Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-01-14
ECLI:NL:RBLIM:2026:51
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11789024 \ CV EXPL 25-3070 Vonnis van 14 januari 2026 in de zaak van STICHTING EINDHOVEN2STAY INZAKE STAYGROUND , gevestigd te Eindhoven, eisende partij, hierna te noemen: Eindhoven2stay, gemachtigde: ACCS Incasso, tegen [huurder] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties,- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord, met aangehecht een schriftelijk verweer met bijlage, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, - de akte ten behoeve van de mondelinge behandeling van Eindhoven2stay, - de mondelinge behandeling van 11 december 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Eindhoven2stay verhuurt met ingang van 19 augustus 2022 aan [huurder] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur inclusief servicekosten bedraagt met ingang van 1 juli 2024 € 965,91 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [huurder] heeft (een deel van) de huur inclusief servicekosten niet betaald. De gemachtigde van Eindhoven2stay heeft [huurder] herhaaldelijk aangemaand om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, waaronder op 25 februari 2025 en 14 mei 2025 (productie 4 en 6 van Eindhoven2stay). 2.3. Eindhoven2stay heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Eindhoven2stay heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Eindhoven2stay vordert, zoals bij akte gewijzigd en kort samengevat; I. primair ontbinding van de huurovereenkomst en subsidiair te bepalen dat de huurovereenkomst op grond van slecht huurderschap eindigt, II. ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, te vermeerderen met een dwangsom met wettelijke rente, voor iedere dag dat [huurder] hier niet aan voldoet, waarbij Eindhoven2stay in dat geval de ontruiming op kosten van [huurder] mag laten uitvoeren door een gerechts-deurwaarder, III. veroordeling van [huurder] tot betaling van € 7.572,94 aan huurachterstand tot en met de maand mei 2025, te vermeerderen met € 956,91 (danwel de voor die maand geldende huurprijs) voor elke maand vanaf de maand juni 2025 tot aan de dag van ontruiming, met de wettelijke rente, IV. veroordeling van [huurder] tot betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 14 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, V. veroordeling van [huurder] in de proceskosten, bij niet betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na het vonnis. 3.2. Eindhoven2stay legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Eindhoven2stay de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] voert verweer. [huurder] erkent de bij dagvaarding gevorderde huurachterstand, behalve de maand mei 2025, welke volgens haar is betaald. Volgens haar bedraagt de huurachterstand daarom € 7.091,88. [huurder] voert aan dat haar financiële situatie inmiddels structureel is verbeterd. Zij verzoekt op grond van artikel 6:248 lid 2 BW om een betalingsregeling van € 500,00 per maand om de achterstand in te lopen, naast betaling van de lopende huurverplichtingen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Ambtshalve toetsing 4.1. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlij Totaalbedrag van de veroordeling Het voorgaande betekent dat [huurder] wordt veroordeeld om het volgende (totaal)bedrag aan Eindhoven2Stay te betalen: - achterstand tot en met mei 2025 € 6.761,37 - buitengerechtelijke kosten € 804,37 - wettelijke rente € p.m. - door [huurder] al betaald € -/- 1.198,15 Totaal te betalen € 6.367,59 Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en daarmee samenhangende vorderingen 4.13. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Eindhoven2stay heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.14. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.15. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand acht maanden, berekend tot en met mei 2025. Na dagvaarding is de huurachterstand verder opgelopen. Naast de huurachterstand van acht maanden, berekend tot en met de maand september 2025, heeft [huurder] ook de maanden oktober en december 2025 niet betaald. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. 4.16. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen. 4.17. De gevorderde boete zal worden afgewezen nu een grondslag voor deze vordering ontbreekt. 4.18. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat op grond van de wet alleen de deurwaarder een ontruiming van een woning mag uitvoeren. Betaling van een bedrag van € 965,91 vanaf juni 2025 tot aan de dag van de ontruiming 4.19. Eindhoven2stay wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 965,91, te rekenen vanaf de maand juni 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand tot aan de ontbinding van de huurovereenkomst. Na de ontbinding is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft tot aan de ontruiming. Deze vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde termijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die termijnen tot de dag van voldoening. Proceskosten 4.20. [huurder] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eindhoven2stay worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 543,00 - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.502,14 4.21. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats] , 5.2. veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van