Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-01-22
ECLI:NL:RBLIM:2026:400
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
4,087 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:400 text/xml public 2026-03-25T10:02:02 2026-01-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-01-22 11924727 \ AZ VERZ 25-112 Uitspraak Beschikking NL Maastricht Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0202 Viditax (FutD) 2026021008 Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2026/55 FutD 2026-0290 V-N Vandaag 2026/376 V-N 2026/14.22 met annotatie van Redactie http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:400 text/html public 2026-02-03T11:39:29 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:400 Rechtbank Limburg , 22-01-2026 / 11924727 \ AZ VERZ 25-112 Ambtenaar. Belastingdienst. Verboden nevenwerkzaamheden. Onbevoegd raadplegen van systemen belastingdienst. Schending integriteitsnormen. Ernstig verwijtbaar handelen. Ontbinding arbeidsovereenkomst. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer / rekestnummer: 11924727 \ AZ VERZ 25-112 Beschikking van 22 januari 2026 in de zaak van DE STAAT DER NEDERLANDEN , te 's-Gravenhage, verzoekende partij, hierna te noemen: de Staat, gemachtigde: mr. J.L.A. Helmer, tegen [gedaagde] , te [plaats 1] , verwerende partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - de e-mail van 5 januari 2026 van [gedaagde] waarin hij om uitstel van de mondelinge behandeling vraagt in verband met familie omstandigheden en het ingesneeuwd zijn in [plaats 2] , - de e-mail van de griffier van 6 januari 2026 waarin de griffier [gedaagde] meedeelt dat hij alleen uitstel kan krijgen als de wederpartij ook akkoord is, - de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] , geboren [datum] 1960, is op 3 maart 1982 op basis van een ambtelijke aanstelling in dienst getreden bij de Staat. Die aanstelling is met ingang van 1 januari 2020 van rechtswege omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. 2.2. De functie van [gedaagde] is die van behandelfunctionaris C bij de Belastingdienst met een loon van € 3.879,00 bruto per maand. Zijn werkzaamheden bestaan onder meer uit het behandelen van aangiftes van buitenlandse belastingplichtigen. 2.3. Op 22 mei 2025 ontving [werknemer] , eveneens werknemer bij de belastingdienst, een e-mailbericht op zijn zakelijk e-mailadres. Het bericht was afkomstig van mevrouw [persoon 1] . [persoon 1] behartigt de belangen van haar partner [persoon 2] . In het bericht verzoekt zij om ambtshalve herziening van de aanslag inkomstenbelasting 2019 en 2020. [werknemer] vond het opmerkelijk dat het bericht op zijn zakelijk e-mailadres was binnengekomen aangezien de BelastingTelefoon geen e-mailadressen van werknemers van de Belastingdienst verstrekt aan belastingplichtigen. 2.4. In een daaropvolgend telefoongesprek op 25 juni 2025 heeft [persoon 1] aan [werknemer] verteld dat haar Nederlandse belastingaangiftes werden verzorgd door een collega van [werknemer] bij de Belastingdienst, die dit in de avonduren en tegen betaling erbij deed. [persoon 1] heeft toen ook verteld dat die hulp nog steeds voortduurde. [werknemer] kreeg bij dit gesprek het vermoeden dat de betreffende collega daarbij ook de interne systemen raadpleegde. [persoon 1] heeft tijdens dit gesprek niet gezegd om welke collega het ging. Na het telefoongesprek heeft [werknemer] van de inhoud van dit gesprek melding gemaakt bij zijn [leidinggevende] . 2.5. Op 30 juni 2025 heeft [leidinggevende] bij het Meldpunt Integriteit Belastingdienst (MIB) melding gemaakt van een vermoeden van een integriteitsschending. 2.6. Begin juli 2025 heeft een medewerker van MIB aan [persoon 1] gevraagd om welke collega het ging. [persoon 1] heeft toen geen naam genoemd. 2.7. [werknemer] heeft vervolgens op 8 juli 2025 bij de verdere behandeling van de fiscale post van [persoon 2] gezien dat in sms’jes een naam van een in [plaats 3] werkzame collega werd genoemd. Ook heeft [werknemer] die dag in Eldoc bij het burgerservicenummervan [persoon 2] het USERID ‘ [gebruikersnaam] ’ gezien. [werknemer] heeft deze bevindingen gemeld bij [leidinggevende] . 