Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-08-18
ECLI:NL:RBLIM:2026:8682
Voorlopige voorziening. Woningsluiting ex artikel 13b van de Opiumwet . Bevoegdheid om tot sluiting van de woning over te gaan twijfelachtig. Verzoek toegewezen. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 26/1759 uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 augustus 2026 in de zaak tussen [naam] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. T.J.N. Hameleers), en de Burgemeester van de gemeente Venlo, de burgemeester (gemachtigden: mr. E.P.B. Moors en N.S. Kasander). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de woning van verzoeker te sluiten voor een periode van drie maanden vanwege een aangetroffen handelshoeveelheid hard drugs. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom een voorlopige voorziening te treffen zodat hij in zijn woning kan blijven wonen tijdens de bezwaarschriftprocedure. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 11 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester besloten om vanaf 29 juni 2026 op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning van verzoeker te sluiten voor de duur van drie maanden. 2.1. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende de schorsing van het bestreden besluit. 2.2. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend. 2.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, [naam broer] (de broer van verzoeker), mr. G. Debije (kantoorgenoot van en waarnemer voor verzoekers gemachtigde) en de gemachtigden van de burgemeester. Totstandkoming van het besluit 3. Verzoeker is huurder van de woning. 3.1. Uit de bestuurlijke rapportage van 2 maart 2026 blijkt dat de woning van verzoeker op 26 februari 2026 is doorzocht door de politie. De aanleiding voor de doorzoeking was een Meld Misdaad Anoniem (MMA)-melding van 30 oktober 2025 dat er vanuit de woning (dag en nacht) drugs werden verkocht, waaronder speed. Vervolgens is er door het flexteam Noord- en Midden-Limburg een onderzoek ingesteld naar de gestelde handel in verdovende middelen. Tijdens postacties van de politie werd gezien dat verzoeker meerdere korte contacten maakte met personen, die lopend aankwamen en met personen, die in voertuigen zaten. Tijdens de doorzoeking werden door de politie de volgende middelen aangetroffen: 1,1 gram netto hennep (softdrugs), 2,9 gram netto cocaïne (harddrugs), 10 gram netto MDMA (harddrugs) en 2,1 gram netto hashish (softdrugs). Verder trof de politie een weegschaal en drie telefoons aan in de woning. Verzoeker heeft ten overstaan van de politie verklaard dat de aangetroffen drugs voor eigen gebruik waren en dat hij niet begreep waarom de politie zijn woning was binnengevallen. 3.2. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om de woning te sluiten voor drie maanden. De burgemeester heeft aan het bestreden besluit de bevindingen uit de bestuurlijke rapportage ten grondslag gelegd. Sluiting van de woning is volgens de burgemeester noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Verzoeker is het niet eens met het bestreden besluit. Ondertussen is de woning met ingang van 29 juni 2026 gesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter 4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Spoedeisend belang 5. In artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter bezwaar is gemaakt, de rechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 5.1. Gelet op het feit dat de burgemeester al is overgegaan tot sluiting en verzoeker geen toegang meer heeft tot zijn woning, neemt de voorzieningenrechter het spoedeisend belang aan. Toetsingskader 6. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen softdrugs (zoals hennep en hashish) en harddrugs (zoals cocaïne en MDMA) worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. 6.1. Ter uitvoering van deze bevoegdheid heeft de burgemeester de Beleidsregels ter voorkoming en bestrijding van drugsoverlast, -handel en -productie vastgesteld (de beleidsregels). In de beleidsregels is bepaald dat de sluitingstermijn bij woningen twaalf maanden bedraagt als een handelshoeveelheid harddrugs of softdrugs (in grote handelshoeveelheden) wordt aangetroffen. Bij softdrugs is er sprake van een handelshoeveelheid als er meer dan 5 gram wordt aangetroffen. Bij harddrugs is dat het geval als er meer dan 0,5 gram wordt aangetroffen. De burgemeester heeft in de beleidsregels daarbij aansluiting gezocht bij het door het Openbaar Ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik. 6.2. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Dat kader is beschreven in de uitspraken van 28 augustus 2019 , 6 juli 2022 en 16 juli 2025 . Bevoegdheid 7. Verzoeker betwist dat de aangetroffen verdovende middelen in de woning aanwezig waren om te worden verhandeld. Volgens verzoeker waren deze middelen voor eigen gebruik. Verzoeker geeft aan dat hij dit ook in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht. De in de woning aangetroffen weegschaal was volgens verzoeker voor het afwegen van eigen hoeveelheden. Nu geen sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet, was de burgemeester niet bevoegd om tot woningsluiting over te gaan, aldus verzoeker. 7.1. De burgemeester is in beginsel bevoegd om de woning te sluiten als er een handelshoeveelheid drugs in een woning wordt aangetroffen. Bij softdrugs en harddrugs is er sprake van een handelshoeveelheid, zoals hiervoor al is vermeld, als er meer dan 5 gram respectievelijk 0,5 gram wordt aangetroffen. Bij een geringe overschrijding van die grens kan er nog sprake zijn van eigen gebruik. Verzoeker zal dat zelf aannemelijk moeten maken. Verzoeker kan eigen gebruik aannemelijk maken als hij een helder en consistent betoog heeft over zijn eigen gebruik, er geen andere zaken in het pand zijn aangetroffen, die wijzen op drugshandel en niet is gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden. 7.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker met wat hij op de zitting naar voren heeft gebracht, een begin heeft gemaakt met de onderbouwing van zijn standpunt dat de gevonden harddrugs voor eigen gebruik waren. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker ten overstaan van de politie, in zijn zienswijze en nu ook in bezwaar telkens heeft verklaard dat hij de aangetroffen harddrugs voor eigen gebruik voorhanden had. Op de zitting heeft hij nader toegelicht dat hij de afgelopen zeven maanden verslaafd is geraakt, zodanig dat hij nu een opname zal ondergaan in een verslavingskliniek in Zuid-Afrika, althans dat een aanvraag voor zo’n behandeling is opgestart via de huisarts. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om verzoekers verhaal vooralsnog niet te volgen. De omstandigheid dat de huisarts verzoeker heeft doorverwezen naar een verslavingskliniek, ondersteunt de aannemelijkheid dat de aangetroffen hoeveelheid harddrugs (ook al kan de hoeveelheid niet als gering worden aangemerkt, maar evenmin als (zeer) groot) uitsluitend bestemd was voor eigen gebruik.