Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-07-29
ECLI:NL:RBLIM:2026:6762
Betalingsachterstand toegewezen. Onderbreking waterlevering toegewezen maar alleen voor het geval er geen minderjarigen staan ingeschreven. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 12121189 \ CV EXPL 26-882 Vonnis van 29 juli 2026 in de zaak van N.V. WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ LIMBURG, h.o.d.n. WML , te Maastricht, eisende partij, hierna te noemen: WML, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven, tegen [gedaagde partij] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. WML levert drinkwater aan het woonadres van [gedaagde partij] . Hiervoor zijn aan [gedaagde partij] (voorschot)facturen gestuurd. [gedaagde partij] heeft een bedrag van € 1.712,29 niet betaald. 3 Het geschil 3.1. WML vordert - samengevat - : ontbinding van de overeenkomst tot levering van het water, veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 2.111,91 (€ 1.712,29 aan hoofdsom, € 217,78 aan rente en € 256,84 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente, (1) veroordeling van [gedaagde partij] om een afspraak met WML te maken om haar of een door WML aan te wijzen persoon de gelegenheid te geven de waterlevering bij [gedaagde partij] te onderbreken door gehele of gedeeltelijke wegneming of afkoppeling van de watermeter en deze te verzegelen zodat verdere afname niet meer mogelijk is, (2) indien [gedaagde partij] niet voldoet aan c (1) of als dit niet toewijsbaar is, te bepalen dat WML gerechtigd is om de onderbreking van de levering op het genoemde pand uit te voeren zoals hiervoor omschreven, waarbij [gedaagde partij] veroordeeld moet worden haar woonadres gedeeltelijk en/of tijdig te ontruimen zodat de onderbreking uitgevoerd kan worden en [gedaagde partij] te veroordelen deze werkzaamheden toe te laten, te bepalen dat alle kosten van de hiervoor beschreven verwijdering, afkoppeling en/of verzegeling van de watermeter voor rekening van [gedaagde partij] komen, [gedaagde partij] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. [gedaagde partij] voert verweer en geeft aan al meerdere keren getracht te hebben een regeling te treffen. De niet betaalde facturen worden belast met incassokosten, terwijl WML zich niet aan de afspraken houdt. Verder betwist [gedaagde partij] de boete en adminstratiekosten. Tot slot wijst [gedaagde partij] er nog op dat er minderjarige kinderen op het adres wonen, zodat WML op basis van een uitspraak van het Gerechtshof van Den Haag van 19 maart 2024 niet tot afsluiting van het water mag overgaan. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling (Pre)contractuele informatieverplichtingen 4.1. WML baseert haar vordering op een met [gedaagde partij] gesloten overeenkomst. WML is een handelaar en [gedaagde partij] is een consument. De kantonrechter moet daarom in beginsel ambtshalve toetsen of WML bij het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen maar zal in afwijking hiervan in deze zaak niet ambtshalve toetsen of WML hieraan heeft voldaan. WML heeft op grond van de met [gedaagde partij] gesloten overeenkomst tegen betaling drinkwater geleverd. De overheid heeft (indirect) de eigendom en de zeggenschap over de in Nederland gevestigde drinkwaterbedrijven en dus ook over WML. WML mag op grond van de Drinkwaterwet alleen tarieven hanteren die kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn. De Drinkwaterwet, het daarop gebaseerde Drinkwaterbesluit en de Drinkwaterregeling bevatten een gedetailleerde regeling over de wijze waarop kosten moeten worden berekend, welke kosten mogen worden doorberekend in het tarief en op welke wijze dat mag gebeuren. De verantwoordelijke Minister ziet erop toe dat wordt voldaan aan deze regels. Het drinkwaterbedrijf publiceert jaarlijks een overzicht van de tarieven die het in het daaropvolgende kalenderjaar voor de levering van drinkwater in rekening brengt en licht daarbij toe hoe deze tarieven zijn afgeleid uit de kosten. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit dit alles dat [gedaagde partij] als consument door andere wetgeving op nationaal niveau reeds afdoende bescherming geniet, zodat er geen grond is om daarnaast nog ambtshalve te toetsen of is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen. Moet [gedaagde partij] de achterstand betalen? 