Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-05-01
ECLI:NL:RBLIM:2026:4254
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,156 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4254 text/xml public 2026-05-19T12:05:20 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-05-01 ROE 23/1496 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Roermond Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4254 text/html public 2026-05-19T12:05:07 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4254 Rechtbank Limburg , 01-05-2026 / ROE 23/1496 Het beroep gaat over inzage van persoonsgegevens die in de FSV zijn opgenomen. Inhoudelijk gaat het voornamelijk over het recht op de stukken waarin de persoonsgegevens staan. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat eiseres geen recht heeft op deze stukken. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 23/1496 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen [eiseres] uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. A.C.S. Grégoire), en de Minister van Financiën (gemachtigden: mr. M.A.N. van de Kerkhoff, mr. M.M.J. Hoek). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiseres tegen het besluit van de minister van 12 juni 2023 (het bestreden besluit). De minister is met het bestreden besluit bij de toewijzing van het inzageverzoek van eiseres van 2 september 2022 gebleven. De rechtbank beslist ook op het verzoek om schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn waarin de rechtbank een uitspraak moet doen en op het verzoek om vergoeding van vertragingsschade. 1.1 De rechtbank heeft het beroep en de verzoeken op 23 februari 2026 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister deelgenomen. De rechtbank heeft deze zaak samen behandeld met de zaken met zaaknummers: ROE 22/2755, ROE 23/615, ROE 23/1593, 23/1594 en ROE 24/4211. De rechtbank doet in de zaken van de andere eiser/eiseressen afzonderlijk uitspraak en in deze uitspraak dus alleen uitspraak op het beroep en de verzoeken van eiseres. 2. Na sluiting van het onderzoek heeft eiseres de rechtbank verzocht het onderzoek te heropenen. Reden hiervoor is dat onlangs bekend is geworden dat een zogenoemde datakluis is gevonden die onder andere wordt doorzocht op het dossier FSV (Fraude Signalering Voorziening). 3. De rechtbank heeft in het verzoek geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en wijst het verzoek af. Wat eiseres aanvoert geeft geen reden te oordelen dat het onderzoek in deze zaak niet volledig is geweest. Dit alleen al omdat het aantreffen van die datakluis en wat daar uit zou kunnen komen niet tot een andere uitkomst van deze zaak kan leiden gelet op de vragen die in deze zaak voorliggen. Beoordeling door de rechtbank De beroepszaken Wat ging aan het instellen van het beroep vooraf? 4. Met de brief van 2 september 2022 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de zogenoemde “Afsluitende brief FSV. De minister heeft dat bezwaar deels opgevat als een verzoek om inzage van persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), meer in het bijzonder als een verzoek om inzage van de persoonsgegevens van eiseres die in de FSV zijn opgenomen. De minister heeft het inzageverzoek toegewezen en aan eiseres een overzicht verstrekt van persoonsgegevens van haar die in de FSV zijn opgenomen. De minister heeft eiseres daarbij laten weten dat haar persoonsgegevens die in de FSV zijn opgenomen niet met derden zijn gedeeld, uitgaande van de beschikbare informatie. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. De minister heeft het bezwaar met het bestreden besluit ongegrond verklaard. Wat voert eiseres in beroep aan en slaagt dit? Bijstand of vertegenwoordiging door een gemachtigde 5. Eiseres voert eerst aan dat de bekendmaking van het besluit op het inzageverzoek in strijd is met artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat dit tot vernietiging van het bestreden besluit moet leiden. 