Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-22
ECLI:NL:RBLIM:2026:3662
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,513 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3662 text/xml public 2026-05-08T09:59:21 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-22 12088562 \ CV EXPL 26-685 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3662 text/html public 2026-05-08T09:59:04 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3662 Rechtbank Limburg , 22-04-2026 / 12088562 \ CV EXPL 26-685 Huurrecht - stok-achter-de-deur-vonnis na een tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen regeling. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12088562 \ CV EXPL 26-685 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van STICHTING WONEN ZUID , te Roermond, eisende partij, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [huurder] , te [plaats] , gedaagde partij, gemachtigde: [gemachtigde] . Partijen worden hierna aangeduid als Wonen Zuid en [huurder] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het exploot van dagvaarding van 30 januari 2026 met drie producties; - de schriftelijke weergave van het mondeling gegeven antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 maart 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Wonen Zuid verhuurt aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De tussen partijen overeengekomen huurprijs bedraagt € 640,78 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.2. [huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg deze achterstand € 2.563,12, berekend tot en met maart 2026. 3 Het geschil 3.1. Op grond van deze betalingsachterstand vordert Wonen Zuid, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.563,12 aan huurachterstand en betaling van € 640,78 per maand aan huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 april 2026 tot de dag van ontruiming, te vermeerderen met de proceskosten. 3.2. [huurder] heeft de achterstand erkend. Ter mondelinge behandeling van 24 maart 2026 hebben partijen een betalingsregeling getroffen voor een totaalbedrag van € 3.715,14. Dit bedrag is opgebouwd uit de huurachterstand van € 2.563,12 en de proceskosten van € 1.152,02. 3.3. Wonen Zuid heeft de kantonrechter verzocht om alsnog vonnis te wijzen en de gevorderde ontbinding en ontruiming (voorwaardelijk) toe te wijzen. Wonen Zuid heeft daarbij toegezegd dat zij de veroordeling tot ontruiming niet ten uitvoer zal leggen als [huurder] voldoet aan de regeling zoals die is vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt vast dat de onderhavige huurovereenkomst al per vonnis van 2 oktober 2024 (met kenmerk 11265967 \ CV EXPL 24-4161) is ontbonden. Nu niet gesteld of gebleken is dat partijen hierna een nieuwe huurovereenkomst zijn overeengekomen, gaat de kantonrechter ervan uit dat partijen kennelijk op enig moment de reeds ontbonden huurovereenkomst hebben laten ‘herleven’ en hun huurrelatie op grond daarvan hebben voortgezet. 4.2. Gelet op de erkende huurachterstand staat vast dat [huurder] tekort geschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. Een huurachterstand van drie maanden of meer is een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Er is niet gebleken dat [huurder] minderjarige kinderen heeft die bij haar in het gehuurde wonen zodat dit geen gevolgen heeft voor de toewijzing van de gevorderde ontbinding en ontruiming. 4.3. De kantonrechter zal de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde daarom toewijzen zoals hierna vermeld in de beslissing. De ontruimingstermijn zal worden vastgesteld op de (gebruikelijke) veertien dagen nadat Wonen Zuid dit vonnis aan [huurder] heeft betekend. 4.4. Nu partijen al in de getroffen regeling zijn overeengekomen dat [huurder] een bedrag aan proceskosten aan Wonen Zuid zal voldoen, zal de kantonrechter een beslissing daarover achterwege laten. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt, voorwaardelijk, enkel voor het geval de in het proces-verbaal van 24 maart 2026 opgenomen afspraken niet door [huurder] worden nagekomen, de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] , 5.2. veroordeelt [huurder] , eveneens voorwaardelijk, enkel voor het geval de in het proces-verbaal van 24 maart 2026 opgenomen afspraken niet door [huurder] worden nagekomen, om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten, met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wonen Zuid zijn, en de sleutels af te geven aan Wonen Zuid, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3662 text/xml public 2026-05-08T09:59:21 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-22 12088562 \ CV EXPL 26-685 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3662 text/html public 2026-05-08T09:59:04 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3662 Rechtbank Limburg , 22-04-2026 / 12088562 \ CV EXPL 26-685 Huurrecht - stok-achter-de-deur-vonnis na een tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen regeling. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12088562 \ CV EXPL 26-685 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van STICHTING WONEN ZUID , te Roermond, eisende partij, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [huurder] , te [plaats] , gedaagde partij, gemachtigde: [gemachtigde] . Partijen worden hierna aangeduid als Wonen Zuid en [huurder] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het exploot van dagvaarding van 30 januari 2026 met drie producties; - de schriftelijke weergave van het mondeling gegeven antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 maart 2026. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Wonen Zuid verhuurt aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De tussen partijen overeengekomen huurprijs bedraagt € 640,78 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.2. [huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg deze achterstand € 2.563,12, berekend tot en met maart 2026. 3 Het geschil 3.1. Op grond van deze betalingsachterstand vordert Wonen Zuid, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.563,12 aan huurachterstand en betaling van € 640,78 per maand aan huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 april 2026 tot de dag van ontruiming, te vermeerderen met de proceskosten. 3.2. [huurder] heeft de achterstand erkend. Ter mondelinge behandeling van 24 maart 2026 hebben partijen een betalingsregeling getroffen voor een totaalbedrag van € 3.715,14. Dit bedrag is opgebouwd uit de huurachterstand van € 2.563,12 en de proceskosten van € 1.152,02. 3.3. Wonen Zuid heeft de kantonrechter verzocht om alsnog vonnis te wijzen en de gevorderde ontbinding en ontruiming (voorwaardelijk) toe te wijzen. Wonen Zuid heeft daarbij toegezegd dat zij de veroordeling tot ontruiming niet ten uitvoer zal leggen als [huurder] voldoet aan de regeling zoals die is vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt vast dat de onderhavige huurovereenkomst al per vonnis van 2 oktober 2024 (met kenmerk 11265967 \ CV EXPL 24-4161) is ontbonden. Nu niet gesteld of gebleken is dat partijen hierna een nieuwe huurovereenkomst zijn overeengekomen, gaat de kantonrechter ervan uit dat partijen kennelijk op enig moment de reeds ontbonden huurovereenkomst hebben laten ‘herleven’ en hun huurrelatie op grond daarvan hebben voortgezet. 4.2. Gelet op de erkende huurachterstand staat vast dat [huurder] tekort geschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. Een huurachterstand van drie maanden of meer is een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Er is niet gebleken dat [huurder] minderjarige kinderen heeft die bij haar in het gehuurde wonen zodat dit geen gevolgen heeft voor de toewijzing van de gevorderde ontbinding en ontruiming. 4.3. De kantonrechter zal de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde daarom toewijzen zoals hierna vermeld in de beslissing. De ontruimingstermijn zal worden vastgesteld op de (gebruikelijke) veertien dagen nadat Wonen Zuid dit vonnis aan [huurder] heeft betekend. 4.4. Nu partijen al in de getroffen regeling zijn overeengekomen dat [huurder] een bedrag aan proceskosten aan Wonen Zuid zal voldoen, zal de kantonrechter een beslissing daarover achterwege laten. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt, voorwaardelijk, enkel voor het geval de in het proces-verbaal van 24 maart 2026 opgenomen afspraken niet door [huurder] worden nagekomen, de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] , 5.2. veroordeelt [huurder] , eveneens voorwaardelijk, enkel voor het geval de in het proces-verbaal van 24 maart 2026 opgenomen afspraken niet door [huurder] worden nagekomen, om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten, met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wonen Zuid zijn, en de sleutels af te geven aan Wonen Zuid, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.