Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-10
ECLI:NL:RBLIM:2026:3382
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,050 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3382 text/xml public 2026-04-17T17:02:49 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-10 ROE 23/1642 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Maastricht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3382 text/html public 2026-04-17T17:02:01 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3382 Rechtbank Limburg , 10-04-2026 / ROE 23/1642 Terrasvergunning verleend. Terraslocatie bevindt zich in een gebied met gemengd karakter. Dit betekent dat omwonenden een bepaalde mate van overlast moeten dulden. Niet, althans onvoldoende, is gebleken dat eiser onevenredige (geluids)overlast ondervindt door de verlening van de terrasvergunning. De burgemeester heeft terecht geen aanleiding hoeven zien om een vroegere sluitingstijd dan gebruikelijk voor de terrassen op te leggen. De burgemeester heeft voldoende rekening gehouden met de participatie. Beroep ongegrond. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Bestuursrecht zaaknummer: ROE 23/1642 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser en De Burgemeester van de gemeente Maastricht, de burgemeester (gemachtigden: mr. M.E.J.M. Vorstermans, M. van Montfort en Q. Roomans). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] , exploitant van [naam café 1] uit [woonplaats 2] ( [naam café 1] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een tijdelijke terrasvergunning aan [naam café 1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het honoreren van de aanvraag door de burgemeester. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 12 december 2022 (het primaire besluit) heeft de burgemeester de vergunning voor het exploiteren van een terras (een terrasvergunning) verleend aan [naam café 1] . 2.1. Met het besluit van 7 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de terrasvergunning in stand gelaten. 2.2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 2.3. Met de brief van 24 juli 2023 heeft [naam café 1] laten weten als derde-partij te willen deelnemen aan de procedure. 2.4. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van de burgemeester en [derde-partij] van [naam café 1] . Beoordeling door de rechtbank Relevante wet- en regelgeving 3. Voor de toepasselijke regelgeving verwijst de rechtbank naar de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. Relevante feiten en omstandigheden 4. Op 6 oktober 2022 heeft de burgemeester de aanvraag van [naam café 1] voor een terrasvergunning ontvangen. De aanvraag ziet op een gevelterras van 6 m² en een straatterras van 43 m². Het gaat hier om een verlening van een vergunning van een reeds bestaand terras. Bij de aanvraag heeft [naam café 1] een brief van 6 oktober 2022 gevoegd, die het café gestuurd heeft aan een aantal omwonenden, waaronder eiser, met een vragenlijst over de terrassen in kwestie. Later heeft [naam café 1] drie ontvangen reacties van omwonenden en een verslag van een bewonersbijeenkomst aan de burgemeester doen toekomen. 4.1. De burgemeester heeft de gevraagde vergunning met het primaire besluit verleend. Deze tijdelijke terrasvergunning mag volgens de voorschriften tot 2.00 uur open zijn. Eiser is het niet eens met de verleende terrasvergunning en heeft daartegen bezwaar gemaakt. 4.2. In het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De burgemeester heeft in het bestreden besluit overwogen dat [naam café 1] heeft voldaan aan de indieningsvereisten, in die zin dat het café informatie heeft verstrekt over de wijze waarop de directe omgeving is betrokken bij de voorbereiding van de aanvraag (ook wel participatie genoemd). Ook ziet de burgemeester geen reden om de sluitingstijd, die als voorschrift is verbonden aan de terrasvergunning, aan te passen, omdat hem geen klachtenpatroon bekend is over overlast in de avond- en nachturen van het terras van [naam café 1] . Standpunt van eiser 5. Eiser heeft aangevoerd dat de terrasvergunning van [naam café 1] is vastgesteld in strijd met de Terrasverordening gemeente Maastricht (Terrasverordening). Eiser is van mening dat volgens de definitie in de Terrasverordening en de toelichting daarop een vergunning voor een straatterras niet kan worden verstrekt als het terras is gelegen aan de overzijde van de weg met doorgaand fiets en/of autoverkeer, zoals hier het geval is. De burgemeester had volgens eiser dan ook een pleinterrasvergunning moeten afgeven. Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat tijdens het participatiegesprek alle aanwezige buurtbewoners unaniem hebben laten weten dat er veel overlast wordt ondervonden van zowel het café als het terras. Volgens eiser had het de burgemeester duidelijk moeten zijn dat [naam café 1] niet heeft voldaan aan het vereiste om de burgemeester op een juiste wijze op de hoogte te brengen van de uitkomst van de participatie. Eiser heeft verder aangevoerd dat in de directe omgeving van [naam café 1] de woonfunctie de boventoon voert. In alle andere woongebieden waar terrassen zijn, zoals de Tongersestraat ( [naam café 2] en [bedrijfsnaam] ), sluiten de terrassen om 23.00 uur (en in het weekend om 24.00 uur). Zo ook in de Grote Looierstraat ( [naam café 3] ) en dat is ook het geval in de uitgaansbuurt Koestraat, waar de terrassen om 24.00 uur sluiten. Eiser verwijst in dit verband ook naar het akoestisch rapport van bureau Target Advies voor het pleinterras Sint Pieterstraat (dat aan de andere kant van de straat van [naam café 1] ligt), waarin werd geadviseerd om dit pleinterras te sluiten om 19.00 uur. Later is dit geluidsrapport volgens eiser aangepast, wat leidde tot een nieuw rapport dat uitkwam op andere sluitingstijden, te weten 21.00 uur door de week en 23.00 uur in de weekenden. Inhoudelijk oordeel van de rechtbank over de aangevoerde beroepsgronden Straatterras 6. De burgemeester meent – anders dan eiser – dat het terras van 43 m² van [naam café 1] een straatterras is, zoals bedoeld in de Terrasverordening, en geen pleinterras. Een pleinterras is in de verordening gedefinieerd als een terras op een door hem aangewezen bijzondere locatie. Volgens de burgemeester is met het woord ‘bijzondere’ in het begrip ‘bijzondere locatie’ bedoeld om aan te geven dat de terrasruimte wordt geclaimd door meerdere horecabedrijven en waarvoor – in tegenstelling tot een straatterras – slechts één horecabedrijf in aanmerking komt. De burgemeester geeft verder aan dat in de toelichting van de Terrasverordening (kort gezegd) staat vermeld dat bij een pleinterras tussen het horecapand en het terras een rijbaan loopt. De burgemeester voert aan dat hij de laatste jaren veel vergunningen heeft verleend voor straatterrassen, die volgens de strikte definities in de Terrasverordening en de toelichting daarop pleinterrassen zijn. Volgens de burgemeester is dit gedaan in situaties waarbij, zoals in dit geval, duidelijk was dat er geen conflicterende aanspraken waren op de betreffende terrasruimte. Dit probleem is volgens de burgemeester ongewild en onbedoeld ontstaan door onduidelijke definities in de Terrasverordening. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat hierdoor niemand in zijn belangen wordt geschaad; ondernemers die altijd al een terrasvergunning voor een straatterras hadden verkregen onder de Algemene plaatselijk verordening hebben die onder de huidige Terrasverordening opnieuw verkregen. 6.1. De rechtbank volgt het standpunt van de burgemeester dat er in dit geval geen sprake is van een pleinterras, zoals eiser stelt.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3382 text/xml public 2026-04-17T17:02:49 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-10 ROE 23/1642 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Maastricht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3382 text/html public 2026-04-17T17:02:01 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3382 Rechtbank Limburg , 10-04-2026 / ROE 23/1642 Terrasvergunning verleend. Terraslocatie bevindt zich in een gebied met gemengd karakter. Dit betekent dat omwonenden een bepaalde mate van overlast moeten dulden. Niet, althans onvoldoende, is gebleken dat eiser onevenredige (geluids)overlast ondervindt door de verlening van de terrasvergunning. De burgemeester heeft terecht geen aanleiding hoeven zien om een vroegere sluitingstijd dan gebruikelijk voor de terrassen op te leggen. De burgemeester heeft voldoende rekening gehouden met de participatie. Beroep ongegrond. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Bestuursrecht zaaknummer: ROE 23/1642 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser en De Burgemeester van de gemeente Maastricht, de burgemeester (gemachtigden: mr. M.E.J.M. Vorstermans, M. van Montfort en Q. Roomans). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] , exploitant van [naam café 1] uit [woonplaats 2] ( [naam café 1] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een tijdelijke terrasvergunning aan [naam café 1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het honoreren van de aanvraag door de burgemeester. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 12 december 2022 (het primaire besluit) heeft de burgemeester de vergunning voor het exploiteren van een terras (een terrasvergunning) verleend aan [naam café 1] . 2.1. Met het besluit van 7 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de terrasvergunning in stand gelaten. 2.2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 2.3. Met de brief van 24 juli 2023 heeft [naam café 1] laten weten als derde-partij te willen deelnemen aan de procedure. 2.4. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van de burgemeester en [derde-partij] van [naam café 1] . Beoordeling door de rechtbank Relevante wet- en regelgeving 3. Voor de toepasselijke regelgeving verwijst de rechtbank naar de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. Relevante feiten en omstandigheden 4. Op 6 oktober 2022 heeft de burgemeester de aanvraag van [naam café 1] voor een terrasvergunning ontvangen. De aanvraag ziet op een gevelterras van 6 m² en een straatterras van 43 m². Het gaat hier om een verlening van een vergunning van een reeds bestaand terras. Bij de aanvraag heeft [naam café 1] een brief van 6 oktober 2022 gevoegd, die het café gestuurd heeft aan een aantal omwonenden, waaronder eiser, met een vragenlijst over de terrassen in kwestie. Later heeft [naam café 1] drie ontvangen reacties van omwonenden en een verslag van een bewonersbijeenkomst aan de burgemeester doen toekomen. 4.1. De burgemeester heeft de gevraagde vergunning met het primaire besluit verleend. Deze tijdelijke terrasvergunning mag volgens de voorschriften tot 2.00 uur open zijn. Eiser is het niet eens met de verleende terrasvergunning en heeft daartegen bezwaar gemaakt. 4.2. In het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De burgemeester heeft in het bestreden besluit overwogen dat [naam café 1] heeft voldaan aan de indieningsvereisten, in die zin dat het café informatie heeft verstrekt over de wijze waarop de directe omgeving is betrokken bij de voorbereiding van de aanvraag (ook wel participatie genoemd). Ook ziet de burgemeester geen reden om de sluitingstijd, die als voorschrift is verbonden aan de terrasvergunning, aan te passen, omdat hem geen klachtenpatroon bekend is over overlast in de avond- en nachturen van het terras van [naam café 1] . Standpunt van eiser 5. Eiser heeft aangevoerd dat de terrasvergunning van [naam café 1] is vastgesteld in strijd met de Terrasverordening gemeente Maastricht (Terrasverordening). Eiser is van mening dat volgens de definitie in de Terrasverordening en de toelichting daarop een vergunning voor een straatterras niet kan worden verstrekt als het terras is gelegen aan de overzijde van de weg met doorgaand fiets en/of autoverkeer, zoals hier het geval is. De burgemeester had volgens eiser dan ook een pleinterrasvergunning moeten afgeven. Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat tijdens het participatiegesprek alle aanwezige buurtbewoners unaniem hebben laten weten dat er veel overlast wordt ondervonden van zowel het café als het terras. Volgens eiser had het de burgemeester duidelijk moeten zijn dat [naam café 1] niet heeft voldaan aan het vereiste om de burgemeester op een juiste wijze op de hoogte te brengen van de uitkomst van de participatie. Eiser heeft verder aangevoerd dat in de directe omgeving van [naam café 1] de woonfunctie de boventoon voert. In alle andere woongebieden waar terrassen zijn, zoals de Tongersestraat ( [naam café 2] en [bedrijfsnaam] ), sluiten de terrassen om 23.00 uur (en in het weekend om 24.00 uur). Zo ook in de Grote Looierstraat ( [naam café 3] ) en dat is ook het geval in de uitgaansbuurt Koestraat, waar de terrassen om 24.00 uur sluiten. Eiser verwijst in dit verband ook naar het akoestisch rapport van bureau Target Advies voor het pleinterras Sint Pieterstraat (dat aan de andere kant van de straat van [naam café 1] ligt), waarin werd geadviseerd om dit pleinterras te sluiten om 19.00 uur. Later is dit geluidsrapport volgens eiser aangepast, wat leidde tot een nieuw rapport dat uitkwam op andere sluitingstijden, te weten 21.00 uur door de week en 23.00 uur in de weekenden. Inhoudelijk oordeel van de rechtbank over de aangevoerde beroepsgronden Straatterras 6. De burgemeester meent – anders dan eiser – dat het terras van 43 m² van [naam café 1] een straatterras is, zoals bedoeld in de Terrasverordening, en geen pleinterras. Een pleinterras is in de verordening gedefinieerd als een terras op een door hem aangewezen bijzondere locatie. Volgens de burgemeester is met het woord ‘bijzondere’ in het begrip ‘bijzondere locatie’ bedoeld om aan te geven dat de terrasruimte wordt geclaimd door meerdere horecabedrijven en waarvoor – in tegenstelling tot een straatterras – slechts één horecabedrijf in aanmerking komt. De burgemeester geeft verder aan dat in de toelichting van de Terrasverordening (kort gezegd) staat vermeld dat bij een pleinterras tussen het horecapand en het terras een rijbaan loopt. De burgemeester voert aan dat hij de laatste jaren veel vergunningen heeft verleend voor straatterrassen, die volgens de strikte definities in de Terrasverordening en de toelichting daarop pleinterrassen zijn. Volgens de burgemeester is dit gedaan in situaties waarbij, zoals in dit geval, duidelijk was dat er geen conflicterende aanspraken waren op de betreffende terrasruimte. Dit probleem is volgens de burgemeester ongewild en onbedoeld ontstaan door onduidelijke definities in de Terrasverordening. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat hierdoor niemand in zijn belangen wordt geschaad; ondernemers die altijd al een terrasvergunning voor een straatterras hadden verkregen onder de Algemene plaatselijk verordening hebben die onder de huidige Terrasverordening opnieuw verkregen. 6.1. De rechtbank volgt het standpunt van de burgemeester dat er in dit geval geen sprake is van een pleinterras, zoals eiser stelt.
Volledig
Het belangrijkste verschil tussen een straatterras en een pleinterras is dat bij een straatterras geen concurrerende belangen spelen van horecaondernemers, die ieder aanspraak maken op het exploiteren van een terras op (een deel van) de openbare ruimte. Bij het terras van [naam café 1] bestaat geen geschil over de toewijzing van het recht tot terrasexploitatie, waardoor het niet als pleinterras kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt dat het hier zeker ook geen straatterras betreft, omdat de Terrasverordening het straatterras definieert binnen de gevelgrenzen en het terras door een rijbaan wordt gescheiden van de horecaonderneming. De rechtbank ziet hierin echter geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester in het verweerschrift inzichtelijk en begrijpelijk uitgelegd dat een straatterrasvergunning is verleend, omdat het terras daar het meeste op leek. De Terrasverordening bevat tevens een afwijkingsbevoegdheid om een vergunning te verlenen voor (in dit geval) een straatterras buiten de gevelgrenzen. Op zitting heeft de burgemeester verklaard dat hij van deze afwijkingsbevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt. In het verweerschrift heeft de burgemeester echter wel uitgelegd waarom een vergunning is verleend voor een straatterras buiten de gevelgrenzen. De rechtbank kan deze motivering volgen. Nu de burgemeester heeft nagelaten de afwijkingsbevoegdheid expliciet toe te passen, maar wel inhoudelijk heeft gemotiveerd waarom het terras buiten de gevelgrenzen is toegestaan, ziet de rechtbank aanleiding dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te passeren. De beroepsgrond van eiser slaagt dan ook niet. Participatie 7. Bij de aanvraag van een terrasvergunning moet ook nadere informatie worden aangeleverd over de wijze waarop de directe omgeving is betrokken bij de voorbereiding van de aanvraag. Daarbij dient tenminste worden overgelegd een document waaruit blijkt dat (i) de omgeving is geïnformeerd over de voorgenomen terrasexploitatie, (ii) de omgeving in de gelegenheid is gesteld om hierop te reageren en wat hiervan de resultaten zijn en (iii) hoe de aanvrager de resultaten al dan niet heeft verwerkt in zijn aanvraag. 7.1. Gebleken is dat [naam café 1] op 6 oktober 2022 een aantal omwonenden, waaronder eiser, een vragenlijst heeft gestuurd, waarbij onder meer werd gevraagd wat de ervaring met het terras is, of er last/hinder van het terras wordt ervaren en of de horecaondernemer nog iets moet doen om de situatie te verbeteren. In totaal hebben drie bewoners gereageerd op de brief van [naam café 1] ; twee positieve reacties en één negatieve reactie, die zag op het gevelterras, waardoor het soms moeilijk is met laden en lossen in de Tafelstraat bij een galerie. Ook heeft [naam café 1] de omwonenden uitgenodigd voor een participatiegesprek op 15 oktober 2022. De drie reacties van omwonenden en het gespreksverslag van de bewonersbijeenkomst heeft [naam café 1] op verzoek van de burgemeester overgelegd. 7.2. De rechtbank stelt vast dat participatie heeft plaatsgevonden en dat de resultaten hiervan aan de burgemeester kenbaar zijn gemaakt. De stelling van eiser dat [naam café 1] geen correcte informatie van de participatie heeft doorgegeven en hiermee de gemeente op het verkeerde been heeft gezet, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank overweegt verder dat de burgemeester terecht heeft gesteld dat participatie een indieningsvereiste is, maar geen grond om een terrasvergunning te weigeren. Het doel van de participatie is niet dat er volledige instemming onder omwonenden met de terrasaanvraag moet zijn, maar dat omwonenden vanaf het begin worden meegenomen in het besluitvormingsproces. Hierdoor zijn alle belangen, die bij de terrasvergunning een rol spelen, bekend. 7.3. Vaststaat dat er omwonenden zijn die overlast ervaren van [naam café 1] , maar niet kan worden vastgesteld dat de terrassen an sich (vaak) overlast veroorzaken. Er is door omwonenden geklaagd over geluid vanuit het café vanwege openstaande deuren, overlast van cafébezoekers die buiten rondhangen en overlast van door [naam café 1] georganiseerde evenementen. In het bestreden besluit staat vermeld – en ook ter zitting is naar voren gebracht door de burgemeester – dat er bij de gemeente geen klachten bekend zijn van geluidsoverlast vanaf de terrassen. Omdat er bij de gemeente geen klachten ten aanzien van geluidsoverlast van de terrassen zijn geregistreerd, stelt de burgemeester dat dan ook niet kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat ter plaatse onevenredig wordt geschaad vanwege die terrassen. De rechtbank kan dit standpunt van de burgemeester volgen. Het betoog van eiser dat op 3 augustus 2023, na de datum van het bestreden besluit, omwonenden een petitie hebben ingediend bij de gemeente Maastricht, waarin is vermeld dat zij met grote regelmaat (geluids)overlast ervaren van het straat- en gevelterras van [naam café 1] en vanuit het café zelf, kan ook niet slagen. De burgemeester heeft namelijk met deze petitie geen rekening kunnen houden ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, omdat de petitie dateert van na die datum. 7.4. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester voldoende rekening heeft gehouden met de participatie. Sluitingstijd van het terras en het gelijkheidsbeginsel 8. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het gebied, waarin de terrassen zijn gelegen, geen woongebied is, maar een gemengd gebied. Volgens de burgemeester wordt hier niet alleen gewoond, maar er komen ook andere functies voor, zoals detailhandel, horeca en openbare gebouwen. Bovendien is de Sint Pieterstraat één van de aanlooproutes naar het centrum van Maastricht en opgenomen in de Omgevingsvisie 2040 met het gebiedsprofiel ‘Binnenstad, Stedelijk gebied’. Verder heeft de burgemeester eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen. De burgemeester ziet ook geen aanleiding om de sluitingstijd van de vergunde terrasvergunning te vervroegen. Tot slot heeft de burgemeester gesteld dat het aangedragen akoestisch rapport van bureau Target Advies niet ziet op de onderhavige terrassen. 8.1. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester terecht heeft gesteld dat de terraslocatie zich bevindt in of aansluitend aan het centrum van Maastricht en een gemengd karakter heeft. Dit betekent dat omwonenden, zoals eiser, een bepaalde mate van overlast moeten dulden. Nu ook niet, althans onvoldoende, is gebleken dat eiser onevenredige (geluids)overlast ondervindt door de verlening van de terrasvergunning, heeft de burgemeester terecht geen aanleiding hoeven zien om een vroegere sluitingstijd dan gebruikelijk voor de terrassen op te leggen. 8.2. Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel gaat ook niet op. De burgemeester heeft in het verweerschrift (in het beroep van wijlen [naam] met zaaknummer ROE 23/1666) toegelicht dat de horecagelegenheden waarop eiser heeft gewezen niet vergelijkbaar zijn aan [naam café 1] . In de terrasvergunningen van de [naam café 2] en [bedrijfsnaam] is inderdaad een eerdere sluitingstijd opgenomen, maar dit is op verzoek van de ondernemers gebeurd, aangezien zij hun terras vroeger willen sluiten dan 2.00 uur. Het terras van [naam café 3] aan de Grote Looierstraat mag ook conform de terrasvergunning tot 2.00 uur geopend zijn, maar gaat uit eigen beweging eerder dicht. De sluitingstijden van de terrassen in de Koestraat zijn vastgesteld na uitvoerig overleg tussen ondernemers en omwonenden in het kader van het gebiedsprofiel, waarbij gezamenlijk afspraken zijn gemaakt. 8.3. Verder volgt de rechtbank het standpunt van de burgemeester dat het akoestisch rapport van bureau Target Advies is opgesteld voor een ander terras van [naam café 1] (te weten, het pleinterras aan de overzijde van de Sint Pieterstraat) en daarom niet relevant is en niks zegt over de geluidsbelasting ter plaatste van deze specifieke terrassen. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk heeft.