6. De rechtbank heeft gezien dat de minister het besluit op het inzageverzoek aan eiseres zelf bekend heeft gemaakt in plaats van aan haar gemachtigde. De rechtbank heeft ook gezien dat eiseres tijdig bezwaar heeft gemaakt en dat de minister vervolgens een besluit op bezwaar heeft genomen. Eiseres is door de bekendmaking van het besluit op het inzageverzoek aan haarzelf in plaats van aan haar gemachtigde daarom niet benadeeld. De bekendmaking van dat besluit aan eiseres zelf in plaats van aan haar gemachtigde tast het bestreden besluit, waarmee de minister bij de toewijzing van het inzageverzoek is gebleven, ook niet aan. Daarom ziet de rechtbank hierin geen reden het bestreden besluit te vernietigen. Wat eiseres aanvoert slaagt dus niet. De stukken 7. Eiseres voert verder aan dat zij het er niet mee eens is dat de minister niet alle stukken aan haar verstrekt. Eiseres vindt dat de minister alle stukken aan haar moet verstrekken. Zij stelt een groot belang te hebben bij alle stukken in verband met genoegdoening/compensatie, (im)materiële schadevergoeding en in algemene zin dat vaststaat dat de minister gegevens die in de FSV zijn opgenomen met derden heeft gedeeld. Zij wil inzicht krijgen in wat er is gebeurd en bewijs veiligstellen en verzamelen. Eiseres stelt dat zij jaren onder het vergrootglas van de gemeente heeft gelegen en wil weten hoe dat komt. 7.1 Eiseres wijst op de toezegging van voormalig staatssecretaris van Financiën [naam] dat het uitgangspunt is mensen zo veel mogelijk inzage te geven in hun registratie in de FSV en dat mensen daar recht op hebben op grond van de AVG. Zij verwijst in dit verband ook naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 september 2022. Eiseres vindt dat zij in elk geval op grond van de artikelen 8:42 en 7:4 van de Awb recht heeft op alle stukken. Eiseres verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 4 mei 2018 en verschillende algemene stukken/publicaties. Dit laatste om te onderbouwen dat de minister een onjuist standpunt inneemt met betrekking tot de stukken die op de zaak betrekking hebben en/of dat niet zomaar kan worden uitgegaan van wat de minister stelt. 8. De rechtbank is gebleken dat het eiseres (voornamelijk) gaat om screenprints van haar registratie in de FSV. 9. Uit artikel 15 van de AVG en vaste rechtspraak over het recht op een kopie van persoonsgegevens blijkt het volgende. Artikel 15 van de AVG geeft de betrokkene het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke duidelijkheid te krijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en om inzage te krijgen van die persoonsgegevens. Het doel van artikel 15 van de AVG is de betrokkene de mogelijkheid te geven zich van de verwerkingen van zijn persoonsgegevens op de hoogte te stellen en de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerkingen te controleren. 9.1 Een verwerkingsverantwoordelijke is op grond van artikel 15, derde lid, van de AVG verplicht aan de betrokkene een kopie te verstrekken van de persoonsgegevens van de betrokkene die onder zijn verantwoordelijkheid worden verwerkt. Deze verplichting houdt niet in dat de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is een kopie te verstrekken van de stukken waarin die persoonsgegevens voorkomen. Een verwerkingsverantwoordelijk mag deze stukken verstrekken, maar mag ook voor een andere vorm kiezen waarin de kopie van de persoonsgegevens wordt verstrekt, zoals een overzicht van de persoonsgegevens. Als met de gekozen wijze van verstrekking maar aan het doel van artikel 15 van de AVG wordt voldaan. 9.2 Soms is het nodig dat informatie in een bepaalde context wordt geplaatst om de informatie te kunnen begrijpen. Dat kan met zich meebrengen dat de verwerkingsverantwoordelijke dan niet met een overzicht kan volstaan en de stukken moet verstrekken waarin de persoonsgegevens staan maar dan wel alleen voor zover dat nodig is om de betrokkene in staat te stellen zijn rechten op grond van artikel 15 van de AVG uit te kunnen oefenen. Een recht op inzage van persoonsgegevens is iets anders dan een recht op toegang tot bestuurlijke stukken. Artikel 15 van de AVG is niet bedoeld om toegang tot bestuurlijke stukken te verzekeren. 