Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-22
ECLI:NL:RBLIM:2026:3589
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,021 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3589 text/xml public 2026-05-15T11:52:55 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-22 11996691 CV EXPL 25-5560 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3589 text/html public 2026-05-15T11:52:18 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3589 Rechtbank Limburg , 22-04-2026 / 11996691 CV EXPL 25-5560 geen proefperiode voor sportabonnement RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11996691 \ CV EXPL 25-5560 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van BASIC-FIT NEDERLAND B.V. H.O.D.N. BASIC-FIT WEERT MAASPOORT , te Hoofddorp, eisende partij, hierna te noemen: Basic-Fit, gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het mondeling antwoord - de conclusie van repliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 5 december 2024 online bij Basic-Fit een sportschoolabonnement afgesloten voor de duur van 1 jaar. [gedaagde] is op basis van de overeenkomst maandelijks/vierwekelijks lidmaatschapsgeld van € 29,99 verschuldigd. 2.2. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Volgens deze voorwaarden krijgt een lid met een jaarlidmaatschap een bonus bestaande uit vier weken en twee weken promotie. De overeenkomst is vanwege de twee weken promotie ingegaan op 19 december 2024. 2.3. [gedaagde] heeft het abonnement op 14 februari 2025 schriftelijk opgezegd. 2.4. Basic-Fit houdt [gedaagde] aan de verplichting het lidmaatschapsgeld geld tot het einde van de overeengekomen contractduur (18 december 2025) te betalen. [gedaagde] heeft hier niet aan voldaan. 3 Het geschil 3.1. Basic-Fit vordert zowel primair als subsidiair - samengevat – [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 386,95, vermeerderd met wettelijke rente over € 333,51 vanaf 30 oktober 2025 tot aan de dag van volledige betaling en de proceskosten. 3.2. Basic-Fit legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft een overeenkomst gesloten voor de duur van 1 jaar. Deze overeenkomst is ingegaan op 19 december 2024 en kon uiterlijk 30 dagen voor het einde van de looptijd worden opgezegd. De overeenkomst is op 14 februari door [gedaagde] opgezegd. [gedaagde] is gehouden tot het einde van het contract, 19 december 2025, te betalen. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat er een proefperiode van 30 dagen van toepassing was en zij binnen deze periode de overeenkomst mondeling heeft opgezegd. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Basic-Fit. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Basis-Fit heeft voldaan aan de (pre) contractuele informatieplichten 4.1. De vordering van Basic-Fit is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van een dergelijke overeenkomst moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6: 230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd. Zie, onder meer, de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 4.2. Basic-Fit stelt dat zij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten zoals bedoeld in voornoemde artikelen. Ter onderbouwing hiervan heeft zij het verkoopproces uiteengezet. De kantonrechter is van oordeel dat Basic-Fit aan haar (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan. [gedaagde] moet de openstaande maandtermijnen betalen 4.3. Basis-Fit vordert betaling van de openstaande maandtermijnen. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] deze moet betalen. De kantonrechter legt dit oordeel uit. 4.4. [gedaagde] erkent dat zij een overeenkomst voor de duur van 1 jaar heeft afgesloten maar voert aan dat er sprake was van een proefperiode van 30 dagen. Dit stond volgens [gedaagde] vermeld op de website van Basic-Fit op het moment dat zij de overeenkomst sloot. 4.5. Basic-Fit heeft betwist dat er sprake is van een proefperiode. Basic-Fit heeft betoogd geen proefperiode aan te bieden. Deze optie staat ook niet in artikel 3 van haar algemene voorwaarden genoemd als mogelijkheid. 4.6. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Basic-Fit had het op de weg van [gedaagde] gelegen om een nader bewijs aan te dragen voor het bestaan van een proefperiode. [gedaagde] heeft dit nagelaten en ook niet meer op de conclusie van repliek gereageerd. Dit verweer van [gedaagde] wordt daarom gepasseerd. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat ook wanneer er sprake is van een proefperiode van 30 dagen niet is komen vast te staan dat [gedaagde] tijdens deze proefperiode de overeenkomst heeft opgezegd. Basic-Fit heeft immers betwist een mondelinge opzegging te hebben ontvangen. [gedaagde] heeft ook van de mondelinge opzegging geen nader bewijs aangeboden. De schriftelijke opzegging dateert van 14 februari 2025 en valt daarmee buiten de door [gedaagde] gestelde proefperiode van 30 dagen. 4.7. Gelet op het voorgaande is [gedaagde] gehouden het abonnementsgeld tot het einde van de contractduur te betalen. Een bedrag van € 333,51 zal worden toegewezen. [gedaagde] moet wettelijke rente betalen 4.8. [gedaagde] heeft geen separaat verweer gevoerd tegen de wettelijke rente. De rente zal daarom worden toegewezen zoals gevorderd (€ 13,44 tot het moment van dagvaarding, en vanaf 30 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling). [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen 4.9. Basic-Fit vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Basic-Fit heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW omdat daarin een hoger bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is aangezegd dan op grond van artikel 6:96 lid 8 BW en artikel 2a lid 2 van het Besluit is toegestaan. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen. [gedaagde] moet proceskosten betalen 4.10. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Basic-Fit worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 174,00 (2 punt × € 87,00) - nakosten € 43,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 473,28 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Basic-Fit te betalen een bedrag van € 346,95, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 11 november 2025, tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3589 text/xml public 2026-05-15T11:52:55 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-22 11996691 CV EXPL 25-5560 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3589 text/html public 2026-05-15T11:52:18 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3589 Rechtbank Limburg , 22-04-2026 / 11996691 CV EXPL 25-5560 geen proefperiode voor sportabonnement RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11996691 \ CV EXPL 25-5560 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van BASIC-FIT NEDERLAND B.V. H.O.D.N. BASIC-FIT WEERT MAASPOORT , te Hoofddorp, eisende partij, hierna te noemen: Basic-Fit, gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het mondeling antwoord - de conclusie van repliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 5 december 2024 online bij Basic-Fit een sportschoolabonnement afgesloten voor de duur van 1 jaar. [gedaagde] is op basis van de overeenkomst maandelijks/vierwekelijks lidmaatschapsgeld van € 29,99 verschuldigd. 2.2. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Volgens deze voorwaarden krijgt een lid met een jaarlidmaatschap een bonus bestaande uit vier weken en twee weken promotie. De overeenkomst is vanwege de twee weken promotie ingegaan op 19 december 2024. 2.3. [gedaagde] heeft het abonnement op 14 februari 2025 schriftelijk opgezegd. 2.4. Basic-Fit houdt [gedaagde] aan de verplichting het lidmaatschapsgeld geld tot het einde van de overeengekomen contractduur (18 december 2025) te betalen. [gedaagde] heeft hier niet aan voldaan. 3 Het geschil 3.1. Basic-Fit vordert zowel primair als subsidiair - samengevat – [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 386,95, vermeerderd met wettelijke rente over € 333,51 vanaf 30 oktober 2025 tot aan de dag van volledige betaling en de proceskosten. 3.2. Basic-Fit legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft een overeenkomst gesloten voor de duur van 1 jaar. Deze overeenkomst is ingegaan op 19 december 2024 en kon uiterlijk 30 dagen voor het einde van de looptijd worden opgezegd. De overeenkomst is op 14 februari door [gedaagde] opgezegd. [gedaagde] is gehouden tot het einde van het contract, 19 december 2025, te betalen. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat er een proefperiode van 30 dagen van toepassing was en zij binnen deze periode de overeenkomst mondeling heeft opgezegd. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Basic-Fit. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Basis-Fit heeft voldaan aan de (pre) contractuele informatieplichten 4.1. De vordering van Basic-Fit is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van een dergelijke overeenkomst moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6: 230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd. Zie, onder meer, de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 4.2. Basic-Fit stelt dat zij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten zoals bedoeld in voornoemde artikelen. Ter onderbouwing hiervan heeft zij het verkoopproces uiteengezet. De kantonrechter is van oordeel dat Basic-Fit aan haar (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan. [gedaagde] moet de openstaande maandtermijnen betalen 4.3. Basis-Fit vordert betaling van de openstaande maandtermijnen. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] deze moet betalen. De kantonrechter legt dit oordeel uit. 4.4. [gedaagde] erkent dat zij een overeenkomst voor de duur van 1 jaar heeft afgesloten maar voert aan dat er sprake was van een proefperiode van 30 dagen. Dit stond volgens [gedaagde] vermeld op de website van Basic-Fit op het moment dat zij de overeenkomst sloot. 4.5. Basic-Fit heeft betwist dat er sprake is van een proefperiode. Basic-Fit heeft betoogd geen proefperiode aan te bieden. Deze optie staat ook niet in artikel 3 van haar algemene voorwaarden genoemd als mogelijkheid. 4.6. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Basic-Fit had het op de weg van [gedaagde] gelegen om een nader bewijs aan te dragen voor het bestaan van een proefperiode. [gedaagde] heeft dit nagelaten en ook niet meer op de conclusie van repliek gereageerd. Dit verweer van [gedaagde] wordt daarom gepasseerd. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat ook wanneer er sprake is van een proefperiode van 30 dagen niet is komen vast te staan dat [gedaagde] tijdens deze proefperiode de overeenkomst heeft opgezegd. Basic-Fit heeft immers betwist een mondelinge opzegging te hebben ontvangen. [gedaagde] heeft ook van de mondelinge opzegging geen nader bewijs aangeboden. De schriftelijke opzegging dateert van 14 februari 2025 en valt daarmee buiten de door [gedaagde] gestelde proefperiode van 30 dagen. 4.7. Gelet op het voorgaande is [gedaagde] gehouden het abonnementsgeld tot het einde van de contractduur te betalen. Een bedrag van € 333,51 zal worden toegewezen. [gedaagde] moet wettelijke rente betalen 4.8. [gedaagde] heeft geen separaat verweer gevoerd tegen de wettelijke rente. De rente zal daarom worden toegewezen zoals gevorderd (€ 13,44 tot het moment van dagvaarding, en vanaf 30 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling). [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen 4.9. Basic-Fit vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Basic-Fit heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW omdat daarin een hoger bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is aangezegd dan op grond van artikel 6:96 lid 8 BW en artikel 2a lid 2 van het Besluit is toegestaan. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen. [gedaagde] moet proceskosten betalen 4.10. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Basic-Fit worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 174,00 (2 punt × € 87,00) - nakosten € 43,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 473,28 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Basic-Fit te betalen een bedrag van € 346,95, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 11 november 2025, tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.