Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-02-04
ECLI:NL:RBLIM:2026:981
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11696080 \ CV EXPL 25-2172 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , procederend in persoon, tegen STICHTING PENSIOENFONDS ABP , te Heerlen, gedaagde partij, hierna te noemen: Stichting Pensioenfonds ABP, gemachtigde: mr. E. Lutjens. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis in het incident d.d. 16 juli 2025 - de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek- de akte van [eiser] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. ABP is een bedrijfstakpensioenfonds in de zin van de Pensioenwet. [eiser] is sinds 1 april 2024 deelnemer bij ABP. 2.2. [eiser] , geboren op [datum] 1962, heeft, voordat hij deelnemer werd bij ABP, vanuit eerdere dienstbetrekkingen pensioen opgebouwd bij Aegon. 2.3. [eiser] heeft in mei 2024 aan ABP het verzoek gedaan tot het verstrekken van een opgave van zijn bij Aegon opgebouwde pensioenaanspraken / pensioenkapitaal (als bedoeld in artikel 71 lid 3 Pensioenwet). ABP heeft vervolgens op 14 mei 2024 aan Aegon (de overdragende uitvoerder) gevraagd om een opgave per de overdrachtsdatum van de overdrachtswaarde en de daaraan ten grondslag liggende gegevens (artikel 18 lid 1 Besluit uitvoering Pensioenwet) . 2.4. [eiser] had bij Aegon pensioen opgebouwd in twee verschillende soorten pensioenregelingen: een pensioenregeling met het karakter van een premieregeling (met [polisnummer 1] ) en een pensioenregeling met het karakter van een uitkeringsovereenkomst (met [polisnummer 2] ). 2.5. ABP heeft naar aanleiding van de door Aegon ontvangen gegevens aan [eiser] twee offertes uitgebracht. 2.5.1. In de offerte d.d. 13 augustus 2024 , geldig tot 11 oktober 2024, met betrekking tot de overdracht van het premieregeling-pensioen staat onder andere: “Dit “oude” pensioen levert u bij ABP het volgende op: ABP KeuzePensioen vanaf AOW leeftijd € 20.770,15 ABP Nabestaandenpensioen bij overlijden voor 65e € 15.264,15 ABP Nabestaandenpensioen bij overlijden na 65e € 15.264,15 Bij de omrekening zijn wij uitgegaan van: Uw geboortedatum: [datum] 1962 De overdrachtswaarde van uw oude pensioen: € 291.188,32” Onder “ extra informatie ” staat onder andere en voor zover van belang: Maakt uw vorige pensioenuitvoerder een ander bedrag aan ons over? Dan berekenen wij uw pensioen bij ABP opnieuw. U krijgt dan een nieuwe berekening. 2.5.2. In de offerte d.d. 23 juli 2024 , geldig tot 20 september 2024 , met betrekking tot de overdracht van het uitkeringsregeling-pensioen staat onder andere: “Dit “oude” pensioen levert u bij ABP het volgende op: ABP KeuzePensioen vanaf AOW leeftijd € 15.348,08 ABP Nabestaandenpensioen bij overlijden voor 65e € 11.297,43 ABP Nabestaandenpensioen bij overlijden na 65e € 11.297,43 Bij de omrekening zijn wij uitgegaan van: Uw geboortedatum: [datum] 1962 De overdrachtswaarde van uw oude pensioen: € 214.156,02” Ook hier staat onder “ extra informatie ” onder andere en voor zover van belang: Maakt uw vorige pensioenuitvoerder een ander bedrag aan ons over? Dan berekenen wij uw pensioen bij ABP opnieuw. U krijgt dan een nieuwe berekening. 2.6. Aanvankelijk wilde [eiser] alleen akkoord gaan met de waardeoverdracht van de opgebouwde aanspraken in de uitkeringsovereenkomst en heeft hij daarom alleen die offerte ondertekend. Nadat Aegon aan [eiser] heeft laten weten dat het niet mogelijk is om alleen de waarde van één pensioenregeling (in dit geval de uitkeringsovereenkomst) over te dragen, heeft [eiser] op 4 oktober 2024 aan ABP per e-mail bericht dat hij ook het opgebouwde pensioenkapitaal in de premieregeling wilde overdragen . In deze e-mail staat dat de goedkeuring voor de waardeoverdracht van het premiedeel is bijgevoegd en tevens per post is verzonden. 