10.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4254 text/xml public 2026-05-19T12:05:20 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-05-01 ROE 23/1496 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Roermond Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4254 text/html public 2026-05-19T12:05:07 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4254 Rechtbank Limburg , 01-05-2026 / ROE 23/1496 Het beroep gaat over inzage van persoonsgegevens die in de FSV zijn opgenomen. Inhoudelijk gaat het voornamelijk over het recht op de stukken waarin de persoonsgegevens staan. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat eiseres geen recht heeft op deze stukken. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 23/1496 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen [eiseres] uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. A.C.S. Grégoire), en de Minister van Financiën (gemachtigden: mr. M.A.N. van de Kerkhoff, mr. M.M.J. Hoek). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiseres tegen het besluit van de minister van 12 juni 2023 (het bestreden besluit). De minister is met het bestreden besluit bij de toewijzing van het inzageverzoek van eiseres van 2 september 2022 gebleven. De rechtbank beslist ook op het verzoek om schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn waarin de rechtbank een uitspraak moet doen en op het verzoek om vergoeding van vertragingsschade. 1.1 De rechtbank heeft het beroep en de verzoeken op 23 februari 2026 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister deelgenomen. De rechtbank heeft deze zaak samen behandeld met de zaken met zaaknummers: ROE 22/2755, ROE 23/615, ROE 23/1593, 23/1594 en ROE 24/4211. De rechtbank doet in de zaken van de andere eiser/eiseressen afzonderlijk uitspraak en in deze uitspraak dus alleen uitspraak op het beroep en de verzoeken van eiseres. 2. Na sluiting van het onderzoek heeft eiseres de rechtbank verzocht het onderzoek te heropenen. Reden hiervoor is dat onlangs bekend is geworden dat een zogenoemde datakluis is gevonden die onder andere wordt doorzocht op het dossier FSV (Fraude Signalering Voorziening). 3. De rechtbank heeft in het verzoek geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en wijst het verzoek af. Wat eiseres aanvoert geeft geen reden te oordelen dat het onderzoek in deze zaak niet volledig is geweest. Dit alleen al omdat het aantreffen van die datakluis en wat daar uit zou kunnen komen niet tot een andere uitkomst van deze zaak kan leiden gelet op de vragen die in deze zaak voorliggen. Beoordeling door de rechtbank De beroepszaken Wat ging aan het instellen van het beroep vooraf? 4. Met de brief van 2 september 2022 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de zogenoemde “Afsluitende brief FSV. De minister heeft dat bezwaar deels opgevat als een verzoek om inzage van persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), meer in het bijzonder als een verzoek om inzage van de persoonsgegevens van eiseres die in de FSV zijn opgenomen. De minister heeft het inzageverzoek toegewezen en aan eiseres een overzicht verstrekt van persoonsgegevens van haar die in de FSV zijn opgenomen. De minister heeft eiseres daarbij laten weten dat haar persoonsgegevens die in de FSV zijn opgenomen niet met derden zijn gedeeld, uitgaande van de beschikbare informatie. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. De minister heeft het bezwaar met het bestreden besluit ongegrond verklaard. Wat voert eiseres in beroep aan en slaagt dit? Bijstand of vertegenwoordiging door een gemachtigde 5. Eiseres voert eerst aan dat de bekendmaking van het besluit op het inzageverzoek in strijd is met artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat dit tot vernietiging van het bestreden besluit moet leiden. 6. De rechtbank heeft gezien dat de minister het besluit op het inzageverzoek aan eiseres zelf bekend heeft gemaakt in plaats van aan haar gemachtigde. De rechtbank heeft ook gezien dat eiseres tijdig bezwaar heeft gemaakt en dat de minister vervolgens een besluit op bezwaar heeft genomen. Eiseres is door de bekendmaking van het besluit op het inzageverzoek aan haarzelf in plaats van aan haar gemachtigde daarom niet benadeeld. De bekendmaking van dat besluit aan eiseres zelf in plaats van aan haar gemachtigde tast het bestreden besluit, waarmee de minister bij de toewijzing van het inzageverzoek is gebleven, ook niet aan. Daarom ziet de rechtbank hierin geen reden het bestreden besluit te vernietigen. Wat eiseres aanvoert slaagt dus niet. De stukken 7. Eiseres voert verder aan dat zij het er niet mee eens is dat de minister niet alle stukken aan haar verstrekt. Eiseres vindt dat de minister alle stukken aan haar moet verstrekken. Zij stelt een groot belang te hebben bij alle stukken in verband met genoegdoening/compensatie, (im)materiële schadevergoeding en in algemene zin dat vaststaat dat de minister gegevens die in de FSV zijn opgenomen met derden heeft gedeeld. Zij wil inzicht krijgen in wat er is gebeurd en bewijs veiligstellen en verzamelen. Eiseres stelt dat zij jaren onder het vergrootglas van de gemeente heeft gelegen en wil weten hoe dat komt. 7.1 Eiseres wijst op de toezegging van voormalig staatssecretaris van Financiën [naam] dat het uitgangspunt is mensen zo veel mogelijk inzage te geven in hun registratie in de FSV en dat mensen daar recht op hebben op grond van de AVG. Zij verwijst in dit verband ook naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 september 2022. Eiseres vindt dat zij in elk geval op grond van de artikelen 8:42 en 7:4 van de Awb recht heeft op alle stukken. Eiseres verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 4 mei 2018 en verschillende algemene stukken/publicaties. Dit laatste om te onderbouwen dat de minister een onjuist standpunt inneemt met betrekking tot de stukken die op de zaak betrekking hebben en/of dat niet zomaar kan worden uitgegaan van wat de minister stelt. 8. De rechtbank is gebleken dat het eiseres (voornamelijk) gaat om screenprints van haar registratie in de FSV. 9. Uit artikel 15 van de AVG en vaste rechtspraak over het recht op een kopie van persoonsgegevens blijkt het volgende. Artikel 15 van de AVG geeft de betrokkene het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke duidelijkheid te krijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en om inzage te krijgen van die persoonsgegevens. Het doel van artikel 15 van de AVG is de betrokkene de mogelijkheid te geven zich van de verwerkingen van zijn persoonsgegevens op de hoogte te stellen en de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerkingen te controleren. 9.1 Een verwerkingsverantwoordelijke is op grond van artikel 15, derde lid, van de AVG verplicht aan de betrokkene een kopie te verstrekken van de persoonsgegevens van de betrokkene die onder zijn verantwoordelijkheid worden verwerkt. Deze verplichting houdt niet in dat de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is een kopie te verstrekken van de stukken waarin die persoonsgegevens voorkomen. Een verwerkingsverantwoordelijk mag deze stukken verstrekken, maar mag ook voor een andere vorm kiezen waarin de kopie van de persoonsgegevens wordt verstrekt, zoals een overzicht van de persoonsgegevens. Als met de gekozen wijze van verstrekking maar aan het doel van artikel 15 van de AVG wordt voldaan. 9.2 Soms is het nodig dat informatie in een bepaalde context wordt geplaatst om de informatie te kunnen begrijpen. Dat kan met zich meebrengen dat de verwerkingsverantwoordelijke dan niet met een overzicht kan volstaan en de stukken moet verstrekken waarin de persoonsgegevens staan maar dan wel alleen voor zover dat nodig is om de betrokkene in staat te stellen zijn rechten op grond van artikel 15 van de AVG uit te kunnen oefenen. Een recht op inzage van persoonsgegevens is iets anders dan een recht op toegang tot bestuurlijke stukken. Artikel 15 van de AVG is niet bedoeld om toegang tot bestuurlijke stukken te verzekeren. 10.
Volledig