2.8. Omdat bij de Belastingdienst het vermoeden bestond dat het ging om [gedaagde] , heeft zij hem uitgenodigd voor een gesprek. 2.9. Het gesprek vond op 17 juli 2025 plaats. Daarbij waren aanwezig [gedaagde] , zijn teamleider [teamleider] , de unitdirecteur van het Kennis- en Expertisecentrum Buitenland [unitdirecteur] en O&P-adviseur [O&P-adviseur] . 2.10. Van het gesprek is een verslag gemaakt dat aan [gedaagde] is toegezonden. Bij e-mailbericht van 27 juli 2025 heeft [gedaagde] in reactie daarop verklaard: “Weergave is correct”. 2.11. Blijkens het verslag heeft [gedaagde] onder meer verklaard dat hij: meermaals fiscaal advies gegeven heeft aan [persoon 2] en [persoon 1] daarvoor de systemen van de Belastingdienst geraadpleegd heeft één of twee keer door [persoon 2] en [persoon 1] is betaald voor zijn diensten (€ 60,00 per keer) de vader van zijn stiefdochter, zijn vader en moeder en familie heeft geholpen met de belastingaangifte en verder niemand. 2.12. Op 21 juli 2025 heeft [gedaagde] aan [teamleider] medegedeeld dat hij nog andere personen geholpen heeft, namelijk mevrouw [persoon 3] en de [familie] . 2.13. Bij brief van 27 juli 2025 heeft de Staat [gedaagde] geschorst in het belang van de organisatie wegens een vermoeden van een ernstige integriteitsschending. 3 Het verzoek 3.1. De Staat verzoekt: de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden; de einddatum van de arbeidsovereenkomst vast te stellen, met toepassing van art. 7:671b lid 9 aanhef en onder b BW in het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar gedrag van [gedaagde] ; voor recht te verklaren dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar gehandeld heeft; [gedaagde] te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure. 3.2. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd. 4 De beoordeling 4.1. De Staat verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden. Primair voert zij daartoe aan dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar gehandeld heeft. 4.2. [gedaagde] heeft geen verweerschrift ingediend. Hij heeft wel op 5 januari 2026 om uitstel van de mondelinge behandeling gevraagd. Aan [gedaagde] werd daarop door de griffie meegedeeld dat uitstel in een dergelijk laat stadium slechts mogelijk was met instemming van de wederpartij. Omdat vervolgens niet is gebleken dat de Staat akkoord was met uitstel, is de mondelinge behandeling op 8 januari 2026 doorgegaan. [gedaagde] is toen niet verschenen. 4.3. Aan het niet-verschijnen van [gedaagde] bij de mondelinge behandeling en het feit dat hij geen verweer gevoerd heeft, verbindt de kantonrechter de conclusie dat de door de Staat aangevoerde feiten en de daaraan door de Staat verbonden conclusies voor juist gehouden moeten worden. Die feiten staan hierboven in 2.1. en verder vermeld. Met de Staat is de kantonrechter van oordeel dat uit die feiten blijkt dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar gehandeld heeft. Dat oordeel wordt hieronder toegelicht. 4.3.1. Vast staat dat [gedaagde] in strijd met het verbod op nevenwerkzaamheden heeft gehandeld door [persoon 2] en [persoon 1] en daarnaast ook de vader van zijn stiefdochter, mevrouw [persoon 3] en de [familie] fiscaal advies te geven. Dergelijke hulp/fiscaal advies mocht [gedaagde] zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet bieden/geven. Die toestemming heeft de Staat hem niet gegeven en de Staat heeft aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] , als hij daar om gevraagd had, die toestemming niet gekregen zou hebben omdat de nevenwerkzaamheden onverenigbaar zijn met het zijn van ambtenaar bij de Belastingdienst. 4.3.2. Verder staat vast dat [gedaagde] onbevoegd de systemen van de Belastingdienst (ABS en Eldoc) geraadpleegd heeft. Hij heeft dat onbevoegd gedaan omdat er (vanuit zijn werk als behandelfunctionaris) geen zakelijke reden was om die systemen te raadplegen voor de advisering/hulp aan de in 4.3.1. genoemde personen. Onbetwist is dat het onbevoegd en zonder zakelijke redenen raadplegen van ABS en/of Eldoc ontoelaatbaar is.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:400 text/xml public 2026-03-25T10:02:02 2026-01-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-01-22 11924727 \ AZ VERZ 25-112 Uitspraak Beschikking NL Maastricht Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0202 Viditax (FutD) 2026021008 Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2026/55 FutD 2026-0290 V-N Vandaag 2026/376 V-N 2026/14.22 met annotatie van Redactie http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:400 text/html public 2026-02-03T11:39:29 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:400 Rechtbank Limburg , 22-01-2026 / 11924727 \ AZ VERZ 25-112 Ambtenaar. Belastingdienst. Verboden nevenwerkzaamheden. Onbevoegd raadplegen van systemen belastingdienst. Schending integriteitsnormen. Ernstig verwijtbaar handelen. Ontbinding arbeidsovereenkomst. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer / rekestnummer: 11924727 \ AZ VERZ 25-112 Beschikking van 22 januari 2026 in de zaak van DE STAAT DER NEDERLANDEN , te 's-Gravenhage, verzoekende partij, hierna te noemen: de Staat, gemachtigde: mr. J.L.A. Helmer, tegen [gedaagde] , te [plaats 1] , verwerende partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - de e-mail van 5 januari 2026 van [gedaagde] waarin hij om uitstel van de mondelinge behandeling vraagt in verband met familie omstandigheden en het ingesneeuwd zijn in [plaats 2] , - de e-mail van de griffier van 6 januari 2026 waarin de griffier [gedaagde] meedeelt dat hij alleen uitstel kan krijgen als de wederpartij ook akkoord is, - de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] , geboren [datum] 1960, is op 3 maart 1982 op basis van een ambtelijke aanstelling in dienst getreden bij de Staat. Die aanstelling is met ingang van 1 januari 2020 van rechtswege omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. 2.2. De functie van [gedaagde] is die van behandelfunctionaris C bij de Belastingdienst met een loon van € 3.879,00 bruto per maand. Zijn werkzaamheden bestaan onder meer uit het behandelen van aangiftes van buitenlandse belastingplichtigen. 2.3. Op 22 mei 2025 ontving [werknemer] , eveneens werknemer bij de belastingdienst, een e-mailbericht op zijn zakelijk e-mailadres. Het bericht was afkomstig van mevrouw [persoon 1] . [persoon 1] behartigt de belangen van haar partner [persoon 2] . In het bericht verzoekt zij om ambtshalve herziening van de aanslag inkomstenbelasting 2019 en 2020. [werknemer] vond het opmerkelijk dat het bericht op zijn zakelijk e-mailadres was binnengekomen aangezien de BelastingTelefoon geen e-mailadressen van werknemers van de Belastingdienst verstrekt aan belastingplichtigen. 2.4. In een daaropvolgend telefoongesprek op 25 juni 2025 heeft [persoon 1] aan [werknemer] verteld dat haar Nederlandse belastingaangiftes werden verzorgd door een collega van [werknemer] bij de Belastingdienst, die dit in de avonduren en tegen betaling erbij deed. [persoon 1] heeft toen ook verteld dat die hulp nog steeds voortduurde. [werknemer] kreeg bij dit gesprek het vermoeden dat de betreffende collega daarbij ook de interne systemen raadpleegde. [persoon 1] heeft tijdens dit gesprek niet gezegd om welke collega het ging. Na het telefoongesprek heeft [werknemer] van de inhoud van dit gesprek melding gemaakt bij zijn [leidinggevende] . 2.5. Op 30 juni 2025 heeft [leidinggevende] bij het Meldpunt Integriteit Belastingdienst (MIB) melding gemaakt van een vermoeden van een integriteitsschending. 2.6. Begin juli 2025 heeft een medewerker van MIB aan [persoon 1] gevraagd om welke collega het ging. [persoon 1] heeft toen geen naam genoemd. 2.7. [werknemer] heeft vervolgens op 8 juli 2025 bij de verdere behandeling van de fiscale post van [persoon 2] gezien dat in sms’jes een naam van een in [plaats 3] werkzame collega werd genoemd. Ook heeft [werknemer] die dag in Eldoc bij het burgerservicenummervan [persoon 2] het USERID ‘ [gebruikersnaam] ’ gezien. [werknemer] heeft deze bevindingen gemeld bij [leidinggevende] . 2.8. Omdat bij de Belastingdienst het vermoeden bestond dat het ging om [gedaagde] , heeft zij hem uitgenodigd voor een gesprek. 2.9. Het gesprek vond op 17 juli 2025 plaats. Daarbij waren aanwezig [gedaagde] , zijn teamleider [teamleider] , de unitdirecteur van het Kennis- en Expertisecentrum Buitenland [unitdirecteur] en O&P-adviseur [O&P-adviseur] . 2.10. Van het gesprek is een verslag gemaakt dat aan [gedaagde] is toegezonden. Bij e-mailbericht van 27 juli 2025 heeft [gedaagde] in reactie daarop verklaard: “Weergave is correct”. 2.11. Blijkens het verslag heeft [gedaagde] onder meer verklaard dat hij: meermaals fiscaal advies gegeven heeft aan [persoon 2] en [persoon 1] daarvoor de systemen van de Belastingdienst geraadpleegd heeft één of twee keer door [persoon 2] en [persoon 1] is betaald voor zijn diensten (€ 60,00 per keer) de vader van zijn stiefdochter, zijn vader en moeder en familie heeft geholpen met de belastingaangifte en verder niemand. 2.12. Op 21 juli 2025 heeft [gedaagde] aan [teamleider] medegedeeld dat hij nog andere personen geholpen heeft, namelijk mevrouw [persoon 3] en de [familie] . 2.13. Bij brief van 27 juli 2025 heeft de Staat [gedaagde] geschorst in het belang van de organisatie wegens een vermoeden van een ernstige integriteitsschending. 3 Het verzoek 3.1. De Staat verzoekt: de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden; de einddatum van de arbeidsovereenkomst vast te stellen, met toepassing van art. 7:671b lid 9 aanhef en onder b BW in het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar gedrag van [gedaagde] ; voor recht te verklaren dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar gehandeld heeft; [gedaagde] te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure. 3.2. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd. 4 De beoordeling 4.1. De Staat verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te ontbinden. Primair voert zij daartoe aan dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar gehandeld heeft. 4.2. [gedaagde] heeft geen verweerschrift ingediend. Hij heeft wel op 5 januari 2026 om uitstel van de mondelinge behandeling gevraagd. Aan [gedaagde] werd daarop door de griffie meegedeeld dat uitstel in een dergelijk laat stadium slechts mogelijk was met instemming van de wederpartij. Omdat vervolgens niet is gebleken dat de Staat akkoord was met uitstel, is de mondelinge behandeling op 8 januari 2026 doorgegaan. [gedaagde] is toen niet verschenen. 4.3. Aan het niet-verschijnen van [gedaagde] bij de mondelinge behandeling en het feit dat hij geen verweer gevoerd heeft, verbindt de kantonrechter de conclusie dat de door de Staat aangevoerde feiten en de daaraan door de Staat verbonden conclusies voor juist gehouden moeten worden. Die feiten staan hierboven in 2.1. en verder vermeld. Met de Staat is de kantonrechter van oordeel dat uit die feiten blijkt dat [gedaagde] ernstig verwijtbaar gehandeld heeft. Dat oordeel wordt hieronder toegelicht. 4.3.1. Vast staat dat [gedaagde] in strijd met het verbod op nevenwerkzaamheden heeft gehandeld door [persoon 2] en [persoon 1] en daarnaast ook de vader van zijn stiefdochter, mevrouw [persoon 3] en de [familie] fiscaal advies te geven. Dergelijke hulp/fiscaal advies mocht [gedaagde] zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet bieden/geven. Die toestemming heeft de Staat hem niet gegeven en de Staat heeft aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] , als hij daar om gevraagd had, die toestemming niet gekregen zou hebben omdat de nevenwerkzaamheden onverenigbaar zijn met het zijn van ambtenaar bij de Belastingdienst. 4.3.2. Verder staat vast dat [gedaagde] onbevoegd de systemen van de Belastingdienst (ABS en Eldoc) geraadpleegd heeft. Hij heeft dat onbevoegd gedaan omdat er (vanuit zijn werk als behandelfunctionaris) geen zakelijke reden was om die systemen te raadplegen voor de advisering/hulp aan de in 4.3.1. genoemde personen. Onbetwist is dat het onbevoegd en zonder zakelijke redenen raadplegen van ABS en/of Eldoc ontoelaatbaar is.