2.7. Op 7 oktober 2024 heeft ABP aan [eiser] een nieuwe offerte gestuurd, omdat [eiser] volgens ABP eerder een keuzeformulier zou hebben Hij verzoekt deze opgave ten minste te corrigeren naar de eerder door ABP gecommuniceerde pensioentoezegging d.d. 26 november 2024. [eiser] wijst erop dat de koersen van Aegon Equity fonds waarin werd belegd in de periode november/december 2024 alleen maar zijn gestegen. Ook wijst hij op artikel 71 lid 5 van de pensioenwet waarin staat dat het verboden is om bij waardeoverdracht kosten in rekening te brengen. 2.14. In een e-mailbericht van 17 december 2024 heeft ABP erop gewezen dat in de offerte staat dat als de pensioenuitvoerder een ander bedrag overmaakt, het pensioen bij ABP opnieuw wordt berekend en dat Aegon een lager bedrag heeft overgemaakt dan in de offerte was vermeld. Volgens ABP heeft zij van Aegon de volgende waardes ontvangen: Op 28 november 2024 een bedrag van € 293.545,78 voor [polisnummer 1] Op 3 december 2024 een bedrag van € 214.156,02 voor [polisnummer 2] 2.15. Per e-mail van 17 december 2024 heeft [eiser] opnieuw ABP gesommeerd om zijn pensioenaanspraken te corrigeren op basis van tenminste een overdrachtswaarde van € 306.318,06. 2.16. Partijen hebben vervolgens over en weer e-mails gestuurd over de vraag of ABP de pensioenaanspraken van [eiser] juist heeft berekend. 2.17. Op 9 januari 2025 heeft ABP schriftelijk gereageerd op een door [eiser] op 18 december 2024 ingediende klacht . In deze brief staat onder meer het volgende: “Hoe is waardeoverdracht gegaan? • 14 mei 2024 : U dient een verzoek tot waardeoverdracht in van Aegon naar ABP. • 16 juli 2024 : ABP ontvangt de opgave van Aegon van [polisnummer 2] • 23 juli 2024 : ABP stuurt u de offerte van bovenstaand polisnummer • 1 augustus 2024 : ABP ontvangt de opgave van polisnummer: [polisnummer 1] • 13 augustus 2024 : ABP stuurt u de offerte van bovengenoemd polisnummer. • 26 september 2024 : ABP ontvangt beide keuzeformulieren. U gaat akkoord met de waardeoverdracht van polisnummer: [polisnummer 2] . U gaat niet akkoord met de waardeoverdracht van [polisnummer 1] . • 27 september 2024 : ABP stuurt Aegon een betaalverzoek voor de waardeoverdracht van [polisnummer 2] en laat Aegon weten dat u afziet van de waardeoverdracht van [polisnummer 1] . • 3 oktober 2024 : U ontvangt telefonisch uitleg over het feit dat de waardeoverdracht van polisnummer [polisnummer 2] nog lopende is. • 7 oktober 2024 : Op uw verzoek ontvangt u een nieuwe offerte van polisnummer [polisnummer 1] . U wil alsnog akkoord gaan met de waardeoverdracht van dit polisnummer, omdat Aegon niet kan meewerken aan de waardeoverdracht van slechts één polis. • 16 oktober 2024 : ABP ontvangt het keuzeformulier voor bovenstaande waardeoverdracht • 16 oktober 2024 : ABP stuurt Aegon het betaalverzoek voor polisnummer: [polisnummer 1] • 19 november 2024 : U neemt contact op met ABP over de stand van zaken met betrekking tot beide waardeoverdrachten van Aegon naar ABP. U wil graag weten wat de huidige beleggingswaarde is bij Aegon. ABP neemt hierover, op uw verzoek, contact op met Aegon. • 26 november 2024 : ABP ontvangt van Aegon een herziene opgave met betrekking tot [polisnummer 1] . • 26 november 2024 : ABP stuurt u een nieuwe offerte aan de hand van de herziene opgave • 2 december 2024 : ABP ontvangt het keuzeformulier van bovenstaande offerte • 2 december 2024 : ABP stuurt Aegon het betaalverzoek voor polisnummer [polisnummer 1] . • 9 december 2024 : ABP stuurt u de bevestiging dat de waardeoverdrachten zijn verwerkt • 10 december 2024 : U neemt via e-mail contact op over de betalingen van Aegon aan ABP. U geeft aan dat u denkt dat ABP u een te laag bedrag aan pensioenaanspraken heeft toegekend. • 17 december 2024 : ABP bevestigt per e-mail dat de waardeoverdrachten correct