Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-21
ECLI:NL:RBLIM:2026:4112
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,079 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4112 text/xml public 2026-05-08T15:24:58 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-21 C/03/350613 / JE RK 26-492 + 350443 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Maastricht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4112 text/html public 2026-05-08T14:29:34 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4112 Rechtbank Limburg , 21-04-2026 / C/03/350613 / JE RK 26-492 + 350443 Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing bij de andere gezagsouder. RECHTBANK LIMBURG Familie- en Jeugdrecht Locatie Maastricht Zaaknummers: C/03/350443 / JE RK 26-455 en C/03/350613 / JE RK 26-492 Datum uitspraak: 21 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 in [plaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015 in [plaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 2] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift van 6 maart 2026 inzake [minderjarige 2] (C/03/350443 / JE RK 26-455), met bijlagen, ontvangen op 12 maart 2026; het verzoekschrift van 17 maart 2026 inzake [minderjarige 1] (C/03/350613 / JE RK 26-492), met bijlagen, ontvangen op 18 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren van beide zaken zijn gevoegd behandeld en heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder. De vertegenwoordiger van de GI was verhinderd wegens ziekte. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] is niet verschenen en heeft geen mening gegeven. 1.4. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 april 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 30 april 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 juni 2025 een machtiging verleend [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de ouder met gezag, te weten de moeder, met ingang van 11 juli 2025 tot 30 april 2026. 2.5. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 oktober 2025 een machtiging verleend [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de ouder met gezag, te weten de moeder, tot 30 april 2026. 3 De verzoeken 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de ouder met gezag te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Ter onderbouwing heeft de GI het volgende gesteld. De ontwikkeling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 2] woont sinds begin juli 2025 weer volledig bij moeder. [minderjarige 2] gaat de hele week naar speciaal basisonderwijs en zij wordt op dinsdag en donderdag opgehaald door Hoeve de Koalder. Daar blijft ze dan een nachtje slapen en zij brengen haar de volgende dag weer naar school. [minderjarige 2] zelf zou het liefst elke dag bij de moeder zijn, maar voor de moeder is deze ontlasting nodig. 3.3. In september 2025 kwam de plaatsing van [minderjarige 1] bij tante onder druk te staan en sinds 7 oktober 2025 woont [minderjarige 1] ook bij de moeder. Voor [minderjarige 1] is Boxchainge ingezet, om emoties en gebeurtenissen te kunnen verwerken. Een grote zorg blijft in de opvoedingssituatie van de vader en het contact tussen de vader en de kinderen. Dit is zowel voor de kinderen als voor de moeder moeilijk hoe hiermee om te gaan. Het is de GI tot op heden nog niet gelukt om een veilig contact tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader vorm te geven. Sinds het incident in december is met de begeleiding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afgesproken dat wordt teruggegaan naar een volledig begeleid belmoment. De vader heeft aangegeven hier niet aan mee te willen werken. De vader geeft aan dat wanneer de GI dit contact enkel begeleid wil laten plaatsvinden, hij overal mee zal stoppen en er geen contact meer tussen hen en de kinderen zal zijn. De vader schiet hierbij in de 'strijd' en uit dreigementen. De vader kan daarnaast op geen enkele manier instemmen met de plaatsing van de kinderen bij de moeder. De GI is van mening dat zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] nog altijd in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging uithuisplaatsing voor een plaatsing bij de andere ouder met gezag moeten worden verlengd voor de duur van een jaar. Het komende jaar is de GI van mening dat er voor de opvoedsituatie van de moeder goed gemonitord moet blijven of er balans is tussen de draagkracht en draaglast van de moeder. Hiervoor wordt onder andere ITB opgeschaald naar MST. 4 De mening van de kinderen 4.1. [minderjarige 1] heeft in een gesprek met de kinderrechter verklaard dat zij de ondertoezichtstelling fijn vindt en graag bij de moeder wil blijven wonen. 4.2. [minderjarige 2] is niet verschenen en heeft daarom haar mening niet aan de kinderrechter kenbaar gemaakt. 5 De standpunten 5.1. De moeder heeft ter zitting ingestemd met de verzoeken. De kinderen doen het goed, nu ze bij de moeder wonen. Voor de kinderen was er al ITB ingezet en sinds kort is ook de MST begonnen. MST vindt drie keer per week plaats en zal vijf maanden duren. 5.2. De vader heeft ter zitting verweer gevoerd tegen de verzoeken. De vader vindt de ondertoezichtstelling maar niets. Ook is hij het er niet mee eens dat de kinderen bij de moeder wonen, omdat de moeder niet met [minderjarige 2] naar de diëtist gaat en haar chocolademelk geeft. De vader wil niet dat zijn belafspraak met de kinderen naar een andere dag gaat, want daar heeft hij geen tijd voor. De vader zegt dat de gezinsvoogd zich niets van hem aantrekt, dus trekt hij zich ook niets van de gezinsvoogd aan. De vader krijgt nergens reactie op, terwijl hij als gezagsouder recht heeft op informatie over de kinderen. Als de verzoeken worden toegewezen, gaat de vader in hoger beroep. 6 De beoordeling 6.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 6.2. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden nog steeds ernstig bedreigd, omdat de opvoedingssituatie van de vader nog altijd instabiel en onveilig is. Hoewel [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daar inmiddels niet meer verblijven, ervaren zij nog altijd de gevolgen van de traumatische gebeurtenissen van het huiselijk geweld wat zij daar hebben meegemaakt. Ook nu nog uit de vader verontrustende dreigementen naar de kinderen tijdens belmomenten.