Op grond van (artikel 15 van) de AVG en gelet op de vaste rechtspraak over het recht op een kopie van persoonsgegevens heeft eiseres dus geen recht op een kopie van integrale stukken. De verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag loopt mank, want ook die uitspraak gaat alleen over een kopie van persoonsgegevens. De toezegging van voormalig staatssecretaris van Financiën [naam] die eiseres heeft aangehaald is gebaseerd op de AVG. Omdat de AVG geen recht geeft op integrale stukken is deze toezegging ook niet te lezen als een toezegging dat de minister inzage geeft door (niet gelakte) screenprints van een registratie in de FSV te verstrekken. 11. In het door eiser aangehaalde arrest van de Hoge Raad (HR) van 4 mei 2018 heeft de HR een aanvulling gegeven op de eerder in het arrest van 10 april 2015 gegeven uitgangspunten voor wat moet worden verstaan onder de stukken die op de zaak betrekking hebben als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb. In algemene zin heeft de HR overwogen dat alle stukken die een bestuursorgaan heeft gebruikt bij zijn besluitvorming in beginsel tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren en moeten worden overgelegd. Voor gegevens in databases geldt dat zij slechts op de zaak betrekking hebben voor zover zij van belang en raadpleegbaar zijn met het oog op de aan de orde zijnde zaak. Deze gegevens vormen het op de zaak betrekking hebbende ‘stuk’, dat in de vorm van een afdruk of op een andere geschikte wijze ter beschikking moet worden gesteld. Een bestuursorgaan is op grond van artikel 8:42, eerste lid van de Awb niet verplicht om buiten de reeds ter beschikking staande of gestaan hebbende stukken nadere gegevens te vergaren. 12. Eiseres stelt dat de minister screenprints kan verstrekken. De rechtbank weet ambtshalve dat de minister deze mogelijkheid heeft. De registratie van eiseres in de FSV is naar het oordeel van de rechtbank daarom een verzameling van elektronische gegevens die raadpleegbaar kunnen worden gemaakt. De vraag is of de screenprints van belang zijn voor de beoordeling van deze zaak. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van wat eiseres daartegen heeft aangevoerd. Om deze beoordeling te kunnen maken heeft de rechtbank de screenprints van de registratie van eiseres in de FSV niet nodig. 13. Op grond van de uitgangspunten van de HR zijn de screenprints geen stukken die op de zaak betrekking hebben als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb. De rechtbank ziet geen aanleiding om de uitgangspunten van de HR niet te volgen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft op 25 februari 2026 nog in lijn met die uitgangspunten geoordeeld. 14. Omdat de screenprints geen stukken zijn als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb zijn het, gelet op de samenhang tussen artikel 8:42 van de Awb en artikel 7:4 van de Awb, ook geen stukken waarvan eiseres in de bezwaarschriftprocedure op grond van artikel 7:4 van de Awb al inzage of een afschrift had moeten krijgen. 15. De hiervoor besproken bepalingen geven eiseres dus geen recht op de screenprints. Dit betekent dat de minister niet verplicht is de screenprints aan eiseres te verstrekken. Dat eiseres de screenprints om haar moverende redenen wil hebben en wat in de algemene stukken/publicaties staat waarnaar eiseres verwijst maken dat niet anders. De standpunten van de minister dat screenprints van de registratie van eiseres in de FSV geen stukken zijn die op de zaak betrekking hebben en dat hij de screenprints niet aan eiseres hoeft te verstrekken zijn dan ook juist. Wat eiseres daartegen aanvoert slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de minister te verzoeken de screenprints over te leggen of om toepassing te geven aan haar bevoegdheden om een onderzoek ter plaatse in te (laten) stellen en de FSV in te (laten) zien zoals door eiseres gevraagd. Dagboek Persoonsgericht Intensief Toezicht (PIT) 16. Eiseres betwist verder nog dat stukken uit Dagboek PIT niet meer kunnen worden verstrekt. 17. Voor zover eiseres daarmee heeft willen aanvoeren dat zijn inzage onvolledig is geweest slaagt dit niet reeds omdat het inzageverzoek uitsluitend ziet op de persoonsgegevens van eiseres die in de FSV zijn opgenomen. Ontvangst stukken in bezwaar 18. Eiseres vindt dat zij de stukken in bezwaar eerder had kunnen en moeten krijgen. Zij verwijst naar wat zij tijdens de hoorzitting daarover heeft aangevoerd. 19. De minister heeft in het bestreden besluit hierover een standpunt ingenomen. Uit het bestreden besluit blijkt dat de minister in wat eiseres tijdens de hoorzitting heeft aangevoerd geen reden heeft gezien zijn standpunt te wijzigen. Door alleen te verwijzen naar wat zij tijdens de hoorzitting heeft aangevoerd heeft zij het standpunt dat de minister mede op grond daarvan heeft ingenomen niet gemotiveerd bestreden. Wat eiseres aanvoert slaagt daarom niet. De verzoeken om schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn en vertragingsschade 20. Eiseres verzoekt ook om vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden door overschrijding van de redelijke termijn voor het doen van een uitspraak. Sinds de inwerkingtreding van de verzoekschriftprocedure oordeelt de rechtbank met verdragsconforme toepassing van de verzoekschriftprocedure over zo’n verzoek. Als zo’n verzoek wordt gedaan wordt frustratieschade door het lange wachten op de uitkomst van de procedure verondersteld. 21. Vaste rechtspraak is dat zaken binnen een redelijke termijn moeten worden behandeld. In de regel is dat een termijn van twee jaren. De rechtbank gaat ook uit van een redelijke termijn van twee jaren. In vaste rechtspraak wordt verder voor vergoeding van die schade uitgegaan van een schadevergoeding van € 500,- voor een termijnoverschrijding tot zes maanden. 22. De redelijke termijn is begonnen met de ontvangst van het bezwaarschrift van eiseres door de minister op 22 maart 2023 en loopt tot de dag waarop de rechtbank deze uitspraak doet. De redelijke termijn is met meer dan een jaar overschreden. De minister heeft op tijd (binnen zes maanden) op het bezwaar beslist. De overschrijding van de redelijke termijn is daarom geheel aan de rechtbank te wijten. Dit betekent dat eiseres een schadevergoeding toekomt van € 1.500,-. De Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) zal de vergoeding moeten betalen. 23. Eiseres heeft ook gevraagd om een schadeloosstelling in de vorm van wettelijke rente over de na te betalen bedragen. Dit verzoek is niet toewijsbaar. Van vertragingsschade is niet gebleken en ook niet dat de schade zal intreden Conclusie en gevolgen 24. Het beroep is ongegrond omdat niet slaag wat eiseres in beroep aanvoert. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het bestreden besluit blijft bestaan. Het verzoek om schadevergoeding worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,-. Het verzoek om vergoeding van vertragingsschade wordt afgewezen. Griffierecht en proceskosten In de beroepszaak 25. Eiseres heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan. Eiseres voldoet niet aan de criteria voor vrijstelling van de betaling van het griffierecht. Op grond van de door haar overgelegde stukken is haar inkomen hoger dan het drempelbedrag. De griffier heeft het beroep op betalingsonmacht daarom terecht afgewezen. Omdat eiseres griffierecht ziet als een financieel obstakel om toegang tot de rechter te krijgen verwijst de rechtbank om haar te informeren nog naar de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2019 . 26. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug omdat het beroep ongegrond is en er overigens geen aanleiding is te bepalen dat de minister de griffierrechten moet vergoeden. Er is ook geen aanleiding voor een veroordeling van de minister in de proceskosten van eiseres. Met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding 27. Omdat het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) de schadevergoeding moet betalen, moet de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) ook een vergoeding betalen voor de proceskosten die eiseres in verband met het schadevergoedingsverzoek heeft gemaakt.
Volledig
Op grond van (artikel 15 van) de AVG en gelet op de vaste rechtspraak over het recht op een kopie van persoonsgegevens heeft eiseres dus geen recht op een kopie van integrale stukken. De verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag loopt mank, want ook die uitspraak gaat alleen over een kopie van persoonsgegevens. De toezegging van voormalig staatssecretaris van Financiën [naam] die eiseres heeft aangehaald is gebaseerd op de AVG. Omdat de AVG geen recht geeft op integrale stukken is deze toezegging ook niet te lezen als een toezegging dat de minister inzage geeft door (niet gelakte) screenprints van een registratie in de FSV te verstrekken. 11. In het door eiser aangehaalde arrest van de Hoge Raad (HR) van 4 mei 2018 heeft de HR een aanvulling gegeven op de eerder in het arrest van 10 april 2015 gegeven uitgangspunten voor wat moet worden verstaan onder de stukken die op de zaak betrekking hebben als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb. In algemene zin heeft de HR overwogen dat alle stukken die een bestuursorgaan heeft gebruikt bij zijn besluitvorming in beginsel tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren en moeten worden overgelegd. Voor gegevens in databases geldt dat zij slechts op de zaak betrekking hebben voor zover zij van belang en raadpleegbaar zijn met het oog op de aan de orde zijnde zaak. Deze gegevens vormen het op de zaak betrekking hebbende ‘stuk’, dat in de vorm van een afdruk of op een andere geschikte wijze ter beschikking moet worden gesteld. Een bestuursorgaan is op grond van artikel 8:42, eerste lid van de Awb niet verplicht om buiten de reeds ter beschikking staande of gestaan hebbende stukken nadere gegevens te vergaren. 12. Eiseres stelt dat de minister screenprints kan verstrekken. De rechtbank weet ambtshalve dat de minister deze mogelijkheid heeft. De registratie van eiseres in de FSV is naar het oordeel van de rechtbank daarom een verzameling van elektronische gegevens die raadpleegbaar kunnen worden gemaakt. De vraag is of de screenprints van belang zijn voor de beoordeling van deze zaak. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van wat eiseres daartegen heeft aangevoerd. Om deze beoordeling te kunnen maken heeft de rechtbank de screenprints van de registratie van eiseres in de FSV niet nodig. 13. Op grond van de uitgangspunten van de HR zijn de screenprints geen stukken die op de zaak betrekking hebben als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb. De rechtbank ziet geen aanleiding om de uitgangspunten van de HR niet te volgen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft op 25 februari 2026 nog in lijn met die uitgangspunten geoordeeld. 14. Omdat de screenprints geen stukken zijn als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb zijn het, gelet op de samenhang tussen artikel 8:42 van de Awb en artikel 7:4 van de Awb, ook geen stukken waarvan eiseres in de bezwaarschriftprocedure op grond van artikel 7:4 van de Awb al inzage of een afschrift had moeten krijgen. 15. De hiervoor besproken bepalingen geven eiseres dus geen recht op de screenprints. Dit betekent dat de minister niet verplicht is de screenprints aan eiseres te verstrekken. Dat eiseres de screenprints om haar moverende redenen wil hebben en wat in de algemene stukken/publicaties staat waarnaar eiseres verwijst maken dat niet anders. De standpunten van de minister dat screenprints van de registratie van eiseres in de FSV geen stukken zijn die op de zaak betrekking hebben en dat hij de screenprints niet aan eiseres hoeft te verstrekken zijn dan ook juist. Wat eiseres daartegen aanvoert slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de minister te verzoeken de screenprints over te leggen of om toepassing te geven aan haar bevoegdheden om een onderzoek ter plaatse in te (laten) stellen en de FSV in te (laten) zien zoals door eiseres gevraagd. Dagboek Persoonsgericht Intensief Toezicht (PIT) 16. Eiseres betwist verder nog dat stukken uit Dagboek PIT niet meer kunnen worden verstrekt. 