Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-01-20
ECLI:NL:RBLIM:2026:557
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03.371103.24 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 20 januari 2026 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortedatum verdachte] , wonende te [adres verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 januari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte opzettelijk 6.500 gram heroïne heeft vervoerd. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat het precieze gewicht van de vervoerde heroïne 6.488,90 gram is. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 19 november 2024 in Nuth opzettelijk 6.488,90 gram heroïne heeft vervoerd. Omdat de verdachte dit feit ter terechtzitting – met de hierna te noemen kanttekening - heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op: de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 januari 2026; het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van een verborgen ruimte in de auto van verdachte p. 11 en 12, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van bevindingen p. 15, de kennisgevingen van inbeslagneming p. 85 en 105, het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen p. 73-79 en de rapporten NFIdent p. 80 en 81. De verdachte heeft bekend dat hij verdovende middelen van Rotterdam naar Limburg heeft vervoerd, met dien verstande dat hem zou zijn verteld dat het ging om hasj. Hij heeft verder verklaard dat hij niet heeft gecontroleerd wat hij van Rotterdam naar Limburg vervoerde. Onder deze omstandigheden heeft hij tenminste wetenschap in voorwaardelijke zin gehad van het vervoeren van de aangetroffen heroïne. Doordat de verdachte de drugs in zijn eigen auto vervoerde, had hij ook de beschikkingsmacht daarover. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 19 november 2024 te Nuth, gemeente Beekdaelen, opzettelijk heeft vervoerd 6.488,90 gram heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. De verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 5 De strafoplegging 5.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 308 dagen voorwaardelijk met proeftijd van twee jaren en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, en een taakstraf van 120 uren, bij niet (goed) uitvoeren te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis. 5.2 Het standpunt van de verdediging Wanneer de vordering van de officier van justitie niet wordt gevolgd, verzoekt de verdediging een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, zodat daarna De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden opleggen zoals door de reclassering geadviseerd. De tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. 6 Het beslag De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. De auto met de verborgen ruimte kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten. 7 De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet. 8 De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod - verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; stelt als bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen, dat de veroordeelde: zich meldt binnen twee werkdagen dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland (telefoonnummer 088 804 15 01). Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang zij dat nodig vindt; zich laat behandelen door polikliniek De Rooyse Wissel of een soortgelijke zorg-verlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt; zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalings-regelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden; - geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde: meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteits-bewijs ter inzage aanbiedt om zijn identiteit vast te stellen; meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; Beslag - onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerp