Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-01-28
ECLI:NL:RBLIM:2026:587
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11664390 \ CV EXPL 25-2050 Vonnis van 28 januari 2026 in de zaak van [huurder] , woonplaats kiezende ten kantore van mr. B.C.A. Reijnders te [plaats 1] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [huurder] , gemachtigde: mr. B.C.A. Reijnders, tegen STICHTING ANTARES WOONSERVICE , gevestigd te Tegelen, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Antares, gemachtigde: mr. H.M.P.A. Wolters. 1 De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het (incidenteel) tussenvonnis van 25 juni 2025, - de conclusie van antwoord in reconventie, - de brieven van mr. Wolters van 18 september 2025 en 2 december 2025 met een aanvullende producties ten behoeve van de mondelinge behandeling, - het e-mailbericht van mr. Reijnders van 18 september 2025, met twee bijlages, - de brief van mr. Wolters van 8 december 2025 met betrekking tot het verwijderen van een e-mailbericht uit het procesdossier, - de brief van mr. Reijnders van 8 december 2025 met aanvullende producties, - de mondelinge behandeling van 16 december 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De (verdere) feiten in conventie en in reconventie 2.1. [huurder] huurt met ingang van 15 mei 2020 van Antares de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde) (productie 1 bij de dagvaarding, betreffende de door Antares bij de kort geding dagvaarding in eerste aanleg overgelegde productie 1). De woning is gelegen in een appartementencomplex. 2.2. Vanaf het begin van de huurovereenkomst ontvangt Antares incidenteel een melding van overlast. Sinds 2022 is dit gestegen naar ongeveer twee keer per jaar (zoals blijkt uit het meldingenoverzicht dat [huurder] heeft ingebracht als productie 1 bij de dagvaarding, betreffende de door Antares bij de kort geding dagvaarding in eerste aanleg overgelegde productie 5). Antares heeft naar aanleiding van deze meldingen contact gehad met [huurder] en hem aangesproken op zijn gedrag. 2.3. Namens Antares heeft [coördinator 1] , coördinator Woonoverlast bij Antares, ook diverse gesprekken gevoerd met [huurder] . De politie heeft voorts de casus van [huurder] op enig moment ingebracht in het zorgnetwerk, waar ook Antares bij is betrokken. 2.4. Op basis van de meldingen en de huisbezoeken, heeft de [coördinator 1] vastgesteld dat sprake was van een zorgwekkende situatie. [huurder] had op dat moment al zorgbegelei-ding van B-There. Op basis van de in overleg met [huurder] gekozen constructie zou een alternatieve woonruimte gezocht worden en een huurconstructie Wonen op Proef worden aangegaan. Uiteindelijk is het Wonen op Proeftraject begin 2024 niet doorgegaan. 2.5. Antares ontving vervolgens vanaf medio 2024 steeds meer klachten van omwonenden over overlast door [huurder] . 2.6. Op 9 oktober 2024 is de heer [coördinator 2] , eveneens coördinator Woonoverlast bij Antares, naar aanleiding van overlastmeldingen bij [huurder] op huisbezoek geweest. Hij rapporteert het volgende: " Vandaag rond 17 uur bezocht, samen met [naam 11] [werkzaam bij Antares] na meldingen omwonenden. We werden op de galerij al gewaarschuwd voor het onvoorspelbare gedrag van [huurder] . Meneer was duidelijk onder invloed, erg onrustig en onverzorgd maar redelijk aanspreekbaar. Hij verklaarde geen drugs te gebruiken en epileptische aanvallen te hebben. Die nacht is er volgens omwonenden nog iemand in het appartement geweest. Vanmorgen vanaf 6 uur was hij luid aan het schreeuwen in zijn woning. Dat was hoorbaar op de begane grond. De politie heeft hem hiervoor kennelijk bekeurd want dat gaf [huurder] zelf aan. (…) We maken ons grote zorgen over zijn welzijn en veiligheid maar verder ingrijpen is nu voor ons niet mogelijk. Bemoeizorg op de hoogte gebracht .” 2.7. Op 21 oktober 2024 ontvangt Antares de volgende schriftelijke melding van de buurman van [huurder] : “ Hele goede dag ik heb paar weken terug met uw medewerker gesproken Mijn vrouw en ik voelen ons niet meer veilig en zijn bang dat er een dag komt dat hij een stoel of wasrek waar hij vaker mee gooit op het balkon door de glazen afscheiding gaat. Je hoort nu ook steeds vaker op het nieuws dat dit soort dingen nog heftiger escaleert en daar willen wij geen onderdeel van zijn. Voor ons is het woongenot ver te zoeken op het moment omdat dit geen uitzondering meer is maar de uitzondering is dat het eens rustig is. (…) Onze mening is dat Antares dit moet aanpakken met hoogste prioriteit ik klaag niet over een buurman die soms de radio te hard heeft staan maar over iemand die een serieuze bedreiging is voor zichzelf en voor anderen .” 2.15. Op 10 februari 2025 ontvangt Antares een schriftelijke melding van overlast van een andere bewoner met onder meer de volgende inhoud: “ (...) Een thuis moet uiteraard veilig voelen, voor iedereen. Deze rust mag, vind ik, niet verstoord worden door iemand die soms uren erg psychotisch overkomt, op te balkon aan het schreeuwen is en met deuren gaat slaan dus een gevaar voor zichzelf is en op lange termijn misschien ook voor andere, aangezien dat hij ook zijn hond niet onder controle heeft. Na al die tijd is er helaas ook geen verbetering in gekomen en de politie en/of ambulance moet regelmatig en steeds vaker opdagen. (...). ” 2.16. Op 10 februari, 13 februari, en het weekend van 15 maart 2025 ontvangt Antares (weer) schriftelijke meldingen van mevrouw [naam 4] van (geluids)overlast van [huurder] . 2.17. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg heeft op 24 maart 2025 geoordeeld dat [huurder] het gehuurde moet ontruimen (productie 2 van [huurder] ). Dit vonnis is in hoger beroep, bij arrest van 11 november 2025, bekrachtigd (productie 5 van Antares). 2.18. De ontruiming op basis van het kort geding vonnis heeft plaatsgevonden op 1 mei 2025. [huurder] verbleef daarna op verschillende plekken, waaronder bij mensen thuis en in woningen die verhuurd worden via Airbnb. 3 Het geschil in conventie 3.1. De kantonrechter verwijst, om herhaling te voorkomen, voor de vordering in conventie naar overweging 3.1. van het tussenvonnis van 25 juni 2025. 3.2. Antares voert verweer. Antares concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [huurder] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [huurder] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [huurder] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.4. Antares vordert - samengevat - de tussen partijen formeel nog bestaande huurovereenkomst te ontbinden, met veroordeling van [huurder] in de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente. 3.5. [huurder] voert verweer. [huurder] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Antares, met veroordeling van Antares in de kosten van deze procedure. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie en reconventie 4.1. De kantonrechter zal de eis in conventie en eis in reconventie hierna gezamenlijk beoordelen, vanwege de samenhang tussen de vorderingen. Ontbinding van de huurovereenkomst 4.2. De kern van het geschil tussen partijen is of de huurovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden (en [huurder] de woning ontruimd moet houden). 4.3. Het uitgangspunt is dat [huurder] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [huurder] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Als [huurder] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. 4.4. Volgens Antares is sprake van een tekortkoming die ziet op ernstige overlast van [huurder] . De overlast is veelvuldig besproken en beschreven in de kortgedingprocedure, waarin bij vonnis van 24 maart 2025 de ontruiming van het gehuur De conclusie is dat de tekortkoming van [huurder] zodanig ernstig is dat deze in beginsel grond voor ontbinding van de huurovereenkomst oplevert. Het feit dat er geen sprake is van een huurachterstand en [huurder] naar zijn zeggen niet (meer) verslaafd was aan drugs ten tijde van de overlast, maakt dit niet anders. Had Antares meer moeten doen voor [huurder] 4.8. [huurder] heeft een verklaring overgelegd van de heer [naam 6] van 28 juni 2025 die, nadat [huurder] de woning op 1 mei 2025 heeft ontruimd, getuige is geweest van meerdere epileptische aanvallen van [huurder] (productie 6 bij de conclusie van antwoord in reconventie). [huurder] heeft ook een verslag overgelegd van een bespreking op 29 juni 2025 tussen de heer [naam 7] en de heer [naam 8] . De heer [naam 8] geeft in zijn verklaring aan vier maal getuige te zijn geweest van een episode bij [huurder] . Ook is hij getuige geweest van een psychose, waarbij [huurder] schreeuwde. De heer [naam 8] geeft aan dat een episode ongeveer 30-45 minuten duurt en lijkt op een delier. Het begint met stommelend rondlopen, en het uiten van klanken. In veel gevallen is geen sprake van schreeuwen, volgens de heer [naam 8] (productie 7 bij de conclusie van antwoord in reconventie). De kantonrechter begrijpt dat de episodes die de heer [naam 8] heeft waargenomen zien op de periode dat [huurder] nog in het gehuurde verbleef. Volgens [huurder] kan Antares worden verweten dat zij niet een persoonlijk aanpak van zijn situatie heeft gehanteerd. [huurder] verwijst naar een tweetal verklaringen van de heer [naam 7] van Humanitas, die overgelegd zijn als productie 5 bij de conclusie van antwoord in reconventie. De heer [naam 7] verklaart hierin dat een detectiesysteem had kunnen worden gebruikt zoals in de ouderenzorg, waarbij direct actie kan worden ondernomen. Ook had vloerisolatie kunnen worden aangebracht, om het geluid te dempen. 4.9. De kantonrechter is van oordeel dat Antares voldoende heeft ondernomen om [huurder] te helpen. Antares heeft diverse gesprekken met [huurder] gevoerd over de situatie, al dan niet tezamen met de wijkagent, en heeft ook buurtbemiddeling ingeschakeld. Antares noemt in haar conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie de gesprekken die met [huurder] zijn gevoerd op 27 september 2024, 9 oktober 2024, 5 november 2024, 21 november 2024, 25 en 26 november 2024 en 24 januari 2025. In overleg met [huurder] had [huurder] gekozen voor begeleiding door Leger des Heils en het verhuizen naar een andere woning op basis van Wonen op Proeftraject. Antares heeft gesteld dat het WOP-traject niet is doorgegaan omdat [huurder] enkel begeleiding wilde van B-There ( [naam 2] ) met wie Antares geen WOP-trajecten doet. Antares heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangegeven dat het niet doorgaan van het WOP-traject niets te maken heeft gehad met het verhaal van [coördinator 1] dat [huurder] in zijn onderbroek buiten het gebouw zou hebben rondgelopen, zoals [huurder] stelt. Uit productie 4 bij de kort geding dagvaarding (die op haar beurt als productie 1 in deze procedure is overgelegd) blijkt dat [naam 9] van het Leger des Heils de lezing van Antares bevestigt. Het WOP-traject is gestaakt omdat [huurder] zich niet kon vinden in de begeleiding door het Leger des Heils en de onmogelijkheid om het traject via B-There te laten verlopen. Het weigeren van een dergelijk WOP-traject, dat [huurder] daadwerkelijk had kunnen helpen, kan [huurder] worden aangerekend. Belangenafweging 4.10. De kantonrechter moet ook rekening houden met de omstandigheden van het geval en een afweging maken tussen enerzijds het belang van Antares bij ontbinding van de huurovereenkomst en anderzijds het belang van [huurder] bij behoud van de woning. In een zaak als deze moet bovendien niet alleen rekening worden gehouden met de belangen van de huurder en verhuurder, maar ook met het belang van de omwonenden om gevrijwaard te blijven van overlast. Overwogen wordt als volgt. [huurder] stelt zich op