Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-15
ECLI:NL:RBLIM:2026:3972
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,044 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3972 text/xml public 2026-05-15T14:58:59 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-15 C/03/321003 / HA ZA 23-348 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2026:3314 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3972 text/html public 2026-05-15T14:58:40 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3972 Rechtbank Limburg , 15-04-2026 / C/03/321003 / HA ZA 23-348 Herstelvonnis RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/321003 / HA ZA 23-348 Verbetervonnis van 15 april 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , te [plaats 1] (België), 2. [eiser 2] , te [plaats 1] (België), eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: voorheen achtereenvolgens mr. A. Kara, mr. G.A.M.F. Spera, mr. A. Kara en mr. P.M.H. Cruts, thans zonder advocaat, tegen 1 mr. [bewindvoerder 1] en mr. [bewindvoerder 2] , beiden in hun hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [gedaagde 1] , ( overleden op of omstreeks [datum] 2023 te [plaats 2] ) , hierna te noemen: de vereffenaars, advocaat: mr. I.P.M. Schreven, 2. [gedaagde 2] , te [plaats 3] , hierna te noemen: [gedaagde 2] , advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen, gedaagde partijen. 1 Het verzoek tot verbetering 1.1. Op 23 maart 2026 heeft mr. I.P.M. Schreven namens de vereffenaars de rechtbank verzocht om verbetering van het op 18 maart 2026 in deze zaak gewezen vonnis (hierna: het vonnis). Het verzoek houdt in dat bij de omschrijving van het geschil in reconventie alsnog een juiste omschrijving wordt gegeven van de in reconventie ingediende vordering. 1.2. Bij brief van 29 maart 2026 hebben [eisers] aan de rechtbank medegedeeld dat zij niet instemmen met de toewijzing van het verzoek om verbetering. Zij leggen hieraan ten grondslag dat het frustreren/manipuleren van de afwikkeling van de maatschap (van [eiser 1] , [eiser 2] en [naam] ) één grote fraudezaak tegen [eisers] is. Zij maken bezwaar tegen het manipuleren door de vereffenaar van het vonnis d.d. 18 maart 2026, doordat de vereffenaar met zijn brief van 23 maart 2026 zijn machtspositie misbruikt om de behandelend rechter te beïnvloeden. 1.3. Bij e-mail van 31 maart 2026 aan de rechtbank heeft mr. Stassen namens [gedaagde 2] verzocht om een herstelvonnis omdat onder overweging 3.3. in het vonnis de vordering in voorwaardelijke reconventie onjuist is weergegeven. Mr. Stassen benadrukt dat de onder 3.3. opgenomen vordering deel uitmaakt van een andere procedure tussen partijen en dat die vordering niet ter zitting is ingetrokken. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. 2.2. De rechtbank oordeelt dat in het vonnis van 18 maart 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In de conclusie van antwoord in conventie, tevens voorwaardelijke eis in reconventie d.d. 18 oktober 2023 in onderhavige zaak is als vordering in reconventie opgenomen (taalfouten gecorrigeerd): “ In voorwaardelijke reconventie: [eisers] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis [naam] onvoorwaardelijke en onbelemmerde toegang te verlenen tot de onroerende zaak, gelegen aan [adres] en aan [naam] onvoorwaardelijk het gebruik te verstrekken van de betreffende onroerende zaak, gelegen aan [adres] , zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of dagdeel dat [eiser 2] of [eiser 1] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven om aan deze veroordeling te voldoen en [eisers] te veroordelen om aan [naam] te voldoen een bedrag ad € 1.260,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van de dag van het in deze te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening. In conventie en in voorwaardelijke reconventie: [eisers] te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen deze termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.” 2.3. In het vonnis van 18 maart 2026 is de vordering in voorwaardelijke reconventie in rechtsoverweging 3.3. als volgt weergegeven: “ [naam] vordert in voorwaardelijke reconventie dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat er tussen [naam] , [eisers] ten aanzien van de saldi en/of tegoeden die door hen worden aangehouden bij Van Lanschot Bankiers, KBC Bank en BNP Paribas Fortis eenvoudige gemeenschappen hebben bestaan; de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen vaststelt op de door [naam] bepaalde wijze en [eiser 2] veroordeelt om aan [naam] te betalen: - met betrekking tot de rekening bij Van Lanschot Bankiers een bedrag van € 356.418,00 dan wel € 237.612,00; - met betrekking tot de KBC Bank een bedrag van € 561.418,00 dan wel € 374.279,00 en - met betrekking tot BNP Paribas Fortis een bedrag van € 274.095,00; alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente; II. [eiser 2] in verband met een bij de ING Bank te Luxemburg aangehouden rekening veroordeelt om aan [naam] te betalen een bedrag van € 318.538,00 dan wel € 245.910, te vermeerderen met de wettelijke rente; III. [eiser 2] veroordeelt tot betaling van € 7.734,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; IV. [eiser 2] veroordeelt in de kosten van de procedure in reconventie, waaronder het salaris van [naam] .” 