Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-14
ECLI:NL:RBLIM:2026:3886
Civiel recht
Beschikking
10,887 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3886 text/xml public 2026-05-01T10:07:48 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-14 C/03/345391 / FA RK 25-1989 Uitspraak Beschikking NL Maastricht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3886 text/html public 2026-05-01T10:07:16 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3886 Rechtbank Limburg , 14-04-2026 / C/03/345391 / FA RK 25-1989 Toewijzen stiefouderadoptie jongmeerderjarige. Verschoonbare termijnoverschrijding: afwijzing verzoek zou inbreuk opleveren op gezinsleven als bedoeld in 8 lid 1 EVRM. Bijzondere feiten en omstandigheden. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Familie en jeugd Datum uitspraak: 14 april 2026 C/03/345391 / FA RK 25-1989Zaaknummer: C/03/345391 / FA RK 25-1989 Beschikking betreffende stiefouderadoptie inzake: [de stiefvader] , verzoeker, verder te noemen: de stiefvader, wonend te [plaats 1] , advocaat mr. E.J.A. Roeleven, kantoorhoudend te Heerlen ; betreffende: [het kind] , verder te noemen: [het kind] , wonend te [plaats 1] . Als belanghebbenden in deze procedure worden aangemerkt: [de moeder] , verder te noemen: de moeder, wonend te [plaats 1] , en: [de vader] verder te noemen: de vader, wonend te [plaats 2] , gemeente Sittard-Geleen. 1 Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende: het verzoekschrift met bijlagen, ingediend op 11 september 2025; het F9-formulier van de stiefvader van 10 februari 2026; de mondelinge behandeling van de zaak, die heeft plaatsgevonden ter zitting van 5 maart 2026, waarbij zijn verschenen: - de stiefvader, bijgestaan door zijn advocaat; - de moeder; - [het kind] . De vader, volgens de wettelijke voorschriften opgeroepen, is niet verschenen; - een nadere productie van de stiefvader, overgelegd ter zitting van 5 maart 2026. 2 De feiten 2.1 [het kind] is op [geboortedag 1] 2006 geboren in [geboorteplaats] uit de verbroken relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft [het kind] op 12 augustus 2009 erkend en [het kind] draagt sindsdien de [geslachtsnaam van de vader] . 2.2 De moeder is sinds 28 april 2009 gehuwd met de stiefvader en [het kind] is in het gezin van zijn moeder en stiefvader in een aaneengesloten periode vanaf zijn 2e levensjaar (moeder en stiefvader wonen sinds november 2007 samen) opgegroeid, opgevoed en verzorgd. De stiefvader is geboren op [geboortedag 2] 1981. 3 Het verzoek en het verweer 3.1 De stiefvader verzoekt – na wijziging – zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de adoptie van [het kind] door de stiefvader uit te spreken; de toevoeging van een latere vermelding van de adoptie aan de akte van geboorte te gelasten; de toestemming van de juridische vader, voor zover nodig, te vervangen op grond van artikel 1:228 lid 4 BW e.v.; de geslachtsnaam van [het kind] te wijzigen in [geslachtsnaam van de stiefvader] . Ter onderbouwing stelt de stiefvader het volgende. De stiefvader heeft sinds november 2007 een relatie met de moeder. [het kind] beschouwt de stiefvader sinds zijn jeugd als zijn feitelijke vader. [het kind] heeft jarenlang tevergeefs geprobeerd om een normale en gezonde band met de vader op te bouwen, maar dat is niet gelukt. [het kind] heeft inmiddels geen enkel contact meer met de vader. [het kind] is meerderjarig en verwacht met zijn partner zelf een kind. Het is voor hem van groot emotioneel en familiair belang dat de stiefvader hem als juridisch vader kan erkennen. De stiefvader, de moeder en [het kind] staan volledig achter het verzoek tot adoptie. De stiefvader verzoekt om de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 1:228 lid 1 onder a BW dat het te adopteren kind minderjarig moet zijn, terzijde te stellen, gelet op gepubliceerde rechtspraak en artikel 8 EVRM. Uit de eigen verklaring van [het kind] is op te maken dat sprake is van: - psychische nood door de negatieve herinneringen aan de naam van [de vader] die hij niet wil doorgeven aan zijn kind; - een langdurige en bestendige goede band met de stiefvader, hetgeen hij niet heeft gehad met de vader; - een in emotionele zin afwezige biologische vader. De stiefvader en de moeder verkeerden in de veronderstelling dat stiefouderadoptie alleen mogelijk was met volledige instemming van de vader en zij dachten dat het verzoek daarop zou stranden. Ook dachten zij dat [het kind] dat beter zelf kon doen als hij oud genoeg zou zijn. [het kind] zelf zat in een spagaat door de emotionele belasting om te moeten onderkennen dat de vader een zeer negatieve rol speelde in zijn leven in tegenstelling tot de liefdevolle rol van de stiefvader. Door de adoptie ontstaat een volledige familierechtelijke betrekking, inclusief de erfrechtelijke component. De adoptie bevestigt juridisch gezien de feitelijke familieband die al jarenlang bestaat. 3.2 De stiefvader heeft ter zitting aanvullend gesteld dat er al jaren werd nagedacht over adoptie, maar dat zij dit aan [het kind] wilden overlaten zodra hij volwassen was. De stiefvader dacht dat de adoptie dan makkelijker was. De stiefvader en de moeder gingen er vanuit dat de vader niet zou instemmen en dat hij dan problemen zou veroorzaken. De stiefvader heeft achteraf spijt dat zij niemand hierover hebben geraadpleegd, anders hadden ze het verzoek wel ingediend toen [het kind] nog minderjarig was. Ook blijkt nu dat de vader weliswaar akkoord gaat met de adoptie, maar wel heeft besloten dat [het kind] zijn halfbroertje en -zusje niet meer mag zien. Over de verschoonbare termijn heeft de stiefvader aanvullend gemotiveerd dat hij dacht te moeten wachten tot [het kind] 18 jaar was. Al een half jaar voor hij 18 werd, was [het kind] heel zeker dat hij door de stiefvader geadopteerd wilde worden. De laatste tijd komt er telkens meer boven wat de kinderen tijdens hun jeugd bij de vader moesten meemaken. De vader was heel manipulatief. Er is bij [het kind] ernstige psychische nood ontstaan, zowel tijdens zijn jeugd als toen hij jongmeerderjarig werd. [het kind] heeft in zijn jeugd al twee keer hulpverlening gehad van [hulpverlener] en hij gaat nu ook weer hulpverlening zoeken. De stiefvader verwijst ook naar de verklaring van de [de broer] (van [het kind] ), waaruit blijkt hoe zwaar hun jeugd bij de vader was. Ook nu blijft de vader proberen om [het kind] uit zijn evenwicht te brengen, door afwisselend aan te geven verweer te voeren dan wel in te stemmen met de adoptie. De psychische druk die iedereen heeft gevoeld dat de vader ernstig in verzet zou komen als de adoptie eerder zou zijn verzocht en hij daardoor zijn broertje en zusje niet meer mocht zien, is juist gebleken. De familieband die al uit elkaar was getrokken, is nu nog meer uit elkaar getrokken. [het kind] moet nu kiezen voor zijn eigen gezin. Hij kan emotioneel niet meer zo verder en wil daarom graag geadopteerd worden door de stiefvader en [geslachtsnaam van de stiefvader] heten. 4 De standpunten van belanghebbenden 4.1 De vader is niet verschenen in de procedure en heeft geen verweer gevoerd. 4.2 De moeder stemt in met het verzochte. Zij stelt dat zij net als de stiefvader in de veronderstelling was dat het beter was te wachten met het indienen van het verzoek tot [het kind] meerderjarig werd. Zij vreesden anders voor de repercussies van de vader, zoals de vader nu ook laat zien. [het kind] wil niet alleen de naam van de stiefvader dragen maar ook echt alle banden met de vader verbreken. 4.3 [het kind] stemt in met het verzochte. De stiefvader voelt voor hem als een echte vader. Het gaat hem er niet alleen om dat hij niet meer de naam van zijn juridische vader hoeft te dragen, maar hij wil ook niet meer dat de vader zijn vader is op zijn geboorteakte. [het kind] wil niets meer met zijn vader te maken hebben. Ongeveer twee jaar geleden zei de vader tegen [het kind] dat hij drugs voor hem moest verbergen en dat wilde [het kind] niet. Daarna vroeg de vader telkens weer of [het kind] bij hem langskwam en wilde dan [het kind] een telefoon geven of kaartjes voor een festival. Uiteindelijk zwichtte [het kind] dan weer voor het contact met de vader.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3886 text/xml public 2026-05-01T10:07:48 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-14 C/03/345391 / FA RK 25-1989 Uitspraak Beschikking NL Maastricht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3886 text/html public 2026-05-01T10:07:16 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3886 Rechtbank Limburg , 14-04-2026 / C/03/345391 / FA RK 25-1989 Toewijzen stiefouderadoptie jongmeerderjarige. Verschoonbare termijnoverschrijding: afwijzing verzoek zou inbreuk opleveren op gezinsleven als bedoeld in 8 lid 1 EVRM. Bijzondere feiten en omstandigheden. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Familie en jeugd Datum uitspraak: 14 april 2026 C/03/345391 / FA RK 25-1989Zaaknummer: C/03/345391 / FA RK 25-1989 Beschikking betreffende stiefouderadoptie inzake: [de stiefvader] , verzoeker, verder te noemen: de stiefvader, wonend te [plaats 1] , advocaat mr. E.J.A. Roeleven, kantoorhoudend te Heerlen ; betreffende: [het kind] , verder te noemen: [het kind] , wonend te [plaats 1] . Als belanghebbenden in deze procedure worden aangemerkt: [de moeder] , verder te noemen: de moeder, wonend te [plaats 1] , en: [de vader] verder te noemen: de vader, wonend te [plaats 2] , gemeente Sittard-Geleen. 1 Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende: het verzoekschrift met bijlagen, ingediend op 11 september 2025; het F9-formulier van de stiefvader van 10 februari 2026; de mondelinge behandeling van de zaak, die heeft plaatsgevonden ter zitting van 5 maart 2026, waarbij zijn verschenen: - de stiefvader, bijgestaan door zijn advocaat; - de moeder; - [het kind] . De vader, volgens de wettelijke voorschriften opgeroepen, is niet verschenen; - een nadere productie van de stiefvader, overgelegd ter zitting van 5 maart 2026. 2 De feiten 2.1 [het kind] is op [geboortedag 1] 2006 geboren in [geboorteplaats] uit de verbroken relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft [het kind] op 12 augustus 2009 erkend en [het kind] draagt sindsdien de [geslachtsnaam van de vader] . 2.2 De moeder is sinds 28 april 2009 gehuwd met de stiefvader en [het kind] is in het gezin van zijn moeder en stiefvader in een aaneengesloten periode vanaf zijn 2e levensjaar (moeder en stiefvader wonen sinds november 2007 samen) opgegroeid, opgevoed en verzorgd. De stiefvader is geboren op [geboortedag 2] 1981. 3 Het verzoek en het verweer 3.1 De stiefvader verzoekt – na wijziging – zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de adoptie van [het kind] door de stiefvader uit te spreken; de toevoeging van een latere vermelding van de adoptie aan de akte van geboorte te gelasten; de toestemming van de juridische vader, voor zover nodig, te vervangen op grond van artikel 1:228 lid 4 BW e.v.; de geslachtsnaam van [het kind] te wijzigen in [geslachtsnaam van de stiefvader] . Ter onderbouwing stelt de stiefvader het volgende. De stiefvader heeft sinds november 2007 een relatie met de moeder. [het kind] beschouwt de stiefvader sinds zijn jeugd als zijn feitelijke vader. [het kind] heeft jarenlang tevergeefs geprobeerd om een normale en gezonde band met de vader op te bouwen, maar dat is niet gelukt. [het kind] heeft inmiddels geen enkel contact meer met de vader. [het kind] is meerderjarig en verwacht met zijn partner zelf een kind. Het is voor hem van groot emotioneel en familiair belang dat de stiefvader hem als juridisch vader kan erkennen. De stiefvader, de moeder en [het kind] staan volledig achter het verzoek tot adoptie. De stiefvader verzoekt om de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 1:228 lid 1 onder a BW dat het te adopteren kind minderjarig moet zijn, terzijde te stellen, gelet op gepubliceerde rechtspraak en artikel 8 EVRM. Uit de eigen verklaring van [het kind] is op te maken dat sprake is van: - psychische nood door de negatieve herinneringen aan de naam van [de vader] die hij niet wil doorgeven aan zijn kind; - een langdurige en bestendige goede band met de stiefvader, hetgeen hij niet heeft gehad met de vader; - een in emotionele zin afwezige biologische vader. De stiefvader en de moeder verkeerden in de veronderstelling dat stiefouderadoptie alleen mogelijk was met volledige instemming van de vader en zij dachten dat het verzoek daarop zou stranden. Ook dachten zij dat [het kind] dat beter zelf kon doen als hij oud genoeg zou zijn. [het kind] zelf zat in een spagaat door de emotionele belasting om te moeten onderkennen dat de vader een zeer negatieve rol speelde in zijn leven in tegenstelling tot de liefdevolle rol van de stiefvader. Door de adoptie ontstaat een volledige familierechtelijke betrekking, inclusief de erfrechtelijke component. De adoptie bevestigt juridisch gezien de feitelijke familieband die al jarenlang bestaat. 3.2 De stiefvader heeft ter zitting aanvullend gesteld dat er al jaren werd nagedacht over adoptie, maar dat zij dit aan [het kind] wilden overlaten zodra hij volwassen was. De stiefvader dacht dat de adoptie dan makkelijker was. De stiefvader en de moeder gingen er vanuit dat de vader niet zou instemmen en dat hij dan problemen zou veroorzaken. De stiefvader heeft achteraf spijt dat zij niemand hierover hebben geraadpleegd, anders hadden ze het verzoek wel ingediend toen [het kind] nog minderjarig was. Ook blijkt nu dat de vader weliswaar akkoord gaat met de adoptie, maar wel heeft besloten dat [het kind] zijn halfbroertje en -zusje niet meer mag zien. Over de verschoonbare termijn heeft de stiefvader aanvullend gemotiveerd dat hij dacht te moeten wachten tot [het kind] 18 jaar was. Al een half jaar voor hij 18 werd, was [het kind] heel zeker dat hij door de stiefvader geadopteerd wilde worden. De laatste tijd komt er telkens meer boven wat de kinderen tijdens hun jeugd bij de vader moesten meemaken. De vader was heel manipulatief. Er is bij [het kind] ernstige psychische nood ontstaan, zowel tijdens zijn jeugd als toen hij jongmeerderjarig werd. [het kind] heeft in zijn jeugd al twee keer hulpverlening gehad van [hulpverlener] en hij gaat nu ook weer hulpverlening zoeken. De stiefvader verwijst ook naar de verklaring van de [de broer] (van [het kind] ), waaruit blijkt hoe zwaar hun jeugd bij de vader was. Ook nu blijft de vader proberen om [het kind] uit zijn evenwicht te brengen, door afwisselend aan te geven verweer te voeren dan wel in te stemmen met de adoptie. De psychische druk die iedereen heeft gevoeld dat de vader ernstig in verzet zou komen als de adoptie eerder zou zijn verzocht en hij daardoor zijn broertje en zusje niet meer mocht zien, is juist gebleken. De familieband die al uit elkaar was getrokken, is nu nog meer uit elkaar getrokken. [het kind] moet nu kiezen voor zijn eigen gezin. Hij kan emotioneel niet meer zo verder en wil daarom graag geadopteerd worden door de stiefvader en [geslachtsnaam van de stiefvader] heten. 4 De standpunten van belanghebbenden 4.1 De vader is niet verschenen in de procedure en heeft geen verweer gevoerd. 4.2 De moeder stemt in met het verzochte. Zij stelt dat zij net als de stiefvader in de veronderstelling was dat het beter was te wachten met het indienen van het verzoek tot [het kind] meerderjarig werd. Zij vreesden anders voor de repercussies van de vader, zoals de vader nu ook laat zien. [het kind] wil niet alleen de naam van de stiefvader dragen maar ook echt alle banden met de vader verbreken. 4.3 [het kind] stemt in met het verzochte. De stiefvader voelt voor hem als een echte vader. Het gaat hem er niet alleen om dat hij niet meer de naam van zijn juridische vader hoeft te dragen, maar hij wil ook niet meer dat de vader zijn vader is op zijn geboorteakte. [het kind] wil niets meer met zijn vader te maken hebben. Ongeveer twee jaar geleden zei de vader tegen [het kind] dat hij drugs voor hem moest verbergen en dat wilde [het kind] niet. Daarna vroeg de vader telkens weer of [het kind] bij hem langskwam en wilde dan [het kind] een telefoon geven of kaartjes voor een festival. Uiteindelijk zwichtte [het kind] dan weer voor het contact met de vader.
Volledig
Totdat in maart 2025 het laatste incident voorviel en sindsdien wil [het kind] echt niets meer met hem te maken hebben. Dat was omdat de vader aan de partner van [het kind] vragen stelde over hun seksleven en over hoe zij eruit zag zonder kleren en of de vader deel uit mocht maken van hun seksleven. [het kind] heeft daarop duidelijk laten weten dat het nu echt klaar was. De vader heeft vervolgens ontkend en nooit zijn excuses aangeboden. 5 De beoordeling 5.1 Op grond van artikel 1:227 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen: BW) geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. 5.2 Op grond van artikel 1:227 lid 3 BW kan de rechtbank een verzoek tot adoptie toewijzen als in ieder geval aan de voorwaarden als genoemd in artikel 1:228 BW wordt voldaan. In lid 1 van dit artikel staat als een van de voorwaarden vermeld dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. [het kind] was op de dag van de indiening van het verzoekschrift bijna 1 jaar (op [x] dagen na) meerderjarig, zodat niet voldaan is aan deze voorwaarde. Adoptie van [het kind] door de stiefvader is daarom op grond van onze nationale wetgeving in beginsel niet mogelijk. 5.3 Door de stiefvader is gesteld dat het vasthouden aan de eis van minderjarigheid bij het beoordelen van het verzoek over [het kind] een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna te noemen: EVRM) oplevert. [het kind] en de stiefvader hebben een sterke emotionele band. De stiefvader is al in het leven van [het kind] sinds dat hij ongeveer één jaar oud was. [het kind] wil dat hij in familierechtelijke betrekking tot de stiefvader komt te staan en zijn geslachtsnaam dragen, zodat ook zijn eigen kind die geslachtsnaam zal dragen. [het kind] heeft een negatieve associatie met de naam van de vader. [het kind] heeft zijn hele leven geworsteld met (het contact met) zijn vader. Naar nu blijkt heeft hij trauma’s opgelopen in het verleden door zijn vader. [het kind] heeft door het handelen van vader psychologische hulp gehad en zal binnenkort weer nieuwe hulp nodig hebben om verder te kunnen met zijn leven. De stiefvader en de moeder hebben gewacht met het indienen van het verzoek totdat [het kind] zelf 18 jaar was en kon meebeslissen of hij dat ook wilde. Onder deze omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid volgens de stiefvader een ontoelaatbare inmenging in het recht op family life van de stiefvader en [het kind] als toch wordt vastgehouden aan het criterium van artikel 1:228 lid 1 onder a BW. 5.4 De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens door het EVRM niet het recht op adoptie wordt gegarandeerd. Het enkele feit dat adoptie niet mogelijk is wanneer niet wordt voldaan aan de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, kan daarom in beginsel niet worden aangemerkt als een ongeoorloofde inbreuk op het recht op family life. 5.4.1 De Hoge Raad heeft beslist dat aan artikel 8 EVRM weliswaar het recht op de bescherming van family life tussen de ouders en een door hen geadopteerd kind kan worden ontleend, maar niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de eisen voor adoptie volgens de nationale wet (zie HR 30 juni 2000, nr. R 99/181, NJ 2001, 103). 5.4.2 Uit de jurisprudentie volgt echter ook dat sprake kan zijn van zeer bijzondere omstandigheden, die terzijdestelling van de dwingend rechterlijke bepaling van artikel 1:228 lid 1 onder a BW kunnen rechtvaardigen. Het gaat dan om uitzonderlijke gevallen, waarin de weigering van adoptie wegens de enkele meerderjarigheid bij de indiening van het verzoek een ongeoorloofde inbreuk op het door artikel 8 EVRM beschermde gezins- en familieleven met zich mee zou brengen. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van dergelijke bijzondere feiten en omstandigheden en overweegt daartoe als volgt. 5.4.3 Uit de ingediende stukken en de verklaringen op de zitting, is gebleken dat [het kind] met de stiefvader en zijn moeder al bijna zijn hele leven in gezinsverband heeft samengeleefd. [het kind] is mede opgevoed door de stiefvader en deze vervult voor hem de feitelijke vaderrol. Die rol heeft de stiefvader ingevuld op een wijze die ertoe heeft geleid dat zij beiden een warme en respectvolle band met elkaar hebben; zij zijn sterk aan elkaar gehecht. Dat was ook te zien tijdens de zitting. 5.4.4 De rol en het bij tijd en wijlen manipulatieve optreden van de vader in het leven van [het kind] is voor [het kind] in toenemende mate belastend geweest en heeft, zo is met het ouder worden gebleken, zijn sporen bij [het kind] nagelaten. [het kind] heeft, zo is gebleken, trauma’s opgelopen die verband houden met zijn vader en met de wijze waarop deze zich in het leven van [het kind] heeft gemanifesteerd. Daardoor is bij [het kind] psychische schade ontstaan en heeft hij meerdere keren professionele hulp gekregen. Een vergelijkbare situatie heeft zich voorgedaan bij de oudere broer van [het kind] . Met het ouder worden blijkt, nog duidelijker dan voorheen, dat [het kind] en zijn oudere broer zeer belastende ervaringen met hun vader in hun jeugd hebben gehad. Mede daardoor heeft [het kind] ook nu opnieuw professionele psychologische hulpverlening nodig om de opgelopen trauma’s te behandelen. Hieruit leidt de rechtbank af dat [het kind] lange tijd heeft geworsteld met zijn zelfbeeld en zelfvertrouwen; daarbij heeft hij ook geworsteld met zijn gevoelens voor zijn vader. [het kind] heeft steeds gedacht dat hij het contact met zijn vader moest onderhouden of weer herstellen totdat hij (inmiddels ouder en net volwassen geworden) tot de conclusie kwam dat hij alleen door het contact te verbreken een einde kan maken aan de (terugkerende) bedreiging van zijn ontwikkeling. Daarnaast heeft [het kind] het inzicht gekregen dat zijn hele leven zijn stiefvader er voor hem is geweest en voor hem zijn echte vader was en is. 5.4.5 De stiefvader en de moeder hebben al in de jonge jaren van [het kind] gesproken over de mogelijkheid van adoptie, maar hebben er destijds van afgezien omdat zij vonden dat [het kind] oud genoeg moest zijn om daarover mee te kunnen beslissen. Daar kwam bij dat men de overtuiging had dat als de vader van het verzoek zou horen en het er niet mee eens zou zijn, dat het verzoek dan repercussies zou hebben voor [het kind] . De rechtbank heeft vast kunnen stellen dat dat laatste een juiste inschatting is geweest. Immers, nadat [het kind] meerderjarig is geworden en het verzoek is ingediend, heeft de vader besloten dat [het kind] geen contact meer mag en kan hebben met zijn halfbroertje en -zusje ondanks zijn goede band met hen. De stiefvader en de moeder wilden dat te verwachten “gedoe” met de vader [het kind] niet aandoen; ze wilden hem daarmee niet belasten in zijn jonge leven. De stiefvader en de moeder hebben daarom, om begrijpelijke en gewichtige reden, gewacht tot [het kind] meerderjarig was met het indienen van het verzoek. 5.4.6 Hoewel niet goed navolgbaar is waarom zij over de termijn waarbinnen zij een verzoek hadden moeten indienen, geen verder onderzoek of navraag hebben gedaan, is wel te begrijpen dat zij [het kind] zelf wilden laten meebeslissen als hij volwassen en sterk in zijn schoenen zou staan. Dat kunnen meebeslissen hebben de moeder en stiefvader gekoppeld aan het bereiken van de meerderjarige leeftijd van [het kind] ondanks het feit dat daarvoor al duidelijk was dat [het kind] zou zijn geholpen met het “doorsnijden” van de band met zijn vader. 5.4.7 Kortom, [het kind] en de stiefvader hebben een zwaarwegend belang bij het vestigen van een familierechtelijke betrekking met elkaar en bij de juridische bevestiging van hun sterke emotionele en hechte band middels toewijzing van de verzochte stiefouderadoptie. Zij vormen immers al lange tijd één gezin, één familie en zijn sterk aan elkaar gehecht zoals normaliter alleen tussen een ouder en een kind pleegt voor te komen.
Volledig
Totdat in maart 2025 het laatste incident voorviel en sindsdien wil [het kind] echt niets meer met hem te maken hebben. Dat was omdat de vader aan de partner van [het kind] vragen stelde over hun seksleven en over hoe zij eruit zag zonder kleren en of de vader deel uit mocht maken van hun seksleven. [het kind] heeft daarop duidelijk laten weten dat het nu echt klaar was. De vader heeft vervolgens ontkend en nooit zijn excuses aangeboden. 5 De beoordeling 5.1 Op grond van artikel 1:227 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen: BW) geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. 5.2 Op grond van artikel 1:227 lid 3 BW kan de rechtbank een verzoek tot adoptie toewijzen als in ieder geval aan de voorwaarden als genoemd in artikel 1:228 BW wordt voldaan. In lid 1 van dit artikel staat als een van de voorwaarden vermeld dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. [het kind] was op de dag van de indiening van het verzoekschrift bijna 1 jaar (op [x] dagen na) meerderjarig, zodat niet voldaan is aan deze voorwaarde. Adoptie van [het kind] door de stiefvader is daarom op grond van onze nationale wetgeving in beginsel niet mogelijk. 5.3 Door de stiefvader is gesteld dat het vasthouden aan de eis van minderjarigheid bij het beoordelen van het verzoek over [het kind] een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna te noemen: EVRM) oplevert. [het kind] en de stiefvader hebben een sterke emotionele band. De stiefvader is al in het leven van [het kind] sinds dat hij ongeveer één jaar oud was. [het kind] wil dat hij in familierechtelijke betrekking tot de stiefvader komt te staan en zijn geslachtsnaam dragen, zodat ook zijn eigen kind die geslachtsnaam zal dragen. [het kind] heeft een negatieve associatie met de naam van de vader. [het kind] heeft zijn hele leven geworsteld met (het contact met) zijn vader. Naar nu blijkt heeft hij trauma’s opgelopen in het verleden door zijn vader. [het kind] heeft door het handelen van vader psychologische hulp gehad en zal binnenkort weer nieuwe hulp nodig hebben om verder te kunnen met zijn leven. De stiefvader en de moeder hebben gewacht met het indienen van het verzoek totdat [het kind] zelf 18 jaar was en kon meebeslissen of hij dat ook wilde. Onder deze omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid volgens de stiefvader een ontoelaatbare inmenging in het recht op family life van de stiefvader en [het kind] als toch wordt vastgehouden aan het criterium van artikel 1:228 lid 1 onder a BW. 5.4 De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens door het EVRM niet het recht op adoptie wordt gegarandeerd. Het enkele feit dat adoptie niet mogelijk is wanneer niet wordt voldaan aan de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, kan daarom in beginsel niet worden aangemerkt als een ongeoorloofde inbreuk op het recht op family life. 5.4.1 De Hoge Raad heeft beslist dat aan artikel 8 EVRM weliswaar het recht op de bescherming van family life tussen de ouders en een door hen geadopteerd kind kan worden ontleend, maar niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de eisen voor adoptie volgens de nationale wet (zie HR 30 juni 2000, nr. R 99/181, NJ 2001, 103). 5.4.2 Uit de jurisprudentie volgt echter ook dat sprake kan zijn van zeer bijzondere omstandigheden, die terzijdestelling van de dwingend rechterlijke bepaling van artikel 1:228 lid 1 onder a BW kunnen rechtvaardigen. Het gaat dan om uitzonderlijke gevallen, waarin de weigering van adoptie wegens de enkele meerderjarigheid bij de indiening van het verzoek een ongeoorloofde inbreuk op het door artikel 8 EVRM beschermde gezins- en familieleven met zich mee zou brengen. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van dergelijke bijzondere feiten en omstandigheden en overweegt daartoe als volgt. 5.4.3 Uit de ingediende stukken en de verklaringen op de zitting, is gebleken dat [het kind] met de stiefvader en zijn moeder al bijna zijn hele leven in gezinsverband heeft samengeleefd. [het kind] is mede opgevoed door de stiefvader en deze vervult voor hem de feitelijke vaderrol. Die rol heeft de stiefvader ingevuld op een wijze die ertoe heeft geleid dat zij beiden een warme en respectvolle band met elkaar hebben; zij zijn sterk aan elkaar gehecht. Dat was ook te zien tijdens de zitting. 5.4.4 De rol en het bij tijd en wijlen manipulatieve optreden van de vader in het leven van [het kind] is voor [het kind] in toenemende mate belastend geweest en heeft, zo is met het ouder worden gebleken, zijn sporen bij [het kind] nagelaten. [het kind] heeft, zo is gebleken, trauma’s opgelopen die verband houden met zijn vader en met de wijze waarop deze zich in het leven van [het kind] heeft gemanifesteerd. Daardoor is bij [het kind] psychische schade ontstaan en heeft hij meerdere keren professionele hulp gekregen. Een vergelijkbare situatie heeft zich voorgedaan bij de oudere broer van [het kind] . Met het ouder worden blijkt, nog duidelijker dan voorheen, dat [het kind] en zijn oudere broer zeer belastende ervaringen met hun vader in hun jeugd hebben gehad. Mede daardoor heeft [het kind] ook nu opnieuw professionele psychologische hulpverlening nodig om de opgelopen trauma’s te behandelen. Hieruit leidt de rechtbank af dat [het kind] lange tijd heeft geworsteld met zijn zelfbeeld en zelfvertrouwen; daarbij heeft hij ook geworsteld met zijn gevoelens voor zijn vader. [het kind] heeft steeds gedacht dat hij het contact met zijn vader moest onderhouden of weer herstellen totdat hij (inmiddels ouder en net volwassen geworden) tot de conclusie kwam dat hij alleen door het contact te verbreken een einde kan maken aan de (terugkerende) bedreiging van zijn ontwikkeling. Daarnaast heeft [het kind] het inzicht gekregen dat zijn hele leven zijn stiefvader er voor hem is geweest en voor hem zijn echte vader was en is. 5.4.5 De stiefvader en de moeder hebben al in de jonge jaren van [het kind] gesproken over de mogelijkheid van adoptie, maar hebben er destijds van afgezien omdat zij vonden dat [het kind] oud genoeg moest zijn om daarover mee te kunnen beslissen. Daar kwam bij dat men de overtuiging had dat als de vader van het verzoek zou horen en het er niet mee eens zou zijn, dat het verzoek dan repercussies zou hebben voor [het kind] . De rechtbank heeft vast kunnen stellen dat dat laatste een juiste inschatting is geweest. Immers, nadat [het kind] meerderjarig is geworden en het verzoek is ingediend, heeft de vader besloten dat [het kind] geen contact meer mag en kan hebben met zijn halfbroertje en -zusje ondanks zijn goede band met hen. De stiefvader en de moeder wilden dat te verwachten “gedoe” met de vader [het kind] niet aandoen; ze wilden hem daarmee niet belasten in zijn jonge leven. De stiefvader en de moeder hebben daarom, om begrijpelijke en gewichtige reden, gewacht tot [het kind] meerderjarig was met het indienen van het verzoek. 5.4.6 Hoewel niet goed navolgbaar is waarom zij over de termijn waarbinnen zij een verzoek hadden moeten indienen, geen verder onderzoek of navraag hebben gedaan, is wel te begrijpen dat zij [het kind] zelf wilden laten meebeslissen als hij volwassen en sterk in zijn schoenen zou staan. Dat kunnen meebeslissen hebben de moeder en stiefvader gekoppeld aan het bereiken van de meerderjarige leeftijd van [het kind] ondanks het feit dat daarvoor al duidelijk was dat [het kind] zou zijn geholpen met het “doorsnijden” van de band met zijn vader. 5.4.7 Kortom, [het kind] en de stiefvader hebben een zwaarwegend belang bij het vestigen van een familierechtelijke betrekking met elkaar en bij de juridische bevestiging van hun sterke emotionele en hechte band middels toewijzing van de verzochte stiefouderadoptie. Zij vormen immers al lange tijd één gezin, één familie en zijn sterk aan elkaar gehecht zoals normaliter alleen tussen een ouder en een kind pleegt voor te komen.