17. Voor zover eiseres daarmee heeft willen aanvoeren dat zijn inzage onvolledig is geweest slaagt dit niet reeds omdat het inzageverzoek uitsluitend ziet op de persoonsgegevens van eiseres die in de FSV zijn opgenomen. Ontvangst stukken in bezwaar 18. Eiseres vindt dat zij de stukken in bezwaar eerder had kunnen en moeten krijgen. Zij verwijst naar wat zij tijdens de hoorzitting daarover heeft aangevoerd. 19. De minister heeft in het bestreden besluit hierover een standpunt ingenomen. Uit het bestreden besluit blijkt dat de minister in wat eiseres tijdens de hoorzitting heeft aangevoerd geen reden heeft gezien zijn standpunt te wijzigen. Door alleen te verwijzen naar wat zij tijdens de hoorzitting heeft aangevoerd heeft zij het standpunt dat de minister mede op grond daarvan heeft ingenomen niet gemotiveerd bestreden. Wat eiseres aanvoert slaagt daarom niet. De verzoeken om schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn en vertragingsschade 20. Eiseres verzoekt ook om vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden door overschrijding van de redelijke termijn voor het doen van een uitspraak. Sinds de inwerkingtreding van de verzoekschriftprocedure oordeelt de rechtbank met verdragsconforme toepassing van de verzoekschriftprocedure over zo’n verzoek. Als zo’n verzoek wordt gedaan wordt frustratieschade door het lange wachten op de uitkomst van de procedure verondersteld. 21. Vaste rechtspraak is dat zaken binnen een redelijke termijn moeten worden behandeld. In de regel is dat een termijn van twee jaren. De rechtbank gaat ook uit van een redelijke termijn van twee jaren. In vaste rechtspraak wordt verder voor vergoeding van die schade uitgegaan van een schadevergoeding van € 500,- voor een termijnoverschrijding tot zes maanden. 22. De redelijke termijn is begonnen met de ontvangst van het bezwaarschrift van eiseres door de minister op 22 maart 2023 en loopt tot de dag waarop de rechtbank deze uitspraak doet. De redelijke termijn is met meer dan een jaar overschreden. De minister heeft op tijd (binnen zes maanden) op het bezwaar beslist. De overschrijding van de redelijke termijn is daarom geheel aan de rechtbank te wijten. Dit betekent dat eiseres een schadevergoeding toekomt van € 1.500,-. De Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) zal de vergoeding moeten betalen. 23. Eiseres heeft ook gevraagd om een schadeloosstelling in de vorm van wettelijke rente over de na te betalen bedragen. Dit verzoek is niet toewijsbaar. Van vertragingsschade is niet gebleken en ook niet dat de schade zal intreden Conclusie en gevolgen 24. Het beroep is ongegrond omdat niet slaag wat eiseres in beroep aanvoert. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het bestreden besluit blijft bestaan. Het verzoek om schadevergoeding worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,-. Het verzoek om vergoeding van vertragingsschade wordt afgewezen. Griffierecht en proceskosten In de beroepszaak 25. Eiseres heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan. Eiseres voldoet niet aan de criteria voor vrijstelling van de betaling van het griffierecht. Op grond van de door haar overgelegde stukken is haar inkomen hoger dan het drempelbedrag. De griffier heeft het beroep op betalingsonmacht daarom terecht afgewezen. Omdat eiseres griffierecht ziet als een financieel obstakel om toegang tot de rechter te krijgen verwijst de rechtbank om haar te informeren nog naar de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2019 . 26. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug omdat het beroep ongegrond is en er overigens geen aanleiding is te bepalen dat de minister de griffierrechten moet vergoeden. Er is ook geen aanleiding voor een veroordeling van de minister in de proceskosten van eiseres. Met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding 27. Omdat het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) de schadevergoeding moet betalen, moet de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) ook een vergoeding betalen voor de proceskosten die eiseres in verband met het schadevergoedingsverzoek heeft gemaakt.