Volledig
Het belangrijkste verschil tussen een straatterras en een pleinterras is dat bij een straatterras geen concurrerende belangen spelen van horecaondernemers, die ieder aanspraak maken op het exploiteren van een terras op (een deel van) de openbare ruimte. Bij het terras van [naam café 1] bestaat geen geschil over de toewijzing van het recht tot terrasexploitatie, waardoor het niet als pleinterras kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt dat het hier zeker ook geen straatterras betreft, omdat de Terrasverordening het straatterras definieert binnen de gevelgrenzen en het terras door een rijbaan wordt gescheiden van de horecaonderneming. De rechtbank ziet hierin echter geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester in het verweerschrift inzichtelijk en begrijpelijk uitgelegd dat een straatterrasvergunning is verleend, omdat het terras daar het meeste op leek. De Terrasverordening bevat tevens een afwijkingsbevoegdheid om een vergunning te verlenen voor (in dit geval) een straatterras buiten de gevelgrenzen. Op zitting heeft de burgemeester verklaard dat hij van deze afwijkingsbevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt. In het verweerschrift heeft de burgemeester echter wel uitgelegd waarom een vergunning is verleend voor een straatterras buiten de gevelgrenzen. De rechtbank kan deze motivering volgen. Nu de burgemeester heeft nagelaten de afwijkingsbevoegdheid expliciet toe te passen, maar wel inhoudelijk heeft gemotiveerd waarom het terras buiten de gevelgrenzen is toegestaan, ziet de rechtbank aanleiding dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te passeren. De beroepsgrond van eiser slaagt dan ook niet. Participatie 7. Bij de aanvraag van een terrasvergunning moet ook nadere informatie worden aangeleverd over de wijze waarop de directe omgeving is betrokken bij de voorbereiding van de aanvraag. Daarbij dient tenminste worden overgelegd een document waaruit blijkt dat (i) de omgeving is geïnformeerd over de voorgenomen terrasexploitatie, (ii) de omgeving in de gelegenheid is gesteld om hierop te reageren en wat hiervan de resultaten zijn en (iii) hoe de aanvrager de resultaten al dan niet heeft verwerkt in zijn aanvraag. 7.1. Gebleken is dat [naam café 1] op 6 oktober 2022 een aantal omwonenden, waaronder eiser, een vragenlijst heeft gestuurd, waarbij onder meer werd gevraagd wat de ervaring met het terras is, of er last/hinder van het terras wordt ervaren en of de horecaondernemer nog iets moet doen om de situatie te verbeteren. In totaal hebben drie bewoners gereageerd op de brief van [naam café 1] ; twee positieve reacties en één negatieve reactie, die zag op het gevelterras, waardoor het soms moeilijk is met laden en lossen in de Tafelstraat bij een galerie. Ook heeft [naam café 1] de omwonenden uitgenodigd voor een participatiegesprek op 15 oktober 2022. De drie reacties van omwonenden en het gespreksverslag van de bewonersbijeenkomst heeft [naam café 1] op verzoek van de burgemeester overgelegd. 7.2. De rechtbank stelt vast dat participatie heeft plaatsgevonden en dat de resultaten hiervan aan de burgemeester kenbaar zijn gemaakt. De stelling van eiser dat [naam café 1] geen correcte informatie van de participatie heeft doorgegeven en hiermee de gemeente op het verkeerde been heeft gezet, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank overweegt verder dat de burgemeester terecht heeft gesteld dat participatie een indieningsvereiste is, maar geen grond om een terrasvergunning te weigeren. Het doel van de participatie is niet dat er volledige instemming onder omwonenden met de terrasaanvraag moet zijn, maar dat omwonenden vanaf het begin worden meegenomen in het besluitvormingsproces. Hierdoor zijn alle belangen, die bij de terrasvergunning een rol spelen, bekend. 7.3. Vaststaat dat er omwonenden zijn die overlast ervaren van [naam café 1] , maar niet kan worden vastgesteld dat de terrassen an sich (vaak) overlast veroorzaken. Er is door omwonenden geklaagd over geluid vanuit het café vanwege openstaande deuren, overlast van cafébezoekers die buiten rondhangen en overlast van door [naam café 1] georganiseerde evenementen. In het bestreden besluit staat vermeld – en ook ter zitting is naar voren gebracht door de burgemeester – dat er bij de gemeente geen klachten bekend zijn van geluidsoverlast vanaf de terrassen. Omdat er bij de gemeente geen klachten ten aanzien van geluidsoverlast van de terrassen zijn geregistreerd, stelt de burgemeester dat dan ook niet kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat ter plaatse onevenredig wordt geschaad vanwege die terrassen. De rechtbank kan dit standpunt van de burgemeester volgen. Het betoog van eiser dat op 3 augustus 2023, na de datum van het bestreden besluit, omwonenden een petitie hebben ingediend bij de gemeente Maastricht, waarin is vermeld dat zij met grote regelmaat (geluids)overlast ervaren van het straat- en gevelterras van [naam café 1] en vanuit het café zelf, kan ook niet slagen. De burgemeester heeft namelijk met deze petitie geen rekening kunnen houden ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, omdat de petitie dateert van na die datum. 7.4. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester voldoende rekening heeft gehouden met de participatie. Sluitingstijd van het terras en het gelijkheidsbeginsel 8. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het gebied, waarin de terrassen zijn gelegen, geen woongebied is, maar een gemengd gebied. Volgens de burgemeester wordt hier niet alleen gewoond, maar er komen ook andere functies voor, zoals detailhandel, horeca en openbare gebouwen. Bovendien is de Sint Pieterstraat één van de aanlooproutes naar het centrum van Maastricht en opgenomen in de Omgevingsvisie 2040 met het gebiedsprofiel ‘Binnenstad, Stedelijk gebied’. Verder heeft de burgemeester eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen. De burgemeester ziet ook geen aanleiding om de sluitingstijd van de vergunde terrasvergunning te vervroegen. Tot slot heeft de burgemeester gesteld dat het aangedragen akoestisch rapport van bureau Target Advies niet ziet op de onderhavige terrassen. 8.1. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester terecht heeft gesteld dat de terraslocatie zich bevindt in of aansluitend aan het centrum van Maastricht en een gemengd karakter heeft. Dit betekent dat omwonenden, zoals eiser, een bepaalde mate van overlast moeten dulden. Nu ook niet, althans onvoldoende, is gebleken dat eiser onevenredige (geluids)overlast ondervindt door de verlening van de terrasvergunning, heeft de burgemeester terecht geen aanleiding hoeven zien om een vroegere sluitingstijd dan gebruikelijk voor de terrassen op te leggen. 8.2. Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel gaat ook niet op. De burgemeester heeft in het verweerschrift (in het beroep van wijlen [naam] met zaaknummer ROE 23/1666) toegelicht dat de horecagelegenheden waarop eiser heeft gewezen niet vergelijkbaar zijn aan [naam café 1] . In de terrasvergunningen van de [naam café 2] en [bedrijfsnaam] is inderdaad een eerdere sluitingstijd opgenomen, maar dit is op verzoek van de ondernemers gebeurd, aangezien zij hun terras vroeger willen sluiten dan 2.00 uur. Het terras van [naam café 3] aan de Grote Looierstraat mag ook conform de terrasvergunning tot 2.00 uur geopend zijn, maar gaat uit eigen beweging eerder dicht. De sluitingstijden van de terrassen in de Koestraat zijn vastgesteld na uitvoerig overleg tussen ondernemers en omwonenden in het kader van het gebiedsprofiel, waarbij gezamenlijk afspraken zijn gemaakt. 8.3. Verder volgt de rechtbank het standpunt van de burgemeester dat het akoestisch rapport van bureau Target Advies is opgesteld voor een ander terras van [naam café 1] (te weten, het pleinterras aan de overzijde van de Sint Pieterstraat) en daarom niet relevant is en niks zegt over de geluidsbelasting ter plaatste van deze specifieke terrassen. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk heeft.