Volledig
Deze stiefouderadoptie geeft [het kind] rust en helpt hem ook om enerzijds op een positieve wijze te kijken naar zijn verleden als kind en anderzijds om met meer afstand naar zijn belaste verleden te kijken. Naar redelijke verwachting zal het [het kind] ook helpen bij de psychologische hulp die hij gaat krijgen en bij de verwerking van de relatie met zijn vader. Verder weegt nog mee dat: de vader nauwelijks met [het kind] in gezinsverband heeft samengeleefd; de vader uiteindelijk heeft ingestemd met de stiefouderadoptie, maar daaraan het gevolg heeft verbonden dat [het kind] het contact met zijn halfzusje en halfbroertje zal verliezen; de vader niet als een volwassen en verantwoordelijke ouder heeft willen en kunnen investeren in het contact met [het kind] mede waardoor dit contact onherstelbaar is verbroken; de vader niet is verschenen tijdens de zitting. Op grond van deze feiten en omstandigheden is duidelijk geworden dat [het kind] in zijn leven niets meer van zijn vader te verwachten heeft. 5.5 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een afwijzing van het verzoek tot adoptie van [het kind] door de stiefvader een inbreuk oplevert op het tussen hen beiden bestaande gezinsleven als bedoeld in artikel 8 lid 1 EVRM. Deze inbreuk rechtvaardigt een terzijdestelling van de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 1:228 lid 1 aanhef en onder a BW, voor zover daarbij wordt vereist dat het te adopteren kind ten tijde van het verzoek minderjarig is. 5.6 Op grond van artikel 1:227 lid 3 BW kan het verzoek tot adoptie alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan. 5.7 De rechtbank is van oordeel dat de adoptie van [het kind] door de stiefvader in het kennelijke belang van [het kind] is. Dat volgt uit hetgeen de rechtbank zojuist heeft overwogen: het is in het belang van [het kind] dat de juridische status in overeenstemming wordt gebracht met de al jarenlang bestaande realiteit, waarbij hij al jaren een gezin vormt (heeft gevormd) met de moeder, de stiefvader en zijn halfbroer Daylan. 5.8 Aan de overige voorwaarden als bedoeld in artikel 1:228 lid 1 BW is, mede gelet op de vastgestelde feiten, ook voldaan blijkens het verzoekschrift en de daarop gegeven toelichting. De rechtbank zal het verzoek tot adoptie daarom toewijzen. 5.9 Op grond van artikel 1:230 lid 1 BW heeft de adoptie haar gevolgen van de dag, waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. 5.10 Ten slotte heeft de stiefvader verzocht om te verstaan dat [het kind] zijn geslachtsnaam ( [geslachtsnaam van de stiefvader] ) zal hebben. In artikel 1:5 lid 3 BW is bepaald dat, indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de echtgenoot van een ouder, het zijn geslachtsnaam behoudt, tenzij de ouder en diens echtgenoot gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van de echtgenoot, dan wel de geslachtsnaam van die ouder. De rechterlijke uitspraak inzake de adoptie vermeldt de verklaring van de adoptanten hieromtrent. 5.11 Gebleken is dat de stiefvader, de moeder en [het kind] wensen dat [het kind] de geslachtsnaam van de stiefvader ( [geslachtsnaam van de stiefvader] ) zal dragen. Voor alle duidelijkheid en om misverstanden daarover te voorkomen zal de rechtbank dat in het dictum opnemen. 5.12 De rechtbank zal bepalen dat de griffier, zodra de onderhavige beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen, zodat de ambtenaar op de voet van het bepaalde in artikel 1:20, lid 1, aanhef en onder a, BW juncto artikel 1:20a, lid 1, BW aan de geboorteakte van [het kind] een latere vermelding betreffende de adoptie van [het kind] toevoegt. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1 spreekt uit de adoptie van [het kind] geboren op [geboortedag 1] 2006 in [geboorteplaats] , door [de stiefvader] , geboren op [geboortedag 2] 1981 in [plaats 3] , Verenigde Staten van Amerika; 6.2 verstaat dat de stiefvader, de moeder en [het kind] gezamenlijk hebben verklaard dat [het kind] de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam van de stiefvader] ’ zal hebben; 6.3 gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen aan de daarvoor in aanmerking komende geboorteakte een latere vermelding toe te voegen betreffende de adoptie van [het kind] door de stiefvader, en de gezamenlijke verklaring dat [het kind] voortaan de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam van de stiefvader] ’ zal hebben; 6.4 bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen. Deze beschikking is gegeven door mr. Frénay, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Groen-Witvliet, griffier, op 14 april 2026. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledig
Deze stiefouderadoptie geeft [het kind] rust en helpt hem ook om enerzijds op een positieve wijze te kijken naar zijn verleden als kind en anderzijds om met meer afstand naar zijn belaste verleden te kijken. Naar redelijke verwachting zal het [het kind] ook helpen bij de psychologische hulp die hij gaat krijgen en bij de verwerking van de relatie met zijn vader. Verder weegt nog mee dat: de vader nauwelijks met [het kind] in gezinsverband heeft samengeleefd; de vader uiteindelijk heeft ingestemd met de stiefouderadoptie, maar daaraan het gevolg heeft verbonden dat [het kind] het contact met zijn halfzusje en halfbroertje zal verliezen; de vader niet als een volwassen en verantwoordelijke ouder heeft willen en kunnen investeren in het contact met [het kind] mede waardoor dit contact onherstelbaar is verbroken; de vader niet is verschenen tijdens de zitting. Op grond van deze feiten en omstandigheden is duidelijk geworden dat [het kind] in zijn leven niets meer van zijn vader te verwachten heeft. 5.5 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een afwijzing van het verzoek tot adoptie van [het kind] door de stiefvader een inbreuk oplevert op het tussen hen beiden bestaande gezinsleven als bedoeld in artikel 8 lid 1 EVRM. Deze inbreuk rechtvaardigt een terzijdestelling van de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 1:228 lid 1 aanhef en onder a BW, voor zover daarbij wordt vereist dat het te adopteren kind ten tijde van het verzoek minderjarig is. 5.6 Op grond van artikel 1:227 lid 3 BW kan het verzoek tot adoptie alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan. 5.7 De rechtbank is van oordeel dat de adoptie van [het kind] door de stiefvader in het kennelijke belang van [het kind] is. Dat volgt uit hetgeen de rechtbank zojuist heeft overwogen: het is in het belang van [het kind] dat de juridische status in overeenstemming wordt gebracht met de al jarenlang bestaande realiteit, waarbij hij al jaren een gezin vormt (heeft gevormd) met de moeder, de stiefvader en zijn halfbroer Daylan. 5.8 Aan de overige voorwaarden als bedoeld in artikel 1:228 lid 1 BW is, mede gelet op de vastgestelde feiten, ook voldaan blijkens het verzoekschrift en de daarop gegeven toelichting. De rechtbank zal het verzoek tot adoptie daarom toewijzen. 5.9 Op grond van artikel 1:230 lid 1 BW heeft de adoptie haar gevolgen van de dag, waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. 5.10 Ten slotte heeft de stiefvader verzocht om te verstaan dat [het kind] zijn geslachtsnaam ( [geslachtsnaam van de stiefvader] ) zal hebben. In artikel 1:5 lid 3 BW is bepaald dat, indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de echtgenoot van een ouder, het zijn geslachtsnaam behoudt, tenzij de ouder en diens echtgenoot gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van de echtgenoot, dan wel de geslachtsnaam van die ouder. De rechterlijke uitspraak inzake de adoptie vermeldt de verklaring van de adoptanten hieromtrent. 5.11 Gebleken is dat de stiefvader, de moeder en [het kind] wensen dat [het kind] de geslachtsnaam van de stiefvader ( [geslachtsnaam van de stiefvader] ) zal dragen. Voor alle duidelijkheid en om misverstanden daarover te voorkomen zal de rechtbank dat in het dictum opnemen. 5.12 De rechtbank zal bepalen dat de griffier, zodra de onderhavige beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen, zodat de ambtenaar op de voet van het bepaalde in artikel 1:20, lid 1, aanhef en onder a, BW juncto artikel 1:20a, lid 1, BW aan de geboorteakte van [het kind] een latere vermelding betreffende de adoptie van [het kind] toevoegt. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1 spreekt uit de adoptie van [het kind] geboren op [geboortedag 1] 2006 in [geboorteplaats] , door [de stiefvader] , geboren op [geboortedag 2] 1981 in [plaats 3] , Verenigde Staten van Amerika; 6.2 verstaat dat de stiefvader, de moeder en [het kind] gezamenlijk hebben verklaard dat [het kind] de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam van de stiefvader] ’ zal hebben; 6.3 gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen aan de daarvoor in aanmerking komende geboorteakte een latere vermelding toe te voegen betreffende de adoptie van [het kind] door de stiefvader, en de gezamenlijke verklaring dat [het kind] voortaan de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam van de stiefvader] ’ zal hebben; 6.4 bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen. Deze beschikking is gegeven door mr. Frénay, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Groen-Witvliet, griffier, op 14 april 2026. Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.