Rechtspraak 1999-01-21
ECLI:NL:RBMID:1999:AE3259
Niet gebleken is dat de waardering van de functies van eisers (operationele sluismeesters) in hoofdgroep IIIc/S7 op onvoldoende gronden berust. Voldoende aannemelijk geworden dat in bijzondere situaties de OSM niet zelfstandig beslist maar overlegt met hogere echelon. Standpunt van verweerder dat geen sprake is van het verrichten van werkzaamheden binnen globale kaders en ruim gestelde opdrachten waarin in belangrijke mate zelf keuzen gemaakt en beslissingen genomen moeten worden niet onbegrijpelijk. Vergelijking door eisers van hun functie met de functie van Hoofd Sluismeester met de indeling in hoofdgroep IIId/S8 is onvoldoende onderbouwd. ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MIDDELBURG Enkelvoudige Kamer voor Bestuursgeschillen Reg.nrs.: Awb 97/1071 tot en met Awb 97/1077. Uitspraak inzake : [eiser 1], wonende te [woonplaats], [eiser 2], wonende te [woonplaats] [eiser 3], wonende te [woonplaats], [eiser 4], wonende te [woonplaats], [eiser 5]] wonende te [woonplaats], [eiser 6], wonende te [woonplaats], en [eiser 7], wonende te [woonplaats], eisers, tegen de Minister van Verkeer en Waterstaat, verweerder. 1. Feiten en procesverloop. Eisers zijn allen werkzaam in de functie van Operationele Sluismeester (verder: OSM) van de sluizen Terneuzen bij de Scheepvaartdienst Westerschelde van de direktie Zeeland van Rijkswaterstaat. Bij besluit van 3 maart 1997 heeft verweerder deze functie gewaardeerd in hoofdgroep III, niveaugroep c, en daaraan de salarisschaal 7 verbonden. Eisers hebben hiertegen een gezamenlijk bezwaarschrift ingediend, gedateerd 9 april 1997. De bezwaren zijn door verweerder bij besluit van 12 november 1997 ongegrond verklaard. Van dit besluit zijn eisers in beroep gekomen bij deze rechtbank. Het geschil is behandeld ter zitting van 9 december 1998. Eisers hebben uit hun midden [eiser 6] en [eiser 2] gemachtigd om hen te vertegenwoordigen. Beiden zijn verschenen. Verder zijn nog in persoon verschenen [eiser 1] en [eiser 5]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door H.G. Haverkamp, hoofd van de Scheepvaartdienst Westerschelde, G.P. Neve, hoofd van de Sluisdienst Terneuzen, en L.M.J. Struik, personeelsadviseur en waarnemend hoofd van de afdeling Personeel en Organisatie. 2. Gronden. De in geding zijnde waardering van de functie van OSM heeft plaatsgevonden met toepassing van het functiewaarderingssysteem FUWASYS, versie 96.1. Eisers zijn van mening dat hun functie gewaardeerd dient te worden in hoofdgroep III, niveaugroep d, met de daaraan verbonden salarisschaal 8. In beroep hebben zij in verband daarmee bezwaren aangevoerd tegen de verslaglegging van de hoorzitting d.d. 7 juli 1997 van de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering (verder: de commissie). Het verslag klopt volgens hen op diverse punten niet, waardoor ook de beoordeling door de commissie niet juist is. Verder hebben eisers gesteld dat ten onrechte voorbij is gegaan aan de vergelijking die zij hebben gemaakt tussen de functie van OSM en de functie van regionale verkeersdienstleider (RVDL). Zij achten het voorts onbegrijpelijk dat anders dan voorheen de functieomschrijving als hoofdbestanddeel vermeldt dat de OSM de Hoofd Sluismeester (HSM) vervangt bij diens afwezigheid, maar dat kennelijk geen gevolgen heeft voor de functiewaardering. Daarbij hebben zij er ook op gewezen dat de HSM een dubbelfunctie is gaan vervullen en er de functie van Hoofd Oeververbindingen bij is gaan doen. Dat betekent dat er meer werk door anderen moet worden gedaan en dat terugkoppelen moeilijk kan zijn. Ter zitting hebben zij nog een beroep gedaan op vergelijkbaarheid van hun functie met die van de hoger ingeschaalde OSM te IJmuiden en zij hebben tevens aangevoerd er pas na de hoorzitting achter te zijn gekomen dat bij de waardering werd uitgegaan van FUWASYS. De rechtbank heeft te beoordelen of de waardering van de functie van OSM in hoofdgroep III, niveaugroep C, in rechte stand kan houden. Haar toetsing is terughoudend en dient beperkt te blijven tot de vraag of die