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4112 text/xml public 2026-05-08T15:24:58 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-21 C/03/350613 / JE RK 26-492 + 350443 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Maastricht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4112 text/html public 2026-05-08T14:29:34 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4112 Rechtbank Limburg , 21-04-2026 / C/03/350613 / JE RK 26-492 + 350443 Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing bij de andere gezagsouder. RECHTBANK LIMBURG Familie- en Jeugdrecht Locatie Maastricht Zaaknummers: C/03/350443 / JE RK 26-455 en C/03/350613 / JE RK 26-492 Datum uitspraak: 21 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 in [plaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015 in [plaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 2] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift van 6 maart 2026 inzake [minderjarige 2] (C/03/350443 / JE RK 26-455), met bijlagen, ontvangen op 12 maart 2026; het verzoekschrift van 17 maart 2026 inzake [minderjarige 1] (C/03/350613 / JE RK 26-492), met bijlagen, ontvangen op 18 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren van beide zaken zijn gevoegd behandeld en heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder. De vertegenwoordiger van de GI was verhinderd wegens ziekte. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] is niet verschenen en heeft geen mening gegeven. 1.4. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 april 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 30 april 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 juni 2025 een machtiging verleend [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de ouder met gezag, te weten de moeder, met ingang van 11 juli 2025 tot 30 april 2026. 2.5. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 oktober 2025 een machtiging verleend [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de ouder met gezag, te weten de moeder, tot 30 april 2026. 3 De verzoeken 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de ouder met gezag te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Ter onderbouwing heeft de GI het volgende gesteld. De ontwikkeling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 2] woont sinds begin juli 2025 weer volledig bij moeder. [minderjarige 2] gaat de hele week naar speciaal basisonderwijs en zij wordt op dinsdag en donderdag opgehaald door Hoeve de Koalder. Daar blijft ze dan een nachtje slapen en zij brengen haar de volgende dag weer naar school. [minderjarige 2] zelf zou het liefst elke dag bij de moeder zijn, maar voor de moeder is deze ontlasting nodig. 3.3. In september 2025 kwam de plaatsing van [minderjarige 1] bij tante onder druk te staan en sinds 7 oktober 2025 woont [minderjarige 1] ook bij de moeder. Voor [minderjarige 1] is Boxchainge ingezet, om emoties en gebeurtenissen te kunnen verwerken. Een grote zorg blijft in de opvoedingssituatie van de vader en het contact tussen de vader en de kinderen. Dit is zowel voor de kinderen als voor de moeder moeilijk hoe hiermee om te gaan. Het is de GI tot op heden nog niet gelukt om een veilig contact tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader vorm te geven. Sinds het incident in december is met de begeleiding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afgesproken dat wordt teruggegaan naar een volledig begeleid belmoment. De vader heeft aangegeven hier niet aan mee te willen werken. De vader geeft aan dat wanneer de GI dit contact enkel begeleid wil laten plaatsvinden, hij overal mee zal stoppen en er geen contact meer tussen hen en de kinderen zal zijn. De vader schiet hierbij in de 'strijd' en uit dreigementen. De vader kan daarnaast op geen enkele manier instemmen met de plaatsing van de kinderen bij de moeder. De GI is van mening dat zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] nog altijd in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging uithuisplaatsing voor een plaatsing bij de andere ouder met gezag moeten worden verlengd voor de duur van een jaar. Het komende jaar is de GI van mening dat er voor de opvoedsituatie van de moeder goed gemonitord moet blijven of er balans is tussen de draagkracht en draaglast van de moeder. Hiervoor wordt onder andere ITB opgeschaald naar MST. 4 De mening van de kinderen 4.1. [minderjarige 1] heeft in een gesprek met de kinderrechter verklaard dat zij de ondertoezichtstelling fijn vindt en graag bij de moeder wil blijven wonen. 4.2. [minderjarige 2] is niet verschenen en heeft daarom haar mening niet aan de kinderrechter kenbaar gemaakt. 5 De standpunten 5.1. De moeder heeft ter zitting ingestemd met de verzoeken. De kinderen doen het goed, nu ze bij de moeder wonen. Voor de kinderen was er al ITB ingezet en sinds kort is ook de MST begonnen. MST vindt drie keer per week plaats en zal vijf maanden duren. 5.2. De vader heeft ter zitting verweer gevoerd tegen de verzoeken. De vader vindt de ondertoezichtstelling maar niets. Ook is hij het er niet mee eens dat de kinderen bij de moeder wonen, omdat de moeder niet met [minderjarige 2] naar de diëtist gaat en haar chocolademelk geeft. De vader wil niet dat zijn belafspraak met de kinderen naar een andere dag gaat, want daar heeft hij geen tijd voor. De vader zegt dat de gezinsvoogd zich niets van hem aantrekt, dus trekt hij zich ook niets van de gezinsvoogd aan. De vader krijgt nergens reactie op, terwijl hij als gezagsouder recht heeft op informatie over de kinderen. Als de verzoeken worden toegewezen, gaat de vader in hoger beroep. 6 De beoordeling 6.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 6.2. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden nog steeds ernstig bedreigd, omdat de opvoedingssituatie van de vader nog altijd instabiel en onveilig is. Hoewel [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daar inmiddels niet meer verblijven, ervaren zij nog altijd de gevolgen van de traumatische gebeurtenissen van het huiselijk geweld wat zij daar hebben meegemaakt. Ook nu nog uit de vader verontrustende dreigementen naar de kinderen tijdens belmomenten.