zijn verwerkt. • 18 december 2024 : U uit uw ongenoegen over de afronding van de waardeoverdrachten. U geeft aan dat in de offerte een ander bedrag staat vermeld dan het bedrag dat u uiteindelijk aan pensioenaanspraken erbij gekregen heeft. U verzoekt ons dit te corrigeren. • 30 december 2024 : U stuurt per e-mail aanvullend Aegon heeft op 19 december 2024 aan [eiser] bericht dat zij de volgende bedragen heeft overgemaakt: Verder staat in deze brief: “Berekening van de overdrachtswaarde Voor uw pensioenkapitaal geldt de waarde van uw beleggingen op de datum dat wij de getekende akkoordverklaring van ABP hebben ontvangen. Dit is 26 november 2024. Uw pensioenkapitaal bedraagt op deze datum € 297.728,81. Wij sturen een overzicht mee van de waardeontwikkeling in de maand november 2024. Door afronding kan er een klein verschil ontstaan. Wij verwijzen u naar onze e-mail van 24 oktober 2024 voor de berekening van de overdrachtswaarde van uw pensioenaanspraak. Het bedrag dat wij hebben overgemaakt naar ABP is inclusief een rentevergoeding van € 3.051,72.” 2.21. Op 23 juli 2025 (dus tijdens deze procedure) heeft Aegon een extra bedrag aan ABP overgemaakt. Nadat ABP daar in augustus 2025 vragen over had gesteld heeft Aegon per brief van 11 september 2025 aan ABP het volgende geschreven: “(…) Dit gaat over de premieovereenkomst met [polisnummer 1] . (…) Nabetaling waardeoverdracht Uit interne controle is gebleken dat de overgedragen overdrachtswaarde te laag is geweest. Dit hebben wij gecorrigeerd. De heer [eiser] heeft recht op een aanvullende overdrachtswaarde van € 8.695,02 (inclusief € 333,40 rente). Dit bedrag hebben wij op 23 juli 2025 aan u overgemaakt.” 2.22. ABP heeft vervolgens de pensioenaanspraken van [eiser] opnieuw berekend en per brief van 24 oktober 2025 aan hem meegedeeld: 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: voor recht zal verklaren dat ABP onrechtmatig heeft gehandeld en tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat zij aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden pensioenschade; ABP zal veroordelen tot het met terugwerkende kracht corrigeren van de pensioenaanspraken, zowel ten aanzien van het premiedeel als het verzekeringsdeel, inhoudende dat ABP: a. De overdrachtswaarde voor het premiedeel in aanmerking neemt zoals opgenomen in de offerte van 26 november 2024, zijnde een bedrag van ten minste € 306.318,06; b. De daaruit volgende pensioenaanspraken per 1 december 2024 conform de offerte van 26 november 2024 vaststelt op ten minste: Een jaarlijks ouderdomspensioen van € 21.644,68 Een jaarlijks nabestaandenpensioen van € 15.906.85; c. Het bedrag van € 3.051,72 – zijnde de ten onrechte ingehouden aanvullende rentevergoeding op het verzekeringsdeel – alsnog toevoegt aan het oorspronkelijk door Aegon aan ABP overgemaakte pensioenkapitaal; d. Het bedrag van € 4.183,11 – zijnde de ten onrechte ingehouden aanvullende rentevergoeding op het premiedeel – alsnog toevoegt aan het oorspronkelijk door Aegon aan ABP overgemaakte pensioenkapitaal; e. Een actuariële herberekening uitvoert van de pensioenaanspraken op basis van de juiste overdrachtswaarden, zonder inhoudingen en de pensioenaanspraken van [eiser] dienovereenkomstig herstelt; f. De aldus aangepaste pensioenaanspraken met terugwerkende kracht vanaf 1 december 2024 op juiste wijze in haar administratie verwerkt. 3. Subsidiair, indien correctie van de pensioenaanspraken niet mogelijk is, ABP te veroordelen tot een schadevergoeding van € 15.824,08. 4. ABP zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over bovengenoemde bedragen vanaf datum verzuim tot de dag der algehele voldoening. 5. ABP zal veroordelen in de proceskosten. 3.2. ABP voert verweer. ABP concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. [eiser] heeft aan zijn vordering meerdere stellingen ten grondslag gelegd. Samengevat stelt [eiser] dat: a. ABP haar zorgplicht en informatieplicht als bedoeld in artikel 48 Pensioenwet heeft geschonden, hetgeen onrechtmatig is jegens hem; ABP in strij Uit deze artikelen blijkt o.a. dat de ontvangende uitvoerder ABP binnen één maand nadat de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 71 lid 3 Pensioenwet, aan de overdragende uitvoerder (Aegon) een opgave opvraagt per de overdrachtsdatum van de overdrachtswaarde en de daaraan ten grondslag liggende gegevens . In het tweede lid van artikel 18 Besluit staat dat als de overdragende uitvoerder een premieovereenkomst of premieregeling uitvoert waarbij de premie wordt belegd de opgave geldt als een voorlopige opgave . De overdragende uitvoerder verstrekt de (voorlopige) opgave vervolgens binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek . De ontvangende uitvoerder (ABP) verstrekt deze (voorlopige) opgave vervolgens binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, zullen worden behandeld. Als de deelnemer vervolgens besluit tot de waardeoverdracht, dient hij binnen twee maanden na ontvangst van de (voorlopige) opgave een verzoek in tot waardeoverdracht bij de ontvangende uitvoerder (ABP). Vervolgens stelt de ontvangende uitvoerder (ABP) de overdragende uitvoerder (Aegon) ter stond in kennis van de ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht . Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen aanspraken, komt met ingang van de datum van het verzoek van de rechthebbende, bedoeld in artikel 21, eerste lid Besluit, voor rekening van de ontvangende uitvoerder . De overdrachtswaarde wordt binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht door de overdragende uitvoerder aan de ontvangende uitvoerder betaald. 4.8. Volgens ABP heeft zij aan haar verplichtingen voldaan door aan [eiser] de opgave (van de uitkeringsregeling) én de voorlopige opgave (van de premieregeling) te verstrekken met de vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling worden behandeld. Zij heeft verwezen naar de offertes die zij heeft overgelegd als productie 2 en 3 bij conclusie van antwoord, hiervoor weergeven onder 2.5.1 en 2.52. Volgens ABP heeft zij in de offerte van de overdrachtswaarde erop gewezen dat deze opgave slechts een voorlopige is. ABP heeft gewezen op de bij de offerte gevoegde pagina met ‘Extra informatie’ waaronder staat: “Maakt uw vorige pensioenuitvoerder een ander bedrag aan ons over? Dan berekenen wij uw pensioen bij ABP opnieuw. U krijgt dan een nieuwe berekening.” 4.9. Volgens ABP geldt dit laatste uitsluitend voor de premieovereenkomst, aangezien de hoogte van het pensioen daarbij afhankelijk is van de actuele waarde van de onderliggende beleggingen, die van dag tot dag kan fluctueren. Voor uitkeringsovereenkomsten geldt dit niet. De opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken in een uitkeringsovereenkomst staan vast omdat hier een standaardtarief voor geldt (artikel 25 lid 4 Besluit jo. artikel 20 Regeling Pensioenwet). Deze overdrachtswaarde verandert niet op de betaaldatum. 4.10. Volgens ABP heeft zij, nadat [eiser] de tweede offerte van 7 oktober 2024 (zie onder 2.7.) op 14 oktober 2024 had geaccepteerd, op 16 oktober 2024 een verzoek aan Aegon gedaan om de overdrachtswaarde te betalen. 4.11. Wat betreft de informatievoorziening over de van Aegon ontvangen overdrachtswaarde heeft ABP aangevoerd dat zij [eiser] op 17 december 2024 heeft gemeld dat de overdrachtswaarde van zijn pensioenaanspraak in de premieregeling € 293.545,78 bedroeg en dat dit exact het bedrag is dat ABP op 4 februari 2025 opnieuw heeft bevestigd. Volgens ABP is het verschil tussen het door haar van Aegon ontvangen bedrag van € 297.718,81 verklaarbaar door het zogeheten U-rendement, wat een rentevergoeding betreft die de overdragende pensioenuitvoerder aan de ontvangende pensioenuitvoerder verschuldigd is op grond van artikel 23 lid Dit volgt eveneens uit het bepaalde in artikel 27 Besluit. ABP zal in de gelegenheid worden gesteld om uit te leggen waarom zij op deze overdrachtswaarde toch U-rendement in mindering meent te mogen brengen. De kantonrechter wijst erop dat ABP zelf in randnummer 15 dupliek stelt dat het U-rendement door de overdragende uitvoerder in aanvulling op de overdrachtswaarde wordt betaald. In dit geval is nergens uit gebleken dat er een aanvulling is betaald op de overdrachtswaarde. Aegon heeft een bedrag aan overdrachtswaarde van € 297.728,81 gecommuniceerd aan [eiser] en exact dit bedrag, zonder enige aanvulling, aan ABP overgemaakt. Ook van de nabetaling van € 8.695,02 heeft ABP wederom een bedrag (aan U-rendement?) in mindering gebracht. Daarover gelden dezelfde vragen. De kantonrechter draagt ABP op om een berekening te maken van de pensioenaanspraken van [eiser] als zij was uitgegaan van de bedragen aan overdrachtswaarde van € 297.718,81 en € 8.695,02 die zij van Aegon heeft ontvangen, voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat ABP geen “U-rendement” van deze bedragen had mogen aftrekken. Indien ABP wél een U-rendement in mindering zou mogen brengen, waarom is zij voor de berekening daarvan uitgegaan van de begindatum 14 mei 2024? In de brief van 9 januari 2024 verwijst ABP weliswaar naar artikel 1 Besluit, waar als definitie van de overdrachtsdatum staat: “datum waarop de deelnemer een opgave heeft gevraagd van zijn pensioenaanspraken aan de ontvangende uitvoerder”, maar in diezelfde brief schrijft ABP ook dat zij op 27 september 2024 aan Aegon heeft bericht dat [eiser] afzag van de waardeoverdracht van de premieregeling. [eiser] is daarop later, op 4 oktober 2024 teruggekomen. Had ABP dat niet moeten opvatten als een nieuwe vraag om een opgave? Hoeveel zou het bedrag aan U-rendement (met betrekking tot de premieregeling) zijn geweest als van de datum 4 oktober 2024 wordt uitgegaan? ABP heeft op 23 juli 2025 een nabetaling van Aegon gekregen. Op 25 augustus 2025 heeft zij daarover (pas) navraag gedaan bij Aegon, die op 11 september heeft geantwoord dat de eerder overgemaakte overdrachtswaarde te laag is geweest. Op 17 september 2025 heeft [eiser] in zijn conclusie van repliek melding gemaakt van deze extra overboeking en gesteld dat hij hierover niet door ABP is geïnformeerd. Op 24 oktober 2025 heeft ABP aan [eiser] een brief gestuurd. Daarin staat dat zij een nabetaling van € 8.415,21 heeft ontvangen en wordt uitgelegd welke gevolgen dit heeft voor zijn pensioenaanspraken .- wat is de verklaring voor dit tijdsverloop? - waarom noemt ABP wederom, zonder verdere uitleg - een lager ontvangen bedrag dan zij daadwerkelijk heeft ontvangen?- beschouwt ABP dit zelf als “tijdig, duidelijk en correct informeren” als bedoeld in artikel 48 Pensioenwet? In randnummer 22 heeft ABP een berekening gegeven van het U-rendement, Zij heeft daarbij als grondslag vermeld € 293.545,78. Moest dat niet zijn € 291.188,32? Het bedrag dat Aegon had opgegeven en vermeld staat in de offerte van 13 augustus 2024? 4.13. Gelet op de vele vragen die de informatieverstrekking door ABP aan [eiser] oproept, is het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat ABP in de informatieverstrekking tekort is geschoten. [eiser] heeft verzocht om voor recht te verklaren dat ABP – mede daardoor – onrechtmatig heeft gehandeld. De vraag die zich opdringt is welk belang [eiser] bij een dergelijke verklaring voor recht heeft. Zonder belang komt immers niemand een rechtsvordering toe. Dit staat in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek. Uit de vorderingen volgt dat [eiser] ABP aansprakelijk stelt voor de door hem geleden pensioenschade. Nu Aegon inmiddels de nabetaling heeft gedaan, rijst de vraag of er nog pensioenschade is. Op de nog te houden mondelinge behandeling mag [eiser] zich hierover uitlaten. Heeft ABP in strijd met artikel 71 Pensioenwet inhoudingen gedaan? 4.14. In artikel 71 Pensioenwet is de verplichting van de oude en de nieuwe pensioenuitvoerder vastgelegd om me In de eerste plaats heeft ABP in de offertes expliciet vermeld dat indien de vorige pensioenuitvoerder een ander bedrag overmaakt, het pensioen opnieuw wordt berekend. Reeds daaruit volgt dat [eiser] de in de offerte genoemde bedragen geen harde rechten kon ontlenen. 4.20.2. In de tweede plaats had [eiser] al eerder een offerte geaccepteerd met betrekking tot de waardeoverdracht voor dezelfde premieregeling, en had hij bevestiging gekregen op 16 oktober 2024 dat ABP had verzocht om de overdrachtswaarde van € 291.188,32 over te maken. Dat [eiser] daarna om een nieuwe opgave heeft gevraagd en dat ABP – kennelijk per abuis – die opgave in de vorm van de offerte van 26 november 2024 aan [eiser] heeft verstuurd, had bij [eiser] vragen moeten oproepen. Gelet op de eerdere mededelingen die hij van ABP had ontvangen, mocht hij niet zomaar vertrouwen op het in deze offerte genoemde bedrag. 4.20.3. In de derde plaats heeft [eiser] bij repliek een brief van Aegon overgelegd d.d. 26 november 2024. Daarin schrijft Aegon aan hem dat zij een bedrag van € 297.728,81 aan overdrachtswaarde zal overmaken naar ABP. Deze brief heeft [eiser] ontvangen vóórdat hij “de offerte” van 26 november 2024 accepteerde. 4.21. [eiser] mocht er gelet op deze omstandigheden dan ook niet klakkeloos vanuit gaan dat de overdrachtswaarde € 306.318,06 zou zijn. 4.22. Overigens heeft [eiser] inmiddels wel van Aegon een nabetaling ontvangen. Daarmee komt het totale door Aegon overgemaakte bedrag aan overdrachtswaarde dicht in de buurt van het bedrag van € 306.318,06. Welke gevolgen deze nabetaling heeft voor de vorderingen van [eiser] , is eveneens een bespreekpunt voor de te houden mondelinge behandeling. Heeft ABP wanprestatie gepleegd? 4.23. Volgens [eiser] heeft ABP, door het niet correct uitvoeren van de waardeoverdracht en de schending van de zorg- en informatieplicht, wanprestatie gepleegd, waardoor [eiser] pensioenschade heeft geleden. [eiser] vordert daarom herstel van zijn pensioenaanspraken vanaf 1 december 2024 conform de toezegging in de offerte van 26 november 2024. 4.24. Het antwoord op de vraag of ABP inderdaad wanprestatie heeft gepleegd is afhankelijk van de nog door partijen te verstrekken informatie en de uiteindelijke beslissing van de kantonrechter of ABP wel of niet het U-rendement mocht inhouden op de overdrachtswaarde uit de premieregeling. 4.25. Als dat antwoord ontkennend is, ligt nog de vraag voor wat dit betekent voor de door [eiser] gevorderde correctie op zijn pensioenaanspraken. Ook hierover kunnen partijen zich op de mondelinge behandeling nader uitlaten. Een deel van de hierboven opgesomde vragen heeft daar betrekking op. Ook op dit punt zal de kantonrechter iedere beslissing aanhouden. De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen 4.26. Zoals hiervoor reeds is overwogen zal de kantonrechter een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden 4.27. De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 4.28. Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden. 4.29. In het kader van de vaststelling van de feiten dient ABP dient ervoor te zorgen dat de kantonrechter en de andere partij(en) uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling de volgende stukken hebben ontvangen: de informatie zoals verzocht onder 4.12 onder k en m. 4.30. Op de mondelinge behandeling wordt aan de gemachtigden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten en in