4.2. De kantonrechter constateert dat [gedaagde partij] de hoogte van de gevorderde achterstand niet betwist. Deze is daarom toewijsbaar. [gedaagde partij] voert aan dat zij steeds geprobeerd heeft om een regeling te treffen maar dat dit niet is gelukt. WML schrijft bovendien de bedragen gewoon af terwijl dit niet de afspraak was, aldus [gedaagde partij] . In haar conclusie van repliek heeft WML het verweer van [gedaagde partij] besproken en heeft zij haar eigen stellingen verder toegelicht. Volgens WML heeft [gedaagde partij] regelmatig de betaalwijze naar automatische incasso gewijzigd en daarna de geïncasseerde bedragen gestorneerd, waarna de betaalwijze weer werd gewijzigd naar automatische incasso. Dit alles om te vertragen, aldus WML. Ook komt [gedaagde partij] eerder getroffen regelingen niet na. 4.3. [gedaagde partij] is bij brief van de griffier van 3 juni 2026 in de gelegenheid gesteld om te reageren op dat wat WML in haar conclusie van repliek heeft aangevoerd. [gedaagde partij] heeft niet gereageerd. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [gedaagde partij] haar eerder gevoerde verweer niet langer meer wil of kan handhaven. Bovendien verbindt [gedaagde partij] ook geen (juridische) consequenties aan het verweer. In elk geval zou het verweer niet tot gevolg kunnen hebben dat [gedaagde partij] de facturen niet zou hoeven te betalen. Omdat de gevorderde hoofdsom niet is betwist, kan deze worden toegewezen. De rente en incassokosten 4.4. WML vordert betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. 4.5. De kantonrechter stelt vast dat de algemene voorwaarden in artikel 15.6 een beding bevat op grond waarvan WML aanspraak kan maken op vergoeding van wettelijke rente. Het beding wijkt niet ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die zonder het beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van de wettelijke rente in de weg. Nu [gedaagde partij] tegen de gevorderde wettelijke rente tot aan de dagvaarding op 12 februari 2026 van € 217,78 geen verweer heeft gevoerd en zij in verzuim verkeert, zal die worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente vanaf 12 februari 2026 zal worden toegewezen over de hoofdsom. 4.6. Verder stelt de kantonrechter vast dat de algemene voorwaarden in artikel 15.6 een beding bevat op grond waarvan WML aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. Het beding verwijst voor wat betreft de hoogte van de verschuldigde vergoeding naar een ‘tarievenregeling’. Daarmee is voor de consument niet duidelijk waar hij aan toe is, ook omdat de tarieven eenzijdig en zonder de consument over die wijzigingen te informeren kunnen worden gewijzigd. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van [gedaagde partij] . Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Ontbinding van de overeenkomst tot levering van drinkwater 4.7. [gedaagde partij] is verplicht de facturen tijdig en volledig te betalen. Door dit niet te doen is zij tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van zijn verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij de beoordeling of ontbinding naar de aard en betekenis van de tekortkoming gerechtvaardigd is, dient rekening gehouden te worden met alle omstandigheden van het geval. 4.8. [gedaagde partij] heeft een groot aantal facturen voor de in de periode 10 december 2021 tot en met 8 november 2024 niet betaald. Hierdoor is er een betalingsachterstand ter hoogte van € 1.712,29 ontstaan. De kantonrechter acht de tekortkoming daarom ernstig genoeg om ontbinding van de overeenkomst tot levering van drinkwater te rechtvaardigen. Deze vordering wordt daarom toegewezen. Afsluiting van drinkwater en toegang tot het pand 4.9. Op grond van artikel 9 van de algemene voorwaarden heeft WML de bevoegdheid om het pand af te sluiten van waterlevering als [gedaagde partij] haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Van WML mag worden verwacht dat zij zorgvuldig en terughoudend met deze bevoegdheid omgaat, daar het gaat om de levering van drinkwater dat een eerste levensbehoefte is. Als niet weersproken staat vast dat [gedaagde partij] meerdere malen de gelegenheid is geboden om de achterstand te betalen en dat er regelingen zijn getroffen. Deze zijn door [gedaagde partij] niet nagekomen. Er is voor het laatst in 2023 een betaling gedaan. De kantonrechter komt op basis van alle feiten en omstandigheden tot de conclusie dat er geen beletsel is voor afsluiting van het drinkwater. 