2.4. In de brief van 23 maart 2026 van de zijde van de vereffenaars wordt opgemerkt dat de in het vonnis opgenomen vordering in voorwaardelijke reconventie betrekking heeft op een andere procedure die bij deze rechtbank onder zaaknummer C/03/327056 tussen partijen wordt gevoerd. De rechtbank constateert dat het processtuk uit de procedure met nummer C/03/327056 waarin de hiervoor weergegeven vordering van [naam] tegen [eisers] is opgenomen, abusievelijk in onderhavig dossier met nummer C/03/321003 is ingevoegd. Bij de weergave van de vordering in voorwaardelijke reconventie in onderhavige procedure is ten onrechte de vordering opgenomen die in het processtuk uit de procedure met nummer C/03/327056 door [naam] tegen [eisers] was ingesteld. Het gaat hier om een duidelijke fout waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. Deze leent zich dan ook voor verbetering in een herstelvonnis. 2.5. De rechtbank zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als hierna wordt beslist. Deze verbetering brengt mee dat de overweging in randnummer 4.1. van het vonnis dat de voorwaardelijke vorderingen in reconventie tijdens de zitting van 15 januari 2026 zijn ingetrokken betrekking heeft op de verbeterde weergave van die vorderingen in dit verbetervonnis. 3 De beslissing De rechtbank: 3.1. bepaalt dat randnummer 3.3. van het op 18 maart 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat “ [naam] vordert in voorwaardelijke reconventie dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat er tussen [naam] , [eisers] ten aanzien van de saldi en/of tegoeden die door hen worden aangehouden bij Van Lanschot Bankiers, KBC Bank en BNP Paribas Fortis eenvoudige gemeenschappen hebben bestaan; de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen vaststelt op de door [naam] bepaalde wijze en [eiser 2] veroordeelt om aan [naam] te betalen: - met betrekking tot de rekening bij Van Lanschot Bankiers een bedrag van € 356.418,00 dan wel € 237.612,00; - met betrekking tot de KBC Bank een bedrag van € 561.418,00 dan wel € 374.279,00 en - met betrekking tot BNP Paribas Fortis een bedrag van € 274.095,00; alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente; II.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3972 text/xml public 2026-05-15T14:58:59 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-15 C/03/321003 / HA ZA 23-348 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2026:3314 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3972 text/html public 2026-05-15T14:58:40 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3972 Rechtbank Limburg , 15-04-2026 / C/03/321003 / HA ZA 23-348 Herstelvonnis RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/321003 / HA ZA 23-348 Verbetervonnis van 15 april 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , te [plaats 1] (België), 2. [eiser 2] , te [plaats 1] (België), eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: voorheen achtereenvolgens mr. A. Kara, mr. G.A.M.F. Spera, mr. A. Kara en mr. P.M.H. Cruts, thans zonder advocaat, tegen 1 mr. [bewindvoerder 1] en mr. [bewindvoerder 2] , beiden in hun hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [gedaagde 1] , ( overleden op of omstreeks [datum] 2023 te [plaats 2] ) , hierna te noemen: de vereffenaars, advocaat: mr. I.P.M. Schreven, 2. [gedaagde 2] , te [plaats 3] , hierna te noemen: [gedaagde 2] , advocaat: mr. M.H.J.M. Stassen, gedaagde partijen. 1 Het verzoek tot verbetering 1.1. Op 23 maart 2026 heeft mr. I.P.M. Schreven namens de vereffenaars de rechtbank verzocht om verbetering van het op 18 maart 2026 in deze zaak gewezen vonnis (hierna: het vonnis). Het verzoek houdt in dat bij de omschrijving van het geschil in reconventie alsnog een juiste omschrijving wordt gegeven van de in reconventie ingediende vordering. 1.2. Bij brief van 29 maart 2026 hebben [eisers] aan de rechtbank medegedeeld dat zij niet instemmen met de toewijzing van het verzoek om verbetering. Zij leggen hieraan ten grondslag dat het frustreren/manipuleren van de afwikkeling van de maatschap (van [eiser 1] , [eiser 2] en [naam] ) één grote fraudezaak tegen [eisers] is. Zij maken bezwaar tegen het manipuleren door de vereffenaar van het vonnis d.d. 18 maart 2026, doordat de vereffenaar met zijn brief van 23 maart 2026 zijn machtspositie misbruikt om de behandelend rechter te beïnvloeden. 1.3. Bij e-mail van 31 maart 2026 aan de rechtbank heeft mr. Stassen namens [gedaagde 2] verzocht om een herstelvonnis omdat onder overweging 3.3. in het vonnis de vordering in voorwaardelijke reconventie onjuist is weergegeven. Mr. Stassen benadrukt dat de onder 3.3. opgenomen vordering deel uitmaakt van een andere procedure tussen partijen en dat die vordering niet ter zitting is ingetrokken. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. 2.2. De rechtbank oordeelt dat in het vonnis van 18 maart 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In de conclusie van antwoord in conventie, tevens voorwaardelijke eis in reconventie d.d. 18 oktober 2023 in onderhavige zaak is als vordering in reconventie opgenomen (taalfouten gecorrigeerd): “ In voorwaardelijke reconventie: [eisers] te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis [naam] onvoorwaardelijke en onbelemmerde toegang te verlenen tot de onroerende zaak, gelegen aan [adres] en aan [naam] onvoorwaardelijk het gebruik te verstrekken van de betreffende onroerende zaak, gelegen aan [adres] , zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of dagdeel dat [eiser 2] of [eiser 1] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven om aan deze veroordeling te voldoen en [eisers] te veroordelen om aan [naam] te voldoen een bedrag ad € 1.260,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van de dag van het in deze te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening. In conventie en in voorwaardelijke reconventie: [eisers] te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen deze termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.” 2.3. In het vonnis van 18 maart 2026 is de vordering in voorwaardelijke reconventie in rechtsoverweging 3.3. als volgt weergegeven: “ [naam] vordert in voorwaardelijke reconventie dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat er tussen [naam] , [eisers] ten aanzien van de saldi en/of tegoeden die door hen worden aangehouden bij Van Lanschot Bankiers, KBC Bank en BNP Paribas Fortis eenvoudige gemeenschappen hebben bestaan; de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen vaststelt op de door [naam] bepaalde wijze en [eiser 2] veroordeelt om aan [naam] te betalen: - met betrekking tot de rekening bij Van Lanschot Bankiers een bedrag van € 356.418,00 dan wel € 237.612,00; - met betrekking tot de KBC Bank een bedrag van € 561.418,00 dan wel € 374.279,00 en - met betrekking tot BNP Paribas Fortis een bedrag van € 274.095,00; alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente; II. [eiser 2] in verband met een bij de ING Bank te Luxemburg aangehouden rekening veroordeelt om aan [naam] te betalen een bedrag van € 318.538,00 dan wel € 245.910, te vermeerderen met de wettelijke rente; III. [eiser 2] veroordeelt tot betaling van € 7.734,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; IV. [eiser 2] veroordeelt in de kosten van de procedure in reconventie, waaronder het salaris van [naam] .” 2.4. In de brief van 23 maart 2026 van de zijde van de vereffenaars wordt opgemerkt dat de in het vonnis opgenomen vordering in voorwaardelijke reconventie betrekking heeft op een andere procedure die bij deze rechtbank onder zaaknummer C/03/327056 tussen partijen wordt gevoerd. De rechtbank constateert dat het processtuk uit de procedure met nummer C/03/327056 waarin de hiervoor weergegeven vordering van [naam] tegen [eisers] is opgenomen, abusievelijk in onderhavig dossier met nummer C/03/321003 is ingevoegd. Bij de weergave van de vordering in voorwaardelijke reconventie in onderhavige procedure is ten onrechte de vordering opgenomen die in het processtuk uit de procedure met nummer C/03/327056 door [naam] tegen [eisers] was ingesteld. Het gaat hier om een duidelijke fout waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. Deze leent zich dan ook voor verbetering in een herstelvonnis. 2.5. De rechtbank zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als hierna wordt beslist. Deze verbetering brengt mee dat de overweging in randnummer 4.1. van het vonnis dat de voorwaardelijke vorderingen in reconventie tijdens de zitting van 15 januari 2026 zijn ingetrokken betrekking heeft op de verbeterde weergave van die vorderingen in dit verbetervonnis. 3 De beslissing De rechtbank: 3.1. bepaalt dat randnummer 3.3. van het op 18 maart 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat “ [naam] vordert in voorwaardelijke reconventie dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat er tussen [naam] , [eisers] ten aanzien van de saldi en/of tegoeden die door hen worden aangehouden bij Van Lanschot Bankiers, KBC Bank en BNP Paribas Fortis eenvoudige gemeenschappen hebben bestaan; de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen vaststelt op de door [naam] bepaalde wijze en [eiser 2] veroordeelt om aan [naam] te betalen: - met betrekking tot de rekening bij Van Lanschot Bankiers een bedrag van € 356.418,00 dan wel € 237.612,00; - met betrekking tot de KBC Bank een bedrag van € 561.418,00 dan wel € 374.279,00 en - met betrekking tot BNP Paribas Fortis een bedrag van € 274.095,00; alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente; II.