Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-07-29
ECLI:NL:RBLIM:2026:8076
herroeping Luxemburgse adoptie door Nederlandse rechter met toepassing van Luxemburgs recht Rechtbank Limburg Familie en jeugd Zittingsplaats Roermond Zaaknummer : C/03/347547 / FA RK 25/2586 Beschikking van 29 juli 2026 betreffende herroeping adoptie in de zaak van: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder in haar hoedanigheid van curator in de zin van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek over de persoonlijke zaken en geldzaken van [meerderjarige] , hierna te noemen: [meerderjarige] , beiden wonende te [plaats 1] , advocaat: mr. N.V.T. Cremers. De rechtbank merkt als belanghebbende aan: [adoptievader] , hierna te noemen: adoptievader, wonende in [plaats 2] (Luxemburg). 1 Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 1 december 2025; - de e-mail van de adoptievader, met bijlage, binnengekomen op 10 juni 2026; - de brief, met bijlagen, van mr. Cremers, binnengekomen op 24 juni 2026. 1.2. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 juni 2026. Hierbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door mr. D.A.M. van den Oever. 1.3. [meerderjarige] is, gelet op zijn beperking, niet door de rechtbank gehoord. 1.4. De adoptievader is opgeroepen op de daarvoor voorgeschreven wijze, maar is niet ter zitting verschenen. 2 De vaststaande feiten 2.1. [meerderjarige] is op [geboortedag 1] 2003 te [geboorteplaats 1] (Kenia) geboren uit de affectieve relatie tussen de moeder en [de vader] . 2.2. De heer [de vader] is op [datum 1] 2005 overleden. 2.3. Op [datum 2] 2013 is de moeder in het huwelijk getreden met de adoptievader. 2.4. Uit dit huwelijk zijn nog twee minderjarige kinderen geboren: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 2] 2010 te [geboorteplaats 2] (hierna: [minderjarige 1] ) [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 3] 2012 te [geboorteplaats 2] (hierna: [minderjarige 2] ). 2.5. De moeder en [meerderjarige] hebben (in ieder geval) de Nederlandse nationaliteit. 2.6. De adoptievader heeft de Luxemburgse nationaliteit. 2.7. Bij uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg te Diekirch (Luxemburg) is [meerderjarige] op 2 april 2019 door zijn adoptievader geadopteerd. 2.8. Op 18 augustus 2020 is de echtscheiding tussen de moeder en de adoptievader uitgesproken door de rechtbank in Diekirch (Luxemburg). 2.9. Bij uitspraak van 15 juli 2021 is [meerderjarige] door de rechtbank in Diekirch (Luxemburg) onder curatele gesteld. Daarbij is de moeder aangewezen als wettelijk vertegenwoordiger van [meerderjarige] . 2.10. De kantonrechter van de rechtbank Limburg heeft deze uitspraak erkend en op 19 november 2024 gepubliceerd in het Centraal curatele- en bewindregister (CCBR). 3 Het verzoek 3.1. De moeder heeft verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. de adoptie van [meerderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2003 te [geboorteplaats 1] (Kenia), door de heer [adoptievader] te herroepen; 2. te verstaan dat de geslachtsnaam van [meerderjarige] “ [achternaam 1] ” zal zijn, zodat de volledige namen na de herroeping van adoptie zijn: [meerderjarige] ; 3. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roerdalen te gelasten de geboorteakte van [meerderjarige] aldus te wijzigen dat de adoptie is herroepen; 4. te verstaan dat de wijziging geschiedt doordat aan de desbetreffende akte een latere vermelding wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 20a, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW); 5. te bepalen dat de griffier een afschrift van de in deze te geven beschikking ter inschrijving aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roerdalen zal sturen zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. 3.2. Ter onderbouwing van het verzoek heeft de moeder in het verzoekschrift het volgende aangevoerd. [meerderjarige] heeft een zeer ernstige vorm van epilepsie. Zijn hersenen kunnen hun functie door die epilepsie niet goed uitoefenen, waardoor hij een achterstand heeft in zijn ontwikkeling. [meerderjarige] is zowel verstandelijk als lichamelijk beperkt en heeft continue ondersteuning en zorg nodig. Hij is niet in staat om zelf het beheer te hebben over zijn financiën en administratie. Om die reden treedt zijn moeder op als zijn curator. Anderhalve maand na de adoptie van [meerderjarige] heeft de adoptievader het gezin verlaten waarna in augustus 2020 een echtscheiding volgde. Het bleek voor de (adoptie)vader echter niet mogelijk om na het uit elkaar gaan van de ouders nog zijn vaderlijke rol te vervullen, zowel ten aanzien van [meerderjarige] als zijn biologische kinderen. De zorgregeling die door de Luxemburgse rechter tussen [meerderjarige] en de adoptievader werd bepaald, kwam de adoptievader niet na. Hij was enkel bereid omgang met [meerderjarige] te hebben als de moeder een document zou tekenen waarin iedere aansprakelijkheid van de adoptievader werd uitgesloten voor het geval er iets met [meerderjarige] zou gebeuren. De moeder heeft hier geen gehoor aan gegeven en [meerderjarige] is na de scheiding dan ook nooit meer bij de adoptievader geweest. Na de verhuizing van de moeder en de kinderen naar Nederland, is er tussen de adoptievader en [meerderjarige] helemaal geen contact meer geweest. De adoptievader heeft nooit stappen ondernomen om contact met [meerderjarige] te hebben en ook [meerderjarige] lijkt hier nu geen behoefte meer aan te hebben. Zo vraagt [meerderjarige] nooit meer naar de adoptievader. Daarnaast heeft de adoptievader een paar heel nare uitspraken over [meerderjarige] gedaan. Zo plaats de adoptievader [meerderjarige] op afstand door over ‘jouw’ zoon te praten in plaats van ‘onze’ zoon. Ook heeft de adoptievader in de e-mail van 29 september 2020 aan de moeder aangegeven dat hij [meerderjarige] alleen maar heeft geadopteerd omdat hij onderdeel was van het ‘pakket’ van moeder, maar dat hij dat ‘pakket’ na de echtscheiding ook weer terug wil geven. In diezelfde e-mail heeft de adoptievader aangegeven dat hij de verantwoordelijkheid voor [meerderjarige] niet kan en wil nemen en dat hij gaat onderzoeken hoe hij van [meerderjarige] af kan komen. Sinds 2021 betaalt de adoptievader ook geen alimentatie meer voor [meerderjarige] . De hele situatie heeft veel effect op de moeder, [meerderjarige] , de biologische kinderen, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , gehad. In een beschermingsonderzoek voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] dat de Raad voor de Kinderbescherming in 2023 heeft uitgevoerd, heeft de adoptievader tot twee keer toe schriftelijk aangegeven dat hij niet meer bij [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [meerderjarige] betrokken wil zijn. Uiteindelijk zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op 14 november 2023 onder toezicht gesteld en sindsdien heeft de adoptievader zich nog verder teruggetrokken van het gezin. 3.3. De moeder is van mening dat de adoptievader [meerderjarige] dusdanig heeft afgewezen dat het niet meer wenselijk is om de adoptie in stand te houden. De adoptievader en [meerderjarige] hebben maar heel kort in gezinsverband samengewoond waarna er inmiddels al meer dan vijf jaar geen enkel contact is geweest tussen hen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat [meerderjarige] nog iets kan verwachten van de adoptievader. De moeder vindt het voor [meerderjarige] (en de rest van het gezin) schadelijk als de adoptievader nog langer in familierechtelijke betrekking blijft staan tot [meerderjarige] . Bovendien strookt de juridische situatie niet met de werkelijkheid. De moeder maakt zich daarnaast ook veel zorgen over de mogelijkheden die de adoptievader heeft als juridisch ouder van [meerderjarige] . Zo is de kans groot dat, mocht er iets met de moeder gebeuren, de adoptievader als juridisch ouder aangewezen kan worden als curator van [meerderjarige] . Dit acht de moeder niet in het belang van [meerderjarige] , omdat er tussen [meerderjarige] en de adoptievader jarenlang geen contact is geweest. Bovendien is de adoptievader niet in staat om voor [meerderjarige] te zorgen, zowel in emotionele als fysieke zin, waarbij ook de beperkingen van [meerderjarige] een grote rol spelen. Concluderend stelt de moeder zich op het standpunt dat de adoptie van [meerderjarige] door de stiefvader herroepen dient te worden, primair op grond van Nederlands recht omdat herroeping kennelijk in het belang van [meerderjarige] is, subsidiair om grond van Luxemburgs recht omdat sprake is van gewichtige redenen. 3.4. De moeder heeft ook nog verzocht om te bepalen dat de geslachtsnaam van [meerderjarige] na de herroeping enkel nog [achternaam 1] zal zijn. Bij brief van 24 juni 2026 heeft de moeder dit verzoek ingetrokken, omdat inmiddels duidelijk is geworden dat [meerderjarige] nooit een andere achternaam dan [achternaam 1] heeft gekregen. 4 Het standpunt van de adoptievader 4.1. De adoptievader heeft in zijn schrijven van 10 juni 2026 aan de rechtbank met zoveel woorden aangegeven achter het verzoek tot herroeping van de adoptie te kunnen staan. Zelf heeft de adoptievader ook al de mogelijkheden onderzocht om de adoptie in Luxemburg te laten herroepen, maar dat is niet gelukt. De adoptievader heeft in de e-mail aan mr. Cremers van 22 april 2025 aangegeven geen contact meer met [meerderjarige] te zullen hebben in de toekomst. Ten aanzien van de achternaam van [meerderjarige] is de adoptievader van mening dat [meerderjarige] altijd [achternaam 1] is blijven heten. In het nationaal register van Luxemburg staat ook dat zijn officiële naam [achternaam 1] is. Er is dus nooit een wijziging naar [achternaam 2] geweest die bij een herroeping van de adoptie aangepast dient te worden. 5 Het oordeel van de rechtbank Oproeping van adoptievader 5.1. De rechtbank heeft de adoptievader opgeroepen op het adres dat hij zelf in 2025 aan de moeder heeft doorgegeven. De rechtbank heeft zowel per aangetekende brief, per gewone post als per e-mail een oproep voor de mondelinge behandeling naar de adoptievader gestuurd. De aangetekende brief is echter retour gekomen met daarop de vermelding van postbezorger: ‘absent’. Ter zitting heeft de rechtbank de vraag aan de orde gesteld of het adres waarop de adoptievader opgeroepen is, nog wel actueel is gezien het tijdsverloop tussen de e-mail van de man en de oproep. Daarbij heeft de moeder aangegeven dat er nog contact met de vader is geweest en zij niet van een verhuizing van de adoptievader op de hoogte is. Het LBIO heeft zich ook met succes op het bekende adres in 2025 gemeld. Tot nu toe is de adoptievader volgens de moeder in geen enkele procedure in Nederland verschenen. 5.2. Om er zeker van te zijn dat de man nog steeds woonachtig is op het betreffende adres en de oproeping dus correct heeft plaatsgevonden, heeft de rechtbank de moeder in de gelegenheid gesteld hiervan bewijs te leveren. Zowel uit het bericht van de adoptievader van 10 juni 2026 als uit bijlage 3 bij de brief van mr. Cremers van 24 juni 2026, blijkt dat de adoptievader nog steeds op het betreffende adres woonachtig is en ook op de hoogte is van deze procedure. Hiermee is voor de rechtbank voldoende vast komen te staan dat er een juiste oproeping heeft plaatsgevonden en de zaak inhoudelijk beoordeeld kan worden. IPR-aspecten 5.3. Deze zaak heeft een internationaal karakter doordat de adoptie in het buitenland heeft plaatsgevonden. De rechtbank dient daarom te beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot de verzoeken, en zo ja, welk rechtsstelsel op de verzoeken van toepassing is. Bevoegdheid 5.4. Op dit moment zijn er (nog) geen instrumenten die regels bevatten voor het vaststellen van de internationale bevoegdheid in adoptiezaken alsmede herroepingen daarvan. Bij gebrek aan toepasselijke internationale instrumenten dient de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter te worden beoordeeld aan de hand van de rechtsmacht bepalingen die zijn neergelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Vanwege het ontbreken van specifieke bepalingen voor de bevoegdheid in adoptiezaken, dient gebruik te worden gemaakt van de algemene bepaling voor internationale bevoegdheid in verzoekschriftprocedures, namelijk artikel 3 Rv. Dit artikel bepaalt dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van een verzoek als de verzoeker of een van de belanghebbenden in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. In dit geval hebben zowel [meerderjarige] als de moeder hun woonplaats in Nederland en komt de Nederlandse rechter dus rechtsmacht toe om op het verzoek te beslissen. Erkenning Luxemburgse adoptiebeschikking 5.5. Artikel 10:108 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege wordt erkend indien zij is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouders en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden. Nu zowel [meerderjarige] als de adoptievader ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats in Luxemburg hadden en de rechtbank in eerste aanleg te Diekirch (Luxemburg) de adoptie van [meerderjarige] op 2 april 2019 heeft uitgesproken, is daarmee aan de vereisten voor erkenning van de adoptiebeschikking voldaan. Bovendien is niet gebleken van feiten of omstandigheden zoals genoemd in artikel 10:108 lid 2 BW die zich tegen erkenning van de adoptie verzetten. Toepasselijk recht herroeping adoptie 5.6. Vervolgens dient er bekeken te worden welk recht er op het verzoek tot herroeping van de adoptie toegepast dient te worden. Hierbij heeft de moeder zich primair op het standpunt gesteld dat Nederlands recht -als lex fori- toegepast moet worden op de herroeping van de adoptie. Subsidiair is zij van mening dat Luxemburgs recht van toepassing is als het recht dat is toegepast op de adoptie. 5.7. De adoptievader heeft zich niet uitgelaten over welk recht er op de herroeping van de adoptie toegepast dient te worden. 5.8. Ook op de vraag welk recht van toepassing is op de herroeping van de adoptie is in de wet geen duidelijk antwoord te vinden. In artikel 10:105 lid 4, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat op een in Nederland uitgesproken adoptie het Nederlandse recht van toepassing is. In de toelichting op dit wetsartikel staat dat de vraag welk recht van toepassing is op de herroeping van een in het buitenland uitgesproken adoptie, bewust is opengelaten. Als herroeping aan de orde is, heeft het vaak de voorkeur de procedure te voeren in het land waar de adoptie is uitgesproken (Kamerstukken II 2001/02, 28457, 3, p. 11). De adoptie van [meerderjarige] is in Luxemburg uitgesproken en daarop is het Luxemburgs recht toegepast. Op grond van de tekst van artikel 10:105 lid 4 BW samen met de toelichting in de Kamerstukken, zal de rechtbank op het verzoek om deze adoptie te herroepen het Luxemburgse recht toepassen.Daarbij heeft de rechtbank met name gekeken welke beslissing het meest in het belang van [meerderjarige] is. Uitgangspunt daarbij is dat het belang van [meerderjarige] ermee gediend is dat een beslissing over de herroeping van de adoptie in het buitenland, en met name in Luxemburg, zal worden erkend. Door Luxemburgs recht toe te passen op de herroeping van de adoptie acht de rechtbank de kans dat de beslissing zal worden erkend in Luxemburg het grootst en is het risico op hinkende rechtsverhoudingen geminimaliseerd. Herroeping adoptie 5.9. De rechtbank is gebleken dat de Luxemburgse wet een onderscheid maakt tussen zwakke adoptie en sterke adoptie. In deze zaak is er sprake van een zwakke adoptie volgens artikel 370 lid 4 van het Luxemburgs Burgerlijk Wetboek waardoor er sinds de adoptie familierechtelijke banden zijn ontstaan tussen de adoptievader en [meerderjarige] en al bestaande rechten en plichten die voortvloeien uit oorspronkelijke familiebanden blijven bestaan. De herroeping van een zwakke adoptie is geregeld in artikel 366 van het Luxemburgs Burgerlijk Wetboek. Hierin staat dat een zwakke adoptie kan worden herroepen op verzoek van de adoptiefouder, de geadopteerde of de officier van justitie, niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. In dit geval heeft [meerderjarige] zelf, bij monde van zijn curator, verzocht om de adoptie te herroepen. [meerderjarige] was ten tijde van de indiening van het verzoek 22 jaar oud. Daarmee staat vast dat het verzoek tijdig is ingediend en verzoeker kan daarom in het verzoek worden ontvangen. 5.10. Verder dient er volgens het eerdergenoemde artikel 366 sprake te zijn van gewichtige redenen die de opheffing van de adoptie kunnen dragen. De wet geeft geen verdere uitleg over wat daaronder moet worden verstaan en voor het overige is er weinig jurisprudentie en literatuur beschikbaar waarin aanknopingspunten zouden kunnen worden gevonden ten aanzien van de uitleg van het begrip gewichtige redenen. Daardoor wordt er aan de rechter een grote mate van discretionaire bevoegdheid gegeven. Vast staat dat de adoptievader al jaren geen contact meer heeft met [meerderjarige] . Hij heeft uitdrukkelijk op verschillende momenten en ook in deze procedure te kennen gegeven geen rol meer te willen innemen in het leven van [meerderjarige] . [meerderjarige] heeft niets meer van zijn adoptievader te verwachten en de adoptievader weet niets van het leven van [meerderjarige] . Dat maakt dat sprake is van gewichtige redenen die opheffing van de adoptie kunnen dragen. Er is niet gebleken van enig belang dat zich verzet tegen toewijzing van het verzoek tot herroeping van de adoptie. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Wijziging geslachtsnaam 5.11. De moeder heeft haar verzoek ten aanzien van de wijziging van de geslachtsnaam van [meerderjarige] bij brief van 24 juni 2026 ingetrokken. Zolang de rechtbank geen beschikking heeft gegeven, kunnen partijen hun (neven)verzoeken intrekken. De intrekking heeft dan tot gevolg dat het verzoek niet meer kan worden onderzocht. Gelet daarop zal de rechtbank dit deel van het verzoek afwijzen. Latere vermelding geboorteakte en inschrijving 5.12. De moeder heeft verzocht de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roerdalen te gelasten de geboorteakte van [meerderjarige] aldus te wijzigen dat de adoptie is herroepen door toevoeging van de vermelding daarvan aan de geboorteakte. Voorts heeft zij verzocht om te bepalen dat de griffier een afschrift van de in deze te geven beschikking ter inschrijving aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roerdalen zal sturen zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. 5.13. De adoptievader heeft hiertegen geen verweer gevoerd. 5.14. De rechtbank is gebleken, uit navraag ter zitting, dat de Keniaanse geboorteakte van [meerderjarige] nooit is ingeschreven in een Nederlands geboorteregister. Dit betekent dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de herroeping van de adoptie ook (nog) niet kan toevoegen aan de geboorteakte. Ingevolge artikel 1:25 Burgerlijk Wetboek wordt een buiten Nederland door een bevoegde instantie gegeven akte van geboorte op bevel van het openbaar ministerie of op verzoek van een belanghebbende ingeschreven in het register van geboorte van de gemeente ’s-Gravenhage. Hieruit volgt dat de geboorteakte van [meerderjarige] eerst ingeschreven dient te worden in het register in Den Haag en pas daarna een vermelding van de herroeping van de adoptie aan de geboorteakte kan worden toegevoegd. In deze context bezien is er dus geen rol weggelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Roerdalen bij de wijziging van de geboorteakte en is er dus ook geen reden is om de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roerdalen een afschrift te sturen van deze uitspraak. De rechtbank zal deze verzoeken daarom afwijzen. Nu het, gelet op het verzoek, de bedoeling is dat de latere vermelding betreffende de herroeping van de adoptie wordt ingeschreven, zal de rechtbank de ambtenaar van de gemeente ’s-Gravenhage een afschrift van deze beschikking sturen zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan en hem gelasten een latere vermelding van de herroeping van de adoptie aan de geboorteakte van [meerderjarige] toe te voegen, zodra deze op verzoek van een belanghebbende is ingeschreven in het register van geboorte. Uitvoerbaar bij voorraad verklaring 5.15. De moeder heeft verzocht de beschikking, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Gelet op de artikelen 1:232 BW juncto 1:230 lid 1 BW heeft de herroeping haar gevolgen vanaf de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Daardoor is een uitvoerbaar bij voorraadverklaring niet mogelijk en dient dit verzoek dan ook te worden afgewezen. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. herroept de adoptie van [meerderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2003 te [geboorteplaats 1] (Kenya), door [adoptievader] ; 6.2. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage een latere vermelding van de herroeping van de adoptie aan de geboorteakte toe te voegen; 6.3. draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage; 6.4. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. Raab (voorzitter), mr. dr. Van Binnebeke en mr. Vogels, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Aquina, griffier, op 29 juli 2026. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.