4.10. [gedaagde partij] wijst nog op een uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag waarin is geoordeeld dat afsluiting van de waterlevering niet mogelijk is omdat er minderjarige kinderen op het leveringsadres wonen. WML heeft hierop aangegeven dat zij een standaard procedure doorloopt en dat zij voor dagvaarding niet kan controleren of er daadwerkelijk minderjarige kinderen op het leveringsadres staan ingeschreven. Mocht dit zo zijn dan is waterafsluiting niet aan de orde. Dit is ook al aan [gedaagde partij] medegedeeld. Na de verkrijging van het vonnis is WML gerechtigd om in de Basis Registratie Personen te controleren of er minderjarige kinderen staan ingeschreven. Als dit zo is, dan zal WLM enkel de betaalvordering proberen te incasseren en niet tot afsluiting overgaan. Gelet hierop zal de kantonrechter de vordering tot afsluiting toewijzen, echter onder de voorwaarde dat er geen minderjarige kinderen staan ingeschreven op het leveringsadres. Dat er wel minderjarige wonen op het leveringsadres is weliswaar gesteld maar niet aangetoond. . 4.11. Voor het geval dat er toch tot waterafsluiting kan worden overgegaan, geldt het volgende. Om het pand volledig af te sluiten van waterlevering moet ook de watertoevoer in het pand worden afgesloten. De kantonrechter bepaalt daarom dat [gedaagde partij] binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een afspraak met WML moet maken om deze werkzaamheden te laten uitvoeren. Als [gedaagde partij] hieraan niet voldoet bepaalt de kantonrechter dat WML gerechtigd is de onderbreking van de waterlevering aan het pand uit te voeren en dat [gedaagde partij] dit moet toelaten en hiertoe het pand gedeeltelijk en/of tijdelijk moet ontruimen. Bijkomende kosten afsluiting 4.12. De vordering ‘te bepalen dat alle kosten van verwijdering, afkoppeling en/of verzegeling van de watermeter voor rekening van [gedaagde partij] dienen te komen’ wordt reeds afgewezen als zijnde te onbepaald, nu deze (toekomstige) kosten niet nader zijn onderbouwd en vooraf niet kan worden beoordeeld of deze in redelijkheid worden gemaakt. Proceskosten 4.13. [gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WML worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 127,08 - griffierecht € 397,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.066,58 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de overeenkomst tussen WML en [gedaagde partij] voor levering van water aan het pand in [woonplaats] , aan het [adres] , 5.2. veroordeelt [gedaagde partij] om aan WML te betalen een bedrag van € 1.855,07, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.712,29 vanaf 12 februari 2026 tot aan de dag van betaling, 5.3. veroordeelt [gedaagde partij] , alleen in het geval er geen minderjarige kinderen op het leveringsadres wonen, om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een afspraak te maken met WML om WML, of een door haar aangewezen persoon de gelegenheid te geven om op het [adres] te [woonplaats] de waterlevering te onderbreken. De onderbreking vindt plaats door de aanwezige watermeter geheel of gedeeltelijk weg te halen of af te koppelen en te verzegelen zodat verdere afname van water niet meer mogelijk is, 5.4. bepaalt, in het geval er geen minderjarige kinderen op het leveringsadres wonen, dat WLM gerechtigd is de onderbreking van de levering op het genoemde pand uit te voeren. De onderbreking vindt plaats door de aanwezige watermeter geheel of gedeeltelijk weg te halen of af te koppelen en te verzegelen zodat verdere afname van water niet meer mogelijk is en veroordeelt [gedaagde partij] in dat geval het pand in [woonplaats] , aan de [adres] op grond van artikel 558 Rv gedeeltelijk en/of tijdelijk te ontruimen zodat de onderbreking kan worden uitgevoerd en de werkzaamheden toe te laten, 5.5. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.066,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.7. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026. Deze staan vermeld in de artikelen 6:230l, 6:230m, 6:230t en 6:230v BW. Dit volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). Artikel 558 onder b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering