenkomst. De curator heeft op de brief van 12 augustus 2015 gereageerd met de mededeling dat zij deze vorderingen namens de boedel int. Daarmee is sprake van aanvaarding door de curator, zodat de vereiste overeenkomst tot stand is gekomen. De brief van mr. Vriezen van 18 september 2015 moet worden beschouwd als een uitnodiging aan de curator om voornoemde overeenkomst terzijde te stellen. De curator heeft daaraan niet willen meewerken en [eiser] heeft onvoldoende aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. 4.30. Gelet op het voorgaande zullen in de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht onder 2, c) (zie 3.1) door de rechtbank worden uitgezonderd de facturen vanaf factuurnummer 151447 (in plaats van vanaf factuurnummer 151494). Proceskosten en nakosten 4.31. De curator zal als de grotendeels grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op: - dagvaarding € 77,75 - griffierecht 1.929,00 - salaris advocaat 1.130,00 (2,5 punten × tarief € 452,00) Totaal € 3.136,75 Ook de nakosten zullen worden toegewezen. De curator verzoekt de rechtbank echter om een eventuele veroordeling tot betaling aan [eiser] , waaronder moet worden begrepen een veroordeling tot betaling van de proceskosten en de nakosten, niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren omdat een dergelijke vordering een concurrente boedelvordering is en de curator bij de afwikkeling van het faillissement moet uitdelen met inachtneming van ieders rang. Dit betoog slaagt gedeeltelijk. Wat betreft de proceskosten en de nakosten is sprake van concurrente boedelvorderingen. Door te verschijnen in deze procedure heeft de curator immers de mogelijkheid aanvaard dat zij zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en nakosten, zodat deze schulden moeten worden beschouwd als te zijn aangegaan door de curator in haar hoedanigheid (zie Hoge Raad 19 april 2013, JOR 2013, 224, overweging 3.7.1). Als vaststaat dat de boedel onvoldoende actief heeft om een boedelvordering te voldoen, levert dat een grond op voor afwijzing van die vordering, omdat bij de verdeling van het actief geen vorderingen kunnen worden voldaan wa Als het daarentegen klopt wat [eiser] zegt, namelijk dat de lening van [A] in 2013 is afgelost door middel van een gedeelte van het bedrag van € 450.000 dat [eiser] toen aan Drukkerij Atlas en Practicum Holding heeft geleend, moet de betaling aan [A] worden toegerekend aan Practicum Holding. Volgens Meijer gaat het om een bedrag van € 130.000. Betaling van € 130.000 door Drukkerij Atlas aan [eiser] (door middel van de uitwinning door [eiser] van pandrechten van Drukkerij Atlas) geldt dan als een betaling van een schuld die uitsluitend Practicum Holding aangaat. In dat geval is wel sprake van een regresvordering van Drukkerij Atlas/de curator op Practicum Holding. 4.40. Het antwoord op de vraag of sprake is van een regresvordering op Practicum Holding en, zo ja, hoe hoog deze is, kan in deze procedure echter in het midden blijven. In de verhouding tot [eiser] heeft de curator met deze vordering immers geen processueel belang. En aangezien Practicum Holding in deze procedure geen partij is, kan de door de curator gevorderde verklaring voor recht geen gezag van gewijsde krijgen in de verhouding van de curator tot Practicum Holding. Gelet op deze omstandigheden zal (ook) deze vordering van de curator worden afgewezen. 4.41. De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 565 voor salaris advocaat (2,5 punten × factor 0,5 × tarief € 452). Net als in conventie zal deze veroordeling onder opschortende voorwaarde uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (zie 4.31). 5 De beslissing De rechtbank in conventie 5.1. verklaart voor recht dat de vernietiging door de curator van de pandaktes van 24 juni 2015 en 29 juni 2015 geen rechtsgevolgen heeft, 5.2. verklaart voor recht dat [eiser] rechtsgeldige pandrechten heeft op alle inventariszaken die in eigendom toebehoorden aan Drukkerij Atlas en op alle vorderingen van Drukkerij Atlas op derden, waaronder groepsmaatschappijen, en dat [eiser] aanspraak kan maken op de bedragen die zijn ontvangen op de verpande vorderingen op derden en geparkeerd staan: op de bankrekening van [eiser] op de derdengeldenrekening van de advocaat van [eiser] , en op de boedelrekening van de curator, na omslag van de faillissementskosten, en met uitzondering van 1) de facturen die door debiteuren van Drukkerij Atlas zijn betaald op de bankrekening van Drukkerij Atlas na ontvangst van de openbaarmakingsbrief en 2) de betalingen die hebben plaatsgevonden op vorderingen vanaf factuurnummer 151447 5.3. veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 3.136,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 5.4. veroordeelt de curator in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de curator niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 5.5. verklaart de in 5.3 en 5.4 uitgesproken kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, onder de opschortende voorwaarde dat bij de slotuitdeling blijkt dat de boedel voldoende actief heeft om deze vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, en uitsluitend voor dat deel, dat volgens de slotuitdeling aan [eiser] toekomt, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.7. wijst de vorderingen af, 5.8. veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 565,00, 5.9. verklaart de in 5.8 uitgesproken kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, onder de opschortende voorwaarde dat bij de slotuitdeling blijkt dat de boedel voldoende actief heeft om deze vordering geheel of gedeeltelijk te